Search :

Monitor Gesubsidieerde rechtsbijstand 2013
Monitor Gesubsidieerde rechtsbijstand 2013
L. Combrink-Kuiters, M. van Gammeren-Zoeteweij & S.L. Peters

Toegang tot het recht is een belangrijke pijler voor een goed functionerende rechtstaat. De Raad voor Rechtsbijstand maakt zich sterk voor het belang van burgers als zij tegen juridische problemen aanlopen. Dat doet de Raad op basis van de Wet op de Rechtsbijstand. De Raad wijst rechtzoekenden de weg, bevordert een goede toegang tot het recht en stimuleert goede kwaliteit van de rechtsbijstand. Ook fungeert de Raad als kenniscentrum op het gebied van de gesubsidieerde rechtsbijstand. Hierbij is de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand (MGR) een belangrijk instrument. Elk jaar publiceert de Raad voor Rechtsbijstand deze monitor om te beschrijven hoe de toegang tot, de vraag naar en het aanbod van gesubsidieerde rechtsbijstand zich ontwikkelen. Door periodiek op een uniforme wijze informatie te verzamelen over een beperkt aantal indicatoren wordt inzicht geboden in trends door de jaren heen. Om tevens inzicht te bieden in de effecten van specifieke beleids-of wetswijzigingen wordt ook verslag gedaan van aanvullende onderzoeken.




Monitor Wsnp 2013
Monitor Wsnp 2013
S.L. Peters & L. Combrink-Kuiters (RvR) en M. Vlemmings (CBS)

De Raad voor Rechtsbijstand heeft een aantal wettelijke taken in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Het Bureau Wsnp in ’s-Hertogenbosch is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze taken.

In augustus 2005 verscheen de eerste Wsnp-monitor. Dit jaarlijks uit te brengen instrument heeft als doel de effectiviteit van de Wsnp te monitoren.

Aan deze tiende meting van de Wsnp-monitor hebben zowel de Raad voor Rechtsbijstand als het Centraal Bureau voor de Statistiek een bijdrage geleverd. Deze meting vormt een actualisering van en een aanvulling op de in 2013 verschenen negende meting.

De Monitor Wsnp 2013 geeft een update van een vaste set gegevens over aanvraag, afwijzing, instroom, aanbod, doorstroom en uitkomsten en over de aantallen verzoeken dwangakkoord, moratorium en voorlopige voorziening en de uitspraken hierop. Daarnaast bevat deze meting een quick scan naar de oorzaken van de dalende instroom in de Wsnp.




Beyond borders
Beyond borders
Peter Neuteboom

At the beginning of a crisis management operation, the international community is often confronted with a poorly functioning or absent local police force. Within the chaos that reigns over the crisis area, an inadequate police force is a prelude to an explosive growth of crime and public order problems. The question then arises who could deal with these problems. In the absence of a local police force the only alternative at hand is that the military temporarily intervene as interim police, an activity that is not only beyond the primary tasks of the military but that is also likely to meet resistance of the troops. On the basis of relevant police literature, this thesis has investigated and analysed how the Royal Army of the Netherlands has contributed to improving public order and security during crisis management operations in Bosnia and Herzegovina, Kosovo and Iraq. The thesis draws the conclusion that, although the army did do interim policing during these missions, these tasks were only to a limited extent institutionalised in the organisational and operational concepts of the army. This means that the army to some extent ignore a reality typifying contemporary crisis management operations, namely that public order and security need to be restored quickly to ensure that the civilian reconstruction process can begin and be completed successfully.




Saving souls from above
Saving souls from above
Milan Brouwers

In the year 1903 the brothers Wright are believed to have performed the first official flight with an airplane. At first aviation was regarded to serve peaceful purposes, such as air transports. However, also its military capabilities were discovered and put into practice. Former state leaders such as Saddam Hussein and Muammar el-Qaddafi used aircraft to brutally deal with internal uprisings. Western military powers reacted to these atrocities by establishing and enforcing no-fly zones over the besieged territories. This book examines the concept of no-fly zone interventions under the Jus ad Bellum and Jus in Bello. The main research question is: what is the legal
basis for no-fly zone interventions and what are the main legal criteria for their enforcement?




Global Constitutional Law Collection - Volume 6
Global Constitutional Law Collection - Volume 6
R. van der Wolf (ed.)

In this multi-volume series we present the constitutions of the world. In full text, we aim to
provide the reader with a complete overview per region / continent, to make comparison of
constitutional documents easier.

The volumes published in October 2014 include all constitutions from the Asian continent.

This volume contains the following countries: Afghanistan, Bangladesh, Bhutan, Kyrgyzstan, Mongolia, Myanmar, Tajikistan, Thailand, Turkmenistan and Uzbekistan.




Global Constitutional Law Collection - Volume 11
Global Constitutional Law Collection - Volume 11
R. van der Wolf (ed.)

In this multi-volume series we present the constitutions of the world. In full text, we aim to
provide the reader with a complete overview per region / continent, to make comparison of
constitutional documents easier.

The volumes published in October 2014 include all constitutions from the Asian continent.

Volume 11 includes the following countries: Brunei, Cambodia, China, East Timor, Indonesia, Japan, North Korea, South Korea, Laos, Malaysia, Philippines, Singapore, Taiwain and Vietnam.




De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: inmiddels ook pensioengerechtigd en onvervangbaar
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: inmiddels ook pensioengerechtigd en onvervangbaar
Egbert Myjer





Lost in translation
Lost in translation
Theo W.A. de Wit, Reijer J. de Vries en Ryan van Eijk (Red.)

Biedt de ‘participatiesamenleving’ kansen voor (ex-)gedetineerden die een nieuw leven willen beginnen? En hoe kunnen de geestelijke verzorging bij justitie enerzijds en de nazorgorganisaties en (migranten)kerken anderzijds hieraan bijdragen? Deze vragen stonden centraal tijdens het eerste lustrumcongres van het Centrum voor Justitiepastoraat. De verschillende bijdragen aan dit congres zijn gepubliceerd in het eerste deel van deze lustrumbundel. Hiermee levert het Centrum een bijdrage aan het maatschappelijk debat over de
participatiesamenleving vanuit het oogpunt van de geestelijke verzorging.

Het tweede deel van de bundel geeft een beeld van een van de taken van het justitiepastoraat, namelijk de verzorging van de kerkdienst in justitiële inrichtingen. De deelname aan de (zondagse) vieringen vormt een belangrijke schakel tussen de zorg voor gedetineerden in de bajes en de nazorg door  geloofsgemeenschappen na detentie. De werelden binnen en buiten de muren verschillen sterk qua taal en cultuur. De terugkeer in de samenleving kan ervaren worden als Lost in Translation.

Het behoort tot de deskundigheid van de geestelijk verzorger om als tolk en gids de verschillende werelden van Bijbel en liturgie, van de gedetineerden en van de samenleving met elkaar in verbinding te brengen. Tegelijk weet de geestelijk verzorger uit eigen ervaring hoezeer de verschillen tussen deze werelden een
gevoel van vervreemding kunnen oproepen. De studiedagen 2014 voor de rooms-katholieke en de protestantse geestelijk verzorgers stonden in het teken van deskundigheid van de vertolking . Vanuit de kern van hun werk zijn geestelijk verzorgers aldus op verschillende manieren gericht op het bevorderen de
participatiemogelijkheden van de (ex-)gedetineerden.

€ 17.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Bestuurlijk gedonder (softcover)
Bestuurlijk gedonder (softcover)
Milo Schoenmaker

‘De raad is soms net een apenrots: elke fractie wil het hoogste woord’ (uit: de Volkskrant, 22-09-2011)
In het lokaal bestuur in Nederland komen regelmatig bestuurlijke  conflicten en bestuurscrises voor, waarbij burgemeesters, wethouders of hele colleges gedwongen moeten vertrekken. In sommige gemeenten gebeurt dat zelden, in andere gemeenten vaak. Zelfs zo vaak dat deze gemeenten bekend staan om de grote hoeveelheid bestuurlijke problemen die zich er voordoen of hebben voorgedaan. Hoeveel van dergelijke ‘bestuurlijke probleemgemeenten’ zijn er? En hoe komt het dat hier zo vaak bestuurlijke problemen opdoemen?

Milo Schoenmaker (burgemeester) deed onderzoek naar de oorzaken van de aanhoudende bestuurlijke problematiek in bestuurlijke probleemgemeenten. Hij onderzocht hoeveel gemeenten er zijn te kwalificeren als bestuurlijke probleemgemeente en verrichtte in vier van deze gemeenten veldonderzoek.


€ 32.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Bestraffing in Nederland en België (Softcover)
Bestraffing in Nederland en België (Softcover)
Marc Groenhuijsen, Tijs Kooijmans, Yves Van Den Berge

De grote straftoemetingsvrijheid die het de Nederlandse rechter mogelijk maakt om zoveel mogelijk ‘maatwerk’ te leveren, wordt van oudsher beschouwd als een belangrijk goed. Toch levert het strafrechtelijk systeem niet zelden uitkomsten op die moeilijk te begrijpen zijn. Het is daarom steeds de vraag hoe, ten minste, een consistente en systeemconforme straftoemeting kan worden gerealiseerd. Recent hebben verschillende wetten hun beslag gekregen via welke de wetgever de rechterlijke straftoemeting beoogt te sturen, met als belangrijkste gevolg dat zich een permanente spanning aftekent tussen de kaders die de wetgever in abstracto stelt voor de straftoemeting en de wijze waarop de strafrechter in concreto van de hem geboden straftoemetingsvrijheid gebruik maakt. Het belangrijkste doel van dit preadvies is om de systematische voordelen en nadelen van een grote discretionaire ruimte van de rechter ten aanzien van de straftoemeting in kaart te brengen en daarmee een begin van oplossingsrichtingen aan te reiken voor wetgevingsinitiatieven die de rechter beogen te sturen op het terrein van de straftoemeting.

De Belgische wetgeving kent de strafrechter een ruime discretionaire bevoegdheid toe in de toemeting van straffen. De wetgever huldigt daarbij het principe van de scheiding der machten als één van de belangrijkste rechtsbeginselen. Er bestaan geen officiële richtlijnen voor de straftoemeting, noch bepaalt het Strafwetboek strafdoelen. De straftoemetingsvrijheid heeft het voordeel dat de rechter zijn beslissing op concrete wijze kan individualiseren naar de aard, de ernst en de omstandigheden van de feiten en naar het gedrag en de persoonlijkheid van de dader. Deze vrijheid geldt zeker met betrekking tot de lichtere inbreuken op de strafwet gepleegd door personen met een gunstig strafverleden. Zij komen in aanmerking voor de alternatieven van de vrijheidsstraffen zoals de strafopschorting, het (probatie)uitstel en de werkstraf. Naarmate de rechter echter geconfronteerd wordt met ernstigere feiten, al dan niet gepleegd door recidivisten, verplicht de strafwet hem vaak tot het opleggen van zware vrijheidsstraffen. Vaak wordt uit het oog verloren dat ook de regels van de strafuitvoering precies voor die zware straffen (straftotaal boven de drie jaar) en zeker voor de recidive een strengere toepassing krijgen. Dit leidt vaak tot een effectieve bestraffing met dubbele werking. Voor bepaalde veroordelingen voerde de wetgever bovendien in 2012 een nieuwe bijkomende straf in: de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank. Deze zogenaamd bijkomende straf draagt alle kenmerken in zich van een lange vrijheidsberovende hoofdstraf. De gangbare mening bij de publieke opinie, bij de politieke overheid en zelfs bij de strafrechtspractici dat er in België een klimaat heerst van milde bestraffing, berust zeker voor de zware criminaliteit op misverstanden gevoed door een gebrek aan kennis van de regels van de bestraffing zowel op het vlak van de straftoemeting als van de strafuitvoering. Dit preadvies tracht daaraan tegemoet te komen.  

€ 15.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



International Statelessness Law
International Statelessness Law
Institute on Statelessness and Inclusion

International Statelessness Law is a pocket-sized compilation of the key international legal texts pertaining to nationality and statelessness. The international law on statelessness is fundamentally a set of principles aimed at protecting people from arbitrariness, discrimination and resultant denial or loss of nationality, and facilitating human rights protection for those who have no nationality. Thus, there is a significant overlap between the field of statelessness and those of human rights,
refugee and public law. In fact, many of the strongest protections against statelessness and for stateless persons are found in human rights instruments. Extracts of these instruments which specifically relate to the right to a nationality and the avoidance of statelessness are included in this compilation, but please remember that in fact all human rights are to be enjoyed by everyone, regardless of nationality or statelessness. As the Universal Declaration of Human Rights clearly affirms, “all human beings are born free and equal in dignity and rights”.

The contents of this book represent the core standards of international law on statelessness. When reading it, please be mindful that they have been fleshed out by authoritative bodies, giving context and direction to principle. In particular, please refer UNHCR’s Handbook on Protection of Stateless Persons, and Guidelines on Statelessness No. 4, in relation to the 1954 and 1961 Conventions respectively; relevant General Comments and Recommendations of UN Human Rights Treaty
Bodies in relation to statelessness and human rights law; resolutions of UN the General Assembly and of the Human Rights Council; and the jurisprudence of international, regional and national courts and committees which have interpreted these instruments.

This publication is intended as a companion to all people interested in statelessness and the international legal tools to address it, from expert lawyers to students new to the issue. It is meant to be highlighted, tabbed and scribbled upon. While designed to fit in your pocket or handbag, it can also adapt to a more sedentary existence on a bookshelf.




Ad Fontes
Ad Fontes
E.J.M.F.C. Broers en R.M.H. Kubben (red.)

Op vrijdag 12 september 2014 nam Trix van Erp-Jacobs afscheid van de Tilburg Law School, ditmaal als hoogleraar Oud-Vaderlands Recht, nadat zij in 2012 reeds haar werkzaamheden als universitair hoofddocent bij de sectie rechtsgeschiedenis van het departement Publiekrecht, Encyclopedie en Rechtsgeschiedenis had beëindigd. Heel haar werkzame leven is Trix verbonden geweest aan de instelling die zij heeft gekend als Katholieke Hogeschool Tilburg, Katholieke Universiteit Brabant,
Universiteit van Tilburg en ten slotte Tilburg University. In haar onderwijs heeft zij met enthousiasme en vakvrouwschap de geschiedenis van het recht uitgelegd aan talloze generaties studenten, en heeft zij hen onderwezen in onder meer de geschiedenis van het strafrecht, van het staats- en bestuursrecht en van het belastingrecht. Aan deze en andere terreinen van de rechtsgeschiedenis heeft zij ook menige publicatie gewijd, waarbij zij niet zelden een uitvoerig onderzoek van archivalische bronnen tot uitgangspunt heeft genomen.

De veelzijdigheid van de werkzaamheden en interesses van Trix van Erp-Jacobs wordt ook weerspiegeld in deze bundel die haar bij haar afscheid werd aangeboden, waaraan een groot aantal
collega’s en ex-collega’s uit binnen- en buitenland, beoefenaars en liefhebbers van de rechtsgeschiedenis, een bijdrage hebben geleverd. De onderwerpen lopen uiteen van strafrecht tot volkenrecht, van rechtspraak tot rechtsdogmatiek, van middeleeuwse literatuur tot common law. Net als Trix gingen veel auteurs daarbij terug naar de bronnen van het recht. Ad fontes!

€ 29.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Het Openbaar Ministerie verandert
Het Openbaar Ministerie verandert
M.E. de Meijer, J.B.H.M. Simmelink, D. Van Daele

In de tweede helft van de jaren negentig van de twintigste eeuw werd duidelijk dat de Belgische strafrechtsbedeling te kampen had met een legitimiteitscrisis. Gezien de centrale positie die het in de strafrechtsbedeling inneemt, wekt het geen verwondering dat het openbaar ministerie in bijzondere mate werd getroffen door deze crisis. Die vaststelling vormt de basis voor twee decennia (geplande) hervormingen die niet alleen betrekking hebben op de interne organisatie en het functioneren van de onderscheiden geledingen van het openbaar ministerie, maar ook op de beleidsmatige en beheersmatige verhouding tussen dit orgaan en de minister van Justitie. Tevens werd de mogelijkheid voor het openbaar ministerie om strafzaken via een minnelijke schikking af te handelen drastisch uitgebreid. In dit preadvies worden deze hervormingen grondig geanalyseerd. Hierbij wordt ook uitdrukkelijk aandacht besteed aan aspecten die tot nog toe in het hervormingsproces niet of nauwelijks aan de orde waren, zoals de afhandeling van strafzaken op het niveau van de politie, de verhouding tussen het openbaar ministerie en de onderzoeksrechter en de vraag in welke mate de vervolgingsbeslissing vatbaar dient te zijn voor een rechterlijke toetsing.

Voor het OM zijn veranderingsprocessen geen vreemd verschijnsel. De ontwikkelingen die samenhangen met de herziening van de gerechtelijke kaart zijn nog niet volledig verwerkt, of nieuwe reorganisaties dienen zich aan. De overkoepelende kaders hiervoor zijn thans het ‘programma versterking prestaties strafrechtsketen’ en ‘OM2020’. Met het eerstgenoemde programma moet het functioneren van de gehele strafrechtspleging worden versneld en versterkt. De ZSM-werkwijze en de buitengerechtelijke afdoening van strafzaken door middel van een strafbeschikking zijn voor het OM de belangrijkste instrumenten waarmee de beoogde versnelling moet worden bereikt. In het beleidsplan ‘OM2020’ zijn de contouren geschetst voor de toekomstige organisatie van het OM. In het verband van ‘werkomgevingen’ zullen de verschillende categorieën strafbare feiten binnen het OM worden afgedaan. In dit preadvies staan de actuele ontwikkelingen ten aanzien van de organisatie en de taken van het OM centraal.

€ 39.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Anticipating Criminal Behaviour
Anticipating Criminal Behaviour
Peter A.M.G. de Kock

In the first decade of this century, the focus of law-enforcement agencies has shifted from prosecuting crime to anticipating crime. This approach emphasises the discovery of narratives in crime-related data. However, while narratives are at the mainstay of entertainment, law, and politics, a scientific method by which narratives can be created -and subsequently be used to anticipate criminal behaviour-, still has to be established.

In the creative industry, a narrative is generated by a scenario. A scenario describes the interactions between the characters, and includes information about behaviour, goals, motivations, modi operandi, and resistances that have to be overcome. Furthermore, a creative scenario is composed by a limited number of scenario components.

In this book a new and innovative scenario model is designed by which narratives in data can be detected. It introduces the ESC12, the twelve Elementary Scenario Components by which every conceivable narrative can be created. Moreover, the book introduces the ESC12 scenario model, a model that may support lawenforcement agencies to effectively anticipate criminal behaviour.

Peter A. de Kock graduated as filmmaker from the Film Academy of the Amsterdam School of the Arts in 1994, and has travelled all over the world as a professional photographer, cameraman, and film-director. In 2009, after receiving a Master degree in Criminal Investigation, he was offered a position as team leader of a covert section of the Royal and Diplomatic Protection Service, where he introduced creative scenarios to anticipate (terrorist) attacks. The operational results of his team were thought provoking and De Kock was invited to demonstrate his method of operation to prominent members of Dutch Parliament and the Ministry of Security and Justice. Following one of these presentations, he was offered the opportunity to pursue the use of scenarios to anticipate crime, as an external Ph.D. student at Tilburg University. This book is the result of that study.




Neither Justice nor Order
Neither Justice nor Order
Frans A.M. Alting von Geusau

This is the fifth and last volume in the series “Footprints of the Twentieth Century”, a
critical assessment of the state of the law of nations. In the twenty first century the world
needs true global law anchored in the dignity of the human person rather than weak
international law built on the interests of major sovereign states. One hundred years
after the outbreak of the Great or First World War in 1914 and twenty five years after
the peaceful end of the Cold War in 1989, little appears to have been learnt – from the
scale of disasters that befell the world between the assassination in Sarajevo in 1914
and the annexation of Sebastopol in 2014.

The failure to learn from history largely comes from various ideologies of progress,
enlightenment ideology in particular. The birth of modern international law, assumed
to have taken place in 1648, was no moment of progress, nor was the Congress of
Vienna in 1815. The peace of Westphalia reduced the law of nations to interstate
law. Vienna legitimized the concept of demarcated linear boundaries. Decisions on
war and peace needed no deeper justification than raison d’état as stated by the
sovereign. Law-making was reserved to a few major powers. The so-called principle
of the balance of power concealed policies of aggrandizement and domination. The
leaders of all five major powers in Europe are to be held responsible for the outbreak
of war in 1914. The entry into force of the Statute of the International Criminal Court in
2002, might be a first step towards international criminal justice for all and not just for
the losers.

Nicknamed the ‘international community’ major sovereign powers offer a dismal
record on dealing with such issues as human rights, the use of force, the abolition
of nuclear weapons and peace in the Middle-East. Human right policies are still to
be oriented to the common good, as understood in the Universal Declaration, rather
than to blaming other countries. Nuclear weapons can be abolished only by good
example. Peace in the Middle-East cannot be found on the dead end road of a twostate
solution.

Throughout the book one finds lightening examples of persons who by their courage
and dedication could and did make the difference. Among them are Henri Dunant,
Ruth Klüger, Andrei Sacharov, Nelson Mandela and Pope John-Paul II. Justice and
order need a transition from international law to global law to be realized.




De invloed van de media op het confrontatievereiste
De invloed van de media op het confrontatievereiste
Reinout Berend Schiphuis

Het bereik van media is toegenomen en eenmaal gepubliceerde berichtgeving laat zich niet zonder meer verwijderen of herroepen. De kans dat iemand via media met een calamiteit wordt geconfronteerd neemt derhalve toe. Deze confrontatie zou als schokkend kunnen worden ervaren en mogelijk leiden tot psychisch letsel. Slachtoffers zouden in een dergelijk geval een beroep willen doen op het aansprakelijkheidsrecht.

Welke mogelijkheden biedt het recht hen? In dit boek wordt aan de hand van rechtsvergelijkend onderzoek antwoord gegeven op deze vraag. Dit boek is daarmee geschikt voor de direct betrokkenen bij het aansprakelijkheidsrecht – slachtoffers, advocaten en rechters – en voor studenten en wetenschappers die geïnteresseerd zijn in hoe het aansprakelijkheidsrecht omgaat met een veranderende wereld.

€ 9.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Integriteit in politiek en bestuur
Integriteit in politiek en bestuur


Deze bundel bevat de bijdragen aan de Staatsrechtconferentie 2013, die werd georganiseerd door de afdeling Staats- en bestuursrecht van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Het thema van de conferentie, integriteit in politiek en bestuur, staat de laatste jaren volop in de belangstelling. Niet zelden vormen specifieke incidenten - soms niet meer dan vermoedens of geruchten die in de media veelal breed worden uitgemeten - daarvoor de aanleiding. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het declaratiegedrag van bestuurders, de hoogte van hun inkomens en hun nevenfuncties, maar ook om belangenverstrengeling bij gemeenteraadsleden en corruptie binnen het ambtelijk apparaat.

De groeiende aandacht voor integriteitsschendingen bij politieke en bestuurlijke ambtsdragers heeft inmiddels geleid tot een hausse aan integriteitscodes en -richtlijnen, die erop gericht zijn inzichtelijk te maken wat integer gedrag is en hoe niet-integer gedrag binnen een bepaalde overheidsorganisatie kan worden voorkomen. Het lijkt er dan ook op dat het thema integriteit de laatste jaren bezig is te juridiseren. Vergeleken met bijvoorbeeld de bestuurskunde en de politieke wetenschappen, waar integriteit al geruime tijd een belangrijk onderzoeksthema vormt, is de aandacht voor dit onderwerp binnen de rechtswetenschap echter nog relatief beperkt en tamelijk fragmentarisch van aard. Centraal tijdens deze Staatsrechtconferentie stond dan ook de vraag welke rol het recht speelt of zou moeten spelen in integriteitskwesties - een vraag die overigens niet alleen vanuit juridisch perspectief te beantwoorden is. Welke belangen kunnen in besluitvormingsprocessen een rol spelen en hoe moet deze belangenbehartiging organisatorisch worden gewaarborgd? Moet integriteit eerst en vooral worden benaderd als een bestuurlijk of moreel vraagstuk - een kwestie van fatsoen of goede taakvervulling - of is er behoefte aan (meer) dwingende kaders en procedureregels? Hoe kan integriteit worden genormeerd? En welke rol spelen actoren als de media in het aan de kaak stellen van integriteitskwesties?

De verschillende preadviezen in deze bundel trachten vanuit verschillende invalshoeken een bijdrage te leveren aan de gedachtenvorming omtrent de juridische betekenis van integriteit in politiek en bestuur.

€ 30.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De jongste ontwikkelingen van het kiesrecht in het Koninkrijk der Nederlanden in historisch perspectief
De jongste ontwikkelingen van het kiesrecht in het Koninkrijk der Nederlanden in historisch perspectief
Mariëtte D.C. van der Tol

De recente herstructurering van het Koninkrijk der Nederlanden is wellicht een constitutioneel wapenfeit, niettemin blijven er indringende vragen bestaan rondom kiesrecht en burgerschap. Zowel de constructie van autonome landen als van bijzonder openbare lichamen laat toe dat onderscheid wordt gemaakt tussen Nederlanders binnen het Koninkrijk en tussen niet-Nederlandse ingezetenen van het Koninkrijk.

Dit boek schetst de constitutionele tegenstellingen die schuil gaan achter de discussie rondom het kiesrecht in het Koninkrijk. Tevens zoekt het verdieping in de historische ontwikkeling van burgerschap en kiesrecht sinds de afschaffing van de slavernij. Schrijnend is met name, dat inwoners van de West tot nog toe geen volledig kiesrecht hebben gekregen zoals dat past bij burgerschap in het Koninkrijk. In de loop van de twintigste eeuw zijn allerlei ingewikkelde juridische constructies in het leven geroepen die dit beeld – bedoeld of onbedoeld – bevestigen. Er wordt aandacht besteed aan de huidige stand van zaken, waarna op grond van een aantal constitutionele uitgangspunten suggesties volgen hoe (meer) recht kan worden gedaan aan alle staatsburgers en inwoners van het Koninkrijk en hun democratische rechten.

€ 16.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Unlicensed Capitalism, Greek Style
Unlicensed Capitalism, Greek Style
Georgios A. Antonopoulos & Georgios Papanicolaou

Manifestations of what mainstream criminology currently identifies as ‘organised crime’ have long existed in Greece and in some respects exhibit deep roots in the country’s economic and cultural history. The term as such, ‘organised crime’, was only brought to currency in the 1990s by the media in the country. Curiously this was not a development preceded or followed by extensive and reliable research. From a criminological viewpoint, very little is known on ‘organised crime’ in Greece either in general or on specific types of ‘organised crime’. As case studies and official accounts are few and far apart, the widespread use of the term in public debates bears more the unmistakable marks of truthiness than factuality. The purpose of this book, which comprises a number of previously published case studies, is precisely to challenge the taken-for-granted, mainstream accounts featuring a certain exceptionalist notion of ‘organised crime’; that ‘organised crime’ is invariably associated with certain groups and milieus, a dark and obscure underworld radically separated from an orderly and lawful upperworld. The five case studies included in this book directly challenge this view across a range of illegal markets: the cigarette black market, the car theft and trafficking business, the Ecstasy market, human smuggling and trafficking, and the counterfeit CD/DVD market. The concluding chapter provides a synthesis of the empirical evidence presented and attempts to connect research findings with a series of questions of both theory and policy.




Neerlands Koopvaardij onder Vuur
Neerlands Koopvaardij onder Vuur
P.S.M. Rademakers

Neerlands rechtsfilosoof Hugo de Groot tekende het in de zeventiende eeuw al op: Involge het volkenrecht heeft eenieder de macht om vrij handel te kunnen drijven. Komt dit ook de hedendaagse Nederlandse koopvaarder toe? Hebben Nederlandse handelsschepen het recht om zich te beschermen, of staan zij machteloos wanneer een piraat met een raketwerper aanvalt?

Hoewel de Staat der Nederlanden al enkele jaren groepen mariniers aan boord van zijn koopvaardijschepen inzet, middels zogenaamde Vessel Protection Detachements, vinden reders de teams te duur, te groot in omvang en niet flexibel genoeg om ze op ieder schip in te zetten. Maar gezien het monsteren van private gewapende beveiligers niet is toegestaan, lijkt de Nederlandse koopvaarder tussen wal en schip te vallen.

Is deze koers houdbaar, of bestaat er een juridische verplichting tot het beschermen van de koopvaardij tegen piraterij, of zelfs tot het toestaan van private gewapende beveiligers? Door analyse van het zeerecht, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het jus cogens geeft dit boek antwoord op voorgaande vragen.

€ 16.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Vijfentwintig jaar IVRK en de Nederlandse Rechter
Vijfentwintig jaar IVRK en de Nederlandse Rechter
Gerrit Jan Pulles

Vijfentwintig jaar geleden werd het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) unaniem door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen. Het IVRK is inmiddels door bijna alle staten van de wereld aanvaard.

Het IVRK is niet meer weg te denken uit de nationale rechtspraktijk. Het wordt bij het maken en handhaven van regels door de wetgever en de uitvoerende macht toegepast en er wordt voor de rechter steeds vaker een beroep op gedaan. De in dit boek opgenomen artikelen gaan over de manier waarop de Nederlandse rechter het IVRK toepast. Aan bod komen onder meer de criteria voor doorwerking van het IVRK, de inconsistentie die de Nederlandse rechtspraak soms vertoont bij het toepassen van het IVRK en de invloed van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Europees Comité voor Sociale Rechten op de nationale rechtspraak over kinderrechten.

Dit boek is geschreven voor praktijkjuristen en gevorderde studenten. Het geeft een heldere momentopname van de praktische toepassing van het IVRK in Nederland. Daardoor biedt het iedereen die zich met kinderrechten bezig houdt een aanzet en inspiratie bij het werken aan de verdere ontwikkeling en bescherming van de rechten van het kind.

Gerrit Jan Pulles is advocaat en verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

€ 12.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Unlikely couples
Unlikely couples
Betty de Hart

How has law been used in the past to try to prevent ‘racially’ and ethnically’ mixed marriages? How is this still relevant for migration law today? These are the central questions addressed in this contribution by Betty de Hart, based on her inaugural speech of 13 June 2014 held at the University of Amsterdam.

Interracial marriage prohibitions make us think in the first place of the United States and slavery. But the Netherlands has also had interracial marriage prohibitions, in the colonies of Surinam and the Dutch East Indies. Mixed marriages between Jews and Non-Jews were not only prohibited during the Second World War, but also in the period of the Dutch Republic, although with very different motives. Furthermore, other forms of legal regulation have been used to try to prevent mixed sex and marriages: spatiallegal segregation, regulating legal consequences, marriage counseling and migration law.

De Hart discusses these forms of regulation of sex, relationships and marriages between groups that were considered ‘racially’ or ‘ethnically’ mixed. She provides historical examples, such as the measures against ‘Negrocabarets’ and against Dutch-Chinese marriages, both in the 1930s.

The state tried to prevent mixed sex and marriages for various reasons: protection of the nation, economic interests, and the monogamous marriage model. De Hart argues that present-day migration law is still informed by notions of mixed relationships as ‘unlikely couples’.




Het Nederlands bestuursprocesrecht in theorie en praktijk (Boek 4)
Het Nederlands bestuursprocesrecht in theorie en praktijk (Boek 4)
A.Q.C. Tak

Volledig vernieuwde en fraai verzorgde uitgave van het meest complete handboek van het Nederlands bestuursprocesrecht van de hand van prof. mr. A.Q.C. Tak, van 1983 tot 2008 hoogleraar te Maastricht!

Wegens de enorme omvang van het werk (3148 pagina’s) bestaat deze vijfde geheel herziene druk uit 4 boeken, die in onderling verband bestudeerd kunnen worden. Van deze uitgave is nu voor het eerst ook een elektronische uitgave als e-boek beschikbaar.

A.Q.C. Tak (1942) bracht al in 1983 samen met de latere hoogleraar J.B.J.M. ten Berge uit Utrecht het Nederlands bestuursprocesrecht voor het eerst in kaart, in het klassieke tweedelige standaardwerk
over het Nederlands Administratief Procesrecht. Vele boeken en andere publicaties verschenen sindsdien van zijn hand over verschillende staatsrechtelijke en bestuursrechtelijke onderwerpen, waaronder nog vele procesrechtelijke, met name Het Nederlands bestuursprocesrecht  (voor het eerst in 2002).

In zijn onderzoek voor dit boek kon de auteur naast zijn wetenschappelijke functie steunen op zijn langdurige en veelvuldige ervaringen in de rechtspraak, vooral als raadsheer in de Centrale Raad van Beroep (van 1984-2011), en (nog steeds) op zijn dagelijkse praktijk-ervaringen als adviseur en vertegenwoordiger in bestuursrechtelijke procedures.

De balans blijkt steeds zorgwekkender, ook in deze vijfde druk. Voor de rechtzoekende burgers blijkt nauwelijks meer sprake van daadwerkelijke rechtsbescherming tegen de overheid. Naast een analyse van de oorzaken reikt de auteur alternatieven aan ter verbetering.

€ 60.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Het Nederlands bestuursprocesrecht in theorie en praktijk (Boek 3)
Het Nederlands bestuursprocesrecht in theorie en praktijk (Boek 3)
A.Q.C. Tak

Volledig vernieuwde en fraai verzorgde uitgave van het meest complete handboek van het Nederlands bestuursprocesrecht van de hand van prof. mr. A.Q.C. Tak, van 1983 tot 2008 hoogleraar te Maastricht!

Wegens de enorme omvang van het werk (3148 pagina’s) bestaat deze vijfde geheel herziene druk uit 4 boeken, die in onderling verband bestudeerd kunnen worden. Van deze uitgave is nu voor het eerst ook een elektronische uitgave als e-boek beschikbaar.

A.Q.C. Tak (1942) bracht al in 1983 samen met de latere hoogleraar J.B.J.M. ten Berge uit Utrecht het Nederlands bestuursprocesrecht voor het eerst in kaart, in het klassieke tweedelige standaardwerk
over het Nederlands Administratief Procesrecht. Vele boeken en andere publicaties verschenen sindsdien van zijn hand over verschillende staatsrechtelijke en bestuursrechtelijke onderwerpen, waaronder nog vele procesrechtelijke, met name Het Nederlands bestuursprocesrecht  (voor het eerst in 2002).

In zijn onderzoek voor dit boek kon de auteur naast zijn wetenschappelijke functie steunen op zijn langdurige en veelvuldige ervaringen in de rechtspraak, vooral als raadsheer in de Centrale Raad van Beroep (van 1984-2011), en (nog steeds) op zijn dagelijkse praktijk-ervaringen als adviseur en vertegenwoordiger in bestuursrechtelijke procedures.

De balans blijkt steeds zorgwekkender, ook in deze vijfde druk. Voor de rechtzoekende burgers blijkt nauwelijks meer sprake van daadwerkelijke rechtsbescherming tegen de overheid. Naast een analyse van de oorzaken reikt de auteur alternatieven aan ter verbetering.

€ 60.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Het Nederlands bestuursprocesrecht in theorie en praktijk (Boek 2)
Het Nederlands bestuursprocesrecht in theorie en praktijk (Boek 2)
A.Q.C. Tak

Volledig vernieuwde en fraai verzorgde uitgave van het meest complete handboek van het Nederlands bestuursprocesrecht van de hand van prof. mr. A.Q.C. Tak, van 1983 tot 2008 hoogleraar te Maastricht!

Wegens de enorme omvang van het werk (3148 pagina’s) bestaat deze vijfde geheel herziene druk uit 4 boeken, die in onderling verband bestudeerd kunnen worden. Van deze uitgave is nu voor het eerst ook een elektronische uitgave als e-boek beschikbaar.

A.Q.C. Tak (1942) bracht al in 1983 samen met de latere hoogleraar J.B.J.M. ten Berge uit Utrecht het Nederlands bestuursprocesrecht voor het eerst in kaart, in het klassieke tweedelige standaardwerk
over het Nederlands Administratief Procesrecht. Vele boeken en andere publicaties verschenen sindsdien van zijn hand over verschillende staatsrechtelijke en bestuursrechtelijke onderwerpen, waaronder nog vele procesrechtelijke, met name Het Nederlands bestuursprocesrecht  (voor het eerst in 2002).

In zijn onderzoek voor dit boek kon de auteur naast zijn wetenschappelijke functie steunen op zijn langdurige en veelvuldige ervaringen in de rechtspraak, vooral als raadsheer in de Centrale Raad van Beroep (van 1984-2011), en (nog steeds) op zijn dagelijkse praktijk-ervaringen als adviseur en vertegenwoordiger in bestuursrechtelijke procedures.

De balans blijkt steeds zorgwekkender, ook in deze vijfde druk. Voor de rechtzoekende burgers blijkt nauwelijks meer sprake van daadwerkelijke rechtsbescherming tegen de overheid. Naast een analyse van de oorzaken reikt de auteur alternatieven aan ter verbetering.

€ 60.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Het Nederlands bestuursprocesrecht in theorie en praktijk (Boek 1)
Het Nederlands bestuursprocesrecht in theorie en praktijk (Boek 1)
A.Q.C. Tak

Volledig vernieuwde en fraai verzorgde uitgave van het meest complete handboek van het Nederlands bestuursprocesrecht van de hand van prof. mr. A.Q.C. Tak, van 1983 tot 2008 hoogleraar te Maastricht!

Wegens de enorme omvang van het werk (3148 pagina’s) bestaat deze vijfde geheel herziene druk uit 4 boeken, die in onderling verband bestudeerd kunnen worden. Van deze uitgave is nu voor het eerst ook een elektronische uitgave als e-boek beschikbaar.

A.Q.C. Tak (1942) bracht al in 1983 samen met de latere hoogleraar J.B.J.M. ten Berge uit Utrecht het Nederlands bestuursprocesrecht voor het eerst in kaart, in het klassieke tweedelige standaardwerk
over het Nederlands Administratief Procesrecht. Vele boeken en andere publicaties verschenen sindsdien van zijn hand over verschillende staatsrechtelijke en bestuursrechtelijke onderwerpen, waaronder nog vele procesrechtelijke, met name Het Nederlands bestuursprocesrecht  (voor het eerst in 2002).

In zijn onderzoek voor dit boek kon de auteur naast zijn wetenschappelijke functie steunen op zijn langdurige en veelvuldige ervaringen in de rechtspraak, vooral als raadsheer in de Centrale Raad van Beroep (van 1984-2011), en (nog steeds) op zijn dagelijkse praktijk-ervaringen als adviseur en vertegenwoordiger in bestuursrechtelijke procedures.

De balans blijkt steeds zorgwekkender, ook in deze vijfde druk. Voor de rechtzoekende burgers blijkt nauwelijks meer sprake van daadwerkelijke rechtsbescherming tegen de overheid. Naast een analyse van de oorzaken reikt de auteur alternatieven aan ter verbetering.

€ 60.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Reports of Judgments and decisions/ Recueil des arrêts et décisions. Index-2010
Reports of Judgments and decisions/ Recueil des arrêts et décisions. Index-2010


The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int).




Reports of Judgments and decisions/ Recueil des arrêts et décisions. Volume 2010-VI
Reports of Judgments and decisions/ Recueil des arrêts et décisions. Volume 2010-VI


The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int).




Reports of Judgments and decisions/ Recueil des arrêts et décisions. Volume 2010-V
Reports of Judgments and decisions/ Recueil des arrêts et décisions. Volume 2010-V


The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int).




Reports of Judgments and decisions/ Recueil des arrêts et décisions. Volume 2010-IV
Reports of Judgments and decisions/ Recueil des arrêts et décisions. Volume 2010-IV


The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int).




Reports of Judgments and decisions/ Recueil des arrêts et décisions. Volume 2010-III
Reports of Judgments and decisions/ Recueil des arrêts et décisions. Volume 2010-III


The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int).




Reports of Judgments and decisions/ Recueil des arrêts et décisions. Volume 2010-II
Reports of Judgments and decisions/ Recueil des arrêts et décisions. Volume 2010-II


The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int).




Reports of Judgments and decisions/ Recueil des arrêts et décisions. Volume 2010-I
Reports of Judgments and decisions/ Recueil des arrêts et décisions. Volume 2010-I


The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int).




Made in Africa
Made in Africa
Hanna Weijers

An ICT revolution is underway in Africa. New possibilities have been created by the landing of international broadband sea cables on African shores and by the rapid spread of mobile telephony all over the continent. As a result, there are many startup ICT businesses trying to create new and inventive products and services, based upon internationally available technology but tailored to African markets and needs. However, little
empirical research has yet been done regarding role that law plays in the absorption of technological knowledge in this particular sector and context.

In this study, empirical data from case studies in Zambia, Kenya and Ghana is compared to what has been assumed in literature to be the role of law in absorptive capacity. The results of this
study provide insight in the actual role that law has played for startup ICT businesses, which may have significant policy implications for national governments and regulators in developing countries that seek to promote their ICT sector.




Having a Say
Having a Say
Bas Rombouts

The adoption of the UN Declaration on the Rights of Indigenous Peoples in 2007 reinvigorated discussions about participation by indigenous peoples in decision-making processes that affect them. In particular, the debate revolves around interpretations of the concept of “free, prior and informed consent” (FPIC), which is becoming one of the central mechanisms in international law and policy for resolving conflicts about lands and natural resources. In this study, the legal status of FPIC and conditions for its successful implementation are examined. Firstly, the principle is contextualized by examining the underlying concept of self-determination and derivative rights to lands and resources. Secondly, FPIC is explored from within the framework of the right to effective participation. Thirdly, the existing international platforms and institutions in which FPIC norms are present are surveyed. Fourthly, a detailed analysis of recent regional case law clarifies the legal application of FPIC in the context of land and resource rights. Finally, a number of recent guidelines for the implementation of FPIC processes in the framework of specific voluntary sustainability initiatives are compared and analyzed. This study provides both a theoretical and a practical starting point for scholars, lawyers, policy makers, or others interested in FPIC processes and indigenous peoples.




Mater semper certa est?
Mater semper certa est?
Ilse Ultee

In deze scriptie onderzocht de auteur de rechtspositie van de meemoeder. Een relatie die ingrijpend zal veranderen indien het wetsvoorstel inzake lesbisch ouderschap in werking treedt. De directe aanleiding is de vraag van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, afdeling Familie- en Jeugdrecht, naar meer informatie over deze toekomstige wijziging van het afstammingsrecht. In het rapport staat de volgende vraag centraal: In hoeverre verandert de rechtspositie van de meemoeder op grond van het wetsvoorstel inzake lesbisch ouderschap en wat zijn de rechtsgevolgen hiervan voor het afstammingsrecht en de daaraan gerelateerde rechten en beginselen, de praktische gevolgen voor het verkrijgen van juridisch ouderschap door de meemoeder en de concrete gevolgen voor de werklast van de rechtbank?

Naar aanleiding van de bevindingen ten aanzien van het wetsvoorstel inzake lesbisch ouderschap wordt geconcludeerd dat de wetgever het wenselijk vindt dat het juridisch ouderschap van de meemoeder zonder rechterlijke tussenkomst tot stand kan komen. Geconcludeerd wordt dat de gevolgen van het wetsvoorstel voor het afstammingsrecht ingrijpend zijn, omdat naast de biologische grondslag de sociale grondslag wordt geïntroduceerd. Gebleken is dat ook de praktische gevolgen van het wetsvoorstel groot zijn, aangezien de meemoeder naar nieuw recht veel tijd en geld zal besparen om juridisch ouderschap te verkrijgen.

Door critici worden enige kanttekeningen bij het wetsvoorstel geplaatst die de verbetering van de rechtspositie van de meemoeder nuanceren. Hieruit blijkt ook dat de wetgever het belang van het kind niet in alle gevallen laat prevaleren en dat de wetswijziging zorgt voor een onwenselijke werklastverzwaring voor de rechtbanken. Dit laatste, omdat de wetgever zijn standpunt over de afweging van belangen van alle betrokken partijen niet uitputtend heeft uitgekristalliseerd in de MvT en de rechter de wet verder zal moeten invullen. Aan de rechtbank wordt aanbevolen om het wetsvoorstel te bespreken in landelijke overleggen en vakgroepoverleggen. Op deze manier kunnen de criteria waaraan rechters moeten toetsen worden afgestemd, zodat de rechtseenheid en rechtszekerheid worden gewaarborgd. Tot slot
worden aanbevelingen gedaan aan de wetgever en homo-wensouders, aangezien de inhoud van het rapport ook deze twee doelgroepen raakt. Aan de wetgever wordt geadviseerd om nader onderzoek in te stellen en de aanbevelingen van de critici nogmaals in overweging te nemen. Aan de homo-wensouders wordt aanbevolen om altijd een donorintentieverklaring op te stellen.


