Constitutional & Administrative Law

Constitutional & Administrative Law



Page : 1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   


Voorstel van Wet strekkende tot de invoering van een herstelgerichte afdoening via bemiddeling in strafzaken in het Wetboek van Strafvordering, inclusief Memorie van ToelichtingVoorstel van Wet strekkende tot de invoering van een herstelgerichte afdoening via bemiddeling in strafzaken in het Wetboek van Strafvordering, inclusief Memorie van Toelichting
John Blad, Jacques Claessen, Gert Jan Slump, Anneke van Hoek, Theo de Roos

In deze publicatie treft u een proeve van wetgeving aan, opgesteld op inititatief van en door burgers. Het is een wetsvoorstel, inclusief Memorie van Toelichting, waartoe wij het initiatief hebben genomen in het kader van de aanstaande invoering van een nieuw Wetboek van Strafvordering. Het voorstel van wet is geschreven door een initiatiefgroep (Universiteit Maastricht en Restorative Justice Nederland) in samenwerking met een denktank van ruim tachtig strafrecht- en herstelrechtprofessionals. Het wetsvoorstel is op 21 feburari 2017 overhandigd aan de leden van de vaste kamercommissie voor Veiligheid en Justitie van de Tweede Kamer. Met dit voorstel van wet kan het formele wetgevingproces wat ons betreft echt van start. De mogelijkeheid om zaken in het strafrecht op een herstelgerichte manier af te doen is immers geen luxe, maar noodzaak.





FRONTEX and the EBCGAFRONTEX and the EBCGA
Amélie Poméon

With this book, Amélie Poméon won the Hanneke Steenbergen Scriptie Prijs 2016 (prize for the best master thesis in the field of migration law in the Netherlands for the year 2015/2016). Hanneke Steenbergen taught migration law at the University of Leiden and was highly dedicated to the promotion of migration law education. After her death, a commemorative foundation was established, the primary purpose of which is to award a yearly prize stimulating research and interest in migration law issues. This book discusses the question to what extent Frontex (and, to a more limited degree, its successor, the European Border and Coast Guard Agency) can be held accountable for breaches of EU law acting both inside and outside EU territory. The issues covered include a detailed discussion of Frontex’ tasks and competences, the legal position and status of EU agencies, agency accountability and the distinction between the notions of accountability and responsibility as well as the extraterritorial applicability of EU law. It also addresses the question whether an individual complaint mechanism can and should be introduced within the Agency’s setup. “Amélie provides with her thesis an almost encyclopedic document about Frontex, the European Agency for management of operational cooperation at the external borders of the European Union. Frontex plays an important role in protecting external borders and therefore has a direct impact on many people’s lives. […] Worth mentioning is that she took an interesting approach by incorporating interviews with various experts on the ground. […] So, a very thorough piece of work on a problem that maintains to be in the forefront of every ones attention.” Jury report Hanneke Steenbergen scriptieprijs 2016





Medische aansprakelijkheidMedische aansprakelijkheid
S. Heirman, E.C. Huijsmans & R. van den Munckhof (red.)

Het kenniscentrum Milieu en Gezondheid is een initiatief van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en de rechtbank Oost-Brabant. Doel van het kenniscentrum is om bij te dragen aan de kwaliteitsverbetering van de rechterlijke oordeelsvorming op het vlak van milieu en gezondheid. Door het verzamelen, beheren en delen van kennis over de strafrechtelijke, civielrechtelijke en bestuursrechtelijke aspecten hiervan, ondersteunt het kenniscentrum rechters en juridisch medewerkers in het hele land op dit vlak. Eén van de werkzaamheden van het kenniscentrum is het organiseren van themadagen voor de leden van de zittende magistratuur en de juridische ondersteuning van alle gerechten. Op deze themadagen wordt steeds een onderwerp op het gebied van milieu en gezondheid nader belicht. Op vrijdag 8 april 2016 organiseerde het kenniscentrum een themadag over het onderwerp medische aansprakelijkheid, in samenwerking met het Studiecentrum Rechtspleging (SSR). In dit kennisdocument zijn bijdragen van een aantal sprekers en deelnemers van die themadag gebundeld. De auteurs in deze bundel:                  Prof. dr. R.J. van der Gaag Prof. mr. A.C. Hendriks Prof. mr. dr. A.R. Mackor Prof. mr J. Legemaate Mr. dr. R.P. Wijne Mr. P.M.J. Eken-de Vos Mr. P.J. van Eekeren Mr. drs. E.C. Huijsmans Mr. R. van den Munckhof





Recht en armoedeRecht en armoede
Sarah van Kampen & Michael Milo (eds.)