De JHS-Scriptieprijs wordt jaarlijks door de Juridische Hogeschool Avans-Fontys uitgereikt aan de schrijver van de scriptie die door een deskundige jury als beste van de genomineerde scripties in het voorafgaande kalenderjaar wordt beoordeeld. De JHS wil met de uitreiking van deze prijs een stimulans geven aan studenten van de JHS om te kunnen excelleren op het terrein van het recht. De tweede scriptieprijs werd uitgereikt op 14 maart 2013 aan Ilse Ultee.


 

€ 13.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Realistische en pragmatische rechtsvinding
Realistische en pragmatische rechtsvinding
H.C.F. Schoordijk

In dit boek vergelijkt de auteur, emeritus-hoogleraar burgerlijk recht en Anglo-Amerikaans recht, de wijze van rechtsvinding in vijf landen van de westerse wereld, te weten de Verenigde Staten, Nederland, Duitsland, Engeland en Frankrijk, en bepleit de noodzaak van een meer pragmatische rechtsvinding.

Pragmatisme houdt in dat gestreefd moet worden naar beslissingen met een aanvaardbare uitkomst. De realisten predikten in de jaren dertig hun rule and fact scepticism en voorzagen het pragmatisme van een theoretisch kader. Na de oorlog is het pragmatisme vanuit de VS overgewaaid naar Duitsland. Sinds 1970 oordeelt de Nederlandse rechter meer en meer pragmatisch, waarmee een einde lijkt te zijn gekomen aan een tijdperk waarin Scholtens “Algemeen Deel” min of meer als maatstaf gold. Langzaam werd ingezien dat taal, geschiedenis en systeem van de wet teveel een barrière vormden voor de rechter om te komen tot een bevredigende beslissing. Het denken vanuit beginselen is steeds belangrijker geworden, mede onder invloed van het publiekrecht, het Europees recht en de mensenrechten.

Op basis van zijn onderzoek, waarbij ook aandacht voor de rechtsfilosofie en Wittgensteins taalfilosofie is voor de auteur maar één conclusie mogelijk: het recht moet dienstbaar zijn aan een maatschappij die altijd in beweging is en niet angstvallig vasthouden aan de wettekst!

€ 27.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Van Amsterdam naar Lissabon
Van Amsterdam naar Lissabon
Nils Gonzales Bos

Al sinds 1999 is de Europese Unie (EU) voornemens minimum-voorschriften met betrekking tot de rechten van de verdediging in straf- en grensoverschrijdende procedures aan te nemen. In deze scriptie is onderzocht welke EU-kaderbesluiten en richtlijnen er inmiddels op dit gebied tot stand zijn gekomen, hoe deze zich tot elkaar verhouden en wat de invloed van deze EU-kaderbesluiten en richtlijnen op de rechten van de verdediging in het Nederlandse strafproces is.

De JHS-Scriptieprijs wordt jaarlijks door de Juridische Hogeschool Avans-Fontys uitgereikt aan de schrijver van de scriptie die door een deskundige jury als beste van de genomineerde scripties in het voorafgaande kalenderjaar wordt beoordeeld. De JHS wil met de uitreiking van deze prijs een stimulans geven aan studenten van de JHS om te kunnen excelleren op het terrein van het recht. De tweede scriptieprijs werd uitgereikt op 15 maart 2013 aan Nils Gonzalez Bos.

€ 13.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Lockerbie Trial - volume 4
The Lockerbie Trial - volume 4


No aircraft disaster in history has produced the amount of legal wrangling as the bombing of Pan Am Flight 103 over Lockerbie, Scotland, on Dec. 21, 1988, in which 259 passengers and crew members and 11 people on the ground were killed.

The fuselage of the aircraft was reconstructed by air accident investigators, revealing a 20-inch (510 mm) hole consistent with an explosion in the forward cargo hold. Examination of the baggage containers revealed that the container nearest the hole had blackening, pitting, and severe damage indicating a “high-energy event” had taken place inside it. A series of test explosions were carried out to confirm the precise location and quantity of explosive used.

The Lockerbie families wanted justice in the name of their relatives that died in the aircraft, but only in 1996 did the U.S. Administration and Congress amend the Foreign Sovereign Immunities Act with the Anti-Terrorism and Effective Death Penalty Act that allowed civil actions against Libya. Libya was finally served, under the provisions of the act, in 1997, and answered the complaints, asserting in its answers that the underlying statute was unconstitutional. One area of the Lockerbie litigation was the unusual use by Libya of an international treaty called “The Montreal Convention of 1971 for the Suppression of Unlawful Acts against the Safety of Civil Aviation.” The purpose of this treaty was to prevent attacks against civil aircraft and provide for cooperation between countries when there has been such an attack and to provide appropriate measures to punish offenders. It was not meant to give jurisdiction over criminal proceedings to the country of the alleged wrongdoer.




Lekenbescherming in het bestuursprocesrecht
Lekenbescherming in het bestuursprocesrecht
Adriaan Mallan

In het bestuursprocesrecht geldt geen verplichte procesvertegenwoordiging. Een belangrijke reden daarvoor is de gedachte dat rechtsbescherming tegen de overheid geen kostbare aangelegenheid mag zijn voor burgers. Het ontbreken van verplichte procesvertegenwoordiging vraagt op zijn beurt om een bepaalde inrichting van de procedure. Die moet zo ingericht zijn dat voorkomen wordt dat burgers die zichzelf vertegenwoordigen vanwege hun gebrek aan juridische deskundigheid vastlopen in de procedure of anderszins niet optimaal procederen. Doorgaans wordt aangenomen dat om die reden de bestuursrechtelijke procedure laagdrempelig dient te zijn en dat de rechter daarbinnen een actieve rol dient te spelen. Traditioneel wordt het streven naar een laagdrempelige procedure en een actieve rol van de rechter in verband gebracht met het beginsel van ongelijkheidscompensatie.

De aanleiding voor dit onderzoek wordt gevormd door ontwikkelingen in de jurisprudentie die niet lijken te stroken met bovengenoemde uitgangspunten. Te wijzen is op de jurisprudentie waarin is uitgemaakt dat de rechter niet (meer) zelfstandig mag toetsen aan normen die niet door de gronden van de burger worden bestreken. Een ander voorbeeld betreft de jurisprudentie waarin is bepaald dat de burger in beroep niet tegen besluitonderdelen mag opkomen, indien hij niet reeds in de bezwaarfase hiertegen bezwaar heeft gemaakt.

Deze ontwikkelingen roepen de vraag in hoeverre in de bestuursrechtelijke procedure leken bescherming krijgen en dienen te krijgen tegen hun gebrek aan juridische deskundigheid. Bij de beantwoording van die vraag komen in dit onderzoek de volgende vragen aan de orde:

- Wat schrijft het uitgangspunt van de lekenbescherming voor en hoe verhoudt zich dit tot het beginsel van ongelijkheidscompensatie?
- Welke normen in de Awb zijn als uitwerkingen van het uitgangspunt van de lekenbescherming te beschouwen?
- In hoeverre wordt in de praktijk door rechters lekenbescherming geboden?
- In hoeverre biedt het Awb-procesrecht de burger als leek voldoende bescherming tegen zijn gebrek aan juridische deskundigheid?
- In hoeverre doen zich knelpunten voor in het Awb-procesrecht in het licht van de lekenbescherming?
- Wat is de normatieve status van het uitgangspunt van de lekenbescherming?
- Op welke wijze wordt in het Duitse bestuursprocesrecht tegemoetgekomen aan het gebrek aan juridische deskundigheid van de burger?

Deze vragen worden beantwoord aan de hand van een analyse van relevante literatuur, wetgeving, parlementaire stukken, interviews met rechters, jurisprudentieonderzoek en een rechtsvergelijking met het Duitse bestuursprocesrecht.

Levering na 04-06-2014

€ 26.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Corruption Greed and Crime-money
Corruption Greed and Crime-money
Petrus C. van Duyne, Jackie Harvey, Georgios A. Antonopoulos, Klaus von Lampe, Almir Maljević,Anna Markovska (eds.)

Corruption, economic and organised crime continues to affect European society as anywhere in the world. It seeps through every crack of the structures of civil society: whether it concerns trade and industry, the public administration or the governments. This is not an outside threat against which society can defend itself by establishing more defence mechanisms. It originates from within as the driving force  ̶  greed  ̶  is not an outside driver. It manifests itself in perverse reward systems within enterprises, disinterested governments, ill-considered law enforcement policies, greedy power games of authorities, or the still prevalent lenient approach to white collar crime. Within these institutional weaknesses one must always search for actors of flesh and blood: from captains of industry to the street cop; from the power builders in board rooms to the clerk at his desk. At all levels greed satisfaction through corrupt rent seeking contributes to a weakening of our social fabric. 

This is not a very surprising observation. Basically it is the same old song: retrospectively humans remain true to themselves in manifesting the same basic greedy criminal conduct over time and space. One would almost resign to such a tedious story, if it were not for the good message: one always finds counter-movements working against such abuses. Whether and to what extent such counter-movements are coherent and cost-effective is difficult to judge, though all these lofty intentions must be followed with a critical eye. The crime-money hunt has a quarter-century history by now, but the crime-monies still abound; all new EU Member States have Anti Corruption Agencies, but corruption continues to be rampant in those countries; the financial sector has been turned inside out, but old habits have returned.   This thirteenth volume of the Cross-border Crime Colloquium, a mainstay in the critical discourse on crime and crime-control in Europe, contains the peer-reviewed contributions of 27 international experts shedding light on the wide range of topics related to greed and crime: corruption, money laundering, underground economy and criminal financial policy. The chapters are based on empirical data or critical theorising and highlight new aspects of this field.




The impact of Business Process Outsourcing on privacy and data protection - a thorough risk analysis
The impact of Business Process Outsourcing on privacy and data protection - a thorough risk analysis
Kalin Cvetkov

At present, a company, either small/medium enterprise or huge corporation, develops its activities within a competitive environment where solely the perspicacious one could gain a profit and hold or improve its positions on the market. Therefore, “firms increasingly buy all or at least parts of selected services they need from external service providers. This is especially true for services which rely to a great extent on new information and communication technologies and they carry out that task by means of outsourcing. The aim of the present research is to examine how a premature termination of a business process outsourcing project (hereafter BPO) might infringe upon several major provisions of the current EU data protection framework. Such a question is relevant because of the technological means inherent in a BPO through which personal data are being processed, and of the great possibility for unlawful data processing after a premature termination of the project. Therefore, a BPO falls under the scope of regulation by Directive 95/46/EC of the European Parliament and of the Council of 24 October 1995 on the protection of individuals with regard to the processing of personal data and on the free movement of such data. Ultimately, as the research will show, the DPD 95/46/EC as a legal instrument devoted to protect the right to personal data protection turns to be unable to provide sufficient protection on the data subjects’ rights in the context of prematurely terminated BPO contract. Therefore, the Proposed Data Protection Regulation represents an instrument that could deal properly with the said issue, especially if some proposals for amendments made within the present paper be taken into account.  




Global Constitutional Law Collection - Volume 4
Global Constitutional Law Collection - Volume 4
R. van der Wolf (ed.)

In this multi-volume series we present the constitutions of the world. In full text, we aim to
provide the reader with a complete overview per region / continent, to make comparison of
constitutional documents easier.

The five volumes published in February 2014 include all constitutions from the African continent. Divided in 5 separate volumes of over 2000 pages in total.




Global Constitutional Law Collection - Volume 5
Global Constitutional Law Collection - Volume 5
R. van der Wolf (ed.)

In this multi-volume series we present the constitutions of the world. In full text, we aim to
provide the reader with a complete overview per region / continent, to make comparison of
constitutional documents easier.

The five volumes published in February 2014 include all constitutions from the African continent. Divided in 5 separate volumes of over 2000 pages in total.




Global Constitutional Law Collection - Volume 3
Global Constitutional Law Collection - Volume 3
R. van der Wolf (ed.)

In this multi-volume series we present the constitutions of the world. In full text, we aim to
provide the reader with a complete overview per region / continent, to make comparison of
constitutional documents easier.

The five volumes published in February 2014 include all constitutions from the African continent. Divided in 5 separate volumes of over 2000 pages in total.




Global Constitutional Law Collection - Volume 2
Global Constitutional Law Collection - Volume 2
R. van der Wolf (ed.)

In this multi-volume series we present the constitutions of the world. In full text, we aim to
provide the reader with a complete overview per region / continent, to make comparison of
constitutional documents easier.

The five volumes published in February 2014 include all constitutions from the African continent. Divided in 5 separate volumes of over 2000 pages in total.




Global Constitutional Law Collection - Volume 1
Global Constitutional Law Collection - Volume 1
R. van der Wolf (ed.)

In this multi-volume series we present the constitutions of the world. In full text, we aim to
provide the reader with a complete overview per region / continent, to make comparison of
constitutional documents easier.

The five volumes published in February 2014 include all constitutions from the African continent. Divided in 5 separate volumes of over 2000 pages in total.




From Civil Spring to Democratic Summer: Constitution, Human Rights and Freedoms of Religions in Eurasia
From Civil Spring to Democratic Summer: Constitution, Human Rights and Freedoms of Religions in Eurasia
Vitaliy Proshak

In this book an attempt has been made to investigate the contemporary challenges of diversity, multiculturalism and religious pluralism to protection of human rights and freedoms of citizens in the context of societies (and states) in transition. Focusing on various social, political, legal, cultural, and economy aspects of rights and freedoms of citizens within the state development in the context of the early Soviet Union and its first constitution, the book attempts to answer the question of why (some) state(s) fail to develop from totalitarianism to democracy and fall back into dictatorship.   Vitaliy V. Proshak is a guest researcher in Constitution, Human Rights and Freedom of Religion at Tilburg School of Law, Tilburg University in the Netherlands. In 2012-2013 he participated in the implementation of intercultural education Face to Faith School Program of the Tony Blair Faith Foundation in school curriculum in Ukraine. He holds (cum laude) MA Christianity and Society from Tilburg School of Catholic Theology, Tilburg University. In addition to other publications, his recently published books include Juridical Foundation to Religious Education in the post-Soviet Eastern European State (2012).  




Corporal Punishment of Children in International and National Law
Corporal Punishment of Children in International and National Law
Desiree Gumpenberger

Despite the growing consensus that corporal punishment violates children’s fundamental human rights - respect for human dignity and physical integrity - most of the world’s children are still subjected to assault. Against this background, this book discusses and compares the characterstics of corporal punishment of children laid down in international documents such as the United Nations Convention on the Rights of the Child, International Covenant on Civil and Political Rights, Convention against Torture and other Cruel, Inhuman, or Degrading Treatment or Punishment as well as regional documents such as the European Convention on Human Rights, the African Charter on the Rights and Welfare of the Child and the African Charter on Human and Peoples’ Rights. Each chapter starts with a short introduction, followed by an examination of a definition of corporal punishment, and shows the role of expert bodies who are monitoring the implementation and processes of standard-setting. Therefor a distinction is made between the prohibition in alternative care settings, schools, and by parents, which leads to the question: ‘Is corporal punishment of children by their parents prohibited?’. The second part of the book deals with a comparative study, in which the implementation of the previously discussed documents in the United Kingdom, Zambia, South Africa and Belgium is analysed. Hence, the question is, ‘How does the State implement the provision of the prohibition of corporal punishment in domestic law?’ which is followed by the question, ‘Has the specific State prohibited corporal punishment of children by their parents?’ The book ends with a comparative conclusion, in which the above-mentioned countries are compared with eachother.




The `Why` of Minority Protection
The `Why` of Minority Protection
Ivan Skorvanek

With the emergence of nation states in Europe over the centuries, a parallel Europe of national minorities arose. In the twentieth century, these minorities were thrown into the fire of several violent conflicts and became victims of war crimes and ethnic cleansing. The international community, while generally recognising the need to protect national minorities from such atrocities, has approached this issue in various different ways over the course of twentieth century which, however, failed to prevent new escalation of ethnic tensions. It was the War in Yugoslavia in the early 90s that triggered a new wave of interest in the rights of national minorities. Three distinct, albeit related, systems of protecting rights of national minorities were developed – the UN, the OSCE and the Council of Europe system. This publication contains a collection of crucial legal and political documents related to rights of national minorities that are forming the three systems of contemporary minority protection. It is being presented that the outbreak of new minority protection was motivated not only by humanitarian concerns for the rights of minorities, but also by various policy considerations. Many of the documents scrutinised are being justified in terms of their contribution to stability, peace and democracy in Europe, as well as in terms of the contributions that minorities can make to the enrichment of societies. This reflection about the reasons to protect national minorities is presented with an ambition to serve for further discussions about the future of national minority protection. In the present day, many European countries exclude numerous ‘new minorities’ formed by immigrant populations from their definitions of national minorities. It might be worthwhile to consider the motivations that led to the emergence of minority protection and whether the same motivation is not relevant in the case of these ‘new minorities’.




Wie is de Mol?
Wie is de Mol?
A.M. Boot, F.G.K. Overkleeft en F.E. Vermeulen (red.)

Op 1 januari 2014 nam Harmen de Mol van Otterloo afscheid als partner bij  NautaDutilh. Een carrière in de advocatuur bracht hem vele vriendschappen. Om zijn afscheid niet onopgemerkt voorbij te laten gaan is deze bundel met bijdragen van enkele van zijn vrienden samengesteld.

Deze bundel bevat bijdragen op het terrein van het vennootschapsrecht, het enquêterecht, het burgerlijk procesrecht, het internationaal privaatrecht en het faillissementsrecht. De inhoudelijke verscheidenheid van de in de bijdragen behandelde onderwerpen weerspiegelen Harmen’s veelzijdigheid als advocaat.

Inhoud:

De bevoegdheid tot vaststelling van bestuurdersbezoldiging door bestuurders van N.V.’s en B.V.’s in een monistisch of dualistisch bestuursmodel – Een pleidooi voor restrictie
Bastiaan Assink

Grote kantoren en het gedragsrecht
Floris Bannier

Staking van stemmen
Barbara Bier

Spoedarbitrages
Willem Calkoen en Richard Hansen

Een apologie
Gerard Carrière

Geschiedenis van de al dan niet toezichthoudende taak van commissarissen
Peter Dortmond

De statutaire exitregeling en de statutaire eigen geschillenregeling in arbitrage
Gerco van Eck

Collectief verhaal en mededingingsrecht: kansen en keuzes voor benadeelden
Chris Fonteijn

Flexibilisering en digitalisering van het burgerlijk proces
Robert van Galen

De Van der Moolen-enquête: onafhankelijkheid en onpartijdigheid van onderzoekers in het licht van artikel 6 lid 1 EVRM
René van de Klift

Terugkomen van een in een tussenuitspraak neergelegde eindbeslissing: Audiatur et altera pars?
Erik Minderhoud

Synthetische belangen en het enquêterecht
Gosse Oosterhoff

Inhoud, vorm en stijl
Frans Overkleeft

Corporate mediation in de praktijk
Geert Raaijmakers en Paul Olden

De Mol in het aangeharkte tuintje van Groenselect
Floor Rost Onnes

Een lange lijdensweg
Barbara Rumora-Scheltema en Frans van Koppen

Incidentele vorderingen: beslissen eerst en vooraf?
Bjarni Schim

Enkelvoudig appel in kantonzaken: niet doen
Stefan Schütz

Klachtplicht bij onbehoorlijke taakvervulling en wanbeleid
Gerard van Solinge

Dankzij Harmen de Mol en mijns ondanks toch weer a day in court
Tirtsa Sternfeld

Forum conveniens en internationale joint ventures
Jaap Jan Trommel

Vreemd recht in cassatie
Freerk Vermeulen

€ 29.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Een vernieuwd burgerlijk procesrecht
Een vernieuwd burgerlijk procesrecht
Fred Hammerstein

"Het recht levert niet alleen de ordening op die noodzakelijk is voor goed onderling verkeer, maar waarborgt ook de structuur en de zekerheid voor de toekomst die bedrijven nodig hebben om te kunnen investeren."

In de Maaskantlezing van 2014 hield Fred Hammerstein een pleidooi ter vernieuwing van het burgerlijk procesrecht. Hij ging daarbij in op het project KEI (Kwaliteit En Innovatie) met als uitgangspunten digitalisering, vereenvoudiging en versnelling van de civiele procedure.

Alfred Hammerstein (1946) heeft vanaf 1971 gewerkt aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit. In 1977 promoveerde hij bij prof. mr. W.C.L. van der Grinten op het onderwerp Zaaksvervanging. Prof. mr. Hammerstein is daarna werkzaam geweest in de rechtbank Arnhem, in het gerechtshof te Arnhem, waarvan hij van 2004 tot 2006 president was, en in de Hoge Raad. Hij is thans raadsheer in buitengewone dienst bij de Hoge Raad, staatsraad in buitengewone dienst en houder van de wisselleerstoel van het Centrum voor Postacademisch Juridisch Onderwijs (CPO) met als leeropdracht Geschillenbeslechting.

€ 7.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Wetboek van strafrecht Aruba
Wetboek van strafrecht Aruba
Prof. mr. H. de Doelder, mr. B.A. Salverda, mr. J.H.J. Verbaan en mr. R.J. Verbeek (red.)

Op 15 februari 2014 is het Wetboek van Strafrecht van Aruba in werking getreden, nadat het op 27 april 2012 door de Staten van Aruba was aangenomen. Dit boek bevat de integrale tekst van het Wetboek van Strafrecht. De redacteuren waren als medewerkers van de Erasmus Universiteit Rotterdam nauw betrokken bij het opstellen van de teksten voor het wetboek en de daarbij behorende Memorie van Toelichting. Om de praktische toepassing van dit boek te vergroten en het duiden van de wetteksten te vereenvoudigen, wordt de lezer voorzien van een ruime uitleg van de opgenomen bepalingen doordat in dit boek een bewerkte en vernummerde versie van de Memorie van Toelichting is opgenomen. Ook de relevante wetswijzigingen zijn toegevoegd. Voorts heeft de redactie, waar nodig, enig commentaar toegevoegd aan de officiële teksten. Op deze wijze is het boek zowel voor de praktijk als het onderwijs een belangrijke kenbron en naslagwerk.

Dit boek vormt het vijfde deel van deze reeks. Hiervoor verschenen bij dezelfde uitgever ‘Caribisch Wetboek van Strafrecht’ (2008), ‘Strafrecht in de Antillen na 10-10-10’ (2010), ‘Wetboek van Strafrecht Curaçao’ (2012) en
‘BOB-wetgeving Curaçao, Sint Maarten en Aruba’ (2012).




Godsdienstvrijheid in de Nederlandse rechtsorde
Godsdienstvrijheid in de Nederlandse rechtsorde
Onder redactie van Henk Post en Gerhard van der Schyff

Deze bundel toont aan dat de invloed van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) op de Nederlandse rechtsorde veelzijdig en fundamenteel is. De Nederlandse rechtsorde is niet los te denken van de Europese rechtsorde. Nederland conformeert zich meer en meer aan universele maatstaven, die niet slechts een Europees karakter hebben, maar die in sterke mate mondiaal van aard zijn. Achter het EVRM gaat de Universele Verklaring van de rechten van de mens van de Verenigde Naties schuil. In feite krijgt de Nederlandse rechtsorde steeds meer het karakter van een mondiale rechtsorde. De bundel maakt tegelijkertijd duidelijk dat de Nederlandse rechterlijke macht haar eigen verantwoordelijkheid heeft. De Europese rechter geeft de nationale rechter een eigen beoordelingsruimte waarbij hij nationale verschillen accepteert, en hij de autonomie van de nationale rechter erkent.

Inhoud:

Godsdienstvrijheid in de Nederlandse rechtsorde Henk Post en Gerhard van der Schyff Algemene beschouwingen over artikel 9 EVRM in de nationale rechtsorde De spanning tussen subjectieve interpretatie en objectieve rechtsorde bij de uitleg van de vrijheid van godsdienst in artikel 9 EVRM 15 Stefan Philipsen en Ben Vermeulen De scheiding van kerk en staat in het licht van het EVRM Hansko Broeksteeg De spanning tussen de margin of appreciation en de universele waarde van godsdienstvrijheid Henk Post en Gerhard van der Schyff Over schillen en sferen: het wisselende gewicht van de vrijheid van godsdienst Aernout Nieuwenhuis Vrijheid van collectieve beleving van kunst  Inge van der Vlies Het godsdienstrecht van de Europese Unie:een vrijheid die verplicht tot dialoog Jan Willem Sap Betekenis van artikel 9 EVRM voor rechtsvorming door de civiele rechter, de bestuursrechter en de strafrechter. De betekenis van artikel 9 EVRM in de SGP-zaak Titia Loenen De bestuursrechter: toetsing aan artikel 9 EVRM Rolf Ortlep Artikel 9 EVRM in de Nederlandse strafrechtspraak: geloofsartikel of struikelblok? Marloes van Noorloos Artikel 9 EVRM binnen bijzondere rechtsgebieden. Het belang van de grondwettelijke aanstellingsvrijheid van het confessionele onderwijs Jos Vleugel Religieuze gemeenschappen in het licht van artikel 9 EVRM:  vrijheid en gebondenheid Teunis van Kooten Geestelijk voorgaan en godsdienstig vervolgen Bahija Aarrass Het geweten van de ambtenaar is niet meer van deze tijd Leendert van Beek Dierenrechten versus godsdienstvrijheid Matthijs de Blois

€ 29.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Een roerend mooi vermoeden
Een roerend mooi vermoeden
Anton Gerits

Deze nieuwe (de zestiende) bundel gedichten van Anton Gerits (‘s Gravenhage 1930) draagt de kleur van de in vlammend rood ondergaande herfstzon en buigt zich met name over de levensavond. In het eerste deel van de bundel maakt Gerits zich in meer algemene zin woordvoerder van de menselijke twijfel, zelfmisleiding en onzekerheid.

Halverwege de bundel is een serie vertalingen geplaatst van levensavond gedichten van Chinese dichters uit de 8e-9e eeuw, bewerkt naar de Franse versie van Lo Ta-Kang.

Hierna volgen twee intermezzo’s: Vijf gedichten onder de gemeenschappelijke titel Tussen twee stilten, verwijzend naar J.C. Bloems gedicht Zondag in de bundel Media Vita en een cyclus van 6 gedichten getiteld Vervreemdingen.

In het laatste deel, getiteld Wat wordt geweten, wordt de beleving meer persoonlijk van aard, culminerend in het verstilde ‘Het is zo stil, zo zuiver stil / in deze kamer van mijn laatste huis’.

Over de eerder verschenen bundel Litanie van de Wind schreef Hervé Casier: ‘Met grote taalbeheersing en vakmanschap heeft Gerits een knappe bundel afgeleverd voor lezers die de tijd nemen om verder te kijken dan de oppervlakkige taalspeeltuin.’

Over de bundel Gedichten aan Atropos oordeelde T. van Deel ‘Het hoeft niet te verbazen dat de omvangrijke reeks zeer compacte en melodisch geraffineerde gedichten behalve aan de dood ook diepgaand aandacht schenkt aan het leven en hoe dat beleefd wordt.’ En over de bundel Sneewuil ‘Precisie in de waarneming gaat gepaard met precisie in het denken erover.’

‘Het loont meer dan de moeite door te dringen in de poëtisch pracht van een geabstraheerd landschap, een omwereld door de dichter dermate fijnzinnig gezeefd dat alleen wezenlijke , fundamentele zaken het licht zien en details vervagen. In zijn genre en met zijn benadering een uniek dichter’, zo oordeelde Jan Niesen over de bundel Asielbeleid en T. van Deel schreef naar aanleiding van de bundel Landschapsbheer ‘Dit is echte poëzie, echt ook in de zin dat het hier gaat om dingen van het leven, waar we vandaan komen, waar we zijn en waar we heengaan, poëzie ook die dit raadsel durft te vergroten en die op een onmodieuze manier beschouwelijk durft te zijn.’

Dit geldt naar onze mening ook voor deze nieuwste bundel.

€ 16.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Homelessness and the law
Homelessness and the law
G.J. Vonk & A. Tollenaar (eds.)

Ever since Dickens wrote his great novels we know that homelessness and the law are closely related. The relationship has not always been a good one for the individuals concerned. Now we have a welfare state and much has improved. The prevention of homelessness and the protection of the homeless has become a constitutional imperative. Yet this does not mean to say that the law always works in favour of the inclusion and emancipation of the homeless. Rigid exclusions remain, in particular for immigrants and repressive responses are on the rise. In the meantime courts soften the worse consequences of these policies by offering human rights remedies.

This book brings together a selection of legal issues relating to the plight of the homeless. They are placed under the headings of: constitution, repression, immigration and human rights. The chapters give a unique insight into the latest policy developments in developed countries. The chapters cover legal issues in Australia, Canada, Switzerland and seven member states of the European Union.

The overall conclusion is that homelessness creates a curious paradox in our legal orders. The same system that is responsible for exclusions and repression (in terms of national positive law) calls for the protection of the victims of these practices (in terms of human rights guarantees).




Ridderorde
Ridderorde
H.B. Winter, A. Tollenaar & A.T. Marseille (red.)

In deze bundel reflecteren 33 auteurs, vrienden, (oud-)collega`s en promoti van Ko de Ridder op zijn bijdrage aan de wetenschap en de praktijk. Ko de Ridder houdt van ordening. De bijdragen in deze bundel reageren op onderdelen van die ordening. Gekozen is voor de thema`s bestuurlijke organisatie, toezicht en juridisering. Ko de Ridder benaderde in zijn functie als hoogleraar bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen het ideaal van de homo academicus. Hij heeft een brede blik, zijn oeuvre is programmatisch, zijn begeleiding en colleges zijn inspirerend. En daarbij slaagt hij er telkens in een verbinding te leggen tussen wetenschap en praktijk. De afbeelding op de omslag van het planetarium van Eise Eisinga in Franeker verbeeldt de ordening die Ko aanbrengt in zijn werk. Hij neemt collega`s en buitenlandse gasten graag mee naar dat model van het heelal. De auteurs voelen zich sterk verbonden met Ko en zijn in zekere zin onderdeel van zijn orde. Dit boek kan worden begrepen als een blijk van dank daarvoor: een Ridderorde.

€ 29.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Voorbeeldige proefschriften
Voorbeeldige proefschriften
Joseph Fleuren & Tetty Havinga (red.)

Goed voorbeeld doet goed volgen. Dit geldt ook voor proefschriften. Iedere promovendus neemt geregeld een al voltooide dissertatie ter hand om inspiratie op te doen. Hoe heeft een ander zijn vraagstelling uitgewerkt, zijn onderwerp afgebakend, zijn onderzoeksmethode gekozen, zijn boek opgebouwd? Om promovendi in de rechtsgeleerdheid behulpzaam te zijn, bespreken enkele hoogleraren en andere gepromoveerde medewerkers van de Nijmeegse rechtenfaculteit juridische proefschriften die zij inspirerend vinden en leggen zij aan beginnende onderzoekers uit waarom deze tot voorbeeld kunnen strekken.

Eerdere versies van deze bundel zijn enthousiast onthaald. Zowel promovendi als begeleiders zullen zich, of zij nu in Nijmegen of elders werkzaam zijn, door dit boekje aangesproken voelen.

€ 10.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Opzet en toerekening bij medeplegen
Opzet en toerekening bij medeplegen
Anne Postma

De aansprakelijkheidsgrond medeplegen speelt een belangrijke rol in de rechtspraktijk. In deze studie wordt de aandacht geconcentreerd op vragen die verband houden met de aansprakelijkheid van de medepleger voor opzetdelicten. Het draait in het bijzonder om gevallen waarin de delictsuitvoering afwijkt van de voorstelling die de medepleger zich daarvan heeft gemaakt. Men denke aan de uitvoering van de geplande woningbraak die uitloopt op de levensberoving van een  huisbewoner, of de afgesproken moord die uitmondt in het begaan van meerdere levensdelicten. Onder welke voorwaarden is de medepleger aansprakelijk voor de overschrijding van het gezamenlijk plan, en voor welk(e) delict(en)? Een rechtsvergelijking met het Duitse en Engelse recht op dit punt, maakt deel uit van dit onderzoek. De benadering van medeplegen die wordt verdedigd, beoogt een betere grondslag te bieden voor de begrenzing van de aansprakelijkheid van de medepleger.

In zijn boek verdedigt de auteur dat de omvang van de aansprakelijkheid van de medepleger wordt bepaald door een drietrapsraket: samenwerking, causaliteit en schuldverband. Innovatief is het standpunt dat de omvang van het samenwerkingskader wordt afgebakend door de causaliteit, en niet door het (gezamenlijk) opzet van de medepleger(s). De samenwerking strekt zich uit tot alle gedragingen die daarvan in strafrechtelijke zin het gevolg zijn. Het opzet van de medepleger bepaalt enkel de omvang van diens  eigen aansprakelijkheid.

Verder bevat het boek een grondige rechtsvergelijking met het Mittäterschaft (Duitsland) en de joint criminal enterprise (Engeland en Wales)

€ 26.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Verkeersgegevens en artikel 13 Grondwet
Verkeersgegevens en artikel 13 Grondwet
Bert-Jaap Koops en Jan Smits, mmv Frank van der Kroon

Nu de telegraaf is verdwenen en het Internet is ingeburgerd, wil de wetgever artikel 13 van de Grondwet – het brief-, telefoon- en telegraafgeheim – vervangen door een brief- en telecommunicatiegeheim. Momenteel beschermt artikel 13 Grondwet alleen de inhoud van communicatie, en niet verkeersgegevens, dat wil zeggen gegevens zoals wie met wie wanneer belt of mailt. Maar hoe baken je verkeersgegevens af van inhoud van communicatie? Sommige verkeersgegevens zijn tegelijk inhoud, zoals de onderwerpsregel van een emailbericht, en vaak geven verkeersgegevens, zoals  Internetadressen, informatienummers en locatiegegevens, zicht op de inhoud van communicatie.
En naast het conceptuele onderscheid is er ook een technische uitdaging: kun je in de dynamische Internetcontext, waarin doorlopend nieuwe protocollen verschijnen, verkeersgegevens wel steeds technisch scheiden van de inhoud van communicatie?

Dit boek, dat geschreven is in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het kader van de herziening van artikel 13 Grondwet, geeft antwoord op de vraag in hoeverre het mogelijk is om verkeersgegevens en inhoud van communicatie nu en in de nabije toekomst voldoende scherp af te bakenen, zowel in technische als in juridische zin. Het biedt een integrale reflectie op het onderscheid tussen verkeersgegevens en communicatie-inhoud in een sterk aan veranderingen onderhevig communicatielandschap. De visie die hierin wordt gepresenteerd op de betekenis en de (on)houdbaarheid van het onderscheid tussen verkeersgegevens en inhoud is niet alleen van belang voor de herziening van artikel 13 Grondwet, maar ook voor de verdere ontwikkeling van het straf(proces)recht en het bestuursrecht rond elektronische communicatie in de toekomst.

€ 16.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Suriname Compleet?
Suriname Compleet?
Lachman Soedamah

Het grensgeschil tussen Suriname en zijn buurlanden is al meer dan een eeuw een telkens terugkerend probleem voor de regio. In dit boek wordt onderzoek gedaan naar de mogelijke bijdrage van het volkenrecht aan de oplossing van de grensgeschillen die Suriname heeft met zijn buurlanden. Deze grenskwesties zijn een erfenis uit het koloniale verleden. Het onderzoek richt zich op de oorzaken en problemen die ten grondslag liggen aan het nog niet definitief vaststellen van de Surinaamse grenzen. Om een volledig beeld te krijgen omtrent de grensproblematiek van Suriname, zijn naast de bespreking van het grensconflict tussen Suriname en Guyana ook de land- en maritieme grensgeschillen tussen Suriname en Frans-Guyana behandeld. De grensregeling van 1891 tussen Suriname en Frans-Guyana en de grensregeling van 1906 tussen Suriname en Brazilië komen eveneens aan de orde. Ingegaan wordt op de beslechting van grensconflicten in het regionaal volkenrecht, meer in het bijzonder in Latijns-Amerika. Met het behandelen van de verschillende grensgeschillen in Latijns-Amerika is nagegaan op welke wijze de landen hun problemen hebben aangepakt om tot een oplossing te komen. Hierbij zijn verschillende invalshoeken en perspectieven aan de orde gekomen die ook bij de mogelijke oplossing van de Surinaamse grensgeschillen een rol zouden kunnen spelen.

Lachman Soedamah is advocaat bij Soedamah Advocaten te Amsterdam. Vanaf begin 2009 heeft hij de advocatuur gecombineerd met het promotieonderzoek over de Surinaamse grensgeschillen dat hij als buitenpromovendus heeft verricht aan de Open Universiteit.

Het boek is leverbaar vanaf 14 februari 2014.




Encyclopedia on the International Criminal Tribunal for Rwanda - volume 4
Encyclopedia on the International Criminal Tribunal for Rwanda - volume 4
C. Tofan (ed.)

Recognizing that serious violations of humanitarian law were committed in Rwanda, and acting under Chapter VII of the United Nations Charter, the Security Council created the International Criminal Tribunal for Rwanda (ICTR) by resolution 955 of 8 November 1994. The ICTR was established for the prosecution of persons responsible for genocide and other serious violations of international humanitarian law committed in the territory of Rwanda between 1 January 1994 and 31 December 1994. It may also deal with the prosecution of Rwandan citizens responsible for genocide and other such violations of international law committed in the territory of neighbouring States during the same period. This Encyclopaedia is unique in its kind and will be the mostly cited and complete series in the world on the work of the tribunal. To present 44 people have been accused in 35 judgements. 100+ volumes will be published the coming years. ICA
will start in 2011 with presenting the finished cases as well as the background materials to the Tribunal.




Encyclopedia on the International Criminal Tribunal for Rwanda - volume 3
Encyclopedia on the International Criminal Tribunal for Rwanda - volume 3
C. Tofan (ed.)

Recognizing that serious violations of humanitarian law were committed in Rwanda, and acting under Chapter VII of the United Nations Charter, the Security Council created the International Criminal Tribunal for Rwanda (ICTR) by resolution 955 of 8 November 1994. The ICTR was established for the prosecution of persons responsible for genocide and other serious violations of international humanitarian law committed in the territory of Rwanda between 1 January 1994 and 31 December 1994. It may also deal with the prosecution of Rwandan citizens responsible for genocide and other such violations of international law committed in the territory of neighbouring States during the same period. This Encyclopaedia is unique in its kind and will be the mostly cited and complete series in the world on the work of the tribunal. To present 44 people have been accused in 35 judgements. 100+ volumes will be published the coming years. ICA
will start in 2011 with presenting the finished cases as well as the background materials to the Tribunal.




Encyclopedia on the International Criminal Tribunal for Rwanda - volume 2
Encyclopedia on the International Criminal Tribunal for Rwanda - volume 2
C. Tofan (ed.)

Recognizing that serious violations of humanitarian law were committed in Rwanda, and acting under Chapter VII of the United Nations Charter, the Security Council created the International Criminal Tribunal for Rwanda (ICTR) by resolution 955 of 8 November 1994. The ICTR was established for the prosecution of persons responsible for genocide and other serious violations of international humanitarian law committed in the territory of Rwanda between 1 January 1994 and 31 December 1994. It may also deal with the prosecution of Rwandan citizens responsible for genocide and other such violations of international law committed in the territory of neighbouring States during the same period. This Encyclopaedia is unique in its kind and will be the mostly cited and complete series in the world on the work of the tribunal. To present 44 people have been accused in 35 judgements. 100+ volumes will be published the coming years. ICA
will start in 2011 with presenting the finished cases as well as the background materials to the Tribunal.




Legal Encyclopaedia on the Yugoslav Crisis
Legal Encyclopaedia on the Yugoslav Crisis
W. van der Wolf, C. Hoitink (eds.)

Characterized by a series of etnic conflicts among the peoples of the former Yugoslavia, the Yugoslav Wars were, fought throughout the former Yugoslavia between 1991 and 1995. The wars ended in various stages; mostly resulted in full international recognition of new sovereign territories, but with massive economic disruption to the successor states. Often described as Europe`s deadliest conflicts since World War II, the conflicts have become infamous for the war crimes involved, including mass ethnic cleansing. The International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia (ICTY) was established by the UN to prosecute these crimes.This encyclopedia provides the reader with a complete overview of the documents of the United Nations in the former Yugoslavia war. It represents all the materials of the Yugoslavia war in an extensive collection. This encyclopedia contains the most important treaties and instruments of the Yugoslavia war from 1991 to the present. Our goal is to present of all the general materials reflecting the responses of the International community, acting through the United Nations, to all the aspects of the crisis. The documents include Security Council resolutions, Presidential Statements and Letters. This encyclopedia is relevant for scholars and students of international law; judges, and arbitrators involved in international case; government legal advisors.

Currently, the following planning is foreseen:

Volume 1, published December 2013
Volume 2a, published January 2014
Volume 2b, published February 2014
Volume 2c, published February 2014
Volume 2d,  published February 2014
Volume 2e, published March 2014
Volume 2f, published March 2014
Volume 2g, published March 2014
Volume 2h, published April 2014
Volume 2i, published April 2014
Volume 2j, published April 2014
Volume 2k, published May 2014
Volume 3a, published May 2014
Volume 3b, published May 2014
Volume 3c, forthcoming June 2014
Volume 3d, forthcoming June 2014
Volume 4, forthcoming June 2014
Volume 5a, forthcoming July 2014
Volume 5b, forthcoming July 2014
Volume 5c, forthcoming July 2014
Volume 5d, forthcoming August 2014
Volume 5e, forthcoming August 2014




Arms and Weapons - an introduction to the UN regulatory framework
Arms and Weapons - an introduction to the UN regulatory framework


The United Nations were founded inter alia with the idea of maintaininginternational peace and security in 1945. One of their main tasks duringthe past decades has become the fight against terrorism and disarmamentwhile human rights are highly emphasised. Terrorism poses a real andserious threat to the security and safety of innocent citizens who arehardly able to protect themselves. Therefore countering this scourge bysystematic and worldwide protection is in the interest of all mankind.Documents show how the United Nations and its Member States faceinternational terrorism. Fourteen instruments and four amendments havebeen released in order to protect human security and peaceful coexistence of all nations. Emphasis has been laid also on raising Member States awareness of terrorist threats by coordinating their counter-terrorism efforts and creating a common legal framework, especially through the General Assembly. The Security Council takes also part of the responsibility in the fight against terrorism by releasing and spreading resolutions. Moreover, the establishment of several subsidiary bodies with focus on that particular issue as well as various other programmes, offices and agencies of the United Nations system assist Member States in specific anti-terrorism activities.




The African Court of Human Rights and Peoples` Rights - Basic documents
The African Court of Human Rights and Peoples` Rights - Basic documents
S. Fennell, D. Andoni (Eds.)

The creation of a human rights court for Africa offers significantopportunities to secure a better life for all on the continent. So far,the potential of the African Court of Human Rights and Peoples’ Rights in complementing the protective mandate of the ACommHPR has remained largely unexplored. In the only case submitted to it, the Court correctly — but through an inordinately protracted process — concluded that it did not have jurisdiction to deal with the matter. Thereare several reasons for this dearth of cases. A major reason is thatsome of the States that are most frequently found in violation of theirCharter obligations by the ACommHPR have not yet ratified the AfCHPRProtocol. The ACommHPR can therefore not transfer these cases tothe AfCHPR. Regardless of the lack of cases and power of the court, it is interesting to get a firm understanding of the documents that underly the establishment of the AfCHPR to be able to compare them to already existing courts. The editors have thus tried to complement already existing background materials on (inter)national courts.




Disabilities and Human Rights documents - volume 3
Disabilities and Human Rights documents - volume 3
Kristina Janjac (ed.)

Current issues and debates surrounding `disability` include social and political rights, social inclusion and citizenship. In developed countries the debate has moved beyond a concern about perceived cost of maintaining dependent people with a disability to an effort to find effective ways of ensuring people with a disability that they can participate in and contribute to society in all spheres of life.The "disabilities" series comes as an index of meetings, discussions and resolutions taken in order to enable "impaired" people to integrate in the society or in the community that surrounds them without being treated differenty or un-respectfully.  




Disabilities and Human Rights documents - volume 4
Disabilities and Human Rights documents - volume 4
Kristina Janjac (ed.)

Current issues and debates surrounding `disability` include social and political rights, social inclusion and citizenship. In developed countries the debate has moved beyond a concern about perceived cost of maintaining dependent people with a disability to an effort to find effective ways of ensuring people with a disability that they can participate in and contribute to society in all spheres of life.The "disabilities" series comes as an index of meetings, discussions and resolutions taken in order to enable "impaired" people to integrate in the society or in the community that surrounds them without being treated differenty or un-respectfully.  




Evaluatie van een drietal versnellingsinstrumenten uit de Awb
Evaluatie van een drietal versnellingsinstrumenten uit de Awb
B.J. Schueler, M. Blekemolen, A.P.W. Duijkersloot, C.B. Modderman, R. Ortlep, H.H.M. Scholtes

In dit onderzoek zijn drie versnellingsinstrumenten uit de Awb geëvalueerd. Het betreft: de dwangsom bij niet tijdig beslissen, beroep bij niet tijdig beslissen en de positieve fictieve beschikking bij niet
tijdig beslissen; ook wel lex silencio positivo genoemd. De evaluatie ziet op een drietal hoofdpunten. In de eerste plaats is nagegaan of en in welke mate de versnellingsinstrumenten zijn ingezet en vervolgens
of zij hebben bijgedragen aan het bespoedigen van de besluitvorming. In de tweede plaats is onderzocht of de versnellingsinstrumenten een toe- of afname van de regeldruk hebben veroorzaakt. Ten derde is
onderzocht of en zo ja welke knelpunten zich in de praktijk hebben voorgedaan bij de inzet van de versnellingsinstrumenten. Dit alles met het oog op het eventueel aanpassen van de bestaande regels.

€ 15.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Special Tribunal for Lebanon, Volume 2
Special Tribunal for Lebanon, Volume 2
C. Hoitink (ED.)

On 13 December 2005, the Government of the Republic of Lebanon requested the United Nations to establish a tribunal of an international character to try all those who are alleged responsible for the attack of 14 february 2005 in Beirut that killed the former Lebanese Prime Minister Rafiq Hariri and 22 others.

Pursuant to Security Council resolution 1664 (2006), the United Nations and the Lebanese Republic negotaited an agreement on the establishment of the Special Tribunal for Lebanon. Further to Security Council resolution 1757(2007) of 30 May 2007, the provisions of the document annexed to it and the Statute of the Special Tribunal there to attached, entered into force on 10 june 2007.

Our series` goal is to present the reasons that led to the establishment of The Special Court, and to offer an overview of the cases brought before The Court. We also provide for background materials such as basic documents on the tribunal and documents on the conflict.




The Ultimate Space Law Collection - Volume 2.1
The Ultimate Space Law Collection - Volume 2.1
Dorina Andoni

The term “Space Law” refers to the body of international and national laws and customs governing human activities in outer space. For the past half century, the majority of outer space operations have been conducted by government agencies. We now, however, stand at the precipice of a new era in spaceflight. Following the retirement of the Space Shuttle, private companies are preparing to assume many of the missions traditionally undertaken by governments and to open outer space to the general
public. At the same time, questions of ownership and commercialization, environmental protection, as well as peaceful and equitable use of outer space, are rising. As space activities grow, space law will have to face new challenges.

According to corpus juris spatialis every State shall bear international responsibility for national activities of non-governmental entities in outer space. The national space activities are attributed to States through the launching and registration of a space object. The registration of space objects by the launching State, the State which procures the launching or the State from whose territory or facility a space object is launched, is an obligation of States which deems them responsible. National space laws and regulations are the toolbox of States to implement international obligations at the national level by assuring the conformity of the non-governmental and commercial entities when carrying out space activities with the international space law. The national space laws of each space-faring country are included in this second volume “National Space Legislation” of the series “Ultimate Collection in Space Law.




The Ultimate Space Law Collection - Volume 2
The Ultimate Space Law Collection - Volume 2
Dorina Andoni

The term “Space Law” refers to the body of international and national laws and customs governing human activities in outer space. For the past half century, the majority of outer space operations have been conducted by government agencies. We now, however, stand at the precipice of a new era in spaceflight. Following the retirement of the Space Shuttle, private companies are preparing to assume many of the missions traditionally undertaken by governments and to open outer space to the general
public. At the same time, questions of ownership and commercialization, environmental protection, as well as peaceful and equitable use of outer space, are rising. As space activities grow, space law will have to face new challenges.

According to corpus juris spatialis every State shall bear international responsibility for national activities of non-governmental entities in outer space. The national space activities are attributed to States through the launching and registration of a space object. The registration of space objects by the launching State, the State which procures the launching or the State from whose territory or facility a space object is launched, is an obligation of States which deems them responsible. National space laws and regulations are the toolbox of States to implement international obligations at the national level by assuring the conformity of the non-governmental and commercial entities when carrying out space
activities with the international space law. The national space laws of each space-faring country are included in this second volume “National Space Legislation” of the series “Ultimate Collection in Space Law.




The International Seabed Authority Collection
The International Seabed Authority Collection
W. van der Wolf, C. Tofan (eds.)

The seabed and ocean floor as well as the subsoil that are beyond the limits of any national jurisdiction are governed by the UN Convention of the Law of Sea. This area, some 200 nautical miles from baselines along the shore into the ocean is subject to international regulation. In some cases this distance is 350 nautical miles offshore, depending on the natural prolongation of the continental shelf of the territory concerned. The International Seabed Authority and its Parties are in charge of organizing and controlling this area, especially with regard to the  distribution of (mineralrelated) resources. Established under the UN Convention on the Law of the Sea in 1994, the Seabed Authority is an autonomous international organization with a headquarters in Jamaica (Kingston).

In this multi-volume collection, the basic Agreements and Treaties governing the establishment of the Seabed Authority and its work are being presented (volume 1 and 2). In the constituent volumes, the annual sessions are presented in chronological order, making the collection useful for anyone working in the area of maritime law.

Volume 3 presents the annual sessions of 1995 and 1996.




Disabilities and Human Rights documents - volume 1
Disabilities and Human Rights documents - volume 1
R. van Laar, C. Tofan

Current issues and debates surrounding `disability` include social and political rights, social inclusion and citizenship. In developed countries the debate has moved beyond a concern about perceived cost of maintaining dependent people with a disability to an effort to find effective ways of ensuring people with a disability that they can participate in and contribute to society in all spheres of life. The "disabilities" series comes as an index of meetings, discussions and resolutions taken in order to enable "impaired" people to integrate in the society or in the community that surrounds them without being treated differenty or un-respectfully.  




Encyclopedia on the International Criminal Tribunal for Rwanda - volume 1
Encyclopedia on the International Criminal Tribunal for Rwanda - volume 1
C. Tofan (ed.)

Recognizing that serious violations of humanitarian law were committed in Rwanda, and acting under Chapter VII of the United Nations Charter, the Security Council created the International Criminal Tribunal for Rwanda (ICTR) by resolution 955 of 8 November 1994. The ICTR was established for the prosecution of persons responsible for genocide and other serious violations of international humanitarian law committed in the territory of Rwanda between 1 January 1994 and 31 December 1994. It may also deal with the prosecution of Rwandan citizens responsible for genocide and other such violations of international law committed in the territory of neighbouring States during the same period. This Encyclopaedia is unique in its kind and will be the mostly cited and complete series in the world on the work of the tribunal. To present 44 people have been accused in 35 judgements. 100+ volumes will be published the coming years. ICA
will start in 2011 with presenting the finished cases as well as the background materials to the Tribunal.




The Case Against Kaing Guev Eav alias Duch - Volume 6
The Case Against Kaing Guev Eav alias Duch - Volume 6
Rene van der Wolf, Simone Fennell (Eds.)

Kaing Guek Eav, alias ‘Duch’, (1942), was the director of the Cambodian Security Prison S-21 between 1975 and 1979. Under his authority, countless violent acts were committed against the civilian population and he personally supervised torture. Duch was arrested and detained in May 1999 and indicted by the Cambodian Military Court for “crimes against domestic security and genocide, and subsequently with genocide, crimes against humanity, war crimes and crimes against internationally protected persons.”
In 2007, Duch was the fi rst of the former Khmer Rouge leaders to appear before the Extraordinary Chambers in the Courts of Cambodia (ECCC). Proceedings began in 2009, with the fi nal verdict pronounced on 26 July 2010. The Trial Chamber found Duch guilty of crimes against humanity and
grave breaches of the 1949 Geneva Conventions, and sentenced him to 35 years’ imprisonment. However, Duch received a reduction of 5 years for his illegal detention by the Cambodian Military Court between 10 May 1999 and 30 July 2007. On Appeal in 2012 the Supreme Court Chamber of the ECCC overturned
2010 decision of the Trial Chamber and sentenced Duch to life imprisonment, stating that “the Trial Chamber attached undue weight to mitigating circumstances and insuffi cient weight to the gravity of the crimes and aggravating circumstances in this case.”




Accumulation by Dispossession Through State-Corporate Harm: The Case of AngloGold Ashanti in Colombia
Accumulation by Dispossession Through State-Corporate Harm: The Case of AngloGold Ashanti in Colombia


This book studies the case of AngloGold Ashanti’s activities in Colombia from a new theoretical perspective: accumulation by dispossession through state-corporate harm. By adding a harm perspective to the concept of state-corporate crime, and contextualizing it within the global process of accumulation by
dispossession, this book studies the case of AngloGold Ashanti in Colombia, using the concepts of ‘friction’ and ‘frontier’ to understand the relevant interactions that make up this case. The aim is to answer, what is the nature of the harms resulting from the interaction between the multinational corporation AngloGold
Ashanti, and the Colombian state? And, furthermore, how can this phenomenon be explained? To answer these questions, the author gives account of the origin of current mining policies and regulation in Colombia; followed by an analysis of AGA’s entry to the country, and the way in which it acquired several mining titles. Finally, she discusses the corporation’s gold mining project La Colosa, located in the Tolima region, and the power dynamics that rule this mining frontier. After giving account of the interactions and harms that take place in the abovementioned situations, the study suggests that state-corporate harm, stemming from the interaction between AngloGold Ashanti and the Colombian state, is the means by which
the process of accumulation by dispossession materializes, thereby giving a possible explanation to the phenomenon under discussion.




Onbegrensd Strafecht - liber amicorum Hans de Doelder
Onbegrensd Strafecht - liber amicorum Hans de Doelder
Onder redactie van Edwin Bleichrodt, Arthur Hartmann, Paul Mevis, Lodewijk Rogier en Barbara Salverda

De breedte van het terrein van de wetenschap waarop Hans de Doelder zich in zijnacademische carrière heeft begeven en de vele verbindingen met onderwerpen,mensen en instituties die daaruit voortvloeiden, vindt zijn weerslag in de inhoud van deze bundel. In de categorisering van de verschillende bijdragen keren de belangrijkste thema`s in het werk van Hans terug, in het bijzonder het Openbaar Ministerie, de rechtshandhaving, de strafrechtspleging en het tuchtrecht.Het boek is in verschillende onderwerpen verdeeld; strafrecht over de grens, voorarrest, tuchtrecht, handhaving binnen en buiten het strafrecht, openbaar ministerie, en facetten van de strafrechtspleging:

Inhoud:
Het bestuur dankt Hans de Doelder - Suzan Stoter en Fabian Amtenbrink

STRAFRECHT OVER DE GRENS

Het nieuwe strafrechtelijk sanctiestelsel van Curaçao - Edwin Bleichrodt
Strafrechtelijke handhaving van meisjesbesnijdenis in rechtsvergelijkend perspectief - Renée Kool
Rechtshulp in het Koninkrijk - Ad Machielse
Jeugdigen en vrijheidsbeneming in de West - Annemarie Marchena-Slot
De tbs-regelingen van Nederland en de Antillen: zoek de verschillen - Hjalmar van Marle en Michiel van der Wolf
The Death Penalty`s Survival and Application for the Crime of Fraudulent Fundraising in China - Wei Pei en Qianyun Wang
International cooperation against organized crime: lessons learned from combating maritime piracy in Somalia - Ernesto Savona
Levenslang in de Cariben - Rick Smid en Gerben Smid
De wettelijke sanctionering van recidive binnen het Koninkrijk - Sanne Struijk
Corporate criminal liability: Proposals for future EU legislation - Klaus Tiedemann
Union Law and harmonisation of national economic and financial criminal law - John Vervaele

VOORARREST

Van Brogan naar Salduz: alsnog een praktische en principiële regeling van de inverzekeringstelling? - Jolande uit Beijerse
Een nieuwe regeling van het voorarrest - Jan Reijntjes

TUCHTRECHT

Tuchtrecht en het nemo tenetur-beginsel. Ontwikkelingen in de betekenis van het nemo tenetur-beginsel voor het wettelijk geregeld tuchtprocesrecht - Tineke Cleiren en Jan Watse Fokkens
Advocatuurlijk tuchtrecht - Jan Lintz en Paul Verloop

HANDHAVING BINNEN EN BUITEN HET STRAFRECHT

(Hoog)geleerde les: tijd voor financiële strafrechtpreventie 2.0? - Rutger de Doelder
Toedeling van handhaving - Peter van Russen Groen en Melis van der Wulp
Oratio pro domo. Revival van het abolitionisme? - Cees Schaap

OPENBAAR MINISTERIE

Een herstelgericht openbaar ministerie - John Blad
De ontwikkeling van het gedoogbeleid, coffeeshop Checkpoint en het recht om te vervolgen - Tom Blom
De `gruwel` van De Doelder. Enkele overpeinzingen over de positie van het Openbaar Ministerie ten opzichte van zijn minister - Henk van de Bunt en Joep Beckers
Nodig of overbodig? Een verkenning van de gedragsaanwijzing van de officier van justitie (artikel 509hh Sv) - Beatrijs Jue-Volker en Eelco Moerman
Een strategische terugtocht van het Openbaar Ministerie. Een opstel over de positie van het Openbaar Ministerie en andere partijen in het strafproces - Ton de Lange
De ministeriële aanwijzingsbevoegdheid jegens de Nationale Politie en het OM nader beschouwd in het kader van de strafrechtelijke rechtshandhaving - Miranda de Meijer
Het OM als bestuursorgaan - Lodewijk RogierHet opportuniteitsbeginsel en bijzondere opsporing: de opportuniteitsvraag vervroegd? - Barbara Salverda, Joost Verbaan en Ronald Verbeek
Het opportuniteitsbeginsel revisited - Floriaan Went

FACETTEN VAN DE STRAFRECHTSPLEGING

De werking van de strafrechtspleging en de inrichting van het nationale politiekorps: een mismatch? - Cyrille Fijnaut
Juristen en schuld - Krijn Haak
De strafuitsluitingsgronden anders opgeschreven: een revisie - Arthur Hartmann
Roekeloosheid in het verkeer - Jaap van der Hulst
Het ambtsmisdrijf van art. 2:360 NASr; navolgenswaardig? - Paul Mevis
Bovenmenselijke rechters-commissarissen? - Vincent Mul
Een nostalgisch verweer breekt toch nog door - Theo de Roos
Een onaardig arrest over vormverweren - Tom Schalken
Enige rechtshistorische opmerkingen in vogelvlucht over de indeling van strafbare feiten - Laurens Winkel

Publicatielijst
Lijst van promoti en promotae

€ 49.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Russia and the European Court of Human Rights: a decade of change
Russia and the European Court of Human Rights: a decade of change
Olga Chernishova & Mikhail Lobov (eds.)

The last decade has seen a striking rise in Russian cases before the European Court of Human Rights. The influence of its case-law can be seen in all areas of Russian life, becoming a reality on the ground, a genuine impulse for change. Russia, the Court`s biggest `client`, has also played its part in the major development of the Convention system. Judge Anatoly Kovler has left his mark on this important period for the Convention and for Russia. Beyond his judicial achievements, which are illustrated by hundreds of judgments, he has become a key figure in the dialogue between the Court and the national authorities, thus acting as a bridge between two different environments. These theoretical and practical essays are published in his honour by his colleagues and friends. The Russian perspective is presented notably by Valery Zorkin, President of the Constitutional Court, and Tatiana Neshatayeva, former Judge at the Supreme Commercial Court. The decade of change from the Court’s viewpoint is highlighted by, among others, its President Dean Spielmann, former Section President Nina Vajic, Deputy Registrar Michael O`Boyle, and former Registrar and Jurisconsult Michele de Salvia. A personal testimonial by the former President of the Court, Jean-Paul Costa, enriches this book along with Professor Frédéric Sudre’s insight into Judge Kovler’s separate opinions.

La dernière décennie a vu un essor spectaculaire du contentieux russe devant la Cour européenne des droits de l’homme. Le rayonnement de sa jurisprudence se constate dans tous les domaines de la vie en Russie, devenant une réalité sur le terrain, un vrai facteur de changement. Le plus gros « client » de la Cour, la Russie, a elle aussi apporté sa pierre à l’impressionnante évolution du système de la Convention. Le juge Anatoly Kovler a marqué de son empreinte cette période importante pour la Convention et pour la Russie. Au-delà de ses activités judiciaires qui se sont exprimées par des centaines d’arrêts, il est devenu une figure clé du dialogue entre la Cour et les instances nationales, constituant ainsi un pont entre deux mondes différents. Ces mélanges composés d’écrits théoriques et pratiques sont publiés en son honneur par ses collègues et amis. La vision russe est exposée notamment par le Président de la Cour constitutionnelle Valery Zorkin et par l’ancienne juge à la Cour suprême commerciale Tatiana Neshatayeva. Du côté de la Cour européenne, la décennie de changements est illustrée, entre autres, par son Président Dean Spielmann, par l’ancienne Présidente de section Nina Vajic, par le Greffier adjoint Michael O’Boyle et par l’ancien Greffier et Jurisconsulte Michele de Salvia. Un témoignage personnel de l’ancien Président de la Cour Jean-Paul Costa vient enrichir ces mélanges et le professeur Frédéric Sudre apporte son regard sur les opinions séparées du juge Kovler.

Contents / Table des matières

Anatoly Kovler: un témoignage / a testimonial - Jean-Paul Costa

Les opinions séparées du juge Anatol Kovler jointes aux arrêts de Grande Chambre de la Cour européenne des droits de l’homme - Frédéric Sudre

The separate opinions by Judge Anatoly Kovler appended to the judgments of the Grand Chamber of the European Court of Human Rights - Frédéric Sudre

Interaction between national and supranational justice in modern times: new prospects
- Valery Zorkin

The precedent and human rights - Tatyana N. Neshatayeva

Esquisse pour une approche axiologique de la jurisprudence de la Cour européenne des droits de l’homme - Michele de Salvia

Sketch for an axiological approach to the jurisprudence of the European Court of Human Rights
- Michele de Salvia

Restitutio in integrum in the system of the European Convention on Human Rights
- Mikhail Lobov

Pilot judgments and class actions: what solution for systemic violations of human rights?
- Nina Vajić and Grigory Dikov

Investigatory powers of the European Court of Human Rights - Michael O’Boyle and
Natalia Brady

Examiner à la loupe le dérisoire? / Examining futilities under the magnifying glass?
- Dean Spielmann and Olga Chernishova




The Human Trafficking Cycle: Sinai and Beyond
The Human Trafficking Cycle: Sinai and Beyond
MEH van Reisen, M Estefanos, and CRJJ Rijken

Human trafficking in the Sinai started in 2009 and involves the abduction, extortion, sale, torture and killing of men, women and children. This book follows from the publication “Human Trafficking in the Sinai: Refugees between Life and Death” (2012). It describes how refugees are abducted and brought to the Sinai and identifies the modus operandi of the trafficking. It also looks at what happens after the hostages are released and where they go. This book introduces the term ‘trafficking cycle’ to describe how refugees become trapped in a vicious cycle of detention, exploitation and abuse, or take risks that may lead to tragedies such as the shipwreck off the coast of Lampedusa on 3 October 2013. It also portrays how Sinai survivors remain owners of their own history and keepers of their own dignity. The book is based on interviews with hostages and survivors of the trafficking in the Sinai and others.

Mirjam van Reisen is Professor of International Social Responsibility at Tilburg University. Meron Estefanos is a Swedish journalist of Eritrean decent. Conny Rijken is lawyer and a specialist in trafficking in human beings at Tilburg University. Guest author, Erik Borgman, is Professor of Systematic Theology at Tilburg University.  




A Century of International Justice and Prospects for the Future / Rétrospective d’un siècle de justice internationale et perspectives d’avenir
A Century of International Justice and Prospects for the Future / Rétrospective d’un siècle de justice internationale et perspectives d’avenir
Antônio Augusto Cançado Trindade & Dean Spielmann

Judge Antônio Augusto Cançado Trindade traces the line of evolution of the realization of international justice along one century. In the current era of international tribunals, he identifies the advances achieved in their common mission, the current challenges faced by them, and the prospects for the future.President Dean Spielmann underlines the close link between the International Court of Justice and the European Court of Human Rights and the need to maintain this link in order to preserve harmony in the case-law at international level.

Le Juge Antônio Augusto Cançado Trindade trace les lignes de l`évolution du droit international au cours d`un siècle. Dans la période actuelle des tribunaux internationaux, il identifie les avancées dans leur mission commune, les défis auxquels ils font face actuellement et les perspectives d`avenir. Le Président Dean Spielmann met en exergue le lien étroit entre la Cour internationale de Justice et la Cour européenne des droits de l`homme et la nécessité de maintenir ce lien pour préserver l`harmonie jurisprudentielle au niveau international.

English / French publication!




Gezondheid en het recht
Gezondheid en het recht
S.J.F. Heirman, E.C. Huijsmans, M.M. Spooren (redactie)

 Het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid (hierna: het Kennis-centrum), verbonden aan het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, is een kenniscentrum dat zich bezighoudt met de straf-, civiel- en bestuurs- (/belasting)rechtelijke aspecten van milieu en gezondheid. Het Kenniscentrum is een samenwerkingsverband aangegaan met de afdeling bestuursrecht van de rechtbank ’s-Hertogenbosch.      
Het Kenniscentrum organiseert onder meer themadagen op het gebied van het milieu en de gezondheid voor leden van de zittende magistratuur en de juridische ondersteuning van alle gerechten.
Op 19 april 2013 heeft de negende themadag van het Kenniscentrum plaatsgevonden met als thema "Gezondheid en het recht".
In dit kennisdocument vindt u de bijdragen van een aantal sprekers van die themadag.


mr. F.J.W.M. van Dooren is de substituut Nationale ombudsman.
Prof. dr. J.W.M. van der Meer is emeritus hoogleraar internegeneeskunde en internist in het UMC St. Radboud te Nijmegen.
Prof. mr. T. Barkhuysen is advocaat te Amsterdam bij Stibbe en hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden.
Ron Lodewijks is onderzoeksjournalist bij het Brabants Dagblad.
Mr. drs. M.M. Spooren is senior juridisch medewerker bij deafdeling strafrecht van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Tevens is zij werkzaam bij het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid ’s-Hertogenbosch.
Mw. mr. B.A. Prins is hoofd Bureau Juridische Zaken van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Dr. E.W.J. Keuter is als algemeen neuroloog werkzaam bij het Diaconessenziekenhuis te Meppel.
Prof. dr. S. Visser is hoogleraar gezondheidszorgpsychologie aan de Universiteit van Amsterdam en is hoofd somatoforme stoornissen bij Pro Persona GGZ. Hij is tevens hoofdopleider voor de GZ-opleiding in Amsterdam.
Mr. H. de Hek is senior raadsheer bij de afdeling civiel recht van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.


De tekst van deze uitgave is afgesloten op 15 november 2013.

€ 25.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Bemiddeling in het strafrecht
Bemiddeling in het strafrecht
Reinout Schiphuis

De rechter wordt bij straftoemeting beïnvloed door diverse doelen en uitgangspunten, zoals rechtseenheid en proportionaliteit. De uitkomst van bemiddeling wordt bepaald door partijen zelf. Op het eerste gezicht lijken straftoemeting en bemiddeling dus moeilijk te verenigen. In de wet is echter opgenomen dat de rechter bij de straftoemeting rekening dient te houden met een bemiddelingsovereenkomst.Dit boek maakt inzichtelijk in welke mate bemiddeling invloed kan hebben op de straftoemeting door de rechter en staat stil bij de effecten van deze invloed.Dat is van belang voor de betrokkenen bij bemiddeling – slachtoffer en dader – en voor de betrokkenen bij het strafproces – officier van justitie, advocaat en rechter.Dit boek is daarmee niet alleen geschikt voor al deze directe betrokkenen bij het strafproces, maar ook voor studenten en wetenschappers, die snel wat meer inzicht willen krijgen in beide processen.

€ 14.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Reports of Judgments and Decisions/Recueil des arrêts et décisions. Volume 2012-IV
Reports of Judgments and Decisions/Recueil des arrêts et décisions. Volume 2012-IV
European Court of Human Rights

The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int). 




Reports of Judgments and Decisions/Recueil des arrêts et décisions. Volume 2012-III
Reports of Judgments and Decisions/Recueil des arrêts et décisions. Volume 2012-III
European Court of Human Rights

The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int). 




Reports of Judgments and Decisions/Recueil des arrêts et décisions. Index 2009
Reports of Judgments and Decisions/Recueil des arrêts et décisions. Index 2009
European Court of Human Rights

The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int). 




Reports of Judgments and Decisions/Recueil des arrêts et décisions. Volume 2009-VI
Reports of Judgments and Decisions/Recueil des arrêts et décisions. Volume 2009-VI
European Court of Human Rights

The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int). 




The Rights of National Minorities in International Law
The Rights of National Minorities in International Law
Zofia Stachowska

This book presents the most important documents on the subject of national minority rights. As the topic of minority protection is very broad, the book mainly focuses on the legislation regarding protection of national/ethnic minorities. The aim is to display how the international law concerning the issue of national minority protection has developed throughout years within Universal and regional systems and to serve as a useful tool for students and scholars. The book contains the documents or part of the documents concerning national minorities (mostly from the United Nations System and European regional systems - OSCE, Council of Europe and European Union) as these are the systems with the most advanced legislation on the subject of minority rights protection. The regional systems from Africa, the Americas, and Asia are represented by their legislation regarding general human rights, since these regions have not developed systems that explicitly protect minorities yet.    




Reports of Judgments and Decisions/Recueil des arrêts et décisions. Volume 2009-V
Reports of Judgments and Decisions/Recueil des arrêts et décisions. Volume 2009-V
European Court of Human Rights

The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int). 




Reports of Judgments and Decisions/Recueil des arrêts et décisions. Volume 2009-IV
Reports of Judgments and Decisions/Recueil des arrêts et décisions. Volume 2009-IV
European Court of Human Rights

The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int). 




Reports of Judgments and Decisions/Recueil des arrêts et décisions. Volume 2009-III
Reports of Judgments and Decisions/Recueil des arrêts et décisions. Volume 2009-III
European Court of Human Rights

The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int). 




Reports of Judgments and Decisions/Recueil des arrêts et décisions. Volume 2009-II
Reports of Judgments and Decisions/Recueil des arrêts et décisions. Volume 2009-II
European Court of Human Rights

The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int). 




Reports of Judgments and Decisions/Recueil des arrêts et décisions. Volume 2009-I
Reports of Judgments and Decisions/Recueil des arrêts et décisions. Volume 2009-I
European Court of Human Rights

The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int). 




Stripe kerk
Stripe kerk
Gerard Strijards

Kom ik in Eindhoven, dan trekt mijn hart toch naar dat Trudoplein, met die vreemde kerk, een hybride neogothisch bouwwerk, een wangedrocht in baksteen.

In 2003 bestond de Sint Theresiakerk 75 jaar. Ik schreef in het jubileumboekje Een regen van rozen in 2003 dat deze gebouwen opgericht zijn om gestalte te geven aan het onzienlijke. Dat doen zij nog. Nog steeds. In 2012 voleindt de Sint Trudokerk haar honderdvijfentwintigste jaar als liturgische plek van samenkomst en aanbidding. De gebouwen zullen er nog wel staan na het vergaan van mijn geslacht dat daar nog kerkte - het zijn erkende monumenten - maar de mensen die hen tot dat doel moeten bezielen door hen daartoe te bevolken zullen er niet zijn. Niet meer. Het schijnt onontkoombaar. Wie zal het zeggen?

De Sint Joris te Stratum en de Petrus-kerk aan de Woenselse Kloosterdreef zullen dan gebruikt worden voor die doelen door hen die dan nog belijdend katholieken willen heten. Zo wil het het Bisdom Den Bosch, dat ook moet roeien met de riemen die het heeft. De Strijpse gebouwen zullen dan, wat mij betreft, rijd ik met de bus er langs, ontzield schijnen. En Strijp óók.

€ 14.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Rechtsgeleerdheid, rechtswetenschappen, Law school
Rechtsgeleerdheid, rechtswetenschappen, Law school
B. van Erp-Jacobs

In het kader van het vijftigjarig jubileum van de Tilburgse Rechtenfaculteit schetst Professor Jacobs in het boek `Rechtsgeleerdheid, rechtswetenschappen, Law school. 50 jaar rechtenfaculteit in Tilburg` een sprekend historisch beeld van de veranderingen van de juridische faculteit. In 1963 krijgt de Katholieke Hogeschool in Tilburg een juridische faculteit. Er komen een klassieke opleiding Nederlands recht en een opleiding fiscaal recht. De rechtenfaculteit krijgt in de jaren zestig, net als de gehele Hogeschool en andere onderwijsinstellingen, te maken met studenten en medewerkers die inspraak eisen en het onderwijsprogramma ter discussie stellen. In de loop van de jaren nemen de studentenaantallen toe, waaronder in belangrijke mate ook de aantallen avondstudenten. Dat vereist een bijzondere inspanning. Geleidelijk breidt men ook het aantal studierichtingen uit met een juridisch bestuurswetenschappelijke opleiding - later omgevormd tot bestuurskunde - en andere opleidingen, waardoor er meer diversiteit ontstaat. In de jaren negentig komt er een onderzoeksinstituut voor grondslagen en rechtsvergelijking, het Schoordijk Instituut, waarbinnen het facultaire onderzoek grotendeels wordt geconcentreerd. In de jaren 2000 richt de faculteit de blik steeds meer naar buiten: onderzoek en onderwijs worden sterker internationaal en inter- en multidisciplinair. In 2012 mondt deze ontwikkeling uit in het mede-initiatief tot de oprichting van een wereldwijde Law Schools Global League en in 2013 tot de start van een Engelstalig bachelorprogramma Global Law. Beschikbaar voor 15 Euro tot 31-12-2013.

€ 20.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Huurrecht - woonruimte
Huurrecht - woonruimte
Danny Vong

Deze Wolf Study Guide is bestemd voor studenten en juristen die in aanraking komen met het huurrecht en daarbij snel kennis van dit rechtsgebied willen opdoen. Met behulp van schematische overzichten en de belangrijkste hoofdlijnen wordt de regelgeving van de woonruimte in het huurrecht weergegeven. Het doel van deze studyguide is om overzichtelijk en snel informatie te presenteren. Zoals gebruikelijk is deze studyguide voorzien van een uitgebreid trefwoordenregister.

Mr. D. Vong is advocaat bij Van Stiphout Advocaten te Helmond en is daarnaast jaren actief geweest bij de Rechtswinkel te Best als juridisch adviseur. Tevens heeft hij verschillende jaren de functie van pleittrainer voor de Oefenrechtbank vervuld op Tilburg University.

€ 10.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Forensic psychiatry in a nutshell
Forensic psychiatry in a nutshell
Karel Oei

Snippets, that is the term Karel Oei uses for some of his many contributions to psychiatry in general and forensic psychiatry in particular. Snippets, also called cuttings, chips, bits, fragments or tiny pieces.         The fact that Karel published his contributions to the professional and scientific debate as ‘snippets’ strikingly characterizes his modesty. And that whereas these short texts are often literary gems with interesting (forensic) psychiatric reflections.
All these ‘snippets’ also represent Karel’s versatility as a forensic psychiatrist. These snippets provoke the urge to piece these tiny bits together, to link them. In that sense, the challenge that these snippets pose does Karel justice. His ability and his need to connect are after all great.




Grensverkeer
Grensverkeer
Theo de Wit, Reijer de Vries, Ryan van Eijk (red.)

De eerste reeks van de hier gepubliceerde bijdragen staat in het kader van een driejarige cyclus van het justitiepastoraat in Nederland. Die cyclus richtte de aandacht  op de communicatie van geestelijk verzorgers bij justitie in de drie relaties die zij in hun werk onderhouden: 1- de communicatie in het bijstaan van gedetineerden, en de communicatie voortkomend vanuit hun dubbele loyaliteit namelijk jegens 2- de overheid en jegens 3- hun ‘zendende instantie’.
 
De betrekking van de geestelijk verzorger tot de zendende instantie staat centraal in deze bundel en rondt de cyclus af, nadat eerder de overheid (Twee heren dienen, 2011) en de gedetineerden (‘Graag een normaal gesprek’, 2012) centraal stonden. De eerste vijf bijdragen zijn grotendeels uitwerkingen van lezingen  op de studiedagen 2013; een verdere bijdrage is mede gebaseerd op materiaal dat door rooms-katholieke geestelijke verzorgers tijdens hun studiedagen is ingebracht. De centrale thematiek die de bijdragen in dit thematisch deel verbindt, is de opdracht van de geestelijk verzorger om de werelden van ‘binnen’ en ‘buiten’, gevangenis en kerk, gevangenisbewoner en burger in de samenleving en de daarmee verbonden waarderingen en houdingen (vertrouwen/wantrouwen, humaan/inhumaan, crimineel/ medeburger) met elkaar te verbinden. De geestelijk verzorger heeft in zijn werk niet alleen te maken met dit grensverkeer – hij of zij praktiseert dit ook zelf.
 
Naast dit thematisch deel bevat de bundel nog een bijdrage over vergeving van de theoloog De Vries, een artikel over de relatie tussen onvolmaaktheid, menselijkheid en barmhartigheid van de filosoof De Wit, een eerste resultaat van een onderzoek naar boosheid bij gedetineerden door justitiepredikante Terlouw-Sterk en een weergave van het onderzoek naar de taak van de justitiepastor aangaande humaniteit tijdens detentie waarop justitieaalmoezenier Van Eijk in 2013 promoveerde.
 

€ 14.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Issues that matter
Issues that matter
Kees Groenendijk, Elspeth Guild, Sandra Mantu, Paul Minderhoud, Ashley Terlouw en Karin Zwaan

ISSUES THAT MATTER, mensenrechten, minderheden en migranten, bevat 31 wetenschappelijke bijdragen van (voormalige)collega`s, promovendi, medewerkers, vrienden en medebestuursleden van prof. mr. R. Fernhout.
Het boek bevat zes delen:
* asiel- en vluchtelingenrecht
* Europees migratierecht
* het recht op onderwijs
* mensenrechten in het algemeen
* de burger tegenover de staat
* de rechtspositie van vreemdelingen
De bijdragen weerspiegelen de veelzijdigheid van het werk en de belangstelling van prof. Fernhout die van 1985 tot 2013  met een onderbreking van de zes jaar dat hij Nationale ombudsman was  aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen was verbonden.

€ 39.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The ICJ Advisory Opinion on Kosovo
The ICJ Advisory Opinion on Kosovo
Monika Stachonova

States never in history suggested the act of promulgating the declaration of independence as contrary to international law. Would Kosovo be the first one? Its independence was declared unilaterally by the Parliament on 17 February 2008. “Is the unilateral declaration of independence by the Provisional Institutions of Self-Government of Kosovo in accordance with international law?” This crucial question was laid down by Serbia before the International Court of Justice. The Court focused on the conformity of Kosovo’s independence with international law and after taking all the facts into consideration itissued an Advisory Opinion. By nine votes to five it concluded that the adoption of the declaration did not violate any applicable rule of international law.




Assessment of Credibility by Judges in Asylum Cases in the EU
Assessment of Credibility by Judges in Asylum Cases in the EU
Carolus Grütters, Elspeth Guild & Sebastiaan de Groot (eds.)

This book reports on the findings of a seminar on ‘Judicial Scrutiny and Credibility Assessment in Asylum Procedures’ organised by the Centre for Migration Law (CMR) of Radboud University Nijmegen and the International Association of Refugee Law Judges (IARLJ) and co-sponsored by the EU Jean Monnet Programme, hosted by Radboud University Nijmegen in the Netherlands on 16 April 2013.Along with the reflections of experts on credibility assessment, this book also contains the full text of the Credo Document: Assessment of Credibility in Refugee and Subsidiary Protection claims under the EU Qualification Directive - Judicial criteria and standards. This document was prepared for the IARLJ
in its role as a partner in the ‘Credo Project’. In this project participated, next to the IARLJ, the Hungarian Helsinki Committee (HCC), the United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR) and Asylum Aid. We hope that this book will contribute to the dissemination of knowledge on the assessment of credibility in asylum cases amongst judges and in particular assist in decreasing the risk of denying protection of those who are in need of protection.




De Luister-en-Vertel-Tournee in Argentinië - deel 1
De Luister-en-Vertel-Tournee in Argentinië - deel 1
n.iemand

Er was eens een paviljardair met een hoed Iedere dag begint de paviljardair met de hoed drie brieven. Ouderwets: pen en papier. En als een brief af is stuurt hij die ook op. Ook ouderwets: brief in een enveloppe, postzegel erop, en hop, op de post. Stel je bent een van die ongelukkigen, die van hem een brief moet krijgen, wat zou je dan nog leuk vinden om daar in te lezen? “Kan ik je misschien ergens mee van dienst zijn?” vraagt Roodborst me. Nou, denk ik bij mezelf, bij gebrek aan panters kan een roodborstje me misschien wel uitleggen hoe het komt dat de panda niet naar Zuid-Amerika geëmigreerd is. “Nou je het vraagt,” begin ik de vraag van Roodborst te beantwoorden, “Kun je me misschien vertellen hoe het komt dat de panda niet naar Zuid-Amerika geëmigreerd is?” “En waarom wil je dat weten?” “Die vraag heeft mijn broer me als richtinggever meegegeven.” Stil houdt Roodborst zijn kopje schuin. Nu is het zijn beurt verbaasd te zijn. Dus leg ik hem uit wat ik hier doe. Dat ik een reiziger en een schrijver ben, van beroep paviljardair, dat ik bezig ben met De Luister-en-Vertel-Tournee in Argentinië, dat ik van tevoren aan tientallen mensen richtinggevers gevraagd heb voor de brieven die ik tijdens die Tournee driemaal daags schrijf, dat die richtinggevers variëren van sport tot natuur, van politiek tot cultuur, van eten tot vervoer, dat sommige van die richtinggevers heel vaag zijn en sommige juist heel precies, dat een van die precieze van mijn broer is. Een vraag van Borgesiaanse allure, zo scherp. “Hoe komt het dat de panda niet naar Zuid-Amerika is geëmigreerd?”
Wie is de paviljardair met de hoed? n.iemand eigenlijk. n.iemand is verhalenverteller, schrijver, taxichauffeur, consultant, manager,
wereldreiziger, kosmopoliet, filosoof. Iedereen kan de man met de hoed zijn. Zelfs U.

€ 12.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Betrokkenheid van derden bij contractbreuk
Betrokkenheid van derden bij contractbreuk
Laura van Bochove

Overeenkomsten werken alleen tussen de contractspartijen. Wanneer een contractuele verplichting niet wordt nagekomen, dan zal de benadeelde contractant dus in beginsel enkel zijn wederpartij kunnen aanspreken. De meeste Westerse rechtsstelsels erkennen echter dat ook derden, die bij de contractbreuk betrokken zijn geweest, onder omstandigheden aansprakelijk kunnen worden gedacht aan gevallen waarin de derde de contractbreuk heeft uitgelokt of gefaciliteerd, of ervan heeft geprofiteerd.

In dit boek wordt onderzocht hoe het Nederlandse, Duitse, Franse, Engelse en Amerikaanse aansprakelijkheidsrecht reageren op situaties van derdenbetrokkenheid bij contractbreuk. De resultaten uit de rechtsvergelijking worden gebruikt om de gezichtspunten in kaart te brengen die de Nederlandse rechter dient mee te wegen in het aansprakelijkheidsoordeel. Daarnaast worden, aan de hand van de uitkomsten van de vergelijking van de vier Europese jurisdicties, aanbevelingen gedaan over een geharmoniseerde regeling op EU-niveau op basis van de gemeenschappelijke kern.

Dit boek is tot stand gekomen met financiering van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).


€ 34.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Global human rights instrument collection 7
Global human rights instrument collection 7
S. Fennell (ed.)

Human rights are rights that you can invoke because you are human. They are aimed to preserve human nature, humanity and provide humane standards. Human rights translate into international norms that help protect people from all over the world from severe political, legal and social abuses. Law and morale are the safeguards of these inalienable rights. Human rights invoke strong claims and even stronger sentiments. To ensure them, governments are directly addressed, requiring compliance and enforcement. The Universal Human Rights Instruments collection aims to give a detailed and accurate overview of the instruments that have been created over the years to safeguard the human rights of people. The content of this collection ranges from universal human rights instruments to continental human rights instruments and discusses the direct enforcement of human rights by international courts and tribunals. The goal behind these extensive studies is to provide the international legal public with a reliable, detailed resource of prominent human rights instruments.

This volume includes the basic document on the African Court of Human Rights and Peoples Rights and some key legislation.




The Case Against Charles Taylor - volume 5
The Case Against Charles Taylor - volume 5
R. van der Wolf (Ed.)


Charles Taylor was charged with 11 specific crimes committing during Sierra Leone’s Civil war from 1996 to 2002. The SCSL prosecutor originally has 17 counts on his indictment for war crimes and crimes against humanity in 2003. In 2006, the indictment was amended resulting in these 11 counts. Including the attacks on Kono and Makeni (well-known diamond regions) and Freetown in late 1998 and early 1999.

He was found guilty of the following crimes:
·         Five counts of war crimes: terrorizing civilians, murder, outrages on personal
dignity, cruel treatment, looting.
·         Five counts of crimes against humanity: murder, rape, sexual slavery, mutilating and beating, enslavement.
·        One count of other serious violations of international humanitarian law: recruiting
and using child soldiers. 

The crimes that Taylor committed where considered ‘some of the most heinous and brutal crimes recorded in human history’. Taylor is currently serving his sentence in the United Kingdom since 15 October 2013.

 

 

 




200 jaar Koninkrijk:Religie, staat en samenleving
200 jaar Koninkrijk:Religie, staat en samenleving
Sophie van Bijsterveld & Richard Steenvoorde (red.)

De meest kleurrijke hoofdstukken van de Nederlandse staatkundige geschiedenis liggen wel op het snijvlak van religie, staat en samenleving. De laatste jaren is deze verhouding opnieuw onderwerp van een levendig maatschappelijk en politiek debat. Het 200-jarig bestaan van het Koninkrijk der Nederlanden vormt de aanleiding om de verhouding tussen religie, staat, en samenleving onder de loep te nemen.

Wat zegt het herleefde debat over religie over de Nederlandse samenleving anno 2013? Zijn er constanten in de godsdienstpolitiek van de Oranjevorsten en die van de moderne staat? Is de betekenis van religieus geïnspireerde waarden niet aan een maatschappelijke herwaardering toe? Is de ongemakkelijke verhouding tussen religie en de markt terecht? Zijn wij burgerschap niet te zeer gaan versmallen tot de relatie met de staat? Vragen als deze zijn uitgangspunt van dit boek. Aan de hand daarvan worden de diepterelaties tussen religie in de verhouding tot overheid, samenleving, markt en burgerschap onderzocht.

Dit boek wil – soms vergeten - kleinoden uit de geschiedenis van religie, staat en samenleving tot leven wekken en inzicht bieden in de onderlinge verhouding van deze fenomenen vandaag de dag. Mede vanuit historische ontwikkelingslijnen duiden de bijdragen in dit boek actuele vraagstukken en schetsen zij perspectieven voor de toekomst. Daarmee bieden de auteurs stof tot nadenken en nodigen zij uit tot verdere discussie.

Prof.dr. S.C. van Bijsterveld is bijzonder hoogleraar Religie, Rechtsstaat en Samenleving  aan Tilburg University. Zij schrijft over nationale en internationale constitutionele vraagstukken, grondrechten, en het snijvlak tussen religie, staat en samenleving.