Recht en armoede – in een zestal bijdragen wordt de verhouding tussen beide vanuit verschillende juridische disciplines geadresseerd. Armoede als blijvend actueel maatschappelijk onderwerp raakt allen, die het recht beoefenen in praktijk en in theorie, in wetgeving, rechtspraak en in het rechtsgeleerd onderzoek. Law and poverty - relations between both domains are explored in six contributions (two English), from various legal perspectives in the Dutch and South African jurisdiction. The theme is of continuing importance and calls upon lawyers - judges, legislators and professors alike.





KoorddansenKoorddansen
Theo W.A. de Wit, Reijer J. de Vries & Niels den Toom (eds.)

In deze bundel ‘Koorddansen’ is er aandacht voor de spannende en complexe opgave om het evenwicht te bewaren in centrale kwesties van morele aard, de thematisering en agendering ervan en de omgang ermee binnen justitiële inrichtingen. Deze artikelen zijn tot stand gekomen rondom en naar aanleiding van de studiedagen in 2016 van de protestantse en rooms-katholieke geestelijk verzorgers bij justitie. De protestantse studiedagen hadden als thema ‘Goed spreken over het kwaad’. De rooms-katholieke studiedagen waren georganiseerd rondom ‘ethiek en ethische dilemma’s in justitiële inrichtingen’. Omdat geestelijk verzorgers bij justitie veel met kwaad te maken krijgen, is de vraag hoe je daar nu goed over spreekt. Smedema biedt hierin een systematisch theologische bijdrage, waarbij hij begint vanuit een goed spreken over God. Psychoanalyticus en predikant Bodisco Massink verbindt het spreken over kwaad met inzichten vanuit de psychotherapie. Ethiek speelt op verschillende manieren binnen justitiële inrichtingen. Ethicus Paul van Tongeren heeft een twintigtal casus bestudeerd van geestelijk verzorgers bij justitie en refl ecteert hierop. Hij biedt tevens een vier verschillende typen ethische theorie die de geestelijk verzorger verrijkt in zijn perspectieven op het goede. Den Toom maakt vervolgens een structurele vergelijking tussen geestelijke verzorging bij de zorg en justitie met het oog op het vervullen van de rol van ethicus. Filosoof Theo de Wit verruimt de blik door een recente Duitse bundel over ethiek bij de straftenuitvoerlegging in de Bondsrepubliek te bespreken. Tot slot is er ook een theologisch spreken over ethiek, zoals Van der Kamp en De Vries laten zien in hun bijdrage over schuld binnen het justitiepastoraat. De bundel bevat verder enkele bijdragen die buiten het thema van de aandacht voor ethiek en ethisch beraad vallen. Van der Korst geeft een aanzet tot een gendertheoretische benadering van het justitiepastoraat, die nu nog ontbreekt. De bundel wordt afgesloten met pastoraal-theologische bijdrage van Reijer de Vries. Hij betoogt dat het herstelgerichte pastoraat met het oog op het doel van maatschappelijk herstel een pastoraal model nodig heeft waarin de diaconaalprofetische dimensie theoretisch is verdisconteerd. Hiertoe biedt Bonhoeffers bipolaire pastorale model een uitdaging. Deze bundel is een uitgave van het Centrum voor Justitiepastoraat (CJP). Het CJP is een samenwerking tussen de Protestantste Theologische Universiteit en deUniversiteit van Tilburg. Ze verricht wetenschappelijk onderzoek en biedt verderonderwijs op het terrein van het justitiepastoraat.





Ad FundumAd Fundum
C.L. van Blom & E.J.M.F.C. Broers (eds.)

On 12 and 13 December 2013, the Department of Public Law, Jurisprudence and Legal History at Tilburg Law School convened an international conference on legal history in honour of Dr. Olga Tellegen-Couperus, who in August of that year had formally retired from Tilburg University after 36 years. Colleagues and friends came from the Netherlands and from all over Europe to celebrate their years of professional exchange and comradeship with Olga. During two enthralling days, those who had known Olga for years and had developed long standing friendships with her mingled with other participants, including Olga’s PhD students. The different topics discussed mirrored Olga’s broad interests in proper legal history, Roman law, rhetoric and Common Law. All possible intertwining relations between those legal disciplines were brought forward in sound scholarly presentations, discourses and humorous talks. All participants took pleasure in sharing their academic research, engaging in debate and enjoying each other’s company. At the close of the conference, the plan was devised to capture the good atmosphere of the gathering in a booklet. After some preparation, we are now proud to present Ad Fundum, a liber amicorum for our beloved and highly respected colleague, Olga Tellegen-Couperus. The title of this festschrift is a true reflection of the thorough and enthusiastic way in which Olga committed herself to her academic career.





Verplichte (na)zorg voor kwetsbare jongvolwassenen?Verplichte (na)zorg voor kwetsbare jongvolwassenen?
M.R. Bruning, T. Liefaard, M.M.C. Limbeek & B.T.M. Bahlmann

Jaarlijks verlaten naar schatting enkele honderden kwetsbare jongvolwassenen de kinderbescherming. In de praktijk bestaan zorgen om deze jongvolwassenen die na afloop van een kinderbeschermingsmaatregel over onvoldoende capaciteiten beschikken om geheel zelfstandig te functioneren in de maatschappij. In dit boek staat centraal hoe het bestaande juridische instrumentarium voor (gedwongen) hulp aan kwetsbare jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar eruit ziet en in hoeverre het mogelijkheden biedt om kwetsbare jongvolwassenen uit de kinderbescherming te blijven begeleiden of behandelen na het bereiken van de meerderjarigheid. Tevens verschaft dit boek een antwoord op de vraag of dit juridisch instrumentarium en de toepassing daarvan in de praktijk aanleiding geeft tot voorstellen tot aanpassing en zo ja, tot welke.   Het boek is relevant voor beleidsmakers en professionals werkzaam met jongeren en jongvolwassenen in en rondom de jeugdhulp, alsmede voor wetenschappers en studenten op het terrein van jeugd(gezondheids)recht, jeugdbescherming en jeugdhulp en het ter rein van mensenrechten in relatie tot gedwongen hulp.   Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder de verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk onderzoek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Het onderzoek werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma’s ‘Coherent Privaatrecht’ en ‘Effective Protection of Fundamental Rights in a Pluralist World’.





 Digital Evidence Changing the Paradigm of Human Rights Protection Digital Evidence Changing the Paradigm of Human Rights Protection
Salvatore di Cerbo