Van haar hand verscheen over de toekomst van democratie en rechtsstaat, The Empty Throne: Democracy and the Rule of Law in Transition (Lemma 2002); en Overheid en godsdienst. Herijking van een onderlinge relatie (Wolf 2008, 2009). Sinds 2007 is zij lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Mr. dr. R.A.J. Steenvoorde is jurist en theoloog. Hij promoveerde op Regulatory transformations in international economic relations (Wolf 2008). Hij was onder meer verbonden aan Tilburg University, het secretariaat van de R.K. Kerkprovincie en het Verband van Katholieke Maatschappelijke Organisaties (VKMO). Hij schrijft regelmatig over recht, politieke filosofie en toegepaste theologie. Op dit moment woont en werkt hij vanuit de Blackfriars Community in Cambridge.

€ 29.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De verhouding tussen rechter en wetgever
De verhouding tussen rechter en wetgever
S.A.M. Verstraelen, E. Mak & J.C.A. de Poorter

In dit pre-advies van de Nederlandse Vereniging voor Wetgeving bespreken drie auteurs de verhouding tussen rechter en wetgever. Verstraelen gaat in op het rechterlijk overgangsrecht als brug tussen wetgever en rechter. Mak bespreekt vervolgens de rechter en wetgever in een globaliserende context en de Poorter sluit af met vraag in hoeverre de rechter rekening kan en moet houden met de gevolgen van rechterlijke uitspraken voor de samenleving.  

€ 22.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Monitor Wsnp 2012
Monitor Wsnp 2012
S.L. Peters & L. Combrink-Kuiters (RvR) en M. Vlemmings (CBS)

De Raad voor Rechtsbijstand heeft een aantal wettelijke taken in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Het Bureau Wsnp in ’s-Hertogenbosch is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze taken.  In augustus 2005 verscheen de eerste Wsnp-monitor. Dit jaarlijks  uit te brengen instrument heeft als doel de effectiviteit van de Wsnp te monitoren.Aan deze negende meting van de Wsnp-monitor hebben zowel het Bureau Wsnp als het Centraal Bureau voor de Statistiek een bijdrage geleverd. Deze meting vormt een actualisering van en een aanvulling op de in 2012 verschenen achtste meting. De Monitor Wsnp 2012 geeft een update van een vaste set gegevens over aanvraag, afwijzing, instroom, aanbod, doorstroom en uitkomsten en over de aantallen verzoeken dwangakkoord, moratorium en voorlopige voorziening en de uitspraken hierop. Daarnaast bevat deze meting aanvullende onderzoeksgegevens  over afwijzingen en niet-ontvankelijk verklaringen van verzoeken  tot toelating tot de Wsnp en over de afdoening in hoger beroep.

€ 15.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Laws of War and International Law - Volume 3
Laws of War and International Law - Volume 3
Rene van der Wolf, Willem-Jan van der Wolf (eds.)

This third Volume in this series on Laws of War and International Law pertains
(with Volume 2) the period 1942 – 2012. The laws of war were born of confrontation between armed forces on the
battlefield. Until the mid-nineteenth century, these rules remained customary in
nature, recognised because they had existed since time immemorial and because
they corresponded to the demands of civilisation. All civilisations have developed rules aimed at minimising violence – even this institutionalised form of violence that we call war – since limiting violence is the very essence of civilisation. By making international law a matter to be agreed between sovereigns and by basing it on State practice and consent, Grotius and the
other founding fathers of public international law paved the way for that law to
assume universal dimensions, applicable both in peacetime and in wartime and  able to transcend cultures and civilizations. However, it was the nineteenth-century visionary Henry Dunant who was the true
pioneer of contemporary international humanitarian law. In calling for “some
international principle, sanctioned by a Convention and inviolate in character” to protect the wounded and all those trying to help them, Dunant took humanitarian law a decisive step forward. By instigating the adoption, in 1864, of the Geneva Convention for the amelioration of the condition of the wounded and sick in armed forces in the field, Dunant and the other founders of the International Committee of the Red Cross laid the cornerstone of treaty-based international humanitarian law. This treaty was revised in 1906, and again in 1929 and 1949. New conventions
protecting hospital ships, prisoners of war and civilians were also adopted. The
result is the four Geneva Conventions of 1949, which constitute the foundation of international humanitarian law in force today. Acceptance by the States of these Conventions demonstrated that it was possible to adopt, in peacetime, rules to attenuate the horrors of war and protect those affected by it.
Governments also adopted a series of treaties governing the conduct of hostilities: the Declaration of St Petersburg of 1868, the Hague Conventions of 1899 and 1907, and the Geneva Protocol of 1925, which bans the use of chemical and  bacteriological weapons. The focus in this volume is on international humanitarian law, the prohibition of weapons and the UN.




Laws of War and International Law - Volume 2
Laws of War and International Law - Volume 2
Rene van der Wolf, Willem-Jan van der Wolf (eds.)

It is a vast and various field: ‘Laws of War’. In this study (just as in Volume 1) we have established that a mere enumeration of laws and regulations does not lead to a better
understanding. Some explanation has to be done to give a broader scope and understanding of the increasing effects of these Laws, Conventions, Regulations or Statutes.

The increase in and multitude of subjects of the international legal instruments since 1945 and their gradually interdependence are by shrill contrast with the only Convention in the 19th century.  
In 2013 it is tempting to relate to actual ‘wars’ (Korea, Vietnam, Yugoslavia, Middle East, Lebanon, Afghanistan, Syria), facts (My Lai, Sebrenica, Dafur), persons (Karadzic, Milosevic), ‘new’ wars (on drugs, on terrorism), or threats of war (‘Cold War’). To enlighten (most of) the following Conventions, Manuals, Judgments or Statutes, we have added – around the actual text – article(s) on the subject. These articles are different from origin; some regard the subject
after the Convention was accepted (‘what were the results?’), some explain the (difficult and long) way the Manual had to undergo before it eventually was put into order.

This volume starts with a ‘general’ introduction on the subject. But as we believe sincerely that the present is inextricably bound up with the past, we present – as a broad introduction to the 150 year development of Human Rights Law and the convergence with Laws of War – the article of professor K.J. Keith, TUTTI FRATELLI? Perspectives and challenges for international
humanitarian law. This volume has three parts. The first part focuses on the basic Human Rights instruments and International Law that originated after 1945. The second part examines the source(s) of the tribunal of Nuremberg and the corresponding principles. These principles formed the cornerstone for the tribunals yet to come (Rwanda, East Timor, Yugoslavia) and found their final outcome in the International Criminal Court. The third part researches a ‘side way’ of Human Rights instruments and relates to the
potential misuse of the environment as military means and the protection of cultural
heritage 

This book is the 2nd book in the series on Laws of War and belongs to the
International Law Series.

 





A Guide to International Criminal Tribunals and their Basic Documents
A Guide to International Criminal Tribunals and their Basic Documents
Kristina Janjac

This book gives a systematic overview of the historical development of international criminal courts and tribunals from the early attempts at Nuremberg in 1945 all the way to the Special Tribunal for Lebanon, established in 2009, together with their basic documents. A brief introduction on each of the tribunals gives a historical background leading to the courts’ establishment, an explanation of the basic operational principles of the tribunals and an explanation of their structure. The aim of the book is to give the reader practical information on each of these international criminal tribunals and their statutes.  




Reports of Judgments and Decisions / Recueil des arrêts et décisions vol. 2012-II
Reports of Judgments and Decisions / Recueil des arrêts et décisions vol. 2012-II
European Court of Human Rights


The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int).

 




Reports of Judgments and Decisions / Recueil des arrêts et décisions vol. 2012-I
Reports of Judgments and Decisions / Recueil des arrêts et décisions vol. 2012-I
European Court of Human Rights


The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int).

 




Reports of Judgments and Decisions / Recueil des arrêts et décisions vol. 2008 index
Reports of Judgments and Decisions / Recueil des arrêts et décisions vol. 2008 index
European Court of Human Rights


The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int).

 




Reports of Judgments and Decisions / Recueil des arrêts et décisions vol. 2008-V
Reports of Judgments and Decisions / Recueil des arrêts et décisions vol. 2008-V
European Court of Human Rights


The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int).

 




Reports of Judgments and Decisions / Recueil des arrêts et décisions vol. 2008-IV
Reports of Judgments and Decisions / Recueil des arrêts et décisions vol. 2008-IV
European Court of Human Rights


The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int).

 




Reports of Judgments and Decisions / Recueil des arrêts et décisions vol. 2008-III
Reports of Judgments and Decisions / Recueil des arrêts et décisions vol. 2008-III
European Court of Human Rights


The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int).

 




Reports of Judgments and Decisions / Recueil des arrêts et décisions vol. 2008-II
Reports of Judgments and Decisions / Recueil des arrêts et décisions vol. 2008-II
European Court of Human Rights


The European Court of Human Rights is an international court based in Strasbourg and part of the Council of Europe. It rules on individual or inter-State applications alleging violations of the rights and freedoms set out in the European Convention on Human Rights by any of the Council’s 47 member States. The Court’s case-law makes the Convention a powerful living instrument for consolidating the rule of law and democracy in Europe.

The Reports of Judgments and Decisions is the official series of leading cases selected by the most senior judges at the Court because of their high jurisprudential interest. Each judgment and decision is published in English and French and is preceded by a summary – including case description, keywords and key notions – for ease of reference. The Reports are primarily designed for legal professionals, libraries and academics and complement the case-law information available on the Court’s website (www.echr.coe.int). 

La Cour européenne des droits de l’homme est une juridiction internationale qui siège à Strasbourg et fait partie du Conseil de l’Europe. Elle statue sur des requêtes individuelles ou interétatiques portant sur des allégations de violation, par l’un ou l’autre des 47 Etats membres du Conseil, des droits et libertés protégés par la Convention européenne des droits de l’homme. La jurisprudence de la Cour fait de la Convention un instrument dynamique et puissant participant au renforcement de l’état de droit et de la démocratie en Europe. 

Le Recueil des arrêts et décisions est la série officielle rassemblant des affaires importantes, sélectionnées en raison de leur grand intérêt jurisprudentiel par les juges composant le Bureau de la Cour. Les arrêts et décisions sont publiés en français et en anglais, et sont chacun précédés d’un sommaire – comprenant une description de l’affaire ainsi que les mots et notions clés caractérisant celle-ci – aux fins de faciliter les recherches. Le Recueil est destiné avant tout aux juristes ainsi qu’aux bibliothèques juridiques et aux universitaires, et vient compléter les informations sur la jurisprudence disponibles sur le site de la Cour (www.echr.coe.int).

 




Straf en schadevergoeding: drie historische hoofdstukken
Straf en schadevergoeding: drie historische hoofdstukken
E.J.M.F.C. Broers

Het strafrecht behoort, zeker voor beginnende rechtenstudenten, tot de meest aansprekende delen van het recht. Zowel de feiten die binnen dit rechtsgebied vallen, als de reacties die op deze feiten volgen, kunnen diep ingrijpen in een mensenleven. De ontwikkeling die het strafrecht in Europa heeft doorgemaakt, is er een van vele eeuwen geweest. Enkele van de hoofdlijnen van deze evolutie zullen in dit boekje worden geschetst. Daarbij zal tevens aandacht worden besteed aan de geleidelijke verdringing van private personen van het terrein van het strafrecht naar dat van de schadevergoeding en aan de wijze waarop het schadevergoedingsrecht zich verder heeft ontwikkeld.

Mr. E.J.M.F.C. Broers is als universitair docent verbonden aan het departement Publiekrecht, Encyclopedie en Rechtsgeschiedenis van de Tilburg Law School. Van zijn hand verschenen reeds diverse boeken en artikelen over de geschiedenis van het strafrecht. Bij Wolf Legal Publishers verscheen eerder ook zijn blogboek vol grappige verhalen: Vijftig verhalen vol vrolijk verdriet.

€ 12.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Terrorism and International Criminal Law
Terrorism and International Criminal Law
Sara Fiorentini, Willem-Jan van der Wolf (eds.)

The 21st Century has witnessed a marked increase in the prevalence of failed and failing states, and an equally significant increase in acts of domestic and international terrorism. The challenge at present is for the international community of nations to adopt a common approach to the treatment of terrorism as an international crime. With an international war on terrorism seemingly being sanctioned by the United Nations (UN), it is time for the crime of terrorism, as the act of a non-governmental organization, to become a part of the universal responsibility of nations, with that responsibility further delegated to an international institution, such as the International Criminal Court, for prosecution and subsequent sanction.

We will discuss the current status of terrorism as an international crime. In this respect, a review of the existing treaties and conventions dealing with discrete elements of terrorism will be presented, followed by the identification of the definitional problem of what exactly constitutes terrorism. Thereafter we will conclude with a review of the current state of international criminal law, and it will argue that the lack of a precise agreed-upon definition of terrorism in the international community does not detract from the criminality of the act, but, rather, it simply provides an excuse for states to not meet their obligations under the law.




Space law - the treaties
Space law - the treaties
Dorina Andoni & Dimitra Stefoudi (eds.)

The term "Space Law" refers to the body of inter-national and national laws and customs governing human activities in outer space. For the past half century, the majority of outer space operations have been conducted by government agencies. We now, however, stand at the precipice of a new era in spaceflight. Following the retirement of the Space Shuttle, private companies are preparing to assume many of the missions traditionally undertaken by governments and to open outer space to the general public. At the same time, questions of ownership and commercialization, environmental protection, as well as peaceful and equitable use of outer space, are rising. As space activities grow, space law will have to face new challenges.

The Global Law Association ‘Space Law Project’ aims to provide a network for academics, students, scientists and practitioners interested in Space Law.

Our purpose in this volume is to gather the essential texts of Space Law into a booklet for easy reference.

This booklet is part of the ultimate Space Law collection to be published in 2013.  




Torture case law of the European Court of Human Rights - 2012
Torture case law of the European Court of Human Rights - 2012
Seta Pavlovic

Article 3 of the European Convention on Human Rights prohibits torture, and "inhuman or degrading treatment or punishment". There are no exceptions or limitations on this right. This provision usually applies, apart from torture, to cases of severe police violence and poor conditions in detention. The European Court of Human Rights has further held that this provision prohibits the extradition of a person to a foreign state if they are likely to be subjected there to torture. This article has been interpreted as prohibiting a state from extraditing an individual to another state if they are likely to suffer the death penalty. In this publication an overview of the 2012 most relevant case-law related to Article 3 is presented.                




A brief history of the origins and development of the European Court of Human Rights
A brief history of the origins and development of the European Court of Human Rights
Diana Babuskova (ed.)

The European Court of Human Rights is a supra-national or international court established by the European Convention on Human Rights. It hears applications alleging that a contracting state has breached one or more of the human rights provisions concerning civil and political rights set out in the Convention and its protocols. An application can be lodged by an individual, a group of individuals or one or more of the other contracting states, and, besides judgements, the Court can also issue advisory opinions. The Convention was adopted within the context of the Council of Europe, and all of its 47 member states are contracting parties to the Convention. The Court is based in Strasbourg, France. In this book a brief history of the origins and development of the Court is being presented. The appendix contains the most basic documents of the Court and it is one of the first books containing the recently (May 2013) updated Rules of Court.




De geest van Christus leeft in Europa
De geest van Christus leeft in Europa
F.A.M. Alting von Geusau

De eenwording van Europa na de Tweede Wereldoorlog is op beslissende wijze door de geest van Christus beïnvloed. Schuman en Solidarnosc hebben het aanzien van Europa geheel veranderd. Verzoening, solidariteit en eenheid in een democratische Europese Unie blijft onze opdracht. Het is wel van belang die opdracht te verstaan in het licht van de geschiedenis die diepgaand door de geest van Christus is beïnvloed: in denken en doen, in kerken en kloosters, in kunst en cultuur, in muziek en moraal. Daar hoort ook de humanisering van het strafrecht en het burgerlijk recht bij, ook al willen velen vandaag liever terugkeren naar oude heidense gewoonten in huwelijks- en familierecht. Europa heeft, zoals Romano Guardini schreef, verschrikkelijk tegen zichzelf gewoed en zijn eigen geest ten diepste verraden. De "ideologieën van het kwaad" in de twintigste eeuw met hun miljoenen onschuldige slachtoffers hadden hun wortels in het Europese denken en vooral in de illusies over de vooruitgang, de goedheid van de mens en de kracht van de rede. In dit essay, op veler verzoek voortgekomen uit een serie voordrachten over het thema, gaat het zowel over de Europese Unie als over de Europese geschiedenis. Als Christenen blijven wij geroepen teken van tegenspraak te zijn, in het volle besef van eigen zwakte, verdeeldheid en falende moed.

€ 8.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Mensenrechten zijn niet soft. En het Europese hof voor de rechten van de mens ook niet.
Mensenrechten zijn niet soft. En het Europese hof voor de rechten van de mens ook niet.
Egbert Myjer

De kerkklokken van pastoor Schilder, de onmenselijke behandeling van het verkrachte Poolse meisje, de ontvoering van El Masri, de detentie van de Oekraiense ex-premier Tymoshenko en zelfs De Telegraaf.

Al die recente Straatsburgse uitspraken laten zien hoe het EVRM en de daarover door het Europese Hof gewezen jurisprudentie nog onverkort van belang zijn. Maar ook: dat het Hof zich bewust is hoe ver het mag gaan en waar dat nodig is wel degelijk alle ruimte laat aan de  beleidsmarge van de lidstaten. Dit werk werd voorgedragen tijdens de 11e Van der Grintenlezing  aan de Radboud Universiteit Nijmegen op 15 mei 2013

€ 8.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Blue Card Directive
The Blue Card Directive
Carolus Grutters, Tineke Strik


On 19 June 2011, the deadline for the implementation of Directive 2009/50/EU on the Conditions of Entry and Residence of Third-country Nationals for the Purposes of Highly Qualified Employment expired. In its first part, this book highlights the decision making of the Blue Card Directive and the principles of its legal system and puts the directive into an international perspective. In its second part, the book shows the impact of the directive on the national level by an analysis of the transposition in five Member States. 

The contributions are based on lectures presented on a seminar on the Blue Card Directive, organised late 2011 by the Centre for Migration Law, co-sponsored by the Jean Monnet Programme. 

We decided to publish this book on the results of the seminar, thus enabling those who could not attend to benefit from the wealth of knowledge and information which was shared during the seminar. At the time of the seminar the transposition in some Member States was still pending. However, the authors managed to insert relevant developments which took place in 2012, in their contributions to this book. 


Tineke Strik & Carolus Grütters

 





Herverpanding
Herverpanding
Kasper Krzeminski

Herverpanding is een opmerkelijke figuur in het Nederlandse zekerhedenrecht.

De in artikel 3:242 BW geregelde vorm van verpanding houdt in dat een pandhouder een door hem in pand verkregen goed verpandt aan een derde. De pandhouder vestigt dus tot zekerheid van een eigen schuld een nieuw pandrecht – het ‘herpandrecht’ – op een goed dat aan de pandgever toebehoort. Een pandhouder is slechts tot herverpanding bevoegd indien de pandgever hem ondubbelzinnig de herverpandingsbevoegdheid heeft toegekend.

Mede door een summiere parlementaire toelichting op het in 1992 ingevoerde artikel 3:242 BW en het ontbreken van enige jurisprudentie over deze rechtsfiguur, bestaat de nodige onduidelijkheid over de vereisten, kenmerken en rechtsgevolgen van herverpanding. Bovendien staat herverpanding op gespannen voet met een aantal fundamentele beginselen van het Nederlandse goederenrecht, waaronder het vereiste van beschikkingsbevoegdheid, het prioriteitsbeginsel en het karakter van pandrecht als beperkt zekerheidsrecht. Deze en andere vragen vormen het onderwerp van dit boek.

Achtereenvolgens worden de historische ontwikkeling en de kenmerken van herverpanding onder de huidige wettelijke regeling uiteengezet. Daarbij wordt ingegaan op mogelijke praktische toepassingen van de rechtsfiguur en de uiteenlopende complicaties die zich bij herverpanding kunnen voordoen. Het sluitstuk van het boek wordt gevormd door een bespreking van herverpanding in het goederenrechtelijk systeem. In dat verband wordt de figuur van herverpanding vergeleken met andere rechtsfiguren en wordt tevens haar verhouding met goederenrechtelijke beginselen besproken.

Door de systematische wijze van behandeling van het onderwerp ontstaat een helder beeld van de rechtsfiguur herverpanding.

Kasper Krzeminski promoveerde cum laude op dit onderwerp op 7 juni 2013.

€ 34.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Bridging distances in technology and regulation
Bridging distances in technology and regulation
Ronald Leenes, Eleni Kosta (eds).

Information and Communication Technologies allow us to bridge space and time. New services and industries are constatnly being created and people no longer depend on the here and now for their development, but can tap into resources across the globe.

Cloud Computing, for instance, allows users to make use of remote services and store their data far from home. Healthcare increasingly makes use of diagnosis and care at a distance. Drones and remote cameras replace the physical presence of police and other vigilantes. Robots will increasingly be deployed to act on our behalf.

The mediation in space and time by technology also raises new questions. How will distance work out in daily life, in work, in friendships, and in care? How will people adjust tot he paradoxical distance and closeness created by technologies? Will the distribution of responsibilities and liability change if activities take place at distances in space and time in complex systems and global environments? What are best practices in multi-level governance to address the rise of distant interconnectivity?

This book, resulting from a conference in Spring 2013 at Tilburg University, brings together a collection of papers addressing the questions raised above.




Het wetgevingsbevel
Het wetgevingsbevel
Geerten Boogaard

Mag de rechter de wetgever bevelen regels te stellen? Of verheft hij zich dan boven de wetgever op een wijze die niet past in onze Trias Politica? Wie zoveel mogelijk rechtsbescherming wil tegen een wetgever die niet doet wat hij moet doen, zal weinig bezwaren zien. Wie vooral oog heeft voor de institutionele verhoudingen, zal daarentegen fronsen bij de gedachte aan het wetgevingsbevel.

In de praktijk vindt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het geen probleem om een gemeenteraad te bevelen planregels aan te passen. De Hoge Raad weigert echter stellig de wetgever te bevelen, bijvoorbeeld om tegen de SGP op te treden. Het initiatief tot wetgeving is politiek van aard, volgens de Hoge Raad, en moet dat ook blijven als de wetgever zijn verplichtingen niet nakomt. Tegelijkertijd ziet diezelfde Hoge Raad er geen been in om op andere manieren zoveel mogelijk druk op de wetgever te zetten de wet te wijzigen.

Dit onderzoek stelt voor om een deel van die andere manieren om de wetgever tot regelgeving te bewegen te vatten onder het begrip materieel wetgevingsbevel, te onderscheiden van de formele wetgevingsbevelen die de Afdeling dus wel en de Hoge Raad dus niet geeft. De vraag wordt dan: waarom geeft de Hoge Raad geen formele wetgevingsbevelen als hij wel materiële geeft?

€ 24.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Menselijke waardigheid tijdens detentie
Menselijke waardigheid tijdens detentie
Ryan van Eijk

Menselijke waardigheid en humaniteit behoren tot de fundamenten van de Nederlandse samenleving en cultuur. Ze zijn echter geen onaantastbare vanzelfsprekendheden. Zeker in situaties van gevangenschap moeten ze beschermd en bewaakt. Dat is o.a. de taak van de justitiepastor.

Maar wat moet dan precies beschermd en bewaakt worden, en welke problemen ontmoet de justitiepastor daarbij? Als ambtenaar in dienst van de overheid, maar ook met een eigen opdracht van zijn zendende instantie (de kerk), balanceert de justitiepastor voortdurend tussen kerk en staat, tussen recht en ethiek, tussen politiek en geloof.

Vanuit die dubbele positie van de justitiepastor worden in deze studie de verschillen tussen ambtenaarschap en pastoraat als het gaat om menselijke waardigheid en humaniteit weergegeven, evenals de praktische problemen waarmee de justitiepastor wordt geconfronteerd bij vervulling van deze taak. Tegelijk wordt betoogd dat er echter sprake is van een werkbare basis die geldt voor ambtenaar en pastor en die bestaat uit de mensenrechten, de zorgplicht en professionele integriteit. Dit alles met het oog op een humaan detentieklimaat, waarvoor zowel de overheid als de kerk haar eigen verantwoordelijkheid ten volle kunnen nemen. 

Ryan van Eijk is jurist en theoloog. Sinds 1998 is hij zelf werkzaam als justitiepastor (o.a. in de EBI te Vught). Daarnaast is hij als secretaris verbonden aan het Centrum voor Justitiepastoraat in Tilburg, een gezamenlijk initiatief van de Law School en de School of Theology van de Tilburg University en de Protestantse Theologische Universiteit.

€ 27.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Human dimensions in organised crime, money laundering and corruption
Human dimensions in organised crime, money laundering and corruption
Petrus C. van Duyne, Jackie Harvey, Georgios A. Antonopoulos, Klaus von Lampe, Almir Maljević, Jon Spencer (eds.)

Organised crime, whether or not in its Transnational manifestation, is usually depicted in huge threatening dimensions. However, despite this sometimes superhuman representation one should not forget that we are dealing with a human phenomenon and, therefore, should not lose sight of the corresponding human dimensions. This also concerns related phenomena such as money laundering and corruption. This forces itself upon us when we look back at the threat images that have been put forward by the authorities as well as the media in the past decades. What threat has come true since, say, 1970 or 1980? We observe still the same (criminal) ‘business as usual’, together with the alleged accumulation of huge amounts of crime-money. However, these threat images are mainly presented from an ‘underworld gaze’ directed at the criminal exploits of hoodlums and thugs, ‘under’ the ‘civilised’ society and often viewed as coming from abroad. Meanwhile the criminal (underworld) markets have not faltered. Despite this continued ‘threat’, the industrialised world grew steadily richer and safer  ̶  up until 2008. Then the effects of enduring massive criminal manipulations in the financial upperworld brought this growing affluence to an inglorious end. 

Corruption is another threat to the fabric of society. Do the anti-corruption policies in countries at the rim of the EU achieve results? There are reasons to believe that most of the policy making effects consist of the façades in a ‘Potemkin village’: a paper world of ratified conventions, enacted laws and ineffective institutions. Most human and most deceptive.

In this eleventh volume of the Cross-border Crime Colloquium series, twenty six European experts present their latest or on-going studies and research findings. The seventeen chapters cover a range of subjects which are of lasting interest for researchers as well as policy-makers: organised crime, criminal finances, money laundering and corruption. They make us aware of the human dimension in misdeeds as well as the related policy making.




Cross Border Research and Transnational Teaching under the Treaty of Lisbon
Cross Border Research and Transnational Teaching under the Treaty of Lisbon
Christine Godt (ed.)

This book is the first volume of the newly founded “Hanse Law School Series”. It gathers 14 articles which evolved from the Workshop “Hanse Law School in Perspective - Legal Teaching and Cross Border Research under Lisbon” in Oldenburg on 27 May 2010, celebrating 10 years of Hanse Law School. The workshop aimed at a picture of the status quo of a ten years´ time Hanse Law School cooperation, and served as a springboard for future scientific co-operations. Since then, several mutual funding proposals have been submitted, various to-teaching lessons have been taught and the Hanse Law School became successfully expanded and is about to include the University of LeHavre.   The volume gives evidence of the broad profile of comparative research of scholars involved with and related to the Hanse Law School which spans from comparative legal theory to comparative administrative law.




The Participation of Developing Countries in the Dispute Settlement System of the WTO
The Participation of Developing Countries in the Dispute Settlement System of the WTO
Dr. Saleh Al Shraideh

This thesis examines the participation of developing countries in the dispute settlement system of the WTO, and argues that they are in a disadvantageous position compared to their developed counterparts. The system’s failure to effectively address or efficiently deal with this position is an evidence of its bias against and deficiency towards developing countries’ participation. The thesis focuses on the problematic issues developing countries face throughout their use of the system. It also considers the role that the DSU has played in addressing these issues and the efficiency of that role in restraining and limiting their effect on developing countries’ participation in the system. The thesis analyses some ideas on the reform of the DSU that have been proposed through WTO negotiations or literature, and discusses their applicability on the current dispute settlement system. Finally, the thesis employs these proposals along with its discussion on the subject to introduce a reformed model of the DSU which is more sensitive to developing countries’ concerns in the system in order to help providing an understanding of how such modifications could be carried out in future reforms on the DSU.




Digital Personae and Profiles in Law
Digital Personae and Profiles in Law
Arnold Roosendaal

Every individual is represented in digital form in numerous data sets. Commercial companies use these digital representations as a basis for making decisions that affect the individual. This has implications for privacy and autonomy of the individual and the ability to construct one’s own identity. This study describes how digital representations are created and for what purposes. An analysis is made of the implications this has for individuals and why privacy, autonomy, and identity construction are at stake. In this context legal protection of individuals is provided by data protection legislation. The current framework, however, appears to be insufficient in relation to the problems identified in this study. Other legal constructs are assessed to see whether alternative approaches could help offer legal protection. Finally, a proposal is presented to embed the concepts of digital personae and profiles (as forms of digital representations) as portraits in data protection law.

Arnold Roosendaal studied Dutch Law and obtained an LLM in Law and Technology. After his LLM, he followed a Research Master Programme, for which he obtained his MPhil. Arnold completed this PhD thesis at the Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT), Tilburg University, The Netherlands. Currently, he works at TNO, the Netherlands Organisation for Applied Scientific Research. In addition he is partner at Fennell Roosendaal Onderzoek en Advies. He has a great interest in law and technology and the implications of technological developments on society. Arnold has participated in several international research projects, such as FIDIS, PrimeLife, and PRISMS and has written several international publications. He regularly participates in conferences as a speaker or panelist.




Inleiding tot de express private trust
Inleiding tot de express private trust
Gerard Gilissen

Regelmatig verschijnen er in de (financiële) pers publicaties over de trust en over internationale bedrijven en (zeer) vermogende particulieren die door middel van deze enigmatische Anglo-Amerikaanse rechtsfiguur jaarlijks vele miljarden aan belastingheffing weten te besparen. Het in trusts e.d. ondergebrachte vermogen waarbij Nederlandse belastingplichtigen zijn betrokken, bedraagt naar schatting ruim € 9 miljard. Echter op basis van extrapolatie van de beschikbare informatie wordt verondersteld dat het totaal in de Nederlandse heffing te betrekken vermogen zelfs ca. € 30 miljard bedraagt. Een in tijden van internationale financiële crisis significant bedrag.

Tot deze vermogens, welke zijn ondergebracht in ca. 2500 trusts, 2500 "special purpose funds" en 400 overige doelvermogens (Stiftungen, Foundations, Anstalts en stichtingen), behoren enkele afgezonderde particuliere vermogens die méér dan €  1 miljard bedragen. Schattingen - in rapporten uitgebracht door o.a. OESO, het IMF, Boston Consulting Group - over vermogen in belastingparadijzen en gemiste belastingopbrengsten doen echter vermoeden, dat de gemiste Nederlandse opbrengsten een veelvoud bedragen van hetgeen wordt geschat (Bron: M.v.T., Kamerstukken II 2008/09, 31 930, nr. 3, onderdeel "Budgettaire effecten, verdelingseffecten en nalevingseffecten"). Het is dan ook niet verwonderlijk dat de trust vanwege het in omvangrijke mate ontgaan van belastingheffing doorgaans negatieve associaties oproept.

Echter, aan de vraag "Wat is een trust ?" wordt in publicaties geen of nauwelijks aandacht besteed. Dit boek tracht deze vraag te beantwoorden en daarmee recht te doen aan een rechtsfiguur die in het Anglo-Amerikaanse rechtsgebied reeds eeuwenlang bestaat en aldaar een wezenlijke functie in het financieel/economisch verkeer vervult. Opdat het verschijnsel "trust" beter in zijn volle omvang wordt begrepen, wordt in dit boek de rechtsfiguur in een zodanig breed kader geplaatst dat daardoor een beeld ontstaat van de diverse aspecten die de trust als Anglo-Amerikaanse echtsfiguur kenmerken. Hopelijk wordt daardoor bereikt dat de trust wordt ontdaan van het imago per definitie "dubieus" te zijn.

Allereerst wordt de historische ontwikkeling van de rechtsfiguur beschreven, waarna aandacht wordt besteed aan hetgeen de trust naar Engels recht inhoudt. Daarbij komen aan de orde de doeleinden die een trust kan hebben; de verschillende omschrijvingen van de trust en de kenmerken van de trust. Het begrip trust wordt mede bepaald door de trust te kwalificeren naar de wijze waarop deze ontstaat; naar de obligatoire aspecten van de trustverhouding; naar de aard van het trustfund en de bij de trust betrokken belangen.

Voorts wordt enige aandacht besteed aan international trusts in off shore financial centres. Vervolgens komt de kwalificatie van de trust naar Nederlands privaatrecht aan de orde, waarbij wordt ingegaan op de betekenis van het Haags trustverdrag. Ten slotte wordt onderzocht hoe een verdragstrust in het Nederlands privaatrecht kan worden ingepast en of de verdragstrust als een juridisch zelfstandige entiteit naar Nederlands privaatrecht is te kwalificeren.

De auteur (1948) studeerde fiscaal recht aan de Rijksuniversiteit te Leiden (1966-1972). Hij was vervolgens (adjunct-)inspecteur van ’s Rijksbelastingen (1972-1981) en partner van PWC (1981-2003). In 2012 promoveerde hij aan de Tilburg University op het proefschrift "De express private trust. Fiscaalrechtelijke beschouwingen over kwalificatie en gevolgen". Hij is gehuwd en heeft twee (klein)kinderen.

€ 19.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Voorzorg in Nederland
Voorzorg in Nederland
Willem-Jan Kortleven

Wat hebben kindermishandeling, verkeersonveiligheid en genetisch gemodificeerd voedsel gemeen? Feitelijk heel weinig; de belangrijkste overeenkomst is dat er in alle drie de gevallen sprake is van risico’s. De wijze waarop de maatschappelijke omgang met deze risico’s zich in de loop der decennia heeft ontwikkeld, vertoont echter verrassende parallellen.

Over die parallellen gaat dit boek. In een drietal casushoofdstukken wordt de veranderende omgang met de genoemde risicoproblemen beschreven, waarbij de rol van de overheid speciale aandacht krijgt. Het slothoofdstuk bevat een genuanceerde casusvergelijking, die uitmondt in de conclusie dat de overeenkomsten te opvallend en talrijk zijn om weg te strepen tegen de verschillen. Gezien de uiteenlopende aard van de onderzochte risicoproblemen is er grond voor het vermoeden dat de gevonden overeenkomsten zich ook tot andere risicoproblemen uitstrekken.        

€ 29.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Corruption in transitional China
Corruption in transitional China
Qingli Meng

Corruption in Transitional China is an invaluable and informative volume for anyone interested in corruption issues and anti-corruption policies not only in China but applicable elsewhere.

This is the first-ever work offering comprehensive quantitative and qualitative analyses of the manifestation and determinants of corruption throughout China between 1979 and 2012. Among other observations, the evolutionary process in the nature and forms of corruption are closely related to changes in Chinese government economic and fiscal policies. It is so comprehensive it could be used as a reference work while parts of it read like a novel as the author illustrates types of corruption with typical cases.

This research is descriptive and exploratory. With no centralized national data statistics, this work is based on five years of personal painstaking research by the author to gather 33 years’ data covering all 31 Provinces of China from Procuratorate Year Books and Working Reports and other official announcements and proclamations by the central government agencies.

The author clearly identifies three stages of social, economic, and political evolution as well as three stages of corruption, each with identifiable patterns with different dominant corruption types and law enforcement anti-corruption effects.

Earning her PhD in Public Policy from the University of North Carolina, Charlotte, Dr. Meng offers a concrete foundation for further anti-corruption theoretical analyses that are applicable to other countries facing similar problems by setting forth a series of specific anti-corruption policy recommendations.
This is the 2nd en revised edition.




Gradaties in toerekeningsvatbaarheid
Gradaties in toerekeningsvatbaarheid
Lydia Dalhuisen

Het Nederlandse strafrecht is een schuldstrafrecht, wat inhoudt dat een dader slechts strafbaar is indien het feit hem of haar kan worden toegerekend. Een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens kan op basis van art. 39 Wetboek van Strafrecht aan deze toerekening in de weg staan. De vraag naar de toerekeningsvatbaarheid van de dader wordt in Nederland door de rechter beantwoord aan de hand van een verdeling in vijf gradaties: toerekeningsvatbaar, enigszins verminderd toerekeningsvatbaar, verminderd toerekeningsvatbaar, sterk verminderd toerekeningsvatbaar en ontoerekeningsvatbaar. De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie stelt in de onlangs gepubliceerde Richtlijn Psychiatrisch Onderzoek en Rapportage in Strafzaken voor deze huidige vijfpuntsschaal te verlaten ten gunste van een nieuwe verdeling in drie gradaties. Men is ofwel toerekeningsvatbaar, ofwel ontoerekeningsvatbaar, of men zit daar tussenin.

In dit boek gaat de auteur in op de vraag welk van deze stelsels de voorkeur verdient. Hierbij besteedt ze aandacht aan verschillende argumenten voor en tegen op functioneel niveau, op het niveau van de wetenschapsopvatting en op grondslagenniveau.

Lydia Dalhuisen is jurist en psycholoog en als promovendus werkzaam aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en de Forensisch Psychiatrische Kliniek te Assen, waar zij onderzoek doet naar brandstichters en hun branden.

€ 14.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Human rights and the right to food - volume 3
Human rights and the right to food - volume 3
C. Tofan

The right to food is a basic human right as well as a basic human need which should be guaranteed to all people. Food is the most basic necessity of life. When talking about the right to food we generally tend to focus only on the developing countries and their right to food. The past years another issue with regard to food has been added as a human right: the right to safe food.

The right to food has been recognized in numerous international instruments including several meetings attended by world leaders or their representatives, where they have increasingly committed themselves to promoting this right. Unfortunately, the international legal recognition of the right to adequate food and numerous commitments to its fulfillment has not translated into widespread acknowledgement and incorporation domestically by all states. Much of the content of the right to food has been developed as a result of these instruments; therefore it is necessary to look at them. In this collection we present the most important documents and reports from the United Nations, regional organisations and national achievements.




Human rights and the right to food - volume 2
Human rights and the right to food - volume 2
C. Tofan

The right to food is a basic human right as well as a basic human need which should be guaranteed to all people. Food is the most basic necessity of life. When talking about the right to food we generally tend to focus only on the developing countries and their right to food. The past years another issue with regard to food has been added as a human right: the right to safe food.

The right to food has been recognized in numerous international instruments including several meetings attended by world leaders or their representatives, where they have increasingly committed themselves to promoting this right. Unfortunately, the international legal recognition of the right to adequate food and numerous commitments to its fulfillment has not translated into widespread acknowledgement and incorporation domestically by all states. Much of the content of the right to food has been developed as a result of these instruments; therefore it is necessary to look at them. In this collection we present the most important documents and reports from the United Nations, regional organisations and national achievements.




Human rights and the right to food - volume 1
Human rights and the right to food - volume 1
C. Tofan

The right to food is a basic human right as well as a basic human need which should be guaranteed to all people. Food is the most basic necessity of life. When talking about the right to food we generally tend to focus only on the developing countries and their right to food. The past years another issue with regard to food has been added as a human right: the right to safe food.

The right to food has been recognized in numerous international instruments including several meetings attended by world leaders or their representatives, where they have increasingly committed themselves to promoting this right. Unfortunately, the international legal recognition of the right to adequate food and numerous commitments to its fulfillment has not translated into widespread acknowledgement and incorporation domestically by all states. Much of the content of the right to food has been developed as a result of these instruments; therefore it is necessary to look at them. In this collection we present the most important documents and reports from the United Nations, regional organisations and national achievements.




Grondwet en eerlijk proces
Grondwet en eerlijk proces
B.J.G. Leeuw

Het recht op een eerlijk proces is een grondbeginsel van het strafprocesrecht. Desondanks is dit fundamentele recht niet expliciet in nationale (grond)wetgeving opgenomen. Wel is het recht op een eerlijk proces opgenomen in diverse verdragen waarbij Nederland partij is. Het voornaamste voorbeeld is artikel 6 EVRM. Door middel van de doorwerking op grond van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet heeft artikel 6 EVRM veel invloed op het strafprocesrecht.

De vraag die in dit boek centraal staat is of het opnemen van het recht op een eerlijk proces in de Nederlandse Grondwet meerwaarde zou hebben. Teneinde deze vraag te beantwoorden wordt een analyse gemaakt van de bescherming van het recht op een eerlijk proces op nationaal en Europees niveau. Tevens wordt door middel van rechtsvergelijking de doorwerking van het EVRM in het Verenigd Koninkrijk besproken.

De eventuele meerwaarde van opname van het recht op een eerlijk proces in de Grondwet wordt belicht vanuit het perspectief van de verwezenlijking van het recht op een eerlijk proces binnen de nationale strafprocedure, maar ook in het licht van het creëren van een betere wijze van doorwerking van artikel 6 EVRM binnen de Nederlandse strafrechtsorde.

€ 27.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Mensenhandel: het slachtofferperspectief
Mensenhandel: het slachtofferperspectief
Conny Rijken, Jan van Dijk, Fanny Klerx‐van Mierlo

De huidige aanpak van mensenhandel in Nederland spoort niet met het verwerkingsproces van slachtoffers die net zijn ontsnapt aan hun uitbuiters. Onderwerpen die pas later aan de orde zouden moeten komen, zoals medewerking aan een proces tegen de daders of illegaal verblijf in Nederland, worden nu onmiddellijk en op een verplichtende manier aan de orde gesteld door politie en justitie. Maarveel slachtoffers van mensenhandel wantrouwen politie en justitie juist, zijn
getraumatiseerd of worden bedreigd met represailles, wat hen belemmert hun
(hele) verhaal vertellen.
De vaststelling of iemand slachtoffer is, zou dan ook niet door de politie moeten gebeuren, maar door teams van deskundige hulpverleners, tolken en rechercheurs die in eerste instantie gericht zijn op crisisopvang en hulpverlening, aldus de onderzoekers. Wanneer medewerking met de politie berust op een in vrijheid gemaakte keuze, zullen slachtoffers naar verwachting meer informatie geven.

Meer slachtoffers uit EU en Nederland
Het rapport stelt dat de precieze omvang van het fenomeen mensenhandel in Nederland onduidelijk is en nader dient te worden onderzocht. Het is echter  wel is duidelijk dat er steeds meer verschillende soorten uitbuiting en slachtoffers zijn, terwijl de aanpak van mensenhandel nog vooral gericht is op slachtoffers van seksuele uitbuiting zonder geldige verblijfstitel. Ongeveer
een kwart van de geregistreerde slachtoffers is de laatste jaren onderhevig aan arbeidsuitbuiting en de groep slachtoffers zonder verblijfstitel neemt af, vooral door de uitbreiding van de EU. Daarnaast is er een grote groep Nederlandse slachtoffers van uitbuiting. De hulpverlening zou beter afgestemd moeten worden op deze diversiteit, zodat er minder slachtoffers tussen wal en
schip vallen. Volgens de Nederlandse slachtoffers wordt er te gemakkelijk vanuit gegaan dat zij terug kunnen vallen op mantelzorg en dat de reguliere opvangplekken toereikend zijn. 

€ 24.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Blauwe pillen op de zwarte markt
Blauwe pillen op de zwarte markt
Rosa Koenraadt

Erectiemiddelen behoren tot de meest vervalste en illegaal verkochte medicijnen in zowel Nederland als andere West-Europese landen. Over de handel, de verkoop en het gebruik van deze illegale middelen is tot op heden weinig bekend. Op welke manieren worden de illegale medicijnen verkocht en bestaat er voor de illegale middelen een andere doelgroep dan voor die van de legale medicatie? Welke individuele, subculturele en maatschappelijke factoren dragen bij aan de vraag naar illegale erectiemiddelen in Nederland? In dit boek beantwoordt de auteur dergelijke vragen niet alleen aan de hand van psychische, biologische en maatschappelijke invloeden, maar ook naar financiële en marketing maatstaven. Daartoe voerde zij een internet analyse uit en begaf zich in de wereld van gebruikers, tussenpersonen en verkopers. Illegale erectiemiddelen worden veelal verkocht via het internet, maar ook via  minder voor de hand liggende kanalen worden deze middelen aan de man gebracht. Onder de toonbank, op feesten of via vrienden weten verkopers de consument te bereiken. Dit boek geeft een gedocumenteerde inkijk in een wereld vol heimelijke dynamiek.   Rosa Koenraadt is criminoloog en werkzaam aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

€ 14.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Bestraffing in Nederland en België (Hardcover)
Bestraffing in Nederland en België (Hardcover)
Marc Groenhuijsen, Tijs Kooijmans, Yves Van Den Berge

De grote straftoemetingsvrijheid die het de Nederlandse rechter mogelijk maakt om zoveel mogelijk ‘maatwerk’ te leveren, wordt van oudsher beschouwd als een belangrijk goed. Toch levert het strafrechtelijk systeem niet zelden uitkomsten op die moeilijk te begrijpen zijn. Het is daarom steeds de vraag hoe, ten minste, een consistente en systeemconforme straftoemeting kan worden gerealiseerd. Recent hebben verschillende wetten hun beslag gekregen via welke de wetgever de rechterlijke straftoemeting beoogt te sturen, met als belangrijkste gevolg dat zich een permanente spanning aftekent tussen de kaders die de wetgever in abstracto stelt voor de straftoemeting en de wijze waarop de strafrechter in concreto van de hem geboden straftoemetingsvrijheid gebruik maakt. Het belangrijkste doel van dit preadvies is om de systematische voordelen en nadelen van een grote discretionaire ruimte van de rechter ten aanzien van de straftoemeting in kaart te brengen en daarmee een begin van oplossingsrichtingen aan te reiken voor wetgevingsinitiatieven die de rechter beogen te sturen op het terrein van de straftoemeting.