In a “digital world” like ours, vast Information and Communication Technology (ICT)
infrastructures are highways where run extensive flows of information, dictating the
rhythm of our day-to-day lives. Such a deep influence, close to be an addiction for us, turns
ICT an unquestioned feature of modern life. These premises well portrait the landscape in which the diverse spectrum of actors
committed to promote, defend and restore the human rights operate. Therefore, the risk is
to mistake the means with the ends; but, even if the subject of this work, Digital Evidence,
is technology-related, the purpose of the study is the goal to which it tends: human rights
and their protection. Moreover, the wide diffusion of “capturing devices” that allow the documentation of human
rights abuses throughout massive streams of data from diverse sources will raise new
needs: in primis a careful collection and interpretation of the most relevant ones, and then
the establishment of mechanisms to ensure the validity and reliability of newly acquired
information. The whole chain that connects all the required steps in order to turn digital data into
“digital legal evidence” relevant for the protection of human rights, represents a challenge
for human rights practitioners, as individual activists, as well as organizations. Every single
step is fundamental: collection, management, preservation, analysis and security of data,
along with an effective communication and strategic use of evidence. Twitter tweets, Facebook and Blogs posts, Instagram photos and Youtube videos, even
when considered too weak for a conviction to be founded on, can play an important
role outside of a courtroom, establishing the grounds for prosecution indictments or, in
general, creating awareness of human rights abuses. Consequently, new forms of human rights activism, like the so-called “hashtag activism”,
pass through social media and have the power to generate a real change at both legal and
awareness level. The risk to be avoided is to mortify this power using social media as a
shortcut to be politically active or socially trendy making a mere “clictivism”. Hence, the core of this work revolves around the pivotal question of legal sufficiency of
the digital means employed in recording human rights abuses and the consolidation of
standards and procedures regulating the admissibility of collected evidence in the court of
law. The purpose is to provide an answer from a tri-folded point of view. The U.S. legal system leads in the regulation of the requirements for digital evidence to be
admitted at trial; nonetheless, also International courts like ICC, ICTY and ICTR follow
rules and procedure for that purpose, based on authenticity, protection of privacy, chain
of possession and reliability of the electronic evidence. At the European level, instead, the
lack of a common legislation relevant to the admissibility of d-evidence at trial required a
comparative study of the respective provisions contained in many Europeans countries’
procedural law. For these three levels a special attention is reserved to the analysis
of the lifecycle of digital evidence, from the creation and use of digital digital human
rights documentation for immediate purpose to its later admission as evidence in legal
proceedings, as well as to the authentication issue. At the last stage a collection of the most relevant case law form the principal U.S. courts
and International courts is provided.





Background to the crisis in Syria and perspectives on human rights & humanitarian law violationsBackground to the crisis in Syria and perspectives on human rights & humanitarian law violations
Yana Ballod

Since the beginning of the crisis in Syria, in mid-March 2011, the context in which it is regarded has been constantly changing. Four years later, the escalating violent armed conflict, fired from the “Arab Spring” movement has led to the rise of terrorist groups and a huge wave of refugees fleeing from the country. The present publication addresses the developments before 2011, as well as between mid-March 2011 and July 2015. It provides the factual background to the crisis and its analysis within the scope of humanitarian and human rights law. This volume is useful for understanding the roots of the crisis and its circumstances before summer 2015. A detailed research on what has happened and is happening in Syria brings up numerous unsolved issues within the international community. International law provides several possibilities for conflict resolution and stabilising crises: timely and effective response of international community represented by United Nations and its agencies, in particular United Nations Security Council; enforcement of the responsibility to protect; imposing sanctions; bringing to international justice and internationally addressing elements of the crisis, e. g. terrorism. However, with the involvement of different international actors, the implementation of international law depends on the particular behaviour of each of them. This way even erga omnes norms become voluntary. In the case of Syria, the application of international law instruments has been accompanied by hesitation. Cross-regional, regional and internal tensions prevented international community from shaping a coherent and decisive response to mass atrocities taking place in Syria. Thus, this research questions the existing system of leverages and sets an ambitious goal of finding out how to change it.





Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand 2015Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand 2015
S.L. Peters, M. van Gammeren-Zoeteweij & L. Combrink-Kuiters

Toegang tot het recht is een belangrijke pijler voor een goed functionerende rechtstaat. De Raad voor Rechtsbijstand maakt zich sterk voor het belang van burgers als zij tegen juridische problemen aanlopen. Dat doet de Raad op basis van de Wet op de Rechtsbijstand. De Raad wijst rechtzoekenden de weg, bevordert een goede toegang tot het recht en stimuleert goede kwaliteit van de rechtsbijstand. Ook fungeert de Raad als kenniscentrum op het gebied van de gesubsidieerde rechtsbijstand. Hierbij is de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand (MGR) een belangrijk instrument. Elk jaar publiceert de Raad voor Rechtsbijstand deze monitor om te beschrijven hoe de toegang tot, de vraag naar en het aanbod van gesubsidieerde rechtsbijstand zich ontwikkelen. Door periodiek op een uniforme wijze informatie te verzamelen over een beperkt aantal indicatoren wordt inzicht geboden in trends door de jaren heen. Om tevens inzicht te bieden in de effecten van specifieke beleids-of wetswijzigingen wordt ook verslag gedaan van aanvullende onderzoeken.