De Belgische wetgeving kent de strafrechter een ruime discretionaire bevoegdheid toe in de toemeting van straffen. De wetgever huldigt daarbij het principe van de scheiding der machten als één van de belangrijkste rechtsbeginselen. Er bestaan geen officiële richtlijnen voor de straftoemeting, noch bepaalt het Strafwetboek strafdoelen. De straftoemetingsvrijheid heeft het voordeel dat de rechter zijn beslissing op concrete wijze kan individualiseren naar de aard, de ernst en de omstandigheden van de feiten en naar het gedrag en de persoonlijkheid van de dader. Deze vrijheid geldt zeker met betrekking tot de lichtere inbreuken op de strafwet gepleegd door personen met een gunstig strafverleden. Zij komen in aanmerking voor de alternatieven van de vrijheidsstraffen zoals de strafopschorting, het (probatie)uitstel en de werkstraf. Naarmate de rechter echter geconfronteerd wordt met ernstigere feiten, al dan niet gepleegd door recidivisten, verplicht de strafwet hem vaak tot het opleggen van zware vrijheidsstraffen. Vaak wordt uit het oog verloren dat ook de regels van de strafuitvoering precies voor die zware straffen (straftotaal boven de drie jaar) en zeker voor de recidive een strengere toepassing krijgen. Dit leidt vaak tot een effectieve bestraffing met dubbele werking. Voor bepaalde veroordelingen voerde de wetgever bovendien in 2012 een nieuwe bijkomende straf in: de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank. Deze zogenaamd bijkomende straf draagt alle kenmerken in zich van een lange vrijheidsberovende hoofdstraf. De gangbare mening bij de publieke opinie, bij de politieke overheid en zelfs bij de strafrechtspractici dat er in België een klimaat heerst van milde bestraffing, berust zeker voor de zware criminaliteit op misverstanden gevoed door een gebrek aan kennis van de regels van de bestraffing zowel op het vlak van de straftoemeting als van de strafuitvoering. Dit preadvies tracht daaraan tegemoet te komen.  

€ 15.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Mental Element in the Rome Statute of the International Criminal Court
The Mental Element in the Rome Statute of the International Criminal Court
Kristina Janjac

This book examines the concept of guilt in the Rome Statute of the International Criminal Court as the most signifi cant factor in determining individual criminal responsibility for the most serious violations of international humanitarian law. The Rome Statute provides a general defi nition of guilt for the first time in the history of international criminal law, since none of the Statutes of previous international Tribunals contained general rules on this matter. The book also questions the regulation of guilt in the Rome Statute in light of the principle of legality.




Militair Operationeel Recht
Militair Operationeel Recht
Joop Voetelink

Militair operationeel recht is een relatief jong onderdeel van het militaire recht dat zich bezig houdt met het recht dat van toepassing is tijdens de voorbereiding en uitvoering van militaire operaties. Het karakter van hedendaagse operaties is sterk aan verandering onderhevig, waardoor het militair operationeel recht nog steeds in ontwikkeling is. Bovendien is het een enorm breed gebied. Daarom is er in dit boek voor gekozen om niet apart in te gaan op onderwerpen die al uitgebreid zijn bestudeerd en beschreven, zoals het recht van staten om geweld te gebruiken en het humanitair oorlogsrecht. In plaats hiervan richt dit boek zich op enkele specifieke onderwerpen met een grote impact op met name internationale operaties. Dat zijn in de eerste plaats de afspraken die op uitvoerend niveau worden gemaakt in het kader van de internationale samenwerking van krijgsmachten in de vorm van een bijzondere vorm van internationale overeenkomst, het ‘Memorandum of Understanding’ (MOU). In de tweede plaats komen de regelingen over de juridische positie van troepen in het buitenland aan bod. Deze worden tegenwoordig meestal aangeduid met de Engelse term ‘Status of Forces Agreement’ (SOFA). Tot slot richt de aandacht zich op de regels over het gebruik van geweld, de Rules of Engagement en daaraan verwante instrumenten en onderwerpen, zoals detentie.  Vervolgens wordt in twee hoofdstukken het militair operationeel recht toegepast op twee specifieke onderwerpen die de laatste jaren in de belangstelling zijn komen te staan. Het gaat om de inzet van civiele bedrijven (contractors) en de toepassing van nieuwe technologieën, zoals de digitale informatietechnologieën en onbemande (wapen)systemen.

€ 29.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Law and War in Syria
Law and War in Syria


The conflict in Syria began on 15 March 2011 with nationwide demonstrations, as part of the wider protest movement known as the Arab Spring. Protesters demanded the resignation of President Bashar al-Assad, whose family has held presidential power in Syria since 1971, as well as the end to nearly five decades of Ba`ath Party rule.

In April 2011, the Syrian Army was deployed to quell the uprising, and soldiers were ordered to open fire on demonstrators. Opposition forces, mainly composed of defected soldiers and civilian volunteers, became increasingly armed and organized as they unified into larger groups The conflict in Syria has received significant international attention. The Arab League, European Union, the United Nations, and many Western governments condemned the Syrian government`s violent response to the protests. The US and its NATO allies have pressed for al-Assad`s departure, but Russia and China have consistently blocked any United Nations resolution that would impose sanctions on Syria.

On 15 July 2012, the International Committee of the Red Cross assessed the Syrian conflict as a "non-international armed conflict" thus applying international humanitarian law under the Geneva Conventions to Syria. On 2 January 2013, the United Nations stated that the war`s death toll had exceeded 60,000. According to the UN, about 1.2 million Syrians have been displaced within the country. To escape the violence, hundreds of thousands of Syrian refugees have fled to neighboring countries.

First an introduction to the current crisis is presented. Secondly we provide an overview of the international response to the crisis and a legal analysis of the conflict concludes this book.




Rigorous Scrutiny versus Marginal Review
Rigorous Scrutiny versus Marginal Review
Dana Baldinger

This book explores what international and EU law require from the national asylum judge with regard to the required intensity of the judicial scrutiny to be applied, and with regard to evidentiary issues, such as the standard and burden of proof, the assessment of credibility, the required level of individualisation, the admission and evaluation of evidence, opportunities for presenting evidence and time limits for submitting evidence. To that end, an analysis is made of the provisions on national (judicial) proceedings contained in the Refugee Convention, the International Covenant on Civil and Political Rights, the UN Convention against Torture, the European Convention on Human Rights, the Charter of Fundamental Rights of the EU and a number of secondary EU law instruments, such as the EU Qualification Directive and the EU Asylum Procedures Directive, with a particular focus on issues of evidence and judicial scrutiny. In addition, the assessment as performed by the UN Human Rights Committee, the UN Committee against Torture and the European Court of Human Rights in cases concerning the expulsion of asylum seekers is analysed, again with a particular focus on issues of evidence and judicial scrutiny.

This research has revealed that international and EU law contain many specific standards on the intensity of judicial scrutiny to be applied by national asylum courts, as well as standards on evidence. It has also revealed that it has become in fact impossible for national asylum courts to ignore or discard these standards, as that would amount to a breach of Articles 18, 19 and 47 of the EU Charter on fundamental rights and thus a violation of primary binding EU law. An important common denominator following from international and EU law is that national asylum courts must perform an independent, impartial and rigorous national judicial scrutiny of asylum refusals. Independent, impartial and rigorous national judicial scrutiny implies, inter alia, that national courts examine evidence submitted by applicants in a careful and serious manner. It also requires that national courts are able to make an independent and fresh determination of the disputed facts and that - if necessary in order to clarify the facts - these courts undertake judicial investigations.  




The International Tribunal for the Law of the Sea Collection, Volume  3 -  the m/v Saiga case
The International Tribunal for the Law of the Sea Collection, Volume 3 - the m/v Saiga case


Even in the middle of the ocean, the law is in action. Legal experts are constantly needed to interpret the laws established by United Nations Convention on the Law of the Sea. Thus, the International Tribunal for the Law of the Sea (ITLOS) was established in 1994 as an independent body in Hamburg, Germany to deal with international maritime disputes. The Convention on the Law of the Sea established a comprehensive legal framework to regulate all ocean space, including its uses and resources. It contains provisions relating to territorial waters, contiguous zones, continental shelves, exclusive economic zones, and the high seas. It also provides for the protection and preservation of the marine environment, for scientific marine research, and for the development and transfer of marine technology. One of the most important parts of the Convention concerns the exploration for and exploitation of the resources of the ocean floor and its subsoil.

The International Tribunal for the Law of the Sea has the important role of the interpretation and application of the above mentioned Convention and its purposes. It has the authority to resolve disputes concerning the law of the sea. Therefore, the International Tribunal for the Law of the Sea has great influence on transboundary international law.

In this collection, the reader is provided with an extensive overview of applicable international legislation and landmark cases of the law of the sea. This is exactly what makes this collection highly valuable in the legal arena.

This volume provides an overview of the m/v Saiga case (case no 1.)




The investigative function of the European Parliament
The investigative function of the European Parliament
Christian Syrier

The European Union is said to suffer from an accountability deficit. The most frequently heard explanation for the alleged deficit is that the transfer of national executive powers to the EU level has not been matched by an equivalent increase in the intensity of parliamentary supervision over the exercise of these powers. Rather than asking whether the EU in its entirety suffers from an accountability deficit, this book focuses on one specific instrument the European Parliament can use to hold executive action to account in the EU context: parliamentary investigations. This book analyzes the legal position of the three types of parliamentary committee which conduct investigations - temporary committees of inquiry, temporary special committees and standing committees - and examines specific investigations conducted by them. Conclusions are drawn on the ways and the extent to which they can contribute, and actually do contribute, to holding EU executive actors to account. The book ultimately advances concrete recommendations on how to strengthen the investigative function of the European Parliament in order to prevent and reduce accountability deficits.




Recht en rechtspraak in Nederlands Indië
Recht en rechtspraak in Nederlands Indië
N.S. Efthymiou

Dit boek is een studie over een aspect van het constitutionele recht voor Nederlands-Indië, en wel over het recht en de rechtspraak in Nederlands-Indië in de periode 1848-1942. Het boek geeft een beschrijving van dit aspect en beoogt, in het licht van de idee van rechtsstatelijkheid, het aspect te typeren. Om de beschrijving en de typering begrijpelijk te maken gaat aan de studie over recht en rechtspraak een korte behandeling vooraf van algemene kenmerken van constitutioneel recht voor Nederlands-Indië.

N.S. Efthymiou is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. 

Van deze auteur verscheen bij ons eerder de titel `Grondrechten in Nederlands-Indië`.

€ 24.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Aard, omvang en handhaving van beschermingsbevelen in Nederland
Aard, omvang en handhaving van beschermingsbevelen in Nederland
Kim Lens, Fanny Klerx, drs. Mark Bosmans en Suzan van der Aa

Op 13 december 2011 is Richtlijn 2011/99/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees beschermingsbevel (de Richtlijn) van kracht geworden. Deze vormt de juridische basis voor wederzijdse erkenning door de lidstaten van beschermingsbevelen in strafzaken. Over een regeling voor wederzijdse erkenning van beschermingsbevelen in burgerlijke zaken wordt momenteel nog tussen de lidstaten onderhandeld. 

Met het oog op de omzetting van de Richtlijn en de toekomstige verordening betreffende wederzijdse erkenning van beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken is het van belang zicht te krijgen op de verschillende beschermingsbevelen en de juridische modaliteiten op basis waarvan deze bevelen kunnen worden opgelegd. Het doel van onderhavig onderzoek, dat INTERVICT in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) heeft uitgevoerd, is inzicht verkrijgen in de geldende regelgeving met betrekking tot straf-, civiel en bestuursrechtelijke beschermingsbevelen in Nederland en hun handhaving in de praktijk. 


Bij de beantwoording van de onderzoeksvragen is gebruik gemaakt van twee onderzoeksmethoden: juridische deskresearch en semi-gestructureerde interviews. Er is gesproken met officieren van justitie, hulpofficieren van justitie, politieambtenaren, rechters, advocaten, deurwaarders, medewerkers van penitentiaire inrichtingen, reclasseringsmedewerkers, gemeenteambtenaren en casemanagers bij Steunpunten huiselijk geweld.  


Dit rapport bestaat dus uit twee delen; Deel 1: Wettelijk kader en handhaving en Deel 2: Aard en omvang.  
Het eerste deel van het onderzoek is uitgevoerd door drs. Kim Lens, drs. Fanny Klerx en Suzan van der Aa, met medewerking van Alice Bosma en Margriet van den Bosch. Prof. mr. Marc Groenhuijsen en prof. mr. Eric Tjong Tjin Tai hebben bij het onderzoek geadviseerd. Het tweede deel is uitgevoerd door drs. Fanny Klerx, drs. Mark Bosmans en Suzan van der Aa, met medewerking van Alice Bosma en Margriet van den Bosch.

€ 26.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Protection of Victims and Witnesses at International and Internationalized Criminal Courts – the example of the ECCC
The Protection of Victims and Witnesses at International and Internationalized Criminal Courts – the example of the ECCC
Christine Kunst

This thesis examines the measures to protect victims and witnesses at international criminal courts, in particular the International Criminal Court, the International Criminal Tribunal for Rwanda for the former Yugoslavia and at so-called “internationalized” criminal courts such as the Extraordinary Chambers in the Courts of Cambodia, the Special Court for Sierra Leone, and the Special Panels for Serious Crimes in East Timor. In fulfilling their mandate to prosecute serious international crimes (genocide, war crimes and crimes against humanity), these courts often confront competing interests. On the one hand, the tribunals must protect witnesses and victims from harm to their physical integrity and from re-traumatization arising from the criminal proceedings. On the other hand, the courts must respect the accused’s right to a fair and public trial. This book assesses the different measures to protect victims and witnesses and how these measures interact with the rights of the accused. This monograph gives suggestions how the interests of victims and witnesses on the one hand and those of the accused on the other should be balanced. About the authorDr. Christine Kunst is a fully qualified lawyer (Volljuristin) who studied law at the Philipps Universität Marburg (Germany) and at the Université d’Avignon et des pays de Vaucluse (France). She was a beneficiary of scholarships by the German National Academic Foundation and by the Mara Research Institute of the Philipps Universität Marburg. She has researched the protection of victims and witnesses at the War Crimes Studies Center of the University of California at Berkeley and in the Office of the Co-Investigating Judges at the Extraordinary Chambers in the Courts of Cambodia.




European Traditions: integration or disintegration
European Traditions: integration or disintegration
Pim Oosterhuis, Emanuel van Dongen (eds.)

European legal traditions can be characterised as a continuous balancing act of two seemingly contradictory forces: centralisation and de-centralisation. On the one hand, Justinian`s Corpus iuris, the medieval ius commune of Roman and Canon law, the usus modernus pandectarum, and the current European harmonisation efforts all have a centralizing or rather an integrative quality about them. While the ius proprium, including the English Common law, and particularly the national codifications of the 19th century, as well as the study of these laws, exhibit more diverse, de-centralizing forces within European legal traditions.   This volume shows how comparative legal history can be used as a tool to analyse similarities and differences between legal systems. It aims to provide a deeper understanding of common strands in law shared by European countries, in particular those (i) at a substantive level, through shared legal ideas and principles such as clausula rebus sic stantibus, unjustified enrichment, cessio bonorum, subsidiarity or popular sovereignty; (ii) at a formal level, through a common legal language; and created (iii) by scholarly networks and (iv) appellate courts.  




De weigeringsgronden bij uitlevering en overlevering
De weigeringsgronden bij uitlevering en overlevering
Vincent Glerum

Binnen de Europese Unie is de uitlevering van verdachten en veroordeelden tussen lidstaten vervangen door de overlevering tussen rechterlijke autoriteiten van de lidstaten op basis van het Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB is een belangrijk instrument om te vermijden dat het recht van vrij verkeer en het ontbreken van binnengrenzen in de Europese Unie ertoe  zouden leiden dat verdachten en veroordeelden zich aan berechting en bestraffing zouden kunnen onttrekken.Het EAB is gebaseerd op het beginsel van wederzijdse erkenning van strafrechtelijke beslissingen, volgens welk beginsel de rechterlijke autoriteit van de ene lidstaat de strafrechtelijke beslissing van een rechterlijke autoriteit van een andere lidstaat moet erkennen en tenuitvoerleggen, ook al had zij naar het recht van haar eigen lidstaat niet een vergelijkbare beslissing kunnen nemen. Dit beginsel lijkt nauwelijks gronden tot weigering van de overlevering toe te laten. Het systeem van het EAB beoogt de overdracht van verdachten en veroordeelden te vereenvoudigen en te bespoedigen door het schrappen of inperken van traditionele uitleveringsrechtelijke weigeringsgronden. Die schrapping en inperking is mogelijk, omdat een hoge mate van vertrouwen tussen de lidstaten bestaat. Toch kent het  overleveringsrecht, evenals het uitleveringsrecht, een aantal dwingende en facultatieve weigeringsgronden en een aantal facultatieve garanties. Een en ander roept de vraag op of overlevering een wezenlijk andere rechtsfiguur is dan uitlevering.

Ter beantwoording van deze vraag worden in dit proefschrift de materiële weigeringsgronden bij uitlevering en overlevering onderworpen aan een systematische vergelijking en worden de overeenkomsten en verschillen geëvalueerd in het licht van het beginsel van wederzijdse erkenning. Die evaluatie vindt plaats aan de hand van het verbazingscriterium: een overeenkomst of een verschil wekt verbazing indien de overeenkomst of het verschil zich niet verdraagt met het beginsel van wederzijdse erkenning en niet rechtstreeks valt te herleiden tot één van de grenzen aan de reikwijdte van dat beginsel. Het proefschrift bevat een actuele weergave van het materiële uiten overleveringsrecht, signaleert tekortkomingen in de wijze waarop Nederland het Kaderbesluit betreffende het EAB heeft geïmplementeerd en bespreekt op welke wijze die tekortkomingen zouden kunnen worden gerectificeerd. Ten slotte biedt het proefschrift handvatten voor de verdere ontwikkeling van het overleveringsrecht op basis van het beginsel van wederzijdse erkenning.

€ 47.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Rights of Minor EU Member State Nationals Wishing to Enjoy Family Life with a Non-EU Parent in their Country of Nationality
The Rights of Minor EU Member State Nationals Wishing to Enjoy Family Life with a Non-EU Parent in their Country of Nationality
Ellen Nissen

On 29 November 2012 Ellen Nissen was awarded the Hanneke Steenbergen scriptieprijs. This prize is awarded each year for the best thesis on migration law. The foundation and the prize bear the name of Hanneke Steenbergen. During her life Hanneke Steenbergen taught migration law at the University of Leiden and was highly dedicated to the promotion of education on migration law. Her publications made a significant contribution to this field of law. After she passed away in June 2001 her family, friends and colleagues decided to establish a foundation, the primary purpose of which it is to award a yearly prize stimulating research and interest in migration law issues.   This book adopts a child rights perspective in order to analyse and provide insight into the case law of the Court of Justice of the European Union and the European Court of Human Rights. Focus lies on the specific situation of children who wish to enjoy family life in their home country with a parent from outside the EU. It aims to assess whether, and to what extent, their right to family life and right to abode by virtue of their nationality are taken into account by the Courts.   ‘…a thesis that, in addition to offering a very strong legal analysis, has such a practical range that it could be used as a handbook by anyone working with these issues.’   Jury Report Hanneke Steenbergen scriptieprijs 2012    




Regt spreken volgens de wet
Regt spreken volgens de wet
Michiel Duchateau, Petra Kingma (red.)

Wat is de staatsrechtelijke positie van de (Europese) rechter? Deze vraag staat in toenemende mate ter discussie in het maatschappelijke nationale en Europese debat. De rechterlijke taakuitoefening lijkt op allerlei wijzen steeds meer onder een maatschappelijk vergrootglas te liggen, waarbij politici, opiniemakers en wetenschappers allemaal over de schouder van de rechter meekijken. Hoewel onderwerp een klassiek staatsrechtelijk thema is, is het laatste jaren steeds relevanter geworden en heeft het zich steeds meer op de aandacht van een breder publiek mogen verheugen. Deze bundel presenteert de drie preadviezen en coreferaten over het thema die uitgebracht zijn op de Staatsrechtdag voor promovendi en jonge juristen van 2012. Centraal staan daarbij vooral de vraag wat de rechterlijke arbeid eigenlijk toevoegt aan de arbeid van het bestuur en de vraag hoe actief of terughoudend het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zich zou moeten opstellen. De bundel bevat verschillende analyses van de (on)zinnigheid van op de (Europese) gegeven kritiek, nadere preciseringen van wat de rechter wel of niet tot zijn taak zou moeten rekenen en aanbevelingen voor de nadere vormgeving van die taak. Daarmee beoogt de bundel bij te dragen aan nadere begripsvorming van de positie van de (Europese) rechter.

€ 20.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Statistische controlemiddelen van de belastingdienst
Statistische controlemiddelen van de belastingdienst
Charlotte Bastings

Statistische methoden zijn niet meer weg te denken uit de fiscale controlepraktijk. Het gebruik van statistische middelen zorgt voor een efficiënte uitvoering van de controlewerkzaamheden van de fiscus. Daarom leveren deze technieken een aanzienlijke kostenbesparing op. Uit de literatuur en de jurisprudentie is gebleken dat de chi-kwadraattoets en de guldensteekproefmethode die de Belastingdienst hanteert, voor veel fiscalisten lastige methoden zijn. Ook uit verschillende uitspraken van de Hoge Raad wordt niet geheel duidelijk in welke gevallen de resultaten uit deze methoden gebruikt kunnen worden bij het vaststellen van een belastingaanslag.

In dit boek worden eerst de methoden van de chi-kwadraattoets en de guldensteekproefmethode uitgelegd. Hierbij worden ook de voorwaarden voor een juiste uitvoering van de methoden behandeld. Vervolgens komt de jurisprudentie waarin deze technieken centraal staan, aan bod. Ten slotte volgt een beoordeling in welke gevallen de resultaten uit de controletechnieken kunnen dienen ter onderbouwing van de aanslag.

€ 19.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Doorbreking van de natrekking
Doorbreking van de natrekking
Kim Hoofs

Het boek ziet op de doorbreking van de natrekking in rechtsvergelijkend perspectief, waarbij een 4-tal rechtsstelsels met elkaar worden vergeleken. De rechtsstelsels betreffen het Duitse, het Nederlandse, het Belgische alsook het Schotse rechtsstelsel en worden ieder in een apart hoofdstuk beschreven. Alvorens in te gaan op de wijzen waarop de natrekking kan worden doorbroken, wordt ingegaan op het criterium waaraan voldaan dient te worden wil van natrekking sprake zijn.   Natrekking treedt doorgaans in wanneer het object ‘duurzaam met het grondstuk is verenigd’. Of aan dit criterium wordt voldaan hangt af van het rechtsstelsel dat aan de onderliggende natrekkingscasus ten grondslag ligt, nu de reikwijdte van de objectieve maatstaven die aan dit criterium ten grondslag liggen per rechtsstelsel verschilt. Hierdoor is het mogelijk dat onder het ene rechtsstelsel een met het grondstuk verenigd object wel met het grondstuk waarmee het is verenigd een eenheid vormt en dus tot de eigendom van het grondstuk kan worden gerekend, terwijl dit onder een ander rechtsstelsel niet het geval hoeft te zijn. De wetenschap of een object al dan tot de eigendom van een grondstuk behoort is niet alleen van belang voor de verkrijger van het grondstuk, maar bijvoorbeeld ook voor de hypotheekverstrekker.   Na bespreking van de natrekking worden de wijzen waarop de natrekking kan worden doorbroken in kaart gebracht. Ten gevolge van de doorbreking wordt het object niet langer tot de eigendom van het grondstuk gerekend. Doorbreking van de natrekking kan zowel door als zonder fysieke afscheiding van het object van het grondstuk. Bij de doorbreking zonder fysieke afscheiding ligt de nadruk op het beperkt zakelijke recht van opstal, waarbij ingegaan wordt op de vraag of de bevoegdheden die de opstaller verkrijgt ten aanzien van de objecten ten gunste waarvan het opstalrecht is gevestigd, de opstallen, als eigendom kunnen worden aangemerkt. Bij de doorbreking van de natrekking ten gevolge van fysiek afscheiding van het object ligt de nadruk op het wegneemrecht.

€ 29.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De HBO-jurist. Kans of bedreiging?
De HBO-jurist. Kans of bedreiging?
Suzanne de Rooij

Sinds 2002 kent Nederland de HBO-Rechtenopleiding. De HBO-Rechtenopleiding is een praktijkgerichte juridische bacheloropleiding. De opleiding wil zich ten opzichte van andere hbo-opleidingen met een rechtencomponent profileren als monodisciplinaire rechtenopleiding. De opleiding wil zich van de wetenschappelijke rechtenopleiding onderscheiden door gedurende de opleiding de praktijk centraal te stellen. De HBO-Rechtenopleiding beoogt afgestudeerden af te leveren die de arbeidsmarkt ‘hands-on’ kunnen betreden. Het is interessant dat er een nieuwe juridische opleiding is gekomen in een veld waar al meerdere opleidingen met een juridische component bestonden, en waar met name de universiteiten sinds jaar en dag degenen zijn geweest die juristen afleverden op de arbeidsmarkt. De vraag rijst waarom deze nieuwe opleiding er is gekomen en of er voor deze nieuwe juristen plaats is op de arbeidsmarkt. De eerste afgestudeerden van de opleiding HBO-Rechten bevinden zich sinds september 2006 op de arbeidsmarkt. In onderhavige studie is gekeken naar de positie van de eerste lichtingen afgestudeerde hbo-juristen in het juridische landschap. Centraal staat de positie van de hbo-juristen in de klassieke juridische beroepen.

Suzanne de Rooij is docent aan de Juridische Hogeschool Avans-Fontys. Zij was daarnaast van (eind) 2007 tot (eind) 2012 als  buitenpromovenda verbonden aan de faculteit Rechtswetenschappen van de Open Universiteit.

€ 27.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Beeld en evenbeeld
Beeld en evenbeeld
Frans Brekelmans, Erik Bink

De vele met elkaar verbonden thema`s van dit werk zijn betrokken op de uiteenzetting van de innerlijke relatie van de eindige mens met het absolute. De auteurs beogen daarmee de metafysische grondslagen van de vrije samenleving bloot te leggen.
Het proefschrift is gebaseerd op het werk van de Nederlandse filosoof Jan Hollak (1915-2003). Volgens Hollak is het zelfbegrip van de mens het eigenlijke thema van de filosofie. Dat betekent dat men in de filosofie tenslotte alles vanuit het zelfzijn als zodanig moet trachten te begrijpen. Hollak vertolkte daarmee niet slechts een strikt persoonlijke visie, want de oproep “ken uzelve” waarmee de filosoof G.W.F. Hegel zijn Philosophie des Geistes begint, zegt hetzelfde.
Het zelfbegrip van de eindige mens in zijn innerlijke relatie met het absolute dat Hollak ontvouwt, is het resultaat van de innerlijke verbinding die hij aanbrengt tussen relevante elementen van de filosofieën van Thomas van Aquino, G.W.F. Hegel en Max Scheler.
Die elementen zijn: Thomas’ participatieleer – het deelhebben van het eindige zijn aan het oneindige zijn –, Hegels begrip van de mens als zelfstandig geestelijk-lichamelijk wezen gesitueerd in de wereld en Schelers idee van de menselijke persoon als zuiver geestelijk wezen. In de idee van de persoon zijn de seculiere en de sacrale dimensie – de innerlijke relatie met het absolute – van de eindige mens innerlijk met elkaar verbonden en kan zodoende de absolute individualiteit van de persoon naar voren treden. De metafysische grondslag van de vrije samenleving is gelegen in de idee van de persoon.
Teneinde deze samenhang inzichtelijk te maken hebben de auteurs elke paragraaf van Hegels Philosophie des Geistes parafraserend vertaald en kritisch becommentarieerd. De auteurs zijn aan de hand van Hollak gekomen tot een verdiept begrip van Hegels subjectieve geest, die bestaat uit de delen antropologie, bewustzijn en geest. Hegels begrip van de subjectieve geest heeft een rijkere inhoud gekregen door deze innerlijk te completeren met de idee van de eindige persoon in zijn innerlijke relatie met de oneindige, volmaakte persoon. 
Door deze analyse is tevens de parallel die Hollak legt tussen de ontwikkeling van de “technische idee” – in de gestalten van het werktuig, de machine en de computer – en de reflectievormen die Hegel in de subjectieve geest ontvouwt, nog duidelijker naar voren gekomen. Zo stemt de reflectievorm van de antropologie overeen met de verstandsvorm van het werktuig, de reflectievorm van het bewustzijn met de verstandsvorm van de machine en ten slotte de reflectievorm van de geest met de expliciete verstandsvorm van de computer. Deze parallel toont aan, dat het verstandelijke zelfbegrip dat tot uitdrukking komt in Hegels filosofie nog onvoldoende is en vraagt om een innerlijke completering door de ontsluiting van de metafysische dimensie van de menselijke geest.
Het overwicht van de aandacht voor onpersoonlijke realiteiten in vrijwel alle onderdelen van de moderne filosofie noodzaakt tot een verder doordenken van de idee van de persoon. Opdat wij allen, in de woorden van Hollak, “niet langer het slachtoffer zullen zijn van de misvatting van wat waarlijk menselijke vrijheid en vrije menselijke samenleving mag heten.”




Human Trafficking in the Sinai
Human Trafficking in the Sinai
MEH van Reisen, M Estefanos & CRJJ Rijken

This report describes the horrific situation of trafficking of refugees in the Sinai desert, a crisis that started in 2009. The refugees include men, women, children and accompanying infants fleeing from already desperate circumstances in Eritrea, Ethiopia and Sudan. An estimated 95% of the refugees held as hostages in the Sinai (also referred to as hostages) are Eritreans. Smuggled across borders by middlemen, or kidnapped from refugee camps in Ethiopia and the Sudan as well as their surrounding areas, and then captured or sold, the refugees are held hostage close to the Israeli border in inhumane conditions and tortured for ransoms up to USD 50,000. A large number of the refugees have died, either while being held hostage or after their release - often even after their ransom has been paid. A large number of refugees simply `disappear`, killed while being held or shot.




KLM van Dijk
KLM van Dijk
Marc Groenhuijsen, Rianne Letschert, Sylvia Hazenbroek

Jan van Dijk (1947) of Tilburg University has a degree in law from Leiden University (1970) and a PhD in criminology from the University of Nijmegen (1977). He held the Pieter van Vollenhoven Chair in Victimology and Human Security from 2005 till 2012 at the University of Tilburg, The Netherlands (International Victimology Institute Tilburg). He is a member of the Group of Experts on Action against Trafficking in Human Beings of the Council of Europe in Strasbourg and of the Dutch Commission on Compensation for Victims of Crimes of Violence.

In 2012 he has been awarded the Stockholm Prize in Criminology for his distinguished research on the prevention of crime and victim assistance.

Please find below several sample chapters (under the heading reviews)




The United Nations and the fight against terrorism
The United Nations and the fight against terrorism


The United Nations and the fight against Terrorism.

In this collection a complete overview of the UN-activities on the fight against terrorism is being presented. The work of the General Assembly, the Security Council, Counter Terrorism Committee and many more organs of the UN is illustrated. The collection is divided into three different parts:1. United Nations related documents, agreements, treaties as well as documents of regional nature which affect the UN-activities2. Year-by-year overview of UN-activities3. An extensive index and bibliography on the matters raised in the collectionThis first volume of the documents section presents general documents. It focuses on the UN conventions and some multilateral and regional documents as well as some national related materials. Documents of the more specialised agencies are being presented in the volumes 2 and further.The UN and the fight against Terrorism series is aiming to be the most complete overview of the work of the United Nations in their battle against Terrorism.





De deskundige in milieu- en gezondheidszaken
De deskundige in milieu- en gezondheidszaken


Het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid (hierna: het Kenniscentrum), verbonden aan het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, is een kenniscentrum dat zich bezighoudt met de straf-, civiel- en belastingrechtelijke aspecten van milieu en gezondheid. Het Kenniscentrum is een samenwerkingsverband aangegaan met de sector bestuursrecht van de rechtbank ’s-Hertogenbosch.   Het Kenniscentrum organiseert onder meer themadagen op het gebied van het milieu en de gezondheid voor leden van de zittende magistratuur en de juridische ondersteuning van alle gerechten.   Op 13 april 2012 heeft de zevende themadag van het Kenniscentrum plaatsgevonden met als thema “De deskundige in milieu- en gezondheidszaken”. In dit kennisdocument vindt u de bijdragen van een aantal sprekers van die themadag.

Dr. M.J. Becker is universitair docent wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Prof. mr. P.H.P.H.M.C. van Kempen is hoogleraar Straf- en strafprocesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en raadsheer-plv. in het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Mr. dr. L.M. Koenraad is rechter-plv. bij de rechtbank ’s-Gravenhage en lid van de bezwaarschriftencommissie van het Nederlands Register voor Gerechtelijk Deskundigen.
Mr. M.J.H.M. Verhoeven is senior rechter op het gebied van omgevingsrecht bij de rechtbank ’s-Hertogenbosch.
Mr. H. Bolt is senior raadsheer bij de Centrale Raad van Beroep.
Prof. dr. A.P.A. Broeders is (emeritus) hoogleraar criminalistiek aan de universiteit Leiden en de universiteit Maastricht.
Mr. A. de Lange MPA is voorzitter van de sector strafrecht van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en coördinator van het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid.

 De tekst van deze uitgave is afgesloten op 1 september 2012.      

€ 25.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Vervaardigers van kinderporno
Vervaardigers van kinderporno
F. Pecht

Kinderpornografie is een thema dat vaak in de media opduikt. Er zijn weinig delicten die zoveel maatschappelijke beroering teweegbrengen als dit onderwerp. In de afgelopen jaren hebben diverse voetbaltrainers, zwemleraren, oppassers bij kinderdagverblijven en een (ex)pedofielenclub met enige regelmaat het landelijke nieuws beheerst. Achter het delict kinderpornografie gaat een enorme wereld schuil. Een onderverdeling kan worden gemaakt tussen verzamelaars, verspreiders en vervaardigers van kinderporno. En juist die laatste groep kinderpornodelinquenten vormt het onderwerp van dit boek: vervaardigers van kinderpornografie. Wat zijn dit nu precies voor personen? Waardoor kenmerken zij zich? Wat weet politie of Justitie (al) van hen? Met vermijding van juridisch jargon wordt op deze en andere vragen in dit boek een antwoord gegeven. Middels beproefde methoden komt de onderzoeker tot een actuele profielschets van de vervaardiger van kinderporno. Een profielschets die inzage biedt in de schemerwereld rondom kinderpornodelinquenten, waardoor dit boek hoopt bij te dragen aan de opsporing en preventie van vervaardiging van kinderporno.

Freek Pecht (1984) studeerde Strafrecht aan de Universiteit van Tilburg. Sindsdien houdt hij zich bezig met de bestrijding van criminaliteit.

€ 16.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



BOB-wetgeving Curaçao
BOB-wetgeving Curaçao
Prof. mr H. de Doelder, mr J.H.J. Verbaan en mr R.J. Verbeek (red.)

In de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten is de Landsverordening bijzondere opsporingsbevoegdheden en andere spoedeisende veranderingen in 2012 in werking getreden. Dit boek bevat de tekst van deze Landsverordening. Voor Curaçao en Sint Maarten geldt dat de bepalingen gelijkluidend zijn. Dat geldt ook voor Aruba, zij het dat op enkele ondergeschikte punten wordt afgeweken. De afwijkende bepalingen worden vermeld. De redacteuren waren als medewerkers van de Erasmus Universiteit Rotterdam nauw betrokken bij het opstellen van de Landsverordening en de bijbehorende Memorie van toelichting. Die Memorie van toelichting is ook opgenomen in dit boek en bevat tevens de toelichting op de
wijzigingen die bij Nota van wijziging zijn gemaakt. De redactie geeft, waar nodig, nadere aanvulling of toelichting op de ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan in de wetgevingstrajecten. Gelet op het feit dat de bijzondere opsporingsbevoegdheden tot nu toe geen onderdeel uitmaakten van het Wetboek van Strafvordering heeft de redactie gemeend deze voor de praktijk belangrijke wetgeving in dit boek te vervatten. Dit boek vormt het vierde deel van deze reeks. Hiervoor verschenen bij dezelfde
uitgever Caribisch Wetboek van Strafrecht (2008), Strafrecht in de Antillen na
‘10-10-10’ (2010) en Wetboek van Strafrecht Curaçao (2011).





Humaan strafwerk
Humaan strafwerk
Jacques Claessen en Dorris de Vocht (red.)

In deze vriendenbundel wordt duidelijk hoe verscheidene van Gerards(oud-)collega’s over misdaad en straf denken. Allerlei facetten van genoemd thema komen in dit boek aan de orde, en wel vanuit verschillende invalshoeken en disciplines, waaronder de penologie, het detentierecht, de criminologie, het jeugdrecht, de mensenrechtentraditie, het herstelrecht, de rechtsfilosofie en de neurowetenschap. Deze verscheidenheid aan onderwerpen en perspectieven is niet zonder reden: Gerard heeft zich op veel van de genoemde terreinen zelf begeven en voor de overige toont hij ieder geval belangstelling. Op veel van genoemde gebieden geeft hij zelf vaak aan een ‘dilettant’ te zijn. De vraag is evenwel: betreft het hier oprechte bescheidenheid of een manier om een ander de wind uit de zeilen te nemen, wanneer die ander iets op zijn werk heeft aan te merken?
Hoewel lang niet alle (oud-)collega’s van Gerard tegen elke vorm van vergelding gekant zullen zijn, laten de bijdragen in deze bundel zien dat zij allen staan voor een verstandige, effectieve en menselijke misdaadaanpak. De auteurs zijn ervan doordrongen dat straf(recht) ultimum remedium dient te zijn en dat zoveel mogelijk naar andersoortige interventies dient te worden gezocht. Dit standpunt delen zij met Gerard. Het is aan de lezer om voor zichzelf uit te maken in hoeverre hij of zij aansluit bij het ‘humane strafwerk’ dat Gerard ons nalaat.




The Stars of Eternal Truth and Right
The Stars of Eternal Truth and Right
Arthur Eyffinger

A mere three words established her lasting repute worldwide: Die Waffen nieder! The catchwords remained a pious wish to the present day, but they bespoke the astounding woman Bertha von Suttner was: intrepid, recalcitrant, forthright and spellbinding. Bertha was the type of woman the Belle Époque needed to turn the destiny of womanhood around. Enthused with the ideas of human progress, liberalism and individualism `Peace Bertha`, or `Red Bertha`, or `Jew-Bertha` campaigned passionately against social injustice or relapse in whatever shape it presented itself, be this overt militarism, rigid conservatism, the oppression of women, or anti-Semitism. The Hague Peace Conferences of 1899 and 1907 were the undisputable highlights of Bertha`s long career as engaged peace activist. To her, the Opening of the Peace Palace in 1913 was a dream come true. This publication focuses on Bertha`s tenets and aspirations with regard to the emerging International Tradition in The Hague. It does so by giving her the floor. The substance of this book captures the gist of her views and ideals by way of hundreds of citations gathered from her Memoirs, Diaries and Correspondence, and handpicked from the tracts, novels and papers that constitute the rich yield of her unstoppable scholarly, literary and journalistic endeavours. The sum total is a fascinating portrait of an intriguing woman and public figure, a steadfast advocate of Women`s Lib and the Cassandra of Peace on the eve of the Guns of August. Dr. Arthur Eyffinger (The Hague, 1947) is classicist and law historian.




Socializing Europe – Solidifying EU Citizenship
Socializing Europe – Solidifying EU Citizenship
Tina Oršolić Dalessio

 
 
The ongoing European crisis brings to the forefront questions about the future of the social aspect of European integration. Socializing Europe – Solidifying EU Citizenship addresses these questions by focusing on the evolution of social rights of EU citizens. It presents a detailed analysis of current trends in approaching the development of the social dimension of EU citizenship at both the European and national level. Following a sharp critique of the existing approaches and their consequences in this field of European integration, the book proposes a novel way of addressing its future development. The principle of subsidiarity - comprising both its positive and negative side – is advanced as an appropriate alternative and useful tool for coherent, transparent and legitimate construction of social rights of EU citizens.




The Ultimate Space Law Collection - Volume 1
The Ultimate Space Law Collection - Volume 1
Dorina Andoni

The term "Space Law" refers to the body of international and national laws and customs governing human activities in outer space. For the past half century, the majority of outer space operations have been conducted by government agencies. We now, however, stand at the precipice of a new era in spaceflight. Following the retirement of the Space Shuttle, private companies are preparing to assume many of the missions traditionally undertaken by governments and to open outer space to the general public. At the same time, questions of ownership and commercialization, environmental protection, as well as peaceful and equitable use of outer space, are rising. As space activities grow, space law will have to face new challenges.

This first volume of the series "Ultimate Collection in Space Law" is consisted of the five international legal instruments, namely the Outer Space Treaty, the Rescue Agreement, the Liability Convention, the Registration Convention and the Moon Agreement, as well as, the most important declarations and principles as well as relevant Resolutions of the General Assembly. These instruments provide for non-appropriation of outer space by any one country, arms control, the freedom of exploration, liability for damage caused by space objects, the safety and rescue of spacecrafts and astronauts, the prevention of harmful interference with space activities, scientific investigation and the exploitation of natural resources in outer space and the settlement of disputes.

Dorina Andoni is an LLM student at Tilburg University and coordinator of the space law project at Global Law Association




The Issue of: The crime of rape in international criminal law
The Issue of: The crime of rape in international criminal law
Irene Piccolo


Rape was never really investigated as international crime until the recent conflicts in the former Yugoslavia and Rwanda. The purpose of this monograph is to reconstruct, through an overview of case law and history, the way in which they tried to define and pursue rape at an international level. The transition from simple side effect of war crimes to actual evidence of them, up to be recognized as an integral part of many crimes under international law -therefore not necessarily linked to an ongoing conflict - it has been a long and tortuous passage. Along this path the case-law of the first two ad hoc tribunals has given a significant and important contribution, which was then largely incorporated by the Statute of the International Criminal Court, thus favoring the spread of the new conception of the crime at the international level. The following pages will deepen the way how objective and subjective elements of the crime of rape have been identified, by analyzing both the points now undisputed and especially those still under debate, such as the issue of “non consent”. There are still many pending cases before the two Courts, which include rape in their indictment; therefore it is possible that new ideas may come from the new international jurisprudence. However, in the last decade the notion of the crime of rape seems to have not been crystallized but at least consolidated around the definition incorporated in the Statute of the International Criminal Court. Certainly, at the moment, we have a much clearer vision than ten or twenty years ago. Fortunately.




100 Years of Child Protection
100 Years of Child Protection
Meuwse

Children in need are the concern of parents, professionals, policymakers, society and, last but not least, of children themselves. Children in need, including children who cause serious problems, are entitled to protection and assistance. What is the future of child protection? In 1905, legislation on children and people came into force in the Netherlands: a law concerning the removal of children from parental care and control: a juvenile justice act: and a law on child protection measures. In the same period, similar laws were adopted in other European countries. The Century of the Child, declared by Ellen Key, had just begun. One hundred years later it is time for retrospection, and for reflection and new perspectives, taking guidence from the Convention on the Rights of the Child. This important international human rights treaty was adopted by the General Assembly of the United Nations on 20 november 1989, and provides standards and procedures that should form the minimum basis for the protection of children.

In this book, professionals from a variety of disciplines share their ideas, experiences solutions and visions, concerning the past and the future, between East and West, and North and South. The book concludes with a set of inspiring recommendations and principles for everyone working with and for children to fully realise the right to child protection.




Hybride overname van strafvervolging
Hybride overname van strafvervolging
Marjon Dammers

In het Wetboek van Strafvordering is in april 2012 een nieuwe regeling opgenomen waardoor Nederland strafvervolging kan overnemen van internationale gerechten, zoals het International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia en het International Criminal Tribunal for Rwanda. Nederland heeft er dus een nieuw instrument bij om uitwerking te geven aan zijn verplichtingen ingevolge het complementariteitsbeginsel. Nationale vervolging en berechting van internationale misdrijven is een complexe aangelegenheid, in dit onderzoek worden de hybride War Crimes Chambers van Bosnië-Herzegovina vergeleken met het werk van de Nederlandse WIMkamer. Onderzocht wordt welke voorwaarden kunnen bijdragen aan de effectieve vervolging en berechting van internationale misdrijven op nationaal niveau. Deze nieuwe vorm van overname van strafvervolging staat centraal in dit onderzoek.

€ 19.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Sierra Leone Special Court Collection volume B-1.3.5
The Sierra Leone Special Court Collection volume B-1.3.5
R. van der Wolf (ed.)

 
 
The Special Court for Sierra Leone is an independent judicial body set up to "try those who bear greatest responsibility" for serious violations, war crimes and crimes against humanity committed during the Sierra Leone Civil War which began in 1991 and was declared officially over on 18 January 2002.
The Special Court was born at the request of the President Ahmad Tejan Kabbah, who on 12 June 2000 wrote a letter to United Nations Secretary-General Kofi Annan asking the international community to try those responsible for crimes during the conflict. The answer was prompt and on 14 August 2000 the United Nations Security Council adopted Resolution 1315 requesting the Secretary-General to start negotiations with the Sierra Leonean government to create a Special Court.
On 16 January 2002 the UN and Government of Sierra Leone signed an agreement establishing the Court. The Court is located in Freetown.
The trials are placed into 3 groups: Revolutionary United Front, Civil Defence Forces and Armed Forces Revolutionary Council, only one trial, the one of Charles Taylor, was moved to the International Criminal Court in The Hague. Our series’ goal is to present the reasons that led to the establishment of The Special Court, and to offer an overview of the cases brought before The Court.
This volume presents the Appeal Judgment against Charles Ghankay Taylor, that was finalised on September 23, 2013




Monitor Gesubsidieerde rechtsbijstand 2012
Monitor Gesubsidieerde rechtsbijstand 2012
L. Combrink-Kuiters, M. van Gammeren-Zoeteweij & S.L. Peters

Toegang tot het recht is een belangrijke pijler voor een goed functionerende rechtstaat. De Raad voor Rechtsbijstand maakt zich sterk voor het belang van burgers als zij tegen juridische problemen aanlopen. Dat doet de Raad op basis van de Wet op de Rechtsbijstand. De Raad wijst rechtzoekenden de weg, bevordert een goede toegang tot het recht en stimuleert goede kwaliteit van de rechtsbijstand. Ook fungeert de Raad als kenniscentrum op het gebied van de gesubsidieerde rechtsbijstand. Hierbij is de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand (MGR) een belangrijk instrument. Elk jaar publiceert de Raad voor Rechtsbijstand deze monitor om te beschrijven hoe de toegang tot, de vraag naar en het aanbod van gesubsidieerde rechtsbijstand zich ontwikkelen. Door periodiek op een uniforme wijze informatie te verzamelen over een beperkt aantal indicatoren wordt inzicht geboden in trends door de jaren heen. Om tevens inzicht te bieden in de effecten van specifieke beleids-of wetswijzigingen wordt ook verslag gedaan van aanvullende onderzoeken.

€ 24.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Sierra Leone Special Court Collection B-4.1.5
The Sierra Leone Special Court Collection B-4.1.5
C. Tofan (ed.)

The Special Court for Sierra Leone is an independent judicial body set up to “try those who bear greatest responsibility” for serious violations , war crimes and crimes against humanity committed during the Sierra Leone Civil War which began in 1991 and was declared officially over on 18 January 2002.The Special Court was born at the request of the President Ahmad Tejan Kabbah, who on 12 June 2000 wrote a letter to United Nations Secretary-General Kofi Annan asking the international community to try those responsible for crimes during the conflict. The answer was prompt and on 14 August 2000 the United Nations Security Council adopted Resolution 1315 requesting the Secretary-General to start negotiations with the Sierra Leonean government to create a Special Court.  On 16 January 2002 the UN and Government of Sierra Leone signed an agreement establishing the Court. The Court is located in Freetown.Currently , eleven people have been indicted by the Special Court, charged with war crimes , crimes against humanity and other serious violations of international humanitarian law. Indictments against two of the accused were dropped after their deaths.The trials are placed into 3 groups: Revolutionary United Front , Civil Defence Forces and Armed Forces Revolutionary Council, only one trial, the one of Charles Taylor, was moved to the International Criminal Court in The Hague.   Our series’ goal is to present the reasons that led to the establishment of The Special Court , and to offer an overview of the cases brought before The Court.   The B-4 volumes bring you the case against Fofana and Kondewa.




Het stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken (softcover)
Het stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken (softcover)
B. Keulen, P. Traest

Pre-adviezen voor de Nederlands-Vlaamse Vereniging voor Strafrecht 5 oktober 2012 te Rotterdam.

In zowel soft- als hardcover verkrijgbaar!

€ 15.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Sierra Leone Special Court Collection B-4.1.4
The Sierra Leone Special Court Collection B-4.1.4
C. Tofan (ed.)

The Special Court for Sierra Leone is an independent judicial body set up to “try those who bear greatest responsibility” for serious violations , war crimes and crimes against humanity committed during the Sierra Leone Civil War which began in 1991 and was declared officially over on 18 January 2002.The Special Court was born at the request of the President Ahmad Tejan Kabbah, who on 12 June 2000 wrote a letter to United Nations Secretary-General Kofi Annan asking the international community to try those responsible for crimes during the conflict. The answer was prompt and on 14 August 2000 the United Nations Security Council adopted Resolution 1315 requesting the Secretary-General to start negotiations with the Sierra Leonean government to create a Special Court.  On 16 January 2002 the UN and Government of Sierra Leone signed an agreement establishing the Court. The Court is located in Freetown.Currently , eleven people have been indicted by the Special Court, charged with war crimes , crimes against humanity and other serious violations of international humanitarian law. Indictments against two of the accused were dropped after their deaths.The trials are placed into 3 groups: Revolutionary United Front , Civil Defence Forces and Armed Forces Revolutionary Council, only one trial, the one of Charles Taylor, was moved to the International Criminal Court in The Hague.   Our series’ goal is to present the reasons that led to the establishment of The Special Court , and to offer an overview of the cases brought before The Court.   The B-4 volumes bring you the case against Fofana and Kondewa.




Intellectual Property and Human Rights: is a Balance Possible?
Intellectual Property and Human Rights: is a Balance Possible?
Sara Fiorentini

The intellectual property regime influences almost every sphere of economic life, having a significant impact on the protection and promotion of human rights. This succinct introduction gives a brief view of the long-standing issue concerning an intellectual property definition, as well as of its historical origins and evolutions, and of its fundamental fields of protection. The author provides a view on the relationship between intellectual property and human rigths that have for long been treated in virtual isolation from each other and investigates the fundamental international and regional provisions that have created an intersection between human rights law and intellectual property regimes. The book also includes the most relevant legal instruments on Intellectual Property and Human Rights.




The Mental Element in international criminal law
The Mental Element in international criminal law
K. Janjac & D. Andoni (eds.)

“Actus non facit reum nisi mens sit rea.”

There can be no criminal responsibility without a subjective relationship that could be defi ned as intent or negligence (mens rea) of the individual in question towards his actions (actus reus). Regulation of the mental element in the general part of the Rome Statute represents a major step forwards in the development of international criminal law, since so far none of the statutes of international courts contained general rules on this issue. The focus of this book is Article 30 of the Rome Statute which contains the default rule on guilt and defi nes intent as a basic form of it. Pursuant to the jurisprudence of the ad hoc Tribunals of the United Nations for Yugoslavia and Rwanda criminal responsibility can be imposed only when both its cognitive and volitional component are fulfilled. For a better comprehension this book also includes a selection of
documents on the “Elements of Crimes”.




Cohérence et impact de la jurisprudence de la Cour européenne des droits de l’homme
Cohérence et impact de la jurisprudence de la Cour européenne des droits de l’homme
Edité par: Leif Berg, Montserrat Enrich Mas, Peter Kempees

L’éminent juriste Vincent Berger prend sa retraite après une carrière longue et brillante au sein du greffe de la Cour européenne des droits de l’homme qu’il termine comme jurisconsulte de la Cour. Il est aussi professeur au Collège d’Europe (Bruges et Natolin).

Ses anciens collègues, universitaires, juges et anciens juges de la Cour et membres de son greffe lui offrent cette collection de textes pour lui témoigner leur respect et leur amitié. Ces études érudites et originales font le point sur la place de la Convention et la Cour européennes des droits de l’homme en droit international et national. Elles examinent la cohérence et l’impact de la jurisprudence en mettant ainsi en exergue le rôle primordial du jurisconsulte de la Cour.




Gelijke Behandeling 2012: Kronieken en Annotaties
Gelijke Behandeling 2012: Kronieken en Annotaties
Prof. mr. R. Holtmaat (red.)

Gelijke behandeling en non-discriminatie zijn kernrechten die op zichzelf een grote waarde vertegenwoordigen, maar die ook bij de interpretatie en de implementatie van mensenrechten in het algemeen een belangrijke rol (moeten) spelen. Het is daarom van groot belang dat het College voor de Rechten van de Mens heeft besloten om de publicatie van een onafhankelijke en deskundige publicatie op dit terrein mogelijk te blijven maken. Gelijke Behandeling 2012: Kronieken en Annotaties is de opvolger van de jaarlijkse Oordelenbundel Gelijke Behandeling, die van 2008 tot 2012 is verschenen. Het boek heeft ten doel om ontwikkelingen op het gebied van het gelijke behandelingsrecht op diepgaande wijze te
bespreken. De oordelen van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) en, vanaf oktober 2012, van het College voor de Rechten van de Mens (College) staan daarin centraal. Deze oordelen worden per discriminatiegrond besproken. Ook wetgeving en beleid en ontwikkelingen in de rechtspraak op nationaal, Europees en internationaal niveau komen in deze kronieken aan bod. Bovendien zijn een aantal oordelen van de CGB / het College van een noot voorzien. Daarnaast zijn er annotaties opgenomen van belangwekkende rechterlijke vonnissen en arresten en van uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). De bijdragen richten zich in hoofdzaak op de ontwikkelingen in het jaar 2012. In enkele gevallen worden ook bijzondere wetenswaardigheden uit de eerste maanden van 2013 vermeld.

€ 30.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Straatsburgse Myj/meringen
Straatsburgse Myj/meringen
Egbert Myjer

Egbert Myjer [Prof. mr. B.E.P. Myjer] was van 1 november 2004 tot 1 november 2012 rechter in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg. Gedurende deze tijd verschenen zijn Myj/meringen in NJCM-bulletin/Nederlands Tijdschrift voor de Mensenrechten. Zij zijn in dit boekje voor het eerst gebundeld.

Egbert Myjer mijmert, op de wijze die men van hem – en alléén van hem – kent, over allerlei Straatsburgse aangelegenheden die niet onmiddellijk in de vakliteratuur zijn na te zoeken. Elders trouwens ook niet.

€ 24.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De voorwaardelijke invrijheidstelling: het niet naleven van bijzondere voorwaarden
De voorwaardelijke invrijheidstelling: het niet naleven van bijzondere voorwaarden
Mélanie Janssen

Het doel van de Wet Voorwaardelijke Invrijheidstelling is het vergroten van de maatschappelijke veiligheid en het verminderen van de recidive. Door middel van het stellen van voorwaarden kan gevolgd worden hoe de veroordeelde omgaat met de herkregen vrijheid en of hij zich niet opnieuw schuldig maakt aan strafbare feiten. Om tot vermindering van recidive te komen is gekozen voor een persoonsgerichte aanpak. Deze aanpak blijkt uit de bijzondere voorwaarden die kunnen worden opgelegd. Vanaf april 2009 tot eind 2010 zijn er 1116 v.i.-zaken gestart. In 46% van alle zaken worden bijzondere voorwaarden opgelegd. In 55,5% van die zaken is een overtreding van de bijzondere voorwaarde(n) gemeld. Dit betekent dat in ruim 25% van alle gestarte zaken een overtreding van de bijzondere voorwaarde(n) plaatsvindt. Om aan het doel van de wet voorwaardelijke invrijheidstelling te voldoen en om de werklast voor degenen die werken bij de Centrale Voorziening voorwaardelijke invrijheidstelling (CVv.i.) te verlagen, is het van belang dat het aantal overtredingen zo laag mogelijk uitkomt. Om deze reden is voor de CVv.i. onderzocht, welke knelpunten in de procedure voorafgaand aan de voorwaardelijke invrijheidstelling, en welke knelpunten tijdens de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke invrijheidstelling, mogelijk bijdragen aan het niet naleven van bijzondere voorwaarden.

De JHS-Scriptieprijs wordt jaarlijks door de Juridische Hogeschool Avans-Fontys uitgereikt aan de schrijver van de scriptie die door een deskundige jury als beste van de genomineerde scripties in het voorafgaande kalenderjaar wordt beoordeeld. De JHS wil met de uitreiking van deze prijs een stimulans geven aan studenten van de JHS om te kunnen excelleren op het terrein van het recht. De eerste scriptieprijs werd uitgereikt op 16 maart 2012 aan Mélanie Janssen.

€ 13.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De spanningsrelatie tussen feiten, wetenschap en wetgeving
De spanningsrelatie tussen feiten, wetenschap en wetgeving
Verslag: Mr. W.M. Weeber

Op 20 september 2012 hield de Vereniging voor Wetgeving haar jaarlijkse symposium. Mr. dr. M.A.H. van der Woude, Mr. drs. P.J.P.M. van Lochem en  Prof. Dr. R.A. Koole waren verantwoordelijk voor de pre-adviezen. Deze bundel, over de spanningsrelatie tussen feiten, wetenschap en wetgeving is samengesteld onder redactie van Mr. H.R. Schouten. Het verslag werd verzorgd door Mr. W.M. Weeber. Van der Woude deed in de bijdrage `Tegen dovenmansoren? Een verkennend onderzoek naar percepties over de onderlinge communicatie tussen strafrechtswetenschap en wetgever met het oog op de kwaliteit van strafwetgeving. Van Lochem verhaalde over `De juridische invloed op wetgeving. Van rechtsrelativisme naar rechtsrelativering? Koole keek tot slot naar wetgeving tussen ratio en emotie.

€ 22.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Mensenrechten zijn niet soft
Mensenrechten zijn niet soft
Egbert Myjer

Deze rede werd in verkorte vorm uitgesproken bij gelegenheid van de opening academisch jaar 2012-2013 van de juridische faculteit van de VU. EHRM-rechter Egbert Myjer betoogt waarom rechten van de mens niet soft zijn. De rechten uit het EVRM zijn keiharde minimumrechten en bovendien van een hoge orde. De lidstaten zullen zich moeten houden aan hun beloftes die rechten na te komen. Het EHRM heeft de taak die naleving te controleren. Het Hof mag uitdrukkelijk interpreteren maar is daarbij wel gebonden aan de grenzen van het Weens verdragenverdrag. Kritiek op het Hof is er altijd wel geweest. Hij geeft een aantal richtlijnen voor Staten die menen dat het Hof toch te ver gaat in die interpretatie. Het is wel nuttig te bedenken dat veel uitspraken die ooit voorwerp waren van kritiek nu worden gekoesterd als het ‘acquis’ van het Hof. De grenzen van aanvaardbare interpretatie zijn volgens Myjer nog lang niet bereikt.

€ 8.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Graag een normaal gesprek
Graag een normaal gesprek
Theo W.A. de Wit, Reijer de Vries, Ryan van Eijk (red)

De half-ironische, half-serieuze titel van deze bundel (‘Graag een normaal gesprek’) verwijst naar de communicatie met gedetineerden en stond op een verzoekbriefje, waarmee een gedetineerde zich tot een geestelijk verzorger wendde. Zo’n tekst geeft te denken. Is een ‘normaal gesprek’ voor een gedetineerde misschien een uitzonderlijke gebeurtenis?
Binnen het kader van deze vraagstelling denkt de Tilburgse theoloog Erik Borgman na over de vraag, of en wanneer er sprake kan zijn van een ‘bevrijdende God’ in de gevangenis. Vervult het justitiepastoraat een nuttige functie in een justitieel systeem dat recidive wil terugdringen, of gaat het in het Evangelie om iets anders? Zijn vraag wordt hoogst actueel en controversieel waar hij verwijst naar de recente Belgische casus van Michelle Martin, medeplichtige van Marc Dutroux.
De pastoraal theoloog Stefan Gärtner zoomt in op de vreemdheid die onvermijdelijk een rol speelt in de communicatie tussen de justitiepastor en de gevangene. Hij probeert deze vreemdheid vruchtbaar te maken voor de reflectie op en de praktijk van de pastorale communicatie.
Ryan van Eijk schetst middels enkele casussen het belang van de‘presentiebenadering’. Soms valt er vanwege massieve onmacht, uitzichtloosheiden een gevoel van diepe verlatenheid bij gedetineerden niet zoveel te bereiken inutilitaire termen en raakt ook de taal als medium van communicatie aan haar grenzen.

Reijer de Vries concentreert zich in zijn bijdrage op communicatie als ‘gebeuren’ en dus niet louter als instrument. Hij vraagt zich af of ook de prediking, die qua vorm als toespraak immers een eenrichtingsverkeer impliceert, kan bijdragen aan dit ‘geschieden van communicatie’. Daartoe onderzoekt hij een gevangenispreek van Karl Barth.

Theo van Dun behandelt de communicatiemogelijkheden in het domein van het liturgisch pastoraat. Net als Van Eijk benadrukt hij dat het gesprek niet de enige vorm van communicatie is, en hij voegt eraan toe: ‘zelfs niet de voornaamste’. Hij wijst vooral naar de ‘dubbele beweging’ die zo centraal staat in de christelijke liturgie: anabasis en katabasis.

De bundel is aangevuld met enkele ‘losse bijdragen’: Theo de Wit schrijft over ‘legitiem geweld‘ en Fons Flierman presenteert in zijn artikel ‘Geestelijke verzorging als beroep’ een samenvatting van zijn onderzoek Geestelijke verzorging in het werkveld van justitie (Eburon, 2012)

Publicatiereeks van het Centrum voor Justitiepastoraat

€ 16.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Afweging van grondrechten in een veellagig rechtssysteem
Afweging van grondrechten in een veellagig rechtssysteem
Marina den Houdijker

Het proportionaliteitsbeginsel vervult een niet meer weg te denken rol in met name het continentaal-Europese grondrechtendiscours. Meer en meer wordt het gebruik van het beginsel van proportionaliteit in strikte zin en de daarin vervatte idee van afweging gezien als de beste manier om conflicten tussen grondrechten te beslechten, vooral omdat dan ruimte is voor ‘eerlijke’ en zaaks gerichte besluitvorming. Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) verwijzen in hun uitspraken veelvuldig naar de idee van afweging.

De centrale vraag in dit onderzoek is of de frequente verwijzingen van deEuro pese hoven naar de idee van afweging bijdragen aan de navolgbaarheid en inzichtelijkheid van hun beslissingen in grondrechtenconflicten. Aanleiding is de toenemende kritiek op beide Hoven wegens (vermeend) onduidelijke uitspraken, vooral die waarin zij toepassing geven aan de idee van afweging. Omdat deze kritiek schadelijk kan zijn voor de inspanningen of misschien zelfs de bereidheid van de lidstaten van de Raad van Europa en de Europese Unie om de beslissingen van het EHRM en het HvJ EU ten uitvoer te leggen, is het van belang om de kritiek op waarde te schatten en – indien nodig – suggesties te doen aan de Hoven hoe zij hun argumentatie met betrekking tot de idee van afweging kunnen verbeteren.

In dit boek wordt een rechtstheoretisch onderzoek naar de idee van afweging gecombineerd met een analyse van de rechtspraak van het EHRM en het HvJ EU. Het rechtstheoretisch onderzoek – waarin ook het Amerikaanse debat inzake judicial balancing wordt betrokken – leidt tot een ‘ideaaltype’ afweging aan de hand waarvan de afwegingsjurisprudentie van de Europese hoven wordt geanalyseerd en geëvalueerd. Met inachtneming van de bijzondere problematiek van de veellagigheid van het Europese systeem van grondrechten bescherming worden voorstellen gedaan tot verbetering van de Straatsburgse en Luxemburgse afwegingspraktijk.

Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Securing the Rule of Law in a World of Multilevel Jurisdiction, alsmede in het kader van het VIDI-project ‘Judicial reasoning in fundamental rights cases – national and European perspectives’, geleid door prof. mr. J.H. Gerards en gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

€ 42.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De afschrikking voorbij
De afschrikking voorbij
Karin van Wingerde

  Ieder incident leidt tot een roep om meer en strengere regels, intensievere controles en afschrikwekkender sancties voor ondernemingen en hun bestuurders. Maar voorkomt de dreiging van sancties dat ondernemingen regels overtreden? Schrikken sancties af? Doen strengere sancties dat meer dan minder zware sancties en schrikken strafrechtelijke sancties sterker af dan administratieve sancties? Over deze vragen gaat dit boek. Het onderzoek waarvan in dit proefschrift verslag is gedaan, is gebaseerd op een empirische studie onder veertig bedrijven uit de Nederlandse afvalbranche. Daarbij is niet alleen onderzocht in hoeverre en op welke wijze sancties afschrikken, maar is ook gekeken naar het belang van sancties in vergelijking met repercussies vanuit de maatschappelijke omgeving alsmede naar de wisselwerking tussen afschrikking, maatschappelijke controle en de aandacht die binnen bedrijven zelf wordt gegeven aan de naleving van wet- en regelgeving. Karin van Wingerde studeerde criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij is thans onderzoeker bij de Rekenkamer Rotterdam.

€ 39.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



International Journal of Legislative Drafting and Law Reform VOL 1 - 1
International Journal of Legislative Drafting and Law Reform VOL 1 - 1
Tonye Clinton Jaja (editor)

International Journal of Legislative Drafting and Law Reform is a peer reviewed journal. It is a forum for innovative and original articles on the theories, principles, methods, techniques, style and best practices applied in legislative drafting and law reform practice from international and comparative law perspectives. The journal aims to identify the commonalities and general principles of legislative drafting and law reform that are common to the dominant traditions of civil law, common law, European Union, Islamic law jurisdictions. The purpose of comparing legislative drafting and law reform systems is not to prove that one legal system is superior to another but to demonstrate the capacity to learn and benefit from one another. Overall, the aim of the Journal is to promote inter-jurisdictional dialogue thereby building bridges across the divide in terms of legislative drafting and law reform amongst these different jurisdictions.

Also see http://www.legislativedraftingjournal.com/ for online subscriptions




International Journal of Legislative Drafting and Law Reform
International Journal of Legislative Drafting and Law Reform
Tonye Clinton Jaja (red.)

International Journal of Legislative Drafting and Law Reform is a peer reviewed journal. It is a forum for innovative and original articles on the theories, principles, methods, techniques, style and best practices applied in legislative drafting and law reform practice from international and comparative law perspectives. The journal aims to identify the commonalities and general principles of legislative drafting and law reform that are common to the dominant traditions of civil law, common law, European Union, Islamic law jurisdictions. The purpose of comparing legislative drafting and law reform systems is not to prove that one legal system is superior to another but to demonstrate the capacity to learn and benefit from one another. Overall, the aim of the Journal is to promote inter-jurisdictional dialogue thereby building bridges across the divide in terms of legislative drafting and law reform amongst these different jurisdictions.

For single copies please contact us on sales@wolfpublishers.nl




Best Practice Guide Asiel
Best Practice Guide Asiel
Frits Koers, Nienke Doornbos en Theo Wijngaard. Herzien en bewerkt door Pieter-Jan van Kuppenveld en Jakob Wedemeijer

Rechtshulpverlening aan asielzoekers stelt hoge eisen aan advocaten. Advocaten staan asielzoekers bij in een procedure die vaak maar enkele dagen duurt en veel tijdsdruk oplevert. Van een vertrouwensrelatie is dan meestal nog geen sprake. Het is onder deze omstandigheden een uitdaging om cliënten op zorgvuldige wijze bij te staan.

Deze leidraad beschrijft de taken en dilemma’s waarvoor advocaten zich gesteld zien en geeft praktische tips en advies bij de keuzes die moeten worden gemaakt. De opzet van het boek volgt de praktijk en beschrijft deze zoals dat idealiter zou kunnen verlopen. Wat komt er kijken bij de communicatie met cliënten die soms ernstig getraumatiseerd zijn? Hoe moet er worden omgegaan met de bewijsstukken, gehoorverslagen en deskundigeadviezen? Welke analyses liggen er ten grondslag aan het opstellen van beroepsgronden?

In de asielprocedure staat er veel op het spel voor de vreemdeling. Een goede rechtshulpverlening is daarom van essentieel belang. Daarom bevat dit boek ook minimumnormen waaraan de praktijk van de advocaat dient te voldoen.

Verkrijgbaar vanaf 4 oktober 2012

€ 25.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Curaçao op de drempel van de autonomie
Curaçao op de drempel van de autonomie
J.M. Reijntjes

De mijnstaking van 1955 was een van de eerste krachtproeven voor de pas autonoom geworden Antillen. Toen het personeel van de maatschappij, die de fosfaatlagen in de Tafelberg ontgon, het werk neerlegde bleek al snel dat regering, gouverneur en justitiële autoriteiten heel verschillend dachten over hun onderlinge verhouding en, vooral, over de vraag wie in een democratie uiteindelijk de baas is. Het conflict bij de mijn werd door de werknemers gewonnen; hun bond werd erkend en hun arbeidsvoorwaarden sterk verbeterd. De PG en de gouverneur daarentegen zagen zich genoodzaakt het veld te ruimen en Curaçao te verlaten. Inmiddels zijn de Antillen uiteengevallen en nieuwe landen ontstaan. Opnieuw rijst de vraag hoe binnen het machtsapparaat de verhoudingen liggen. Nu gaat het vooral om de positie van de procureur-generaal, die Curaçao met Sint Maarten en de BES-eilanden gemeen heeft, tegenover de minister van justitie. Kunnen uit de mijnstaking van 1955 voldoende lessen worden getrokken voor de dag van vandaag?




De gelijkwaardigheid van de landen van het koninkrijk der nederlanden: realiteit of perceptie?
De gelijkwaardigheid van de landen van het koninkrijk der nederlanden: realiteit of perceptie?
Irene Broekhuijse

Irene L.A. Broekhuijse (1986, Apeldoorn), verdedigde op 19 september 2012 haar juridische proefschrift over de gelijkwaardigheid van de landen van het Koninkrijk der Nederlanden. Dit proefschrift werd begeleid door haar promotoren J.M. Saleh (Constitutioneel Koninkrijksrecht) en H.R.B.M. Kummeling (Staatsrecht) en verdedigd aan de Universiteit Utrecht. Haar thesis luidt: “de gelijkwaardigheid zoals deze ingevolge het internationale recht in het Statuut is vastgelegd, komt in de praktijk niet altijd voldoende tot uitdrukking. Hoewel de factoren die de gelijkwaardigheid beperken in de hand worden gewerkt door de structuur van het Koninkrijk, kan de gelijkwaardigheid aan de hand van de geconstateerde problemen, binnen de grenzen van het Statuut toch worden bevorderd.”

Dit proefschrift beoogt handvatten te bieden voor het vinden van een antwoord op de vraag: zijn de landen van het Koninkrijk per saldo gelijkwaardig of is de gelijkwaardigheid slechts een perceptie?

€ 34.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Monitor Gesubsidieerde rechtsbijstand 2011
Monitor Gesubsidieerde rechtsbijstand 2011
S.L. Peters, M. van Gammeren-Zoeteweij, L. Combrink-Kuiters

Toegang tot het recht is een belangrijke pijler voor een goed functionerende rechtstaat. De Raad voor Rechtsbijstand maakt zich sterk voor het belang van burgers als zij tegen juridische problemen aanlopen. Dat doet de Raad op basis van de Wet op de Rechtsbijstand. De Raad wijst rechtzoekenden de weg, bevordert een goede toegang tot het recht en stimuleert goede kwaliteit van de rechtsbijstand. Ook fungeert de Raad als kenniscentrum op het gebied van de gesubsidieerde rechtsbijstand. Hierbij is de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand (MGR) een belangrijk instrument. Elk jaar publiceert de Raad voor Rechtsbijstand deze monitor om te beschrijven hoe de toegang tot, de vraag naar en het aanbod van gesubsidieerde rechtsbijstand zich ontwikkelen. Door periodiek op een uniforme wijze informatie te verzamelen over een beperkt aantal indicatoren wordt inzicht geboden in trends door de jaren heen. Om tevens inzicht te bieden in de effecten van specifieke beleids- of wetswijzigingen wordt ook verslag gedaan van aanvullende onderzoeken.

€ 24.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Jurisdiction of the Pontiff in the Roman Republic: A Third Dimension
The Jurisdiction of the Pontiff in the Roman Republic: A Third Dimension
Jan Hendrik Valgaeren

In academic research, the pontiff (pontifex) of the Roman Republic has largely been a twodimensional figure, created by Historians and Romanists. In this book, the author - a graduate in both law and history - adds a fascinating third dimension. Taking the pontiff’s jurisdiction (i.e., the supervision of civil litigation) as his starting point, he demonstrates that most Romanists evidence a highly dogmatic approach and only pay attention to the institutional aspects of Roman law, while Historians are primarily interested in the big picture and are mostly unaware of the pontiff’s legal duties. What binds these perspectives is that the scholarly thinking of adherents of either discipline is rooted in the Enlightenment idea that Roman society was a secular one. This biased idea obscures the fact that in the Roman Republic law and religion were intimately connected and remained so well into the Empire. The author argues that it was only around 200 BC - and not earlier - that, as part of the radical reforms following the Second Punic war, jurisdiction was transferred from the pontiff to the praetor.

Jan Hendrik Valgaeren (1980) studied Ancient History, Law, and International Relations in Belgium (Leuven Catholic University), the Netherlands (Tilburg University), and Spain (Deusto University). Greatly inspired by the Renaissance notion of homo universalis, he has taught courses on Legal History, Politics, Culture, and International Relations and is currently working as a lawyer at Vandenheuvel – Du Mongh, Antwerp. He is intrigued by the world of art.




De Express Private Trust: Fiscaalrechtelijke beschouwingen over kwalificatie en gevolgen
De Express Private Trust: Fiscaalrechtelijke beschouwingen over kwalificatie en gevolgen
Gerard Gilissen

De fiscale kwalificatie en gevolgen van het ontstaan en bestaan van de Anglo-Amerikaanse trust vormen reeds decennia-lang een punt van discussie in de fiscale wetenschap en praktijk. Dit boek beoogt niet alleen een bijdrage aan deze discussie te leveren, maar ook een spoedige wijziging te bevorderen van de per 1 januari 2010 tot stand gekomen wettelijke regeling betreffende het afgezonderd particulier vermogen (apv), waartoe ook discretionary express private trusts behoren. De als anti-misbruikwetgeving bedoelde wettelijke regelingen betreffende het apv zijn namelijk op onderdelen onaanvaardbaar onevenwichtig vanwege een onjuiste afweging van het rechtszekerheidsbeginsel enerzijds en het rechtvaardigheidsbeginsel en het doel van het recht anderzijds. Voorts geven de wettelijke bepalingen niet de reeds jaren zo gewenste duidelijkheid omtrent de fiscale kwalificatie van de fixed express private trust.Teneinde de fiscale problematiek van het verschijnsel express private trust goed te kunnen begrijpen, is een meer dan vluchtige kennis van de ontstaansgeschiedenis van de trust; de trust naar Engels recht en de Engelse belastingheffing van de trust van wezenlijk belang.Vandaar dat daaraan in dit boek allereerst ruim aandacht wordt besteed.Omdat begrippen die aan het civiele recht worden ontleend in beginsel ook fiscaalrechtelijk hun civielrechtelijke betekenis behouden, tenzij enige factor van rechtsvinding een afwijkende betekenis vereist (leer der rechtseenheid), wordt tevens onderzocht hoe de trust privaatrechtelijk kan worden gekwalificeerd. Het Haags trustverdrag vormt daarbij het uitgangspunt.In het onderzoek naar de fiscale kwalificatie wordt een onderscheid gemaakt tussen de discretionary en de fixed trust. Daarbij gelden als onderzoekshypothesen dat de discretionary trust wél een fiscale entiteit vormt doch de fixed trust niet. Voorts wordt onderzocht wat de fiscale gevolgen van de kwalificatie voor de heffing van de schenk-, erf-, inkomsten- en vennootschapsbelasting zijn.Ten slotte wordt wenselijk fiscaal recht beschreven, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan regelingen betreffende de trust in een aantal landen die deze lastig te kwalificeren rechtsfiguur wél resp. niet kennen.Gerard (D.L.M.) Gilissen werd geboren op 7 juni 1948 te Tilburg. Gedurende de periode 1960-1966 volgde hij middelbaar onderwijs aan hetVan der Puttlyceum te Eindhoven. Aansluitend studeerde hij fiscaal recht aan de R.U. Leiden. In 1972 studeerde hij af en trad vervolgens in dienst bij de Rijksbelastindienst.Vanaf 1972 liep hij gedurende drie jaar stage in de Directie Limburg. In 1975 werd hij benoemd tot inspecteur van ’s Rijksbelastingen te Eindhoven (inspectie der vennootschapsbelasting).In 1981 trad hij in dienst bij de maatschap van Dien+co/Kammer Luhrman+co.In 1983 werd hij lid van de maatschap.In 2003 werd het partnership met Pricewaterhouse- Coopers (PwC) op zijn verzoek beëindigd. Sindsdien hield hij zich deels bezig met een promotieonderzoek.Hij is sinds 1970 getrouwd, heeft twee kinderen en twee kleinzonen.

€ 42.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Laverend langs grenzen
Laverend langs grenzen
Friso Kulk

Leden van transnationale gezinnen krijgen te maken met de rechtssystemen van twee (of
meer) verschillende landen. Als bijvoorbeeld in Egypte een kind van Egyptisch-Nederlandse
ouders wordt geboren, dan dient de Egyptische geboorteakte als bewijs van het bezit van
de Nederlandse nationaliteit. Daarmee zijn niet alleen de regels van het Nederlandse,
maar ook die van het Egyptische islamitische recht van belang voor de juridische positie
van dit kind. De beide rechtssystemen zijn op deze en tal van andere manieren in interactie
met elkaar.

Dit boek gaat over de ervaringen van ouders in Egyptisch-Nederlandse en Marokkaans-
Nederlandse gezinnen met familie-, nationaliteits- en internationaal privaatrecht.
Ouders in transnationale gezinnen dragen met hun handelen bij aan de vorming van de
juridische positie van hun kinderen in twee landen. Op basis van interviews met ouders in
Nederland, Egypte en Marokko wordt antwoord gegeven op de vraag hoe het handelen van
ouders bijdraagt aan die juridische positie en welke verklaringen er zijn te geven voor dat
handelen. Hoe gaan ouders om met de verschillen tussen het Nederlandse familierecht en
het op islamitische normen gebaseerde familierecht van Egypte en Marokko? Ervaren zij
conflicten of zoeken ze naar pragmatische oplossingen? Welke rol spelen sociale, religieuze
en politieke factoren daarin? Daarnaast vormt dit boek een praktijkgerichte beschrijving
van de juridische kwesties waar transnationale gezinnen mee te maken krijgen.

€ 29.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Why Jamaica Wants to Protect Champagne: Intellectual Property Protection in EU Bilateral Trade Agreements
Why Jamaica Wants to Protect Champagne: Intellectual Property Protection in EU Bilateral Trade Agreements
Anke Moerland

During the last fifteen years, bilateral trade agreements have become increasingly more common. All bilateral trade agreements concluded by the European Union and the United States contain standards of intellectual property protection and enforcement that go beyond the protection agreed upon in the TRIPS Agreement. This poses important challenges to developing countries who are parties to these agreements but often do not have the level of development and capacity to undertake innovative research which would allow them to take full advantage of the benefits of strong IP protection and enforcement. This book offers a legal and a political-scientific view on the phenomenon of strong intellectual property protection and enforcement in bilateral trade agreements to which developing countries are parties. After providing a comprehensive analysis of the IP rights and obligations contained in recent bilateral trade agreements concluded by the European Union, this book highlights the IP policy-making process in a developing country that has already accepted TRIPS-plus provisions, being Jamaica and the CARIFORUM region.




The Powers that Be
The Powers that Be
M. Diamant, M.L. van Emmerik, J.P. Loof, W.J.M. Voermans (red.)

  De Staatsrechtconferentie 2012 werd georganiseerd door de afdeling staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden. De in deze bundel opgenomen bijdragen, die tijdens de conferentie werden gepresenteerd, staan stil bij de vraag of – en zo ja, waarom – de huidige constitutionele checks and balances tekort schieten. Dit vooral in het licht van het feit dat constitutioneel recht tegenwoordig voortvloeit uit vele transnationale bronnen, zoals verdragen of volkenrechtelijke besluiten die met medewerking van volkenrechtelijke of EU-organisaties tot stand worden gebracht. Dit is weliswaar geen nieuw verschijnsel, maar het volume ervan en de dynamiek van de interactie met nationaal recht en nationale besluitvorming zijn wel nieuw. Wat betekent dit voor het functioneren van en de balans tussen bestuur, wetgever en rechter? Hoe rijmt die transnationale rechtsvorming met de uitgangspunten en beginselen van de inrichting van onze democratische rechtsstaat? Is die wel zo eenvoudig op één lijn te stellen met een transnationale rechtsorde, zoals die van de EU, die min of meer op dezelfde leest is geschoeid? Welke (democratische) legitimiteit heeft constitutioneel recht dat niet langer geheel in het kader van een natiestaat, van een politiek verbonden ‘demos’, wordt gevormd? Deze indringende vragen vergen allicht andere antwoorden dan de grotendeels institutionele antwoorden (meer democratische en transparantere procedures, meer rechtsbescherming, e.d.) die tot dusverre werden gegeven. De Staatsrechtconferentie 2012 vormt een aanzet tot verdere investeringen in het begrijpen en verklaren van de dynamiek, tot een bezien welke factoren een rol spelen bij de al dan niet aanvaarding van transnationaal recht en tot een nagaan volgens welke beginselen (juridische en democratische) daarop een antwoord kan worden gevonden.

€ 30.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Concilie van Trente , Een jubileum van 450 jaar
Concilie van Trente , Een jubileum van 450 jaar
Gerard Strijards

De tiara van de paus, een drie-kroon.De drie lagen verzinnebeelden de drie functies van het pauselijk ambt: leraar, priester en wereldlijk vorst. Maar ook de macht over hemel, hel en aarde. Drie rechtsmacht-aanspraken. Gerard Strijards schetst in een openbaar college de worsteling die de Katholieke Kerk doormaakte met de "nieuwigheden" die de reformatie meebracht. Die hadden betekenis voor die drie aanspraken. Vooral de aanspraak op de universele wereldlijke macht boven andere vorsten. Dat was niet vanzelfsprekend meer. Het Concilie van Trente (1543-1563) herijkte de plaats van de Kerk in het nieuwe internationale bestel van West-Europa. Zonder het te beogen ontwikkelden de Vaders daarbij nieuwe volkenrechtelijke principes in het verkeer tussen Kerk, als supranationale organisatie en staten. Principes die dat internationale recht ook vandaag nog hanteert in het verkeer met andere supranationale organisaties. Als bijzonder hoogleraar internationaal strafrecht is Strijards steeds alert op deze kerkelijke achtergrond van die principes en hun onstaansgeschiedenis, mét de daarbij behorende politieke spanningsvelden van het moment. In deze voordracht besteedt hij zo aandacht aan de staatkundige achtergronden van het Trents Concilie.

€ 17.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Legislative Drafting - An Introduction to Theories and Principles
Legislative Drafting - An Introduction to Theories and Principles
Tonye Clinton Jaja

“The drafter has skills and knowledge not generally possessed by policy makers. The drafter is an architect...an expert...a specialist...The difference between a legal mechanic and a legal craftsman turns largely on this point.” - G. Thornton, Legislative Drafting (London, Butterworths, 1996) p.125.     As the quotation shows, without a knowledge of legislative drafting theory and principles, a legislative drafter’s competence is as incomplete as a motor mechanic in contrast to an automobile engineer.

This book introduces the reader to the relevant theories and principles that are necessary for promoting quality legislation in the field of legislative drafting. A “legislative drafting theory” or “legislative theory” is defined by the Seidmans as: “the structure of a drafter’s justification for a bill constitutes the operative face of a de facto legislative theory and methodology” .

The first and fundamental theory is the necessity for a regulatory framework for legislative drafting as a holistic platform for promoting quality legislation. Closely related is the principle of effectiveness of legislation as the paramount goal in legislative drafting. By combining these two fundamental principles this book demonstrates how legislative drafters can improve the quality of legislation.

The purpose of this book is not to lay down any hard-and-fast rules but to provoke thinking by introducing the reader to principles derived from legislative drafting in the dominant jurisdictions of the common law, civil law and the European Union law. Using legislative drafting in Nigeria as a case study, this book demonstrates how application of these theories and principles are likely to prove beneficial even in the most challenging jurisdiction. Examples from Nigeria’s oil and gas legislation have been chosen to illustrate the hypothesis. Oil and gas legislation have been chosen considering its transnational nature and pervasive impact on the economy.

This book is a significant contribution in the field of legislative drafting considering that it is the first book that discusses the quality of legislation and not techniques of drafting which has suffered from a paralysis of analysis in other legislative drafting texts.

ABOUT THE AUTHOR
Tonye Clinton Jaja, is the Editor-In-Chief of the International Journal of Legislative Drafting and Law Reform. He is the Secretary of the Legislative Drafting Law Clinic, Institute of Advanced Legal Studies, University of London, where he is completing a PhD in Legislative Drafting Law. Tonye Clinton Jaja has recently been appointed Visiting Associate Professor/Coordinator, Postgraduate Diploma in Legislative Drafting Course, Kiit Law School, Kiit University, India.


REVIEW:
http://wolfpublishers.nl/mailing/Loophole_Nov12.pdf




Parlementaire controle op Europese besluitvorming
Parlementaire controle op Europese besluitvorming
Brecht van Mourik

Het boek gaat over parlementaire controle op Europese besluitvorming. Meer in het bijzonder wordt de mogelijkheid bekeken om in Nederland een parlementair behandelingsvoorbehoud of mandaatsysteem te introduceren zoals dat bestaat in een aantal andere EU-lidstaten. De EU-lidstaten die, naast Nederland, aan de orde komen zijn Denemarken, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk. In het algemeen gaat voor landen met een parlementair behandelingsvoorbehoud op dat een lid van de Raad, meestal een minister, niet verder mag gaan met het nemen van beslissingen over een Europees besluit, voordat het eigen parlement de mogelijkheid heeft gehad het voorliggende besluit te onderzoeken en eventueel de minister daarover te bevragen. In een systeem waarin wordt gewerkt met mandaten kan het nationale parlement de betreffende minister een mandaat meegeven alvorens hij of zij gaat onderhandelen over Europese besluitvorming in de Raad. De vraag die in het boek wordt beantwoord is wat een instrument als het parlementair behandelingsvoorbehoud of een mandaatsysteem in Nederland toe kan voegen aan de instrumenten die de Tweede Kamer en de Eerste Kamer al hebben om de regering te controleren in het kader van het Europese besluitvormingsproces.

Verkrijgbaar na 28 september 2012

€ 29.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Het stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken (hardcover)
Het stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken (hardcover)
B. Keulen, P. Traest

Pre-adviezen voor de Nederlands-Vlaamse Vereniging voor Strafrecht 5 oktober 2012 te Rotterdam.

In zowel soft- als hardcover verkrijgbaar!