Solving StatelessnessSolving Statelessness
Laura Van Waas & Melanie Khanna (eds)

Interest in statelessness has been steadily increasing since the late 1990s – within academia, among governments, at the UN and among civil society organisations. Research projects, mapping studies and doctrinal discussions have helped to clarify the challenges faced and our understanding of what is at stake. This has led to a fresh sense of purpose in addressing the issue and there is now a growing international movement engaged in finding solutions, spurred on by the UNHCR-led #IBelong Campaign to End Statelessness by 2024. Making meaningful progress towards this goal demands a new and more ambitious approach, one that moves beyond stocktaking to inspire solutions. As Volker Türk outlines in his introduction to this ground-breaking publication: “The global debates have moved beyond the need to explain the problem and its causes and consequences. The time has come to accelerate the momentum to implement durable solutions effectively.” The essays which have been collected in this edited volume all approach statelessness from a solutions perspective, looking at what is being done, and what more can be done, to address the issue. The first part of the book has a thematic focus, exploring perspectives, tools and techniques for solving statelessness which are relevant across different countries and regions. Chapters in the second part each have a regional focus, exploring region-specific challenges, developments and innovations set against the backdrop of the broader context of a global campaign to solve statelessness. With contributions from both scholars and practitioners, the book is likely to be of interest to anyone engaged in studying or implementing solutions for statelessness, including researchers, government policy-makers, staff of international or regional inter-governmental bodies and UN agencies, grass-roots and international civil society organisations, legal practitioners and advanced-level students.





Civis europaeus sum?Civis europaeus sum?
Guayasén Marrero González

Civis europaeus sum? Am I a citizen of the Union? This question, which is the cornerstone of this thesis, is also the question that people affected by an eventual State succession within an EU Member State need an answer to. The link between the nationality of an EU Member State and citizenship of the Union is, as it stands now, unbreakable. One cannot claim the enjoyment of the latter without holding the nationality of an EU Member State. Thus, those who, due to the operation of the State succession and the rules enacted in that context regarding nationality, lose the nationality of the predecessor-EU Member State cannot invoke “civis europaeus sum”. From the outset, individuals who lose the nationality of an EU Member State would lose EU citizenship and the rights attached to it. However, whilst EU citizenship is still not autonomous from Member State nationality, certain rights associated to the residence in both the potential newly independent States and the EU Member States can be frozen as an interim solution until such times as the former has completed the EU accession process.





Stelselherzieningen Stelselherzieningen
mr. S.S. Zoeteman

Met preadviezen van: mr. J.H. Meijer, mr. H.A. Oldenziel en mr. H.W. de Vos (allen ministerie van Infrastructuur en Milieu), mr. M.M. den Boer, mr. J.A. Janssen, mr. Y.L. Lont, mr. R. Buitenhuis, mr. M.J.P.C. Zeegers, mr. E. van Schooneveld en mr. M.T. Veldhuizen (allen ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en mr. R. Bekker





Sociale MarkteconomieSociale Markteconomie
R. Slegers

Het begrip sociale markteconomie is in 1946 door Alfred Müller-Armack geïntroduceerd en heeft zijn beslag gekregen in artikel 3 lid 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie dat in 2009 in werking is getreden. Op grond van het artikel dient een sociale markteconomie mede de basis te vormen voor de duurzame ontwikkeling van Europa.  Dit onderzoek beantwoordt de vraag in hoeverre het concept sociale markteconomie als ordeningsprincipe (nog) een toekomst heeft in de Europese praktijk. Om tot de beantwoording van deze vraag te kunnen komen wordt allereerst uitgebreid stilgestaan bij het begrip socialemarkteconomie zelf en wordt het daaronder liggende concept  verduidelijkt. Vervolgens wordt bekeken op welke wijze het begrip zijn beslag in het Verdrag heeft gekregen, hoe het aldaar is ingebed en in hoeverre het vanuit en door de diverse Europese instellingen wordt gebezigd. Daarnaast is op exploratieve wijze geïnventariseerd hoe binnen het Europese discours over het begrip, het onderliggende concept sociale markteconomie en haar mogelijkheden in de Europese praktijk wordt gedacht.  Ria Slegers is sinds 2002 verbonden aan de Open Universiteit en vanaf 2010 werkzaam als docent/onderzoeker bij de vakgroep Strafrecht, Internationaal en Europees Recht van de faculteit Cultuur- en Rechtswetenschappen.