€ 15.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Status of forces
Status of forces
Joop Voetelink

Nederland draagt al decennia bij aan crisismanagementoperaties van de VN en andere organisaties en heeft door de economische crisis een toenemend belang bij internationale militaire samenwerking. Hierdoor zijn tegenwoordig het hele jaar door Nederlandse militairen aanwezig op buitenlands grondgebied. De regering heeft herhaaldelijk de behoefte benadrukt aan duidelijke regels over de juridische positie van deze troepen in het buitenland. Het belangrijkste element van dit soort regels vormt de rechtsmacht om militairen te kunnen berechten indien zij in het buitenland een strafbaar feit hebben begaan.

Wanneer militairen in het buitenland worden ingezet, is het gebruikelijk dat de juridische positie van de troepen wordt vastgelegd in een statusregeling. Tegenwoordig gebeurt dit vaak in de vorm van een internationale overeenkomst: de zogeheten Status of Forces Agreement (SOFA). Het gebruik van deze overeenkomsten heeft het voordeel dat de status van de troepen die buiten de eigen staatsgrenzen worden ingezet, duidelijk vaststaat voor de activiteiten waarvoor de SOFA is opgesteld. De juridische theorie waarop de SOFA is gebaseerd, is vaak een stuk minder helder, zodat in de situatie dat geen statusregeling kan worden opgesteld, de juridische positie van militairen vragen kan oproepen.

Dit boek brengt het internationaalrechtelijk en militair operationeelrechtelijk perspectief bij elkaar om bij te dragen aan de theorievorming over de strafrechtsmacht van troepen in het buitenland. Uitgaande van deze theorie wordt vervolgens voorgesteld om te komen tot een Status of Forces Compendium die, gebaseerd op de praktijk van staten en organisaties, bouwstenen bevat voor het opstellen van specifieke SOFA’s.

Verkrijgbaar vanaf 20 september

€ 34.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De verschillende gezichten van de energieconsument
De verschillende gezichten van de energieconsument
Saskia Lavrijssen

Volgens de Europese wetgever vervult de energieconsument een belangrijke rol bij de realisatie van de doelstellingen van het Europese energiebeleid, inclusief mededinging, de betaalbaarheid van de energieprijzen, leveringszekerheid en de realisatie van de Europese milieu- en klimaatdoelstellingen. In de praktijk blijkt de consument deze rollen echter maar nauwelijks te vervullen. De energieconsument bestaat niet uit een homogene groep van mensen en heeft meerdere gezichten. Veel mensen maken in de praktijk geen beslissingen die in lijn zijn met het traditionele, rationele keuzemodel waarvan de wetgever was uitgegaan. Zij zijn niet geïnteresseerd om te zoeken naar goedkopere aanbiedingen in de energiesector, maken verkeerde keuzes en zijn zich veelal niet bewust van de mogelijkheden om energiebesparingsmaatregelen te treffen. Deze bijdrage stelt daarom de legitieme vraag of de energieconsument de rollen die de Europese wetgever hem heeft toebedeeld in de praktijk kan en wil waarmaken? Voor de beantwoording van deze vraag komen economie, recht en psychologie samen. De juridische en economische assumpties van de wetgever over de vraag wie de energieconsument is en hoe hij wordt geacht zich te gedragen komen aan de orde. Ook wordt gebruik gemaakt van de laatste inzichten uit de gedragseconomie, die een realistischer beeld geven van de psychologische werkelijkheid van energieconsumenten. Op vernieuwende wijze geeft deze bijdrage handvatten voor de manier waarop de wetgever inzichten uit de gedragseconomie kan integreren in de regulering van de energiesector.

Saskia Lavrijssen (1976) is Hoogleraar Consument en Energie en verbonden aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. De leerstoel Consument en Energie is ingesteld ter bevordering van onafhankelijk multidisciplinair onderzoek naar de positie van de huishoudelijke en zakelijke consument in de energiemarkt onder de invloed van liberalisering, globalisering en klimaatveranderingsvraagstukken. De leerstoel is mede mogelijk gemaakt door inzet van de Consumentenbond, Vereniging Eigen Huis en de Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW).

€ 10.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Omkoping bestraft?
Omkoping bestraft?
Gerben Smid

Nederland is partij bij verscheidene verdragen die een strafbaarstelling voor-schrijven van het omkopen van buitenlandse ambtenaren. In 2001 zijn de Nederlandse strafbaarstellingen van ambtelijke omkoping herzien, waarbij ook deze verdragsverplichtingen zijn geïmplementeerd. Ruim tien jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen hebben zij echter nog niet geleid tot enige veroordeling.

In dit onderzoek worden de totstandkoming en inhoud besproken van de anti-corruptieverdragen van de OECD, de Europese Unie, de Raad van Europa en de Verenigde Naties. Onderzocht is vervolgens in hoeverre de Nederlandse strafbaarstellingen van (buitenlandse) omkoping voldoen aan de verplichtingen die uit deze verdragen voortvloeien. Aanbevelingen worden gedaan voor wijziging en aanvulling van de Nederlandse strafwetgeving ten aanzien van corruptie en voor de opsporings- en vervolgingspraktijk.

Verkrijgbaar vanaf 14-09-2012

€ 34.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Technology Criterion in Patent Law
The Technology Criterion in Patent Law
Reinier B. Bakels

  Patenting allegedly non-technical subject-matter like software and business methods is controversial both from a political and a legal perspective. Political opinions about patents in these fields vary from "indispensable" to "disastrous". Lawyers complain about opaque rules that would violate statutes.

US law allows patents on non-technical subject-matter, but it excludes "abstract ideas", an exclusion that leads to remarkably similar controversies, again both at the political and the legal level.

Coincidentally, in 2010 both the Enlarged Board of Appeal of the European Patent Office and the U.S. Supreme Court addressed these problems, but unfortunately both failed to provide the clarification one had hoped for.

This book gives a unique explanation why patents logically should only be granted for technology, and how the technology concept should be interpreted in order to solve today’s controversies, both at the legal and the policy level.


http://www.boek9.nl/berichten/het-techniekbegrip-in-het-octrooirecht    




Openbaar ministerie en tenuitvoerlegging
Openbaar ministerie en tenuitvoerlegging
Sonja Meijer

De tenuitvoerlegging van door de rechter opgelegde sancties vormt het sluitstuk van de strafrechtspleging. Op grond van artikel 553 Sv hebben zowel het openbaar ministerie als de minister van Justitie een taak bij de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties. In dit boek staat deze taak centraal, beschreven vanuit het oogpunt van het openbaar ministerie. Daarbij besteedt de auteur onder meer aandacht aan de rolverdeling tussen de verschillende actoren die betrokken zijn bij de tenuitvoerlegging, en beschouwt zij deze verdeling ook in rechtshistorisch perspectief. Ter uitvoering van zijn taak bij de tenuitvoerlegging, kent de wet het openbaar ministerie discretionaire bevoegdheden toe. Middels onderzoek naar de tenuitvoerlegging van vier sancties, te weten de geldboete, de gevangenisstraf, de taakstraf en de ontnemingsmaatregel, komt de auteur tot een antwoord op de vraag hoe deze bevoegdheden worden genormeerd. De auteur sluit af met een beschouwing van de taak van het openbaar ministerie bij de tenuitvoerlegging in de toekomst.   Verschijnt eind september 2012

€ 34.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Bringing a case to the European Court of Human Rights
Bringing a case to the European Court of Human Rights
Council of Europe

The European Court of Human Rights is currently overloaded with cases (there
were almost 150,000 pending applications at the end of March 2012). Some 90% of
all applications are eventually declared inadmissible. Such cases clog up the Court`s docket and obstruct its examination of more deserving cases where the admissibility requirements have been satisfied and which may concern serious allegations of human rights violations. The 2010 Interlaken Conference on the reform of the Court called upon the "States Parties and the Court to ensure that comprehensive and objective information is provided to potential applicants on the Convention and the Court`s case-law, in particular on the
application procedures and admissibility criteria". The Court`s first response to this call was to prepare this practical guide on admissibility criteria. The guide seeks to reduce the number of obviously inadmissible cases by enabling legal practitioners to properly advise their clients on their chances of bringing an admissible application. This second edition covers case-law up to the end of March 2011. In addition to this guide the Court has launched a short video as well as an interactive admissibility checklist. These tools are aimed at providing lay applicants with more succinct information on the admissibility criteria. With a foreword by Sir Nicolas Bratza, President of the European Court of Human Rights




Publieke dienstverlening: Percepties van marktwerking en kwaliteit
Publieke dienstverlening: Percepties van marktwerking en kwaliteit
Anna de Zeeuw

  Discussies over het onderwerp marktwerking bij publieke dienstverlening zijn aan de orde van de dag, zoals blijkt uit de wekelijkse berichtgeving in de kranten, televisie-uitzendingen over onderwerpen als topsalarissen bij de publieke sector en wantoestanden in de thuiszorg en het hoger beroepsonderwijs. Vanuit allerlei hoeken wordt, al of niet genuanceerd, door groeperingen gepleit voor betere zorg en onderwijs. Marktwerking in de publieke dienstverlening is, met als aanleiding een economische recessie, ingezet tijdens de kabinetten Lubbers vanaf 1982. Publieke dienstverlening behelst in Nederland een breed spectrum aan diensten, variërend van gezondheidszorg tot en met infrastructurele diensten zoals openbaar vervoer en telecommunicatie. De aannames die gepaard gaan met het inzetten van marktwerking beloven onder andere een hogere kwaliteit tegen een lagere prijs. In dit proefschrift staat de volgende onderzoeksvraag centraal: Wat zijn effecten van de introductie van marktwerking in de publieke dienstverlening op de perceptie van kwaliteit van deze dienstverlening? In dit onderzoek wordt getracht afstand te nemen tot de maatschappelijke discussies. Daarbij gaat het niet om de vraag of deze percepties waar zijn, maar of en op welke wijze ze betekenisvol zijn voor de betrokken spelers. Onze kennis en voorstellingen van de wereld zijn in haar benadering geen reflecties van de werkelijkheid maar producten van onze eigen indeling, of discours. Anders dan eerdere wetenschappelijke onderzoeken over marktwerking gaat dit onderzoek nader in op het denken over het begrip kwaliteit. Praktijken uit verschillende sectoren binnen maatschappelijke dienstverlening worden beschouwd: ouderenzorg, hoger onderwijs en als vergelijking met woningcorporaties over de periode 1982-2008. Anna de Zeeuw (1963) heeft het onderwerp van haar proefschrift gekozen vanwege haar persoonlijke affiniteit, met name met het hoger onderwijs waar zij werkzaam is, maar ook met ouderenzorg vanuit de rol van mantelzorg  

€ 30.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Restorative Justice and Victimology
Restorative Justice and Victimology
dr. Don John O. Omale

ABOUT THE BOOK
The book “Restorative Justice and Victimology: Euro-Africa Perspectives” is a well-researched book aim at contributing a comparative discourse, and Afrocentric knowledge to the body of literature in Restorative Justice and Victimology. The book is both practical and analytical. Arguably, the book is the first on Restorative Justice and Victimology in the international market researched and written by an African and Africa-based international scholar. Findings presented in the book demonstrate the potential benefits of restorative justice to governments and victims who may want to implement and participate in restorative justice. These include the “community crimino-vigilance”, “crimino-econometrics” and “value for money” (vfm) potentials of restorative justice policy to governments. For some victims of crime, the possibility of getting an answer to the “why me?” question which victims often ask, provides victimoautological or self-policing strategy to preventing revictimisation, and a vehicle to Intra-Personal Harmony, reduction in fear of crime, and Inter-Personal Reconciliation. Perhaps to some victims of crime
restorative justice is not only seen as a model of justice that gives them “voice” but also as a “Harmony Restoration Therapy”. For the international audience, the author suggests that the Afrocentric knowledge contained in this book is imperative to international academia and practitioners who often are commissioned to chair dispute resolution mechanisms in Africa. The success or failure of their efforts in resolving disputes in Africa, the author argues could strongly be dependent on their knowledge of the core African philosophy of Thoughts: cosmology (African worldview of conflict, crime and reconciliation),axiology (African values of
restoration), ontology (African nature and conception of persons), and epistemology (source of knowledge for Africans).

About the Author:
Dr. Don John O. Omale (PhD) is a British Chevening Scholar of Criminology, Restorative Justice and Victimology. He has lectured both in Nigeria and the UK; and has taught very highly placed Senior Officials of the Nigerian Prisons Service. He is a Beneficiary of the Rotary Foundation International Group Study Exchange Programme to California, District 5230 USA (2002); and an Economic and Social Council (ECOSOC) Delegate to the Model United Nations Congress in New York, USA (2003). He holds BSc Psychology (University of Nigeria, Nsukka); MSc Criminology (University of Leicester, UK) and PhD Restorative Justice & Victimology at the Centre for Community and Criminal Justice, De-Montfort University Leicester, England, UK. He is internationally published, and has presented academic papers on Restorative Justice and Victimology at international conferences in the UK, USA, Canada, The Hague, Netherlands; South Africa and Addis Ababa. He is also Facilitator to Dispute Resolution Associates, Asokoro-Abuja on the National Strategic Workshops on Fast Track Trials, and Non-Custodial options; and International Adviser to Restorative Justice Initiative Midland, UK. He is a member of the British society of criminology, London;member of the International Institute of Restorative Practices, Pennsylvania, USA; member of the Restorative Justice International, and member of the World Society of Victimology.


Table of Contents http://www.wolfpublishers.nl/mailing/Table_of_Content.pdf




De samengestelde Besselink
De samengestelde Besselink
H.R.B.M Kummeling et al. (red.)

Waardering voor een vertrekkende hoogleraar wordt in Nederland vaak, niet altijd, tot uitdrukking gebracht in de vorm van een liber amicorum. Het is een tamelijk unieke Utrechtse traditie dat collega’s ook aan het schrijven slaan bij het vertrek van een hoogleraar die nog in het volle academische leven staat, sterker nog, die voornemens is de academische carrière met volle kracht voort te zetten bij een concurrent, veelal welhaast liefkozend aangeduid als ‘zuster’faculteit. Niet iedereen valt die eer te beurt, er moet wel sprake zijn van een langdurige verbondenheid aan Utrecht, en uiteraard van bijzondere prestaties. Leonard Besselink voldoet zonder twijfel aan beide criteria. Als blijk van waardering hebben naaste Utrechtse collega’s uit verschillende disciplines zich dan ook gezet aan het schrijven van deze afscheidsbundel. Diverse bijdragen uit deze bundel zullen voor menig ‘gewone lezer’ zeer de moeite waard zijn. We hopen dat het boek als geheel Leonard Besselink strekt tot verdere inspiratie bij al het belangrijke werk dat hij niet meer onder de vlag van de Universiteit Utrecht gaat verrichten.

De bundel bevat de volgende bijdragen: De toepassing van het concept van goed bestuur in het EU-Handvest van de Grondrechten
Henk Addink

Het intergouvernementele Koninkrijk der Nederlanden Agenda voor een samengestelde Koninkrijksleer Gio ten Berge   Een samengestelde Europese politieke constitutie Italië en de eurocrisis in vijf aktes Thomas Beukers   Het samengestelde Europese wetssysteem Ton van den Brink en Linda Senden   Een afscheid, maar toch weer niet: eigenlijk net als de Nederlandse Antillen Irene Broekhuijse   Wederzijds vertrouwen en de samengestelde rechtsorde van Dublin: grondrechten op losse schroeven? Evelien Brouwer   Parlement en geheime toezichtsinformatie Ton Duijkersloot en Henk Kummeling   Een samengestelde Europese burger? Hanneke van Eijken   De toepassing van het Grondwettelijke decentralisatiebeginsel in het omgevingsrecht Toon de Gier   Een samengestelde rechtsorde: niets voor civilisten Ewoud Hondius   Parliamentary Diplomacy in the European Union Davor Jančić   Het Europees en internationaal overheidscomposiet. Europese en internationale samenwerking tussen bestuursorganen Oswald Jansen   De spagaat van het EHRM in de zaak Lautsi. Mensenrechtenbescherming in het spanningsveld tussen internationaal toezicht en het primaat van de staat Titia Loenen De doorwerking van artikel 17 EVRM in de Nederlandse rechtsorde Paulien de Morree   Herijking van de rol van het Nederlandse parlement bij de verdragsprocedure. Op zoek naar een nieuwe constitutionele dialoog Brecht van Mourik en Remco Nehmelman   Collisions between EU law and national law Rolf Ortlep en Maartje Verhoeven   De relatie van de Caribische delen van het Koninkrijk met de Europese Unie Jaime M. Saleh   De afweging tussen grondrechten en fundamentele vrijheden in het Europese recht: het Hof van Justitie EU als ‘koorddanser’ Sybe de Vries   De doorwerking van richtlijnen in een samengestelde Europese rechtsorde Rob Widdershoven   De basis voor doorbreking van appelverboden in het bestuursrecht Paulien Willemsen

€ 25.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Toetsing aan vage normen door de bestuursrechter in het Nederlandse, Duitse, Engelse en Franse recht
Toetsing aan vage normen door de bestuursrechter in het Nederlandse, Duitse, Engelse en Franse recht
A.P. Klap F.T. Groenewegen en J.R. van Angeren

Het gebruik van vage normen is onvermijdelijk in elk ontwikkeld rechtsstelsel. Vage normen zorgen ervoor dat de rechtsontwikkeling niet nodeloos wordt belemmerd of vertraagd en dat kan worden geanticipeerd en ingespeeld op onvoorziene omstandigheden. Tegelijkertijd kunnen vage normen in het bestuursrecht de verhouding tussen bestuur en rechter op scherp zetten, doordat normtoepassing en toetsing daarvan direct in elkaars verlengde kunnen liggen
en daardoor nauwelijks te (onder)scheiden zijn. De vraag is dan wat de taak van de rechter is en hoe de rechter deze taak naar behoren kan uitoefenen. Wat zijn de uitgangspunten voor de rechterlijke taakuitoefening, met welke problemen wordt de rechter geconfronteerd en hoe kan hij daaraan het hoofd bieden? In de preadviezen zal de toetsing aan vage normen door de Nederlandse bestuursrechter worden vergeleken met die van de Duitse, de Franse en de Engelse (bestuurs)rechter.

€ 30.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De constitutionele orde van het Koninkrijk der Nederlanden
De constitutionele orde van het Koninkrijk der Nederlanden
Onder redactie van en ingeleid door prof. dr. Ernst M.H. Hirsch Ballin

Onder redactie van en ingeleid door prof. dr. Ernst M.H. Hirsch Ballin

Op 10 oktober 2010 is een ingrijpende wijziging van het op 15 december 1954 ondertekende Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking getreden. Het meest opvallende kenmerk daarvan is dat Curaçao en Sint Maarten de status van land in het Koninkrijk hebben verkregen, naast het al in 1986 verzelfstandigde Aruba. Dit betekende het einde van het land de Nederlandse Antillen en dus ook van de opmerkelijke deels constitutionele, deels organieke wet die als Eilandenregeling Nederlandse Antillen (ERNA) al sinds 1951 van kracht was en sindsdien vele malen herzien. De drie eilanden die geen land werden – Bonaire, Sint Eustatius en Saba, afgekort BES – gingen vanaf datzelfde moment als openbare lichamen deel uitmaken van het Nederlandse staatsbestel. 10 oktober 2010 is niet alleen de einddatum van een langdurig herzieningsproces, maar ook het beginpunt van verdere ontwikkelingen. De constitutionele verankering van de in 2010 tot stand gekomen veranderingen wordt pas goed zichtbaar als men verder kijkt dan de tekst van het Statuut (wat trouwens altijd al gold voor het staatsrecht van het Koninkrijk). Wie het constitutionele bestel van het Koninkrijk wil doorgronden, moet het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de vier grondwetten, de wet die de status van Bonaire, Sint Eustatius en Saba regelt, een reeks organieke rijkswetten en de relevante bepalingen van de Europese Unie in onderlinge samenhang kunnen raadplegen. Al deze documenten zijn te vinden in de voorliggende bundel, die daarmee op dezelfde manier van nut wil zijn als de tientallen jaren lang gebruikte tekstuitgave van de basisregelingen, getiteld "De Rechtsorde in het Koninkrijk der Nederlanden". Na 1986 was deze bundel niet meer herzien.  

€ 39.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



From Hiring to Firing
From Hiring to Firing
Iveta Alexovičová

The present study describes, compares and analyzes selected legal safeguards that are in place in the United Nations Secretariat and in the European Commission in order to guarantee the independence and impartiality of their staff. Despite the fact that the nature, structure and functions of the United Nations and the European Union are generally regarded as dissimilar, both organizations are based on the same concept of international civil service, requiring international civil servants to act independently from Member States’ governments or any other external authority. This concept defines and underlines the overall human resources policies of both the UN and the EU. The present study analyzes specific parts of the UN and EU policies, namely those related to the staff appointment, placement and separation from service. They mark the entire employment cycle of international staff and are of direct relevance to the independence and impartiality of UN and EU staff. The study focuses on recent developments that have taken place in the United Nations Secretariat and the European Commission over the last decade as a result of their  extensive human resources management reforms.




Economisch strafrecht en bestuurlijke boete
Economisch strafrecht en bestuurlijke boete
R. C. van Houten (redactie)

Op vele onderdelen van het economisch recht zijn de afgelopen jaren diverse systemen van beboeting door bestuurlijke instanties ingevoerd. De bestraffing is daarmee een onderdeel van het bestuursrecht recht geworden. In deze bundel wordt door de auteurs van de bijdragen op een aantal belangrijke en principiële aspecten van deze ontwikkeling ingegaan. De bijdragen zijn bewerkingen– in één geval zelfs zeer uitvoerige bewerking – van inleidingen die de auteurs op de themadag hebben gehouden.

Jaap Roording bespreekt de vraag welk beleid de wetgever inzake de inzet van het strafrecht en de bestuurlijke boete in de ordeningswetgeving voert en welke ontwikkelingen in dat beleid waarneembaar zijn. Vervolgens geeft Oswald Jansen niet alleen een analyse van vele zo niet alle boeteregelingen, maar ook een beschouwing over eenheid in wetgeving en een over de eenheid in rechtspraak in het bestuurlijke boeterecht. Voortgaand op de bestuursrechtelijke invalshoek gaat Wim Cornelissen in op (zijn) ervaringen van de bestuursrechter met bestuurlijke boetes. Opmerking verdient dat hij dat in het bijzonder doet voor de Wet arbeid vreemdelingen, omdat de handhaving van deze wet tot enkele jaren daarvóór door middel van het economische strafrecht (Wet op de economische delicten) plaats vond. Hans Lensing maakt enkele opmerkingen over de verhouding van enerzijds economisch strafrecht en anderzijds bestuurlijke boete en OM-strafbeschikking vanuit het perspectief van de rechtseenheid. Hij doet dat wel overwegend vanuit een  strafrechtelijke invalshoek. Daan Doorenbos constateert in zijn bijdrage dat bij de handhaving van het ordeningsrecht niet meer het “gewone” strafrecht maar het bestuursstrafrecht inmiddels voorop staat. Hij beantwoordt de vraag hoe dat moet worden gewaardeerd. Last but not least bespreekt Paul Frielink de – volgens hem van bestuurlijke afdoening te onderscheiden – OM-afdoening. Daarbij komen in het bijzonder aan de orde achtergrond en de totstandkoming van de Wet OM-afdoening alsmede de rechtsbescherming.

€ 22.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Cybersecurity
Cybersecurity
Uchenna Jerome Orji

This book is an attempt to discuss the legal and regulatory aspects of cybersecurity. The book examines international, regional and national regulatory responses to cybersecurity. It particularly examines the response of the United Nations and several international organizations to cybersecurity. It provides an analysis of the Council of Europe Convention on Cybercrime, the Commonwealth Model Law on Computer and Computer Related Crime, the Draft International Convention to Enhance Protection from Cybercrime and Terrorism and the Draft Code on Peace and Security in Cyberspace. The book further examines policy and regulatory responses to cybersecurity in the United States, the United Kingdom, Singapore, India, China and Russia. It also examines the African Union’s regulatory response to cybersecurity and renders an analysis of the Draft African Union Convention on the Establishment of a Credible Legal Framework for Cybersecurity in Africa. It considers the development of cybersecurity initiatives by the Economic Community of West African States, the Southern African Development Community and the East African Community. The book further provides an analysis of national responses to cybersecurity in South Africa, Botswana, Mauritius, Senegal, Kenya, Ghana and Nigeria. It also examines efforts to develop policy and regulatory frameworks for cybersecurity in sixteen other African countries (Algeria, Angola, Cameroon, Egypt, Ethiopia, Gambia Lesotho, Morocco, Namibia, Niger, Seychelles, Swaziland, Tanzania, Tunisia, Uganda and Zambia). Nigeria is used as a case study to examine the peculiar causes of cyber-insecurity and the challenges that hinder the regulation of cybersecurity in African states as well as the implications of poor cybersecurity governance on national security, economic development, international relations, human security and human rights. The book suggests several policy and regulatory strategies to enhance cybersecurity in Africa and the global information society with emphasis on the collective responsibility of all states in preventing trans-boundary cyber harm and promoting global cybersecurity. This book will be useful to policy makers, regulators, researchers, lawyers, IT professionals, law students and any person interested in seeking a general understanding of cybersecurity governance in developed and developing countries.

About the Author
Uchenna Jerome Orji is a Barrister and Solicitor of the Supreme Court of Nigeria. He holds a Bachelor of Laws (LL.B) honours Degree from the University of Nigeria and a Masters of Laws (LL.M) Degree from the University of Ibadan, Nigeria with a research specialization in Information Technology Law. He is also a Consultant to the African Center for Cyber Law and Cybercrime Prevention (ACCP) of the United Nations, African Institute for the Prevention of Crime and the Treatment of Offenders, Kampala, Uganda.





Summary of contents with highlights and jurisdictions covered

 
Chapter One:
An Introduction to Cybersecurity and Regulation
Contents of the chapter include discussions on:
§ The information revolution, the history of computers and the emergence of the information society;
§ The definitions of cybersecurity and cybercrime;
§ Telecommunications security, data protection, information security and the protection of critical infrastructures/critical information infrastructures;
§ Confidentiality, integrity, availability and accountability;
§ Critical components of cybersecurity governance - legal aspects,     technical aspects, institutional/organizational aspects, computer emergency response teams (CERTs), End-user education, research and development;
§ Unauthorized access (Hacking), unauthorized interception, data interference, system interference, data espionage, child pornography, cyber xenophobism, spam mails, misuse of computing devices, identity theft, cyber-squatting, web hijacking, copyright infringements, computer related forgery, computer fraud, and the liability of Internet Service Providers;
§ Cyber Terrorism, Cyber Warfare, Cyber Arms Control and Cyber Deterrence; and;
§ The implications of cybersecurity to national security, economic security, human rights and human security.

Chapter Two:
International Responses and Legal Measures on Cybersecurity
The chapter discusses the responses of international and multilateral organizations to cybersecurity including:
§ United Nations resolutions on cybersecurity;
§ The International Telecommunications Union (ITU);
§ The World Summit on the Information Society (WSIS);
§ The ITU High Level Expert Group (HLEG) on Cybersecurity;
§ The Group of Eight (G8);
§ The Interpol;
§ The Council of Europe;
§ European Union (EU);
§ The Asian Pacific Economic Cooperation (APEC);
§ The Organization for Economic Cooperation and Development (OECD);
§ The Commonwealth;
§ The Organization of American States (OAS);
§ The Association of South-East Asian Relations (ASEAN);
§ The North Atlantic Treaty Organization (NATO);
§ The Arab League and Gulf Cooperation Council;
§ The Stanford Proposal;
§ The Global Protocol on Cybersecurity and Cybercrime;
§ The International Multilateral Partnership Against Cyber Threats (IMPACT);
§  An analysis of the Council of Europe Convention on Cybercrime;
§ An analysis of the Commonwealth Model Law on Computer and Computer Related Crime;
§ An analysis of the Draft International Convention to Enhance Protection from Cybercrime and Terrorism;
§ An analysis of the Draft Code on Peace and Security in Cyberspace; and;
§ The limitations of international responses and legal measures on cybersecurity.

Chapter Three:
National Regulatory Responses to Cybersecurity in Select Jurisdictions
The chapter examines regulatory and policy frameworks for cybersecurity in the following countries:
§ The United States of America
The Computer Fraud and Abuse Act
The CAN – SPAM Act
The Digital Millennium Copyright Act
The Economic Espionage Act
The Electronic Communications Privacy Act
The Wire Fraud Act
The United States PATRIOT Act
The Federal Information Security Management Act
The Cyber Security Research and Development Act
The Department of Homeland Security
The United States Computer Emergency Readiness Tem
The National Strategy to Secure Cyberspace
The Comprehensive National Cybersecurity Initiative
The Cyberspace Policy Review
The United States International Strategy for Cyberspace
The United States International Cybercrime Reporting and Cooperation Bill
§ The United Kingdom
The Computer Misuse Act
The Terrorism Act
The Counter-Terrorism Act
The Regulation of Investigatory Powers Act
The Fraud Act
The Police and Justice Act
The Serious and Organized Crime Agency (SOCA)
The Communications Electronics Security Group (CESG)
The UK Computer Emergency Response Team (GovCertUK )
The Center for the Protection of National Infrastructure (CPNI)
The Office of Cyber Security
The Cyber Security Operations Centre
The Internet Watch Foundation (IWF)
The Cyber Security Strategy of the United Kingdom
§ Singapore
The Computer Misuse Act of Singapore
The Spam Control Act of Singapore
The Infocomm Security Master Plan 2
The National Trust Framework (NTF)
§ India
The Indian Information Technology Act
The Information Technology (Guidelines for Cyber Cafe) Rules 2011
The Department of Information Technology
The Indian Computer Emergency Response Team
The National Nodal Agency
The Indian Cybersecurity Strategy
§ The People’s Republic of China
The Computer Information Network and Internet Security, Protection and Management Regulations
The Chinese Regulations on Safeguarding Computer Information Systems
The State Secrecy Protection Regulations for Computer Information Systems on the Internet
The Criminal Law of the People’s Republic of China
China’s National Defense Strategy 2010
§ The Russian Federation
The Criminal Code of the Russian Federation
The Law of the Russian Federation on the Legal Protection of Computer Programmes and
Data Bases
The Russian Information Security Doctrine
Russia and the Council of Europe Convention on Cybercrime
§ The chapter also analyses some major regulatory challenges to cybersecurity in both developed and developing countries

Chapter Four:
Multilateral Regulatory Responses to Cybersecurity in Africa
The chapter discusses multilateral regulatory responses to cybersecurity in Africa including:
§ The African Union (AU)
§ An analysis of the Draft African Union Convention on the Establishment of a Credible Legal Framework for Cybersecurity in Africa and some perceived problems of the Draft Convention
§ The Economic Community of West African States (ECOWAS)
§ The Southern African Development Community (SADC)
§ The East African Community (EAC) 

Chapter Five:
Cases Studies of National Regulatory Responses to Cybersecurity in African States
The chapter examines regulatory and policy responses to cybersecurity in the following African countries:
§ Algeria
The Algerian Cybercrime Act 2008
§ Angola
The Basic Telecommunications Law 2001
§ Botswana
The Cybercrime and Computer Related Crimes Act 2007
§ Cameroon
The Cybercrime Act 2011
§ Egypt
The E-Signature Law 2004
§ Ethiopia
The Criminal Code of the Federal Republic of Ethiopia 2004
§ Gambia
The Information and Communications Act 2009
§ Ghana
The Electronic Transactions Act 2008
The National Information Technology Agency Act 2008
§ Kenya
The Communications (Amendment) Act 2009
The Information and Communications Technology Policy
§ Lesotho
The ICT Policy 2005
§ Mauritius
The Computer Misuse and Cybercrime Act 2003
§ Morocco
The Penal Code 2003
§ Namibia
The Computer Misuse and Cybercrime Act 2003
§ Niger
The Cybercrime Law 2003
§ Senegal
The Law on Cybercrime 2008
§ Seychelles
The Computer Misuse Act 1998
The Data Protection (Amendment) Act 2003
§ South Africa
The Electronic Communications and Transactions Act 2002
The Interception and Monitoring Prohibition Act 1992
The Draft Cybersecurity Policy of South Africa 2010
§ Kingdom of Swaziland
Kingdom of Swaziland National Information and Communication Infrastructure (NICI) Policy 2003
§ Tanzania
National Information and Communications Technology Policy 2003
§ Tunisia
The Cybercrime Act 1999
§ Uganda
The Computer Misuse Bill
§ Zambia
The Computer Misuse and Crimes Act 2004

Chapter Six:
Cybersecurity Law and Regulation in Nigeria
The chapter examines regulatory and policy responses to cybersecurity in Nigeria, including analysis and discussions of the following:
§ The Advance Fee Fraud and other Fraud Related Offences Act;
§ The Nigerian Communications Act;
§ The Nigerian National Policy for Information Technology;
§ The Presidential Committee on 419 Activities in the Cyberspace;
§ The Nigerian Cybercrime Working Group;
§ The Directorate for Cybersecurity;
§ The Economic and Financial Crimes Commission (EFCC);
§ The National Information Technology Development Agency;    
§ The Computer Security and Critical Information Infrastructure Protection Bill;
§ The Nigerian Cybersecurity and Data Protection Agency Bill;
§ The peculiar causes of cyber-insecurity and the regulatory challenges of cybersecurity in
Nigeria; and
§ The implications of cyber(in)security on national security, human security, human rights, international relations and economic development in Nigeria.

Chapter Seven:
Policy and Regulatory Proposals to Enhance Cybersecurity
The chapter includes highlights and discussions of the following:
§ A summary of national regulatory responses to cybersecurity in African countries;
§ Policy and regulatory proposals to enhance cybersecurity in Africa countries;
§ Policy and regulatory proposals to enhance global cybersecurity; and
§ Proposals towards enhancing the collective responsibility of states for global cybersecurity




Persoonlijke Snippers
Persoonlijke Snippers
Karel Oei

Snippers, zo noemt Karel Oei enkele van zijn vele bijdragen aan de psychiatrie in het algemeen en de forensische psychiatrie in het bijzonder. Snippers, ook wel snijdsels, spaanders, beetjes, flarden of kleine stukjes genoemd.

Dat Karel zijn bijdragen aan het professionele en wetenschappelijke debat als ‘snippers’ naar buiten brengt drukt zeer treffend zijn bescheidenheid uit. En dat terwijl deze stukjes tekst vaak literaire juweeltjes zijn met interessante (forensisch) psychiatrische overdenkingen. Al die ‘snippers’ staan echter ook voor de veelzijdigheid van Karel als forensisch psychiater. Snippers roepen daarnaast ook de drang op om al deze kleine stukjes weer aan elkaar te plakken, te verbinden. In die zin wordt in de uitdaging die snippers oproepen Karel zeker recht gedaan. Zijn vermogen en behoefte om te verbinden is immers groot.

De ‘Oei-snippers’ zijn fraaie en tastbare resultaten van Karels professionele en wetenschappelijke werk.

€ 25.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Cross-retaliation in IP rights: addressing member asymmetries and compliance at the WTO
Cross-retaliation in IP rights: addressing member asymmetries and compliance at the WTO
R. Vargas-Amaral

As the multilateral trade relations multiply and become more sophisticated, trade disputes governed by the WTO also tend to become more frequent. In fact, since 1995 there was a significant increase in disputes brought before the WTO, compared to the number of disputes discussed before GATT. The large number of controversies not only indicates that there are disagreements among members about the inconsistency of trade measures, but also that the establishment of a rules engine resulted in a more secure and comfortable environment to solve disputes. The dispute settlement system provides stability to the multilateral trade and reflects the credibility of its members to solve disputes under a system of legalized and predictable solution. However, although the system appears to be very effective - especially due to the high rate of compliance with WTO decisions, there are gaps and inconsistencies that should not be overlooked. This research focuses on the phase of implementation of decisions adopted by the DSB. This is the stage when the economic asymmetries are emphasized, since the greater or lesser importance of access to certain market seems to be crucial to the decision to comply with a WTO ruling. In fact, if one loser developed member in a dispute against a developing country member prefer to pay the price of failure rather than comply with the decision, there seems to be no effective way to induce compliance. Considering this scenario, the present study is interested in the solutions given by the DSU in dealing with compliance issues and implementing decisions in accordance with its provisions. In particular, this study focuses on the cross-retaliation in IP rights, a mechanism that is appointed by the academy and by professionals as a possible solution to the economic asymmetries between opponents in a trade dispute. Even though it seems to be a very interesting solution for developing country members, this dissertation concluded that cross-retaliation in IP rights can function in very specific situations, depending on the domestic market size, domestic legislation, international commitments and political pressure.




Vonnisafspraken
Vonnisafspraken
Laura Peters

Sinds enige decennia staat een vergroting van de efficiency in de strafrechtsketen hoog op de politieke agenda van verschillende landen. Waar de Nederlandse wetgever in 2008 koos voor de implementatie van de strafbeschikking, kozen wetgevers van andere continentaal Europese landen voor de implementatie van zogenaamde vonnisafspraken. Deze op de Anglo-Amerikaanse plea bargaining geïnspireerde wijze van afdoening bestaat hieruit dat het openbaar ministerie, de verdediging en eventueel de rechter een afspraak maken over de op te leggen straf, waarbij de verdachte afziet van de uitgebreide waarborgen van het onderzoek ter terechtzitting. Nu geen volledig onderzoek ter terechtzitting meer hoeft plaats te vinden, dragen vonnisafspraken bij aan een grote capaciteitsbesparing binnen de strafrechtspleging. Anderzijds werpt het afdoen van strafzaken op basis van afspraken vragen op naar de passendheid van dergelijke consensuele procesvormen binnen de traditioneel continentale strafvorderingssystemen. De onderhavige studie geeft een beschrijving van drie grote continentaal Europese strafsystemen en brengt de ontwikkeling en implementatie van vonnisafspraken in kaart. Vanuit dit extern rechtsvergelijkend perspectief is het mogelijk een nieuw licht te werpen op de Nederlandse keuze voor de strafbeschikking. 
  Laura Peters was van 2005 – 2010 verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is momenteel postdoc onderzoeker criminal law aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.  

€ 40.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Toekomstbestendige rechtspraak
Toekomstbestendige rechtspraak
Erik van den Emster

De Juridische Hogeschool Avans-Fontys organiseert elk voorjaar de Maaskantlezing met een prominente jurist als spreker. In deze Maaskantlezing spreekt Erik van den Emster over de herziening van de gerechtelijke kaart en het programma rechtspraak en samenleving.

Erik van den Emster studeerde rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Na zijn opleiding is hij in 1983 in de rechtbank Breda tot rechter benoemd en heeft hij achtereenvolgens gewerkt als rechter in de civiele sector en als rechter-commissaris strafzaken. In 1989 is hij benoemd tot vice-president en heeft hij gedurende vijf jaar de faillissementenkamer voorgezeten om vervolgens vanaf 1994 de  strafsector te leiden. In 1998 is hij benoemd tot voorzitter van de civiele sector in de rechtbank Rotterdam, waarvan hij in november 2000 president werd. Sinds 2008 is hij voorzitter van de Raad voor de rechtspraak.

€ 7.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Law of Command Responsibility
The Law of Command Responsibility
M.P.W. Brouwers (ed.)

  International criminal tribunals have been entrusted with the judicial powers to hold natural persons individually criminally responsible, for the most serious international crimes, like genocide, crimes against humanity and other war crimes. Yet these international tribunals are limited in their investigative powers, and thus not capable of trying every single individual who took part in these international crimes. As a result, the international tribunals will have a strong focus on the ‘superiors’ of organized groups of individuals, like the military. This is where ‘the law of command responsibility’ will play a crucial role, as a legal tool for the international tribunals, to impose criminal liability on superiors, for the crimes of their subordinates.

Under international humanitarian law superiors will have a duty to ensure that their subordinates will comply with the rules of international humanitarian law in armed conflicts. Superiors will have this duty because of their position of command over, and their influence on, their subordinates.




Interbestuurlijk toezicht
Interbestuurlijk toezicht
C.B.M. van Haaren-Dresens, H.C.G. Spoormans, J.M.H.F. Teunissen (red.)

In deze uitgave zijn de bewerkte bijdragen van de inleiders van de Staatsrechtconferentie 2011 gebundeld. Onderwerp van deze staatsrechtconferentie was het ‘interbestuurlijk toezicht’, een thema op het snijvlak van het staatsrecht -in het bijzonder het decentralisatierecht- en het bestuursrecht. De bijdragen behandelen vanuit verschillende gezichtspunten de ontwikkelingen in het interbestuurlijk toezicht. Het thema is actueel en in beweging als gevolg van het rapport ‘Van specifiek naar generiek’ van de Commissie Doorlichting Interbestuurlijke Toezichtarrangementen -naar haar voorzitter veelal aangeduid als de Commissie Oosting- en het daarop gebaseerde, sedert juli 2010 bij het parlement aanhangige wetsvoorstel tot revitalisering van het generiek toezicht. Na de voor deze bundel door de auteurs Oosting en Zijlstra enigszins bewerkte ‘key note’-inleidingen zijn de door de andere inleiders bewerkte bijdragen die in de door hen verzorgde workshops aan de orde zijn geweest, opgenomen per subthema van de staatsrechtconferentie. Het programma van de conferentie is in de bundel opgenomen om de subthema’s te duiden.

€ 30.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Compensation. The Victim`s Perspective
Compensation. The Victim`s Perspective
Jose Mulder

“Money is the answer to everything”, according to Ecclesiastes in the Old Testament, (10:19). Seeing how many victims of crime try to claim financial compensation from their offenders and how the American government awarded millions of dollars to the victims of the 9/11 attacks, one might expect financial
reparation to be a definitive answer in case of crime. But is it really?

This book contains five chapters, which all concern the topic of victim compensation. Some chapters are primarily theoretical, others mainly empirical. Yet, above all, they are the representation of my curiosity about and fascination for the topic of victim compensation. And hopefully, by offering the victim’s perspective, this book will contribute to a better understanding of how financial reparation affects those who suffer due to the intentional acts of others.




Which Integration Policies for Migrants?
Which Integration Policies for Migrants?
Yves Pascouau, Tineke Strik (eds.)

Integration policies are at the forefront of EU and national debates. At EU level, integration issues have gained extensive importance in the framework of the development of an EU migration policy. At national level, discourses about failed integration policies have put integration policies under high pressure in political and legislative debates. Thereby, an interaction between the EU level and the national level can be observed. A general trend emerges where immigration and integration policies become increasingly interconnected. More precisely, migrants’ access to a (stronger) legal status is becoming dependent on their level of integration. This book contains the updated outcomes of a conference where these interactions have been scrutinised. The first part demonstrates that several instruments are adopted at EU level that frame the emergence of a European Integration Policy which has an effect on national policies. The second part outlines a trend in Member States to require third country nationals to fulfil integration obligations. If such a trend is fuelled by growing EU attention, EU rules may also limit their effect. Part three analyses three national models as examples of integration policies with mandatory elements. The final part explores the effects of such integration requirements on the position of migrants: their integration and their residence rights.




Detentie van jeugdigen in Curaçao
Detentie van jeugdigen in Curaçao
Annemarie Marchena - Slot

Jeugdigen die in Curaçao veroordeeld worden plegen veelal  ernstige (gewelddadige) strafbare feiten, waarop detentie volgt. Voor hen gelden bijzondere bepalingen in het strafrecht, waaronder eigen sanctievoorschriften. In november 2011 werd na bijna negentig jaar het (Antilliaanse) jeugdstrafrecht ingrijpend gewijzigd bij de invoering van een nieuw Wetboek van Strafrecht in Curaçao. Volgens het IVRK, dat sinds 1998 op het jeugdrecht in Curaçao van toepassing is, hoort het belang van het kind bij alle zaken hem betreffende voorop te staan; zo ook in het jeugdstrafrecht. Detentie van jeugdigen dient het ultimum remedium te zijn en slechts voor de kortst mogelijke duur te worden toegepast, terwijl ook op de detentie-executie aparte jeugdnormen van toepassing zijn.

Dit proefschrift stelt de vraag centraal welke plaats de vrijheidsbenemende sancties in het oude en het nieuwe jeugdsanctiestelsel van Curaçao innemen en in hoeverre de wetgeving terzake (en in het bijzonder de detentievoorschriften) voldoet aan de internationale normen.

Deze publicatie is bedoeld voor eenieder die zich bezig houdt met jeugdstrafrecht in Curaçao, maar kan zeker ook daarbuiten waardevol zijn, met name in de Caribische buurlanden van het Koninkrijk.