Crimmigration law in the European Union (Part 2)Crimmigration law in the European Union (Part 2)
A. Pahladsingh

In the European Union the Return Directive aims at establishing common standards and procedures to be applied in Member States for returning illegally staying third-country nationals (Article 1).  In part 2 of the serie on crimmigration in the EU this research is focusing on 2 other instruments of the Return Directive: the return decision and the detention.
As defined in Article 3 (4) a return decision “means an administrative or judicial decision or act, stating or declaring the stay of a thirdcountry national to be illegal and imposing or stating an obligation to return.” According to Article 6 of the Return Directive Member States are obliged to issue a return decision to any third-country national staying illegally in their territory, unless an express derogation is foreseen by Union Law.
As studies have showed in some countries of nationality there is for the illegal third-country national, who is expelled by EU Member States, a risk of criminalization in the form of criminal sanctions such as fines and detention. This is the situation when these countries of nationality criminalize emigration. Forced to return immediately to their countries of departure or nationality, these “inadmissibles” never fully become immigrants. I label this as double crimmigrations. These failed migrants become at least suspect citizens and they risk a form of double crimmigration in their countries of departure or nationality as they risk to be penalized twice: firstly by their involuntary return and secondly by the instigation of ciminal proceedings against them in the country of nationality. Double crimmigration should become a topic in EU return policy and security policy in which the EU should also formulate solutions.





BLURRED LINESBLURRED LINES
D. McLean

We leven in een tijd waarin velen in het uitgaanscircuit blind varen op de uiterlijke schijn van de ander, en waarin vluchtige seksuele escapades lijken te zijn uitgegroeid tot het vaste sluitstuk van een leuk avondje stappen. In dit hedonistische klimaat, dat treffend het dynamische nachtleven van een metropool als Utrecht typeert, regeert de fantasie van degene die zich aan het spel der verleiding waagt. In dit spel, waarin de alcohol rijkelijk vloeit en verboden verdovende middelen eveneens niet worden geschuwd, begint grootspraak al gauw een eigen leven te leiden, en dreigt de reeds precaire balans tussen verleiding en misleiding dieper te worden ondergedompeld in het moeras van suggestie en dubbelzinnigheid. Het minder consensuele seksuele verkeer dat zulk bedrog kan bewerkstelligen, is in menig rechtsstelsel strafbaar gesteld.
In deze thesis staat de meer flagrante vorm van seksuele misleiding – het onder valse voorwendselen aanzetten van anderen tot het plegen of ondergaan van seksuele handelingen – centraal. Onderzocht wordt in hoeverre de praktische straffeloosheid hiervan te rijmen valt met de eerdergenoemde positieve verplichting tot een effectieve bestrijding van zedendelicten. Voorts wordt gekeken op wat voor wijzen de principes van een terughoudende toepassing van het strafrecht en de billijke etikettering van de gedraging der verdachte beperkingen stellen aan de reikwijdte van een eventuele strafbaarstelling van de seksuele misleiding. Bij het formuleren van zo’n strafbaarstelling wordt ter inspiratie onder meer gekeken naar de zedenwetgeving van Engeland en Wales, waar men al sinds jaar en dag strafrechtelijk optreedt tegende uitwassen van de seksuele misleiding. Beoogd wordt een oplossing voor het door mij gepercipieerde gat in de Nederlandse zedenwetgeving te vinden; een remedie die zowel recht doet aan de behoefte van de gemeenschap aan bestraffing van ernstige vormen van seksuele misleiding als rekening houdt met de aard van het strafrecht als laatste redmiddel ter bestrijding van maatschappelijke problemen.





For Justice and MercyFor Justice and Mercy
Ryan van Eijk, Gerard Loman, Theo W.A. de Wit (Eds.)

Publications on an international level and addressing prison chaplaincy from different (continental and disciplinary) angles are rare. Most publications regarding prison chaplaincy are monographies by theologians or prison chaplains, or books from (ex-)inmates witnessing their personal conversion. For Justice and Mercy offers international texts on the positioning of prison chaplaincy and examples from the praxis, as well as from several contexts and concepts. However, the focus is not exclusively on global perspectives. But the publication is certainly international for its contributors are academics or experienced prison chaplains from all continents who are offering their research and reflections from different scientific disciplines on aspects which are of interest for prison chaplaincy in general. Most articles are written from the catholic point of view. The reason is that the initiative for this publication was taken by the executive board of the International Commission of Catholic Pastoral Care (ICCPPC) to pay extra attention to its 65 years existence, and to the Year of Mercy.





From Policies against Poverty to the Human Right not to be PoorFrom Policies against Poverty to the Human Right not to be Poor
M. Papandreou

Poverty is a serious violation of human rights; this has been reiterated in numerous, national and international, documents and studies. The impact of poverty on the enjoyment of human rights has been explored extensively, and several commitments to eradicate poverty through promotion and protection of all human rights have been undertaken at a national, regional and international level.
There is however a question that has not been answered clearly and explicitly, and this is precisely the question that the author of this book attempts to answer, namely whether or not at this time it is possible to shift from the idea of poverty being a violation of various human rights to the idea of freedom from poverty being a distinct and separate new human right, which could simply be called “the right not to be poor”. The author examines whether or not those mainly responsible for dealing with poverty at a global and domestic level, namely international organisations and national states, have slowly but clearly moved from perceiving poverty as a violation of a number of rights to recognising a human right not to be poor. In this book the author illustrates how international organisations and national states very often decide on and implement policies, adopt legislation or create case law, based on a firm belief that people have the right to be protected against poverty. The author attempts to elucidate the nature of the right not to be poor and its possible sources and theoretical foundations, and shed light on several interesting aspects of its implementation at a national and international level. 





ZOEKEN IN COMPUTERS NAAR NEDERLANDS EN BELGISCH RECHTZOEKEN IN COMPUTERS NAAR NEDERLANDS EN BELGISCH RECHT
Bert-Jaap Koops, Charlotte Conings, Frank Verbruggen

Op het vlak van strafvorderlijk onderzoek in computers is veel in beweging. Het ICT-landschap is ingrijpend aan het veranderen, met mobiele computers en smartphones, en de cloud als opslagplaats van computergegevens. In Nederland is er het wetsvoorstel Computercriminaliteit III en de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. In België is een wetsontwerp aangekondigd om enkele IT-zoekingen concreter vorm te geven en van enkele ‘zware’ procedures een ‘lichtere versie’ te scheppen voor een Internetcontext. Er is eveneens een initiatief voor een nieuw Wetboek van Strafvordering dat geschikt zal moeten zijn voor de digitale, gemondialiseerde informatiemaatschappij.





Human Rights Obligations of Armed Non-State Actors in Non-International Armed ConflictsHuman Rights Obligations of Armed Non-State Actors in Non-International Armed Conflicts
N. Pushparajah

This book explores the human rights obligations of armed non-state actors in non-international armed conflicts from the existing sources. This book seriously challenges the Statecentric view of human rights by breaking the traditional perception of international human rights regime that applies only to State actors. This book shows the necessity in considering the capacity of de facto regimes of armed non-state actors to incur human rights obligations in order to protect individuals and groups, and regulate their daily lives in the control areas of these armed non-state actors. Further, this book proves the capacity of armed non-state actors for violating human rights as well as bearing human rights obligations in non-international armed conflicts. The degree of human rights obligations of armed non-state actors, especially regarding civil and political rights, as well as obligations towards some vulnerable groups, has been confirmed in this book. Nevertheless it is very difficult to impose human rights obligations on armed nonstate actors without relying on other international norms such as international humanitarian law and international criminal law in non-international armed conflicts since these bodies of law give more detailed provisions to regulate the specific issue. In addition, the success of the fulfilment of obligations in international norms by armed non-state actors mostly depends on their capacity, willingness and intentions, including the ideology of a specific group.







PAge : 1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19