€ 29.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Wolf Compendium Huurrecht: Woonruimte
Wolf Compendium Huurrecht: Woonruimte
Danny Vong

Het Compendium is bestemd voor studenten en juristen die in aanraking komen met het huurrecht in hun studie of werk en daarbij snel kennis van het rechtsgebied willen opdoen. Naast het gebruik voor de studie zal ook de jurist die in de praktijk te maken krijgt met het huurrecht een beroep kunnen doen op dit Compendium. Met behulp van schematische overzichten en de belangrijkste hoofdlijnen wordt de regelgeving van de woonruimte in het huurrecht weergegeven. Het doel van het boek is om overzichtelijk en snel informatie te presenteren.    Daarnaast bevat het Compendium de belangrijkste regelgeving met betrekking tot het huurrecht voor woonruimte, zodat de gebruiker te allen tijde de relevante wetten bij de hand heeft. Mr. D. Vong is advocaat bij Van Stiphout Advocaten te Helmond en is daarnaast jaren actief geweest bij de Rechtswinkel te Best als juridisch adviseur. Tevens heeft hij verschillende jaren de functie van pleittrainer voor de Oefenrechtbank vervuld op Tilburg University.

€ 20.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Compilation of International Victims` Rights Instruments
Compilation of International Victims` Rights Instruments
Rianne Letschert, Marc Groenhuijsen (Eds.)

This INTERVICT publication brings together some of the most important conventions, treaties, declarations and recommendations in the field of victims` rights. The small size of the booklet makes it easy to take with you on conferences and travel. It aims to show the commitments that Governments have made, and to encourage States to comply with these important standards if they have not done so already. It is also intended as a tool for Governments, non-governmental organizations, civil society groups, victim rights advocates, service providers, individual citizens and international organizations such as the United Nations, European Union and the Council of Europe.

INTERVICT aims to develop and implement a large scale interdisciplinary research programme in order to make significant contributions to the body of international victimological knowledge. The interdisciplinary approach of the research programme ensures that proper research is performed into all aspects of victimization, which will ultimately contribute to preventing or reducing instances of criminal victimization across the world and to limiting the effects of such victimization on victims and their families including economic costs, pain and suffering. Contents:
International instruments:
United Nations
International Criminal Court
Extraordinary Chambers in the Courts of Cambodia Regional instruments:
Council of Europe
European Union
Commonwealth




TBS veroordeeld tot vooroordeel
TBS veroordeeld tot vooroordeel
Michiel van der Wolf

Dit academisch proefschrift op het grensvlak van strafrecht en gedragskunde draagt als ondertitel `Een visie na analyse van historische fundamenten van recente knelpunten, het systeem en buitenlandse alternatieven`.

Aangrijpingspunt voor het onderzoek was de voortdurende discussie over de TBS en haar bestaansrecht in de laatste twee decennia. De invloed hiervan op de praktijk van het werk in de kliniek - zoals de auteur zelf ondervond - overtuigde hem dit boek te schrijven, dat op onderdelen ook leest als een biografie van een unieke sanctie.

€ 60.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Onderwijsrecht in het geding
Onderwijsrecht in het geding
Miek Laemers

Onderwijsrecht in het geding In haar rede belicht Laemers het onderwijsrecht vanuit het perspectief van de rechtspleging: hoe gaan rechters om met geschillen op onderwijsterrein en met welk resultaat? Doordat het onderwijsrecht een rechtsgebied is waarop verschillende deelterreinen van het recht van toepassing zijn, vindt onderwijsrechtspleging plaats door veel verschillende (rechterlijke) instanties. Dat roept vragen op naar de wenselijkheid van onderscheiden rechtsgangen voor openbaar en bijzonder onderwijs, onderwijsrechtelijke specialisatie en constitutionele toetsing. Verschillen tussen rechterlijke en andere instanties op het terrein van het onderwijsrecht zijn te verklaren door het verschil in context, discipline en competenties van waaruit de rechters oordelen, maar ook door een verschil in de wijzen van rechtsvinding. Laemers is gestart met een onderzoek naar onderwijsrechtspleging in laatstgenoemde technische zin. Aan de hand van enkele uitspraken laat zij zien dat de rechter de huidige, bijna honderd jaar oude tekst van artikel 23 Gw niet zonder meer toepast, maar er een bepaalde interpretatie aan geeft. Juist de mogelijkheid om ook onderwijswetgeving in te kleuren, maakt het voor rechters noodzakelijk om kennis te hebben van het onderwijsrecht. Laemers pleit voor een profijtelijke wisselwerking tussen rechter en wetgever op onderwijsterrein. Een dergelijke wisselwerking is alleen zinvol te realiseren als van beide zijden met voldoende kennis van zaken duidelijke motiveringen worden geleverd. Onderwijsjuristen vervullen daarbij rechtstreeks of als intermediair een onmisbare rol.

€ 12.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Een half-pipe voor een mier
Een half-pipe voor een mier
Andrew Cartwright

Andrew Cartwright was born in Nottingham, England in 1966. He has lived in Tilburg for 15 years. Since 2002, he has taught English at the Language Center of Tilburg University. Andrew has a special style of writing, half English, half Dutch. He was the campusdichter 2009 at Tilburg University and in 2010 he started to write short columns in Universmagazine. "Een half-pipe voor een mier" is a collection of poems, dreams and columns. 

I`ll find snow for her
Ik, de pro-vingerskateboarder, ga indroppen,
nie zoals King Kong
(trouwens, geen love song),
maar Batman, een bakker, Icarus
dropping on sticky her like icing sugar from the ceiling,
covering her, smelting into her,
abseiling down onto her, from some cliff of love.

Ik vind het wel sneu voor haar maar ik ben
tangled in climbing ropes and I have baggage
maar ik ga indroppen, dat zeer zeker.
Met dub in mijn oren en een zakje scheepen, sleep ik haar
naar de grotto of love, tanden zwart van liquorice
Daar kunnen we lachen om mijn emmer lippen,
daar zullen we bidden om een goede behandeling
en een oude mysterie beleven.
I`ll find snow for her
(2010)

€ 8.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Vijftig verhalen vol vrolijk verdriet
Vijftig verhalen vol vrolijk verdriet
E.J. Broers

Tilburg, 2012 AD. Lichtpunten op Erik-Jan Broers de sombere weg die docenten en studenten veelal moeten gaan, zijn de blogs van Erik-Jan Broers in Univers en op UniversOnline, onder de veelzeggende titel Broers Blogt.

Uit drie jaar noeste arbeid heeft Broers hoogstpersoonlijk vijftig blogs geselecteerd, vol wetenswaardigheden, hoogwaardige kennis, maar ook shownieuws en informatie over de Reeshof en zijn inwoners, over de universiteit en haar personeel, over studenten, honden, vriendinnen, vrouwen en andere levensvormen.

De literaire kritiek over Broers:

Hans Peters, rechter te Dordrecht: "Weet dat ik nog altijd trouw jouw blogs lees! Meestens met veel genoegen, vaak zelfs namijmerend. Voor mij blijven het meest aansprekend je bespiegelingen van het primaire proces als universitair docent. Dat is niet voor niets waarmee het bloggebeuren begon. Hoezeer heb ik dan ook GENOTEN van je laatste blog `Onvoltooid verleden tijd`. Een pareltje!"

Orelie, onbevooroordeeld lezer: "Geweldig goed geschreven en helemaal waar! Keep up the good work"

€ 11.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Language Rights Revisited
Language Rights Revisited
Dagmar Richter, Ingo Richter, Reetta Toivanen, Iryna Ulasiuk (eds.)

Linguistic autonomy, assured internationally to ethnic minorities, has succeeded, above all, in Europe, yet is nowhere near passing its acid test in other parts of the world. Examples show that it is not only a question of linguistic autonomy, but of ethnic and religious conflicts, which are simmering in the foreground. Hence, there are reasons for doubting whether international agreements designed to guarantee linguistic autonomy can solve these conflicts. The protection of indigenous languages is justified largely by the principle of diversity and is derived from ecological principles. However, only people who wish to take advantage of their rights will succeed in safeguarding these rights. A language that nobody speaks or wants to speak will die. Biologists have convinced us that biodiversity preserves the balance of life on earth, cultural theoreticians however have yet to deliver evidence to this effect. Global migration has now created further problems for language regimes in many different countries. These global migration processes are creating linguistically heterogeneous populations in many countries for which the law has not created appropriate language regimes. Global communication obeys rules that differ greatly from the methods used in teaching foreign languages at school. The English used in global communication is not the “academic English” that is taught at school, but something very different: a language that has evolved within the context of global communication. This development allows people to create languages flexibly and inventively. It cannot, however, be grasped with the existing conception of language rights. Language rights have appeared so far in two different forms, namely: as the legal basis of self-government, and as the legal basis of individual human rights. Considering the challenges by global migration and communication, far too much is expected of the first of the two aspects and that it is, therefore, unsuitable for solving the problems. Universally valid individual human rights definitely contain the potential for supporting what is an essential revision of language rights.




Corruption in Serbia, From black box to transparent policy making
Corruption in Serbia, From black box to transparent policy making
Petrus C. van Duyne, Elena Stocco

This report contains an account of our research on corruption in Serbia. The project was funded by the Dutch Embassy in Serbia and constituted our second attempt to shed light on the nature of corruption in Serbia and the ways it is handled by the law enforcement agencies.

Doing research is penetrating and scouting new territory, though the reader may wonder what is new in the field of corruption. Was there not always corruption and do we not regularly learn about corruption scandals in the media? That is true, but how systematic is that knowledge? What are the facts and figures of the authorities and, in particular, how reliable are these?

When we started our reconnaissance these questions were hardly addressed systematically. In short: nobody knew much two years ago at the time of our first research project, or knew when we started anew. This lack of knowledge growth is itself already a research finding. This means that while there is new legislation, a national strategy and an Anti Corruption Agency, the basic systematic knowledge on which all these efforts should be built remained absent.




Victimology and Human Security: New Horizons
Victimology and Human Security: New Horizons
Morosawa, Hidemichi, Dussich, John J.P., Kirchhoff, Gerd Ferdinand (eds.)

Victimology and Human Security: New Horizons is important for academics and practitioners in justice systems, in psychology and psycho-traumatology. It looks at rape-, torture- and dating victimizations, disaster- and environmental victimization. It deals with migrants, refugees, minorities, homeless and trafficked humans. These diverse fields are held together by an evidence based search to improve the situation of suffering surviving victims.

The book containts a selection of papers presented at the 13th international symposium on victimology. The conference was hosted by the World Society of Victimology and Tokiwa University, Mito,Japan August 23-28, 2009.




Freedom of Expression
Freedom of Expression


Freedom of expression is one of the cornerstones of all democratic systems.  Without it ideas about how to protect the common good in our societies would be impoverished.  A marketplace of ideas is essential for democracy to thrive.  It is for this reason that the European Court of Human Rights attaches such importance to political discourse as well as to speech and other forms of expression that may shock and offend.  Yet such freedom may clash with other rights such as the right to privacy, the right to a good reputation.  It may even conflict with the need to protect public order or morals.  Societies require pluralism if they are to grow yet democracy also seeks to limit extreme forms of speech that preach hate and advocate violence.  But are such restrictions on free speech legitimate and by what criteria are we to judge their necessity?

We rely on journalists to report accurately the controversies of the day and protect their right not to reveal sources.  They also enjoy a broad right of fair comment. But we expect them to be responsible in their factual reporting, to check their sources and to have regard to the need to observe some degree of restraint when reporting or commenting on matters that affect the rights of others.  But is it legitimate to interfere with reporting that is in the public interest and how can the law promote responsible journalism?

This collection of essays on freedom of expression contains contributions by distinguished judges and lawyers from many varied backgrounds that explore these themes with a critical eye.  The book seeks to honour Sir Nicolas Bratza, President of the European Court of Human Rights, for his outstanding contribution, as a jurist and leading judicial figure, to the protection of human rights in Europe.  




Amici Curiae
Amici Curiae
Ashley Terlouw, Janneke Gerards

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens staat onder druk. Die druk heeft deels te maken met de werklast en deels met de toegenomen kritiek op het functioneren van het Hof. De kritiek is uitgesproken en intens, ook in Nederland. Het afgelopen jaar is er stevig gedebatteerd, in de media, in de politiek en in de wetenschap over de positie van het EHRM. Die discussies zijn echter lang niet altijd constructief gebleken. Het is tijd voor een meer opbouwende benadering en er is behoefte aan slimme, verrassende en onverwachte ideeën en alternatieve oplossingen voor het EHRM. In dit boek vindt u korte essays van diverse Nederlandse (rechts) wetenschappers − vrienden van het EHRM (amici curiae) −, bedoeld om politici, journalisten, ambtenaren, wetenschappers en rechters te prikkelen en te inspireren. Steeds vertrekkend vanuit de grote waarde van het EHRM voor Europa en voor Nederland, bevatten ze originele, praktische en bruikbare ideeën gericht op vermindering van de werklast, op aanpassing van methoden of op het vergroten van het gezag.

€ 29.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Oordelenbundel 2011
Oordelenbundel 2011
C.J. Forderer (red. vz.)

Met trots presenteren we de dertiende Oordelenbundel met daarin een kritische bespreking van de oordelen van de Commissie Gelijke Behandeling in het licht van het nationale en internationale gelijkebehandelingsrecht. De productie van de Commissie Gelijke Behandeling in 2011 – weer een groot aantal oordelen en adviezen – wordt besproken door een deskundige onafhankelijke redactie. In deze bundel leest u welke vernieuwende ontwikkelingen er waren.

• Mag een vrouw vanwege afwezigheid van werk door zwangerschap of zwangerschapsgerelateerde ziekte een bonus worden onthouden?
• Waarom het wetsvoorstel boekaverbod geen schijn van kans moet krijgen
• Wat zijn de effecten van het pensioenakkoord voor het toekomstig werk van de Commissie?
• Wie heeft gelijk in de zaak over de scholier die haar hoofddoek niet wilde afzetten: de Commissie of de rechtbank en Hof Amsterdam?
• Waarom de Commissie de optimale bescherming van genderidentiteit moet nastreven

Ook dit jaar worden er naast oordelen van de Commissie Gelijke Behandeling ook uitspraken van nationale en internationale instanties besproken waar deze een bijdrage leveren aan bescherming tegen discriminatie.

€ 30.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Allianties in de wijk: winst van publieke waarde(n)?
Allianties in de wijk: winst van publieke waarde(n)?
Lisette van der Meer

Allianties in de wijk: winst van publieke waarde(n)? Een onderzoek naar de creatie van publieke waarde door allianties in Rotterdam Oud-Zuid en Amsterdam Nieuw-West

Nederland kent een aantal wijken waarin sprake is van een opeenstapeling van fysieke en sociaaleconomische problemen en achterstanden. Vanuit markt, overheid en middenveld worden vele initiatieven ontplooid en uitgevoerd om het woon- en leefklimaat in deze gebieden te verbeteren. Regelmatig slaan partijen daarvoor de handen ineen. Zij werken om verschillende redenen en op allerlei manieren met elkaar samen. In dit onderzoek staan allianties tussen markt-, overheid- en middenveldpartijen centraal. De verbindingen tussen partijen uit markt, overheid en middenveld brengen diverse denkwijzen en manieren van werken samen. Elke partij heeft haar eigen motieven en doelen voor haar beleid en aanpak, kent haar eigen legitimiteit en steun en beschikt over eigen middelen en kennis. Door samen te werken lijken de verantwoordelijkheden van de drie sectoren in elkaar over te lopen; de grenzen vervagen. De vraag is of en hoe deze allianties maatschappelijke meerwaarde creëren voor de wijk. Hiervoor is een onderzoeksmodel gebruikt waarin aandacht wordt besteed aan het publiek-privaat profiel van de partijen en van de allianties en wordt de door hen toegepaste strategie geanalyseerd. Vervolgens wordt bekeken in welke output en outcome dit resulteert en of de allianties daadwerkelijk verschil maken in de wijk. “Het thema van deze scriptie is actueel en van groot maatschappelijk belang. De jury waardeerde de aangename schrijfstijl en was sterk onder de indruk van de wijze waarop de onderzoeksvraag is uitgewerkt en beantwoord. Kenmerkend voor deze scriptie zijn de interdisciplinaire aanpak, het methodologisch innovatieve karakter van het onderzoek, het brede theoretische kader met daarbinnen de durf voor een eigen benadering, de goed uitgewerkte interactie tussen theorie en empirie, en de beheersing van de omvangrijke literatuur.”

Jury Facultaire Scriptieprijs

Over de auteur:

Lisette van der Meer werkt momenteel bij bureau JongeHonden. Vanuit daar werkt zij voor verschillende opdrachtgevers. Haar focus ligt op gebiedsgericht werken en stedelijke ontwikkeling.

€ 19.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



People States and Hope: Cosmopolitanism and the Future of International Law
People States and Hope: Cosmopolitanism and the Future of International Law
Trevor Redmond

In examining the relationship between international law and global inequality, this book considers the extent to which international law should play a role in addressing the problem that, not only do we live in an unjust world, but we continue to persist in doing so despite the fact that this has been said to be the least controversial claim in political theory today. The book puts forward the argument that the political philosophy of cosmopolitanism is of relevance to, and has a history within, international law, and offers international law some hope of moving beyond a concern solely to secure the formal principles of external liberty between states, towards a greater concern for establishing a minimum level of material welfare for all individuals, regardless of their location. The book aims to serve as both an exploration of the role of theory in international law and as a critical introduction to the political philosophy of cosmopolitanism. It seeks to draw parallels and linkages between recent debates in the fields of political theory and international relations and international law.

The book considers the potential role of cosmopolitanism as an alternative to the statist ontology of international law. The nature of cosmopolitan political theory is explored, together with an overview of its historical development which highlights its interaction with the evolution of international law. The cosmopolitan theory of Immanuel Kant is taken up, together with the concept of liberal internationalism that is closely associated with Kant’s work. It is argued that, in order to more adequately address transnational inequality and establish greater external obligations, a radical conception of Kant’s international reform project must be adopted, a crucial element of which is Kant’s idea of cosmopolitan law. The book concludes by exploring the legal nature, scope and content of cosmopolitan law, with particular attention to its potential role in providing a degree of distributive justice.

Trevor Redmond, LLB, MPhil, LLM (Cantab), PhD, BL is a barrister practising in Dublin, having
previously worked in the Legal Division of the Department of Foreign Affairs of Ireland.




Mensbeeld, beeldvorming en mensenrechten
Mensbeeld, beeldvorming en mensenrechten
Anton van Kalmthout, Tijs Kooijmans en Hans Moors (redactie)

Wat hebben migratiebewegingen, Kafka, de verdwenen non persons in Argentinië of Chili en de blueband bajes in Zoetermeer met elkaar te maken? Er zijn beelden in het spel: specifieke mensbeelden die verschil maken tussen de een en de ander, of van de een de vijand maken en van de ander een vriend. Maar ook beeldvorming over wat fatsoenlijk is in de relatie tussen burger en overheid. Onze beelden van misdaad en straf veranderen door de tijd. En die beeldvorming komt terug in de gevangenisbouw. Mensen zien horden `kansarme allochtonen` de Nederlandse grens over trekken. Wie naar de feiten kijkt, vormt zich een ander beeld. Die mensbeelden en beeldvorming over specifieke groepen mensen staan centraal in dit Dit boek is bedoeld voor wetenschappers, professionals en belangstellenden met een brede visie op de juridische, cultuurhistorische en sociaalwetenschappelijke kanten van de ontwikkeling van mensbeelden en het denken over de rechten van de mens.

€ 30.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



European Unification into the twenty first Century
European Unification into the twenty first Century
Frans A.M. Alting von Geusau

Second Revised Edition of European Unification in the Twentieth Century

Towards the end of the year 2011 and after many a Euro-summit convened to solve the serious EURO-economic crisis, one may wonder how long the European Union is going to survive?
A lesson in the history of European Unification since the end of the Second World War, may help to find an answer, or better still, to learn what to do and what not to do to assure the continuation of this fascinating process of peaceful unification.

The story of European Unification is fascinating, indeed. In 1950 two sworn enemies – France and Germany – decide to seek reconciliation and European federal unity. As a first step, they create the European Coal and Steel Community together with Italy and the Benelux countries. The fathers of this new Europe were visionary persons. Does today`s student or scholar still know who Robert Schuman, Konrad Adenauer, Alcide de Gasperi or Willem Beyen were and what they stood for?

At the time the United Kingdom refused the invitation to join such a federal project. Today`s British Government still rejects federal unity, despite the country`s adherence to the European Communities in 1973.  In France Charles de Gaulle and his Fifth Republic came after Robert Schuman and the Fourth Republic. France ever since prefers a Union with intergovernmental Summits over a Community with federal institutions. Germany re-unified in 1990 after the successful peaceful revolution against totalitarian communist rule in Poland, Hungary and Czechoslovakia. What began as a process of reconciliation between two enemies became a peaceful enlargement of the European Union to twenty seven Member States. The division of Europe between a Soviet dominated East and a Euro-Atlantic West is no more. 

This book not only tells a success story. It also makes us understand why after more than sixty years the Germans lack the solidarity and the French the political vision to turn the Euro-crisis into true progress towards unity. Against the background of Europe`s long and turbulent history, this book may also help to understand why it is so difficult to overcome nationalism and to practice the virtue of solidarity so central to the Christian source of Europe as a civilization.

Professor Frans A.M. Alting von Geusau is professor emeritus of International Law and Western Cooperation. Website: www.fransamaltingvongeusau.com




Schrijfdelicten, Hoe spoor je spel-, formuleer- en interpunctiefouten op?
Schrijfdelicten, Hoe spoor je spel-, formuleer- en interpunctiefouten op?
Jantien Dhont

Schrijfdelicten, hoe spoor je spel-, formuleer- en interpunctiefouten op? is een feedback- en analyse-instrument om taalfouten op te sporen. Docenten kunnen met de `taalsleutels` gerichter en efficiënter feedback geven op schrijfproducten en studenten worden gestimuleerd hun fouten te analyseren en te verbeteren. Veel hilarische voorbeelden met name uit de juridische praktijk. Zie de website van communicatiereeks voor een uitgebreide handleiding en de trailer op YouTube http://www.youtube.com/watch?v=TfC0BLtvr_Y

€ 17.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Situatieve arbeidsongeschiktheid en mediation
Situatieve arbeidsongeschiktheid en mediation
B.M.M. Tijink

Eén van de belangrijkste uitgangspunten bij mediation is vrijwilligheid. Alleen als beide partijen voor mediation open staan, kan mediation werken als methode om het conflict op te lossen. Op de website van het NMI staat:
‘U kunt niet gedwongen worden om aan mediation mee te doen. Anders is mediation gedoemd te mislukken. Ook als een ander mediation voorstelt (bijvoorbeeld door uw werkgever of op doorverwijzing van de rechter) bent u niet verplicht om deel te nemen aan de mediation’.

Uitgaande van de nu geldende arbeidsrechtelijke wet- en regelgeving, rechtspraak en literatuur wordt in dit boek verslag gedaan van een onderzoek naar de vraag hoe vrijwillig de vrijwilligheid is bij een mediation die plaatsvindt bij situatieve arbeidsongeschiktheid, of in gewone mensen taal, bij een arbeidsconflict.

Antwoord wordt gegeven op de vragen:
In hoeverre de werkgever en werknemer, op grond van respectievelijk hun re-integratieverplichtingen en meewerkingsverplichtingen bij situatieve arbeidsongeschiktheid, gehouden zijn mee te werken aan een mediationtraject, waarbij vrijwillige deelname essentieel is en wat zijn de consequenties voor zowel de werkgever als de werknemer indien niet wordt ingegaan op het aangeboden mediationtraject?

mw mr. B.M.M. Tijink is als juridisch adviseur werkzaam bij Stuiver en Weijling, Advocaten Ambtenarenrecht en Arbeidsrecht, te De Meern

€ 14.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Help, een ambtenarenrecht procedure!
Help, een ambtenarenrecht procedure!
H.S.P. Stuiver

Dit is één van de vijf, tot een handzaam formaat gecomprimeerde praktijkpockets, van het (e-)boek Aspecten van Ambtenarenrecht. Deze pocket biedt u, voor één van de thema’s die al een kleine 20 jaar in Aspecten van Ambtenarenrecht wordt behandeld, concrete handreikingen om rechtspositionele problemen aan te pakken. De praktijkervaring van de auteur(s) staat garant voor tal van voorbeelden die het ambtenarenrecht voor u inzichtelijk maken.

De pockets behandelen telkens één thema: het aangaan en beëindigen van een ambtelijke arbeidsrelatie, reorganisatie en privatisering, functioneren, ordemaatregelen en ambtenarentuchtrecht, het sociale zekerheidsrecht en het procesrecht. Door de praktische benadering van het ambtenarenrecht is deze binnenzakpocket bij uitstek geschikt voor praktijkjuristen, advocaten, medewerkers van vakbonden en van afdelingen rechtspositie en arbeidsvoorwaarden en P&O’ers. Maar de uitgave is ook bijzonder geschikt voor gebruik als studieboek in het hoger beroepsonderwijs, op de bestuursacademie’s en voor cursussen ambtenarenrecht.

mr. H.S.P. Stuiver, is advocaat ambtenarenrecht en arbeidsrecht te De Meern. Hij publiceerde eerder in het Tijdschrift voor Ambtenarenrecht, Tijdschrift Privatisering, het Nederlands Tijdschrift voor Sociaal Rechts, het Sociaal Maandblad Arbeid, Arbeidsrecht, Het Burgerlijke Ambtenarenrecht en is als redacteur verbonden aan de PZ-gids voor de overheid en de Praktijkgids Ambtenarenrecht.

€ 10.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Ziekengeld en ontslaguitkering
Ziekengeld en ontslaguitkering
H.S.P. Stuiver, B. van Linge

Dit is één van de vijf, tot een handzaam formaat gecomprimeerde praktijkpockets, van het (e-)boek Aspecten van Ambtenarenrecht. Deze pocket biedt u, voor één van de thema’s die al een kleine 20 jaar in Aspecten van Ambtenarenrecht wordt behandeld, concrete handreikingen om rechtspositionele problemen aan te pakken. De praktijkervaring van de auteur(s) staat garant voor tal van voorbeelden die het ambtenarenrecht voor u inzichtelijk maken.

De pockets behandelen telkens één thema: het aangaan en beëindigen van een ambtelijke arbeidsrelatie, reorganisatie en privatisering, functioneren, ordemaatregelen en ambtenarentuchtrecht, het sociale zekerheidsrecht en het procesrecht. Door de praktische benadering van het ambtenarenrecht is deze binnenzakpocket bij uitstek geschikt voor praktijkjuristen, advocaten, medewerkers van vakbonden en van afdelingen rechtspositie en arbeidsvoorwaarden en P&O’ers. Maar de uitgave is ook bijzonder geschikt voor gebruik als studieboek in het hoger beroepsonderwijs, op de bestuursacademie’s en voor cursussen ambtenarenrecht.

mr. H.S.P. Stuiver, is advocaat ambtenarenrecht en arbeidsrecht te De Meern. Hij publiceerde eerder in het Tijdschrift voor Ambtenarenrecht, Tijdschrift Privatisering, het Nederlands Tijdschrift voor Sociaal Rechts, het Sociaal Maandblad Arbeid, Arbeidsrecht, Het Burgerlijke Ambtenarenrecht en is als redacteur verbonden aan de PZ-gids voor de overheid en de Praktijkgids Ambtenarenrecht.

mw mr. B. van Linge, is adviseur arbeidsvoorwaarden en rechtspositie van het Leids Universitai Medisch Centrum. Zij publiceerde eerder in de Praktijkgids Ambtenarenrecht.

€ 13.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De ontslagmythe van het ambtenarenrecht
De ontslagmythe van het ambtenarenrecht
H.S.P. Stuiver

Dit is één van de vijf, tot een handzaam formaat gecomprimeerde praktijkpockets, van het (e-)boek Aspecten van Ambtenarenrecht. Deze pocket biedt u, voor één van de thema’s die al een kleine 20 jaar in Aspecten van Ambtenarenrecht wordt behandeld, concrete handreikingen om rechtspositionele problemen aan te pakken. De praktijkervaring van de auteur(s) staat garant voor tal van voorbeelden die het ambtenarenrecht voor u inzichtelijk maken.

De pockets behandelen telkens één thema: het aangaan en beëindigen van een ambtelijke arbeidsrelatie, reorganisatie en privatisering, functioneren, ordemaatregelen en ambtenarentuchtrecht, het sociale zekerheidsrecht en het procesrecht. Door de praktische benadering van het ambtenarenrecht is deze binnenzakpocket bij uitstek geschikt voor praktijkjuristen, advocaten, medewerkers van vakbonden en van afdelingen rechtspositie en arbeidsvoorwaarden en P&O’ers. Maar de uitgave is ook bijzonder geschikt voor gebruik als studieboek in het hoger beroepsonderwijs, op de bestuursacademie’s en voor cursussen ambtenarenrecht.

mr. H.S.P. Stuiver, is advocaat ambtenarenrecht en arbeidsrecht te De Meern. Hij publiceerde eerder in het Tijdschrift voor Ambtenarenrecht, Tijdschrift Privatisering, het Nederlands Tijdschrift voor Sociaal Rechts, het Sociaal Maandblad Arbeid, Arbeidsrecht, Het Burgerlijke Ambtenarenrecht en is als redacteur verbonden aan de PZ-gids voor de overheid en de Praktijkgids Ambtenarenrecht.

€ 13.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Reorganiseren doe je zo!
Reorganiseren doe je zo!
H.S.P. Stuiver

Dit is één van de vijf, tot een handzaam formaat gecomprimeerde praktijkpockets, van het (e-)boek Aspecten van Ambtenarenrecht. Deze pocket biedt u, voor één van de thema’s die al een kleine 20 jaar in Aspecten van Ambtenarenrecht wordt behandeld, concrete handreikingen om rechtspositionele problemen aan te pakken. De praktijkervaring van de auteur(s) staat garant voor tal van voorbeelden die het ambtenarenrecht voor u inzichtelijk maken.

De pockets behandelen telkens één thema: het aangaan en beëindigen van een ambtelijke arbeidsrelatie, reorganisatie en privatisering, functioneren, ordemaatregelen en ambtenarentuchtrecht, het sociale zekerheidsrecht en het procesrecht. Door de praktische benadering van het ambtenarenrecht is deze binnenzakpocket bij uitstek geschikt voor praktijkjuristen, advocaten, medewerkers van vakbonden en van afdelingen rechtspositie en arbeidsvoorwaarden en P&O’ers. Maar de uitgave is ook bijzonder geschikt voor gebruik als studieboek in het hoger beroepsonderwijs, op de bestuursacademie’s en voor cursussen ambtenarenrecht.

mr. H.S.P. Stuiver, is advocaat ambtenarenrecht en arbeidsrecht te De Meern. Hij publiceerde eerder in het Tijdschrift voor Ambtenarenrecht, Tijdschrift Privatisering, het Nederlands Tijdschrift voor Sociaal Rechts, het Sociaal Maandblad Arbeid, Arbeidsrecht, Het Burgerlijke Ambtenarenrecht en is als redacteur verbonden aan de PZ-gids voor de overheid en de Praktijkgids Ambtenarenrecht.

€ 10.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De ambtenaar
De ambtenaar
H.S.P. Stuiver

Dit is één van de vijf, tot een handzaam formaat gecomprimeerde praktijkpockets, van het (e-)boek Aspecten van Ambtenarenrecht. Deze pocket biedt u, voor één van de thema’s die al een kleine 20 jaar in Aspecten van Ambtenarenrecht wordt behandeld, concrete handreikingen om rechtspositionele problemen aan te pakken. De praktijkervaring van de auteur(s) staat garant voor tal van voorbeelden die het ambtenarenrecht voor u inzichtelijk maken.

De pockets behandelen telkens één thema: het aangaan en beëindigen van een ambtelijke arbeidsrelatie, reorganisatie en privatisering, functioneren, ordemaatregelen en ambtenarentuchtrecht, het sociale zekerheidsrecht en het procesrecht. Door de praktische benadering van het ambtenarenrecht is deze binnenzakpocket bij uitstek geschikt voor praktijkjuristen, advocaten, medewerkers van vakbonden en van afdelingen rechtspositie en arbeidsvoorwaarden en P&O’ers. Maar de uitgave is ook bijzonder geschikt voor gebruik als studieboek in het hoger beroepsonderwijs, op de bestuursacademie’s en voor cursussen ambtenarenrecht.

mr. H.S.P. Stuiver, is advocaat ambtenarenrecht en arbeidsrecht te De Meern. Hij publiceerde eerder in het Tijdschrift voor Ambtenarenrecht, Tijdschrift Privatisering, het Nederlands Tijdschrift voor Sociaal Rechts, het Sociaal Maandblad Arbeid, Arbeidsrecht, Het Burgerlijke Ambtenarenrecht en is als redacteur verbonden aan de PZ-gids voor de overheid en de Praktijkgids Ambtenarenrecht.

€ 10.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Democratization of Hit-Men
Democratization of Hit-Men
Jason Ray Forbus

This dissertation discusses the ancient profession of the hit man from its early, mythical origins to our present day. By drawing from a literature comprising of historical sources, US Secret Service data, and auto-biographies of renowned hit men, the paper will first provide an approximate understanding of these law-offenders by looking at their backgrounds and goals, and then compare their characteristics to those expressed by "makeshift killers." Hence the paper will aim at defining that 1) our modern, business-oriented society is affecting the modus operandi adopted by freelance professional killers in reaching their clientele, which often resembles the customary approach of other legally recognized professions, and that 2) due to astounding improvements in transport and communication technologies, hit men are becoming further delocalized from their areas of origin to operate on a truly global scale. Data at hand, the dissertation will finally argue that with modern wealth and opportunity, hit men are no longer restrained to work for criminal organizations, politicians or businessmen, but have become available to an ever-growing and varying demand, thus following the democratizing process undergone by other professions.




Debatteren, overtuigend argumenteren over beleid
Debatteren, overtuigend argumenteren over beleid
Josje Kuenen

Debatteren, overtuigend argumenteren over beleid is een praktische debatmethode voor het hoger onderwijs. Er wordt niet alleen uitgelegd wat de spelregels van het beleidsdebat zijn, maar er wordt ook ingegaan op hoe je jureert, hoe je overtuigend presenteert en reageert op drogredenen. Het boek bevat talloze oefeningen voor de onderwijspraktijk en wordt ondersteund door een lesopzet met voorbeeldmateriaal via de website www.communicatiereeks.nl. Zie ook de trailer op YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=_SaU2u3mOao

"Ik heb genoten van dit boekje! Het is onderscheidend omdat er aandacht wordt besteed aan het pareren van drogredenen, er staan zeer illustratieve voorbeelden in en ook de strategische stappen om de jury te paaien, zijn zeer bruikbaar voor mijn onderwijs." Yke Meindersma, vakdidacticus Nederlands, Onderwijscentrum VU Amsterdam.

"Goed boekje, helder geschreven, niet te veel rimram en zeer bruikbaar dankzij de collegeopzet met goede opdrachten." Willem Koetsenruijter, docent/onderzoeker, Universiteit Leiden.

"Goed beleid is gebaat bij verstandige afwegingen. Dat geldt voor overheid, organisaties en bedrijfsleven. Dit boek gaat uit van het beleidsdebat en is bedoeld voor het hoger onderwijs. Het begint met de klassieke argumentatieleer en de regels voor het voeren van een goed debat. Daarna volgt een hoofdstuk over strategische stappen die kunnen helpen als alle goede argumenten naar voren zijn gebracht. Want een goede presentatie wil ook wat. Tot slot is er aandacht voor drogredenen. Bevat oefeningen, een literatuurlijst en een kolommenlijst om debatten te jureren. Al met al een handzaam, maar compleet en goed geschreven boek over debatteren. Veel schema`s illustreren de tekst net als enkele `stills`.
De auteur is docent communicatieve vaardigheden aan universiteiten en in het bedrijfsleven." Drs. Sasja E.A. Nicolai, NBD Biblion.

€ 14.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Juridical foundation to religious education in the post-soviet Eastern European state:
Juridical foundation to religious education in the post-soviet Eastern European state:
Vitaliy V. Proshak

In this book, written within the frameworks of the program Christianity & Society, Tilburg School of Catholic Theology, Tilburg University, an attempt has been made to investigate the existing juridical foundation to religious education in an Eastern European state of the post-Soviet Eastern Block for the purpose of promotion the democratic notion of religious tolerance and the development of a culture of living together in the multicultural and polyconfessional society of Ukraine. The main research focus of this project is on the juridical foundation to religious education in Ukraine as is presented in the national juristic canons and its interpretation in the broader European spectrum of religious education on the example of the three model theory of the REDCo research project. For this purpose the following juridical constitutional and administrative/ public laws of Ukraine were considered: Constitution of Ukraine and the Law of Ukraine On Education.

Information on author: Vitaliy V. Proshak is a guest researcher in Multicultural and Religious Education at the Department of Religious Studies and Theology, Faculty of Humanities, Utrecht University. He holds (an equivalent of) BA degree in Biblical Studies and Church Ministry from Zaporozhye Bible College and Seminary, Ukraine, MDiv and MET degrees from Tyndale Theological Seminary, Badhoevedorp and MA Christianity and Society from Tilburg School of Catholic Theology at Tilburg University.




The Truth and Reconcilliation Commission in East Timor
The Truth and Reconcilliation Commission in East Timor


The Commission for Reception, Truth and Reconciliation in East Timor (more commonly known by its Portuguese acronym CAVR: Comissão de Acolhimento, Verdade e Reconciliação de Timor Leste) was an independent truth commission established in East Timor in 2001 under the UN Transitional Administration in East Timor (UNTAET) and charged to "inquire into human rights violations committed on all sides, between April 1974 and October 1999, and facilitate community reconciliation with justice for those who committed less serious offenses." The Commission delivered its 2,500-page report entitled Chega meaning "stop" or "enough" in Portuguese, covering human rights violations from 1974 to 1999, to the President of East Timor on 31 October 2005. The President then handed the report to the Secretary General of the UN as required by law, on 20 January 2006. In this work an overview of the work of the Commission is presented. It is the first of more books devoted to Truth and Reconcilliation Commissions around the world.




The permanent court of international justice
The permanent court of international justice
W. van der Wolf, C. Tofan (eds,)

The establishment of the Permanent Court of International Justice (PCIJ), the predecessor of the International Court of Justice, was provided for in the Covenant of the League of Nations. It held its inaugural sitting in 1922 and was dissolved in 1946.

The work of the PCIJ, the first permanent international tribunal with general jurisdiction, made possible the clarification of a number of aspects of international law, and contributed to its development.

Between 1922 and 1940 the PCIJ dealt with 29 contentious cases between States, and delivered 27 advisory opinions.

In this book a brief historical overview of the work of the Court is presented including all landmark cases of this important precessor of the International Court of Justice.




The international court of justice
The international court of justice
E. van Heugten (ed.)

In this book, the history and work of the International Court of Justice is commemorated. Its past and future role is examined from various angles which have been defined as "roles "played by the Court.

It illustrates its role as a mechanism for the settlement of disputes is examined, as well as its supervisory role, or, in other words, its possible role as supreme court in international law.

With the presentation of documents and materials also its advisory function is examined.

A discussion of landmarkcases by the Court concludes this book.

This book is a valuable source for scholars and students of international law; counsel, judges, and arbitrators involved in international law cases; government legal advisors.




The UNMIK and Kosovar Court system
The UNMIK and Kosovar Court system
W. van der Wolf, S. Fennell, C. Tofan (eds.)

In June 1999, following a 78 day-long NATO campaign, the United Nations was tasked to govern Kosovo through its Interim Administration Mission in Kosovo (UNMIK), with an unprecedented sweeping mandate to provide Kosovo with a "transitional administration while establishing and overseeing the development of provisional democratic self-governing institutions to ensure conditions for a peaceful and normal life for all inhabitants in Kosovo."

The UNMIK Department of Justice (DOJ) has made great strides in the area of prosecuting serious crime, including cases of corruption, terrorism, war crimes. The DOJ has also continued the transition of responsibilities to local institutions, the Ministry of Justice and the Kosovo Judicial Council, and established the Kosovo Special Prosecutors Office to enable local prosecutors to take on more serious cases in the future, including corruption, organised crime and crimes against public office.

The local courts are responsible for the administration of justice in Kosovo in accordance with the applicable law.

The work of these Courts and the International efforts to maintain peace and security through Justice in Kosovo are the main subjects of this work.




National Truth and Reconcilliation Commisions
National Truth and Reconcilliation Commisions


A truth commission or truth and reconciliation commission is a commission tasked with discovering and revealing past wrongdoing by a government (or, depending on the circumstances, non-state actors also), in the hope of resolving conflict left from the past. They are, under various names, occasionally set up by states emerging from periods of internal unrest, civil war, or dictatorship. South Africa’s Truth and Reconciliation Commission, established by President Nelson Mandela after apartheid, is popularly considered a model of Truth Commissions.

This work examines all the TRC’s in the world and provides for background materials on their efforts to bring peace and security in the countries involved.

ISBN: 978-90-5887-116-9 (Hardcover)
ISBN: 978-90-5887-117-6 (Softcover)




ICA International criminal law
ICA International criminal law
C. Tofan

International criminal law has developed extraordinarily quickly over the last decade, with the creation of ad hoc tribunals in the former Yugoslavia and Rwanda, and the establishment of a permanent International Criminal Court.

This collection provides a timely and comprehensive survey of emerging and existing areas of international criminal law.

The collection features documents, papers and comments by a range of international and leading experts in the field. It contains reflections on the theoretical aspects and contemporary debates in international criminal law.

The collection is divided into three parts:

- History and institutional aspects related to International Criminal Law (work of the tribunals, history of crime, warfare)
- The Crimes (Genocide, Crimes against Humanity etc.).
- Practical issues related to International Criminal Law. Tools for prosecutors, lawyers and others working in this field of law.

Of course extensive bibliographical information on the subjects is being provided.

Providing easy access to up-to-date information covering all key aspects of international criminal law, this collection is an essential reference work for students, scholars and practitioners working in the field.

ISBN:978-90-5887-114-5 (Hardcover)
ISBN: 978-90-5887-115-2 (Softcover)




Amerikaans Staatsrecht
Amerikaans Staatsrecht
Eric Janse de Jonge

Het regeringsstelsel van de Verenigde Staten spreekt bijna iedereen tot de verbeelding. Amerika heeft de oudste, geschreven grondwet ter wereld en het regeringsstelsel functioneert in het algemeen naar behoren. Zowel in een jaar van verkiezingen (2012), als de tussenliggende perioden is het boeiend om te zien hoe deze grote democratie bestuurd wordt vanuit Washington DC. In dit boek wordt uitvoerig ingegaan op de werking van het Amerikaanse regeringsstelsel. Naast leerstukken en theorie komen praktijkvoorbeelden en actuele gebeurtenissen aan de orde. Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel geeft de context aan van het Amerikaans staatsrecht. Ingegaan wordt op het begrippenkader, de historie van de koloniale periode tot en met de grondwet van 1787, de voor het Amerikaans staatsrecht relevante leerstukken. Ook wordt in dit deel ingegaan op het verschijnsel politieke partijen. In het tweede deel worden systematisch de bevoegdheden en de (on)macht van respectievelijk het Congres, de President en het Supreme Court besproken. Naast de tekst van de grondwet, worden ook ongeschreven bevoegdheden bij deze analyse betrokken en worden zoveel als mogelijk praktische voorbeelden gegeven ter illustratie. De beschouwingen worden verantwoord dooruitgebreide verwijzingen naar literatuur en jurisprudentie. Hiernaast wordt regelmatig verwezen naar websites zodat de lezer steeds de actuele stand van zaken bij de hand heeft.

Dit boek is geschreven tijdens een sabbatical van zomer 2011 tot voorjaar 2012. De voor het staatsrecht relevante bestuurlijke en politieke ontwikkelingen zijn meegenomen tot voorjaar 2012. 

Dr. Eric Janse de Jonge (1957) studeerde rechten aan de RU Leiden van 1977 tot 1983. Hij was van 1984 tot 1999 werkzaam bij de vakgroep staats- en bestuursrecht van de Universiteit van Tilburg en doceerde Nederlands en Anglo-Amerikaans staatsrecht. Daarna was hij werkzaam als hoofd bestuur-juridische zaken (BJZ) van de gemeente Helmond. Tussen 2002 en 2007 was hij lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Aansluitend was hij van 2007 tot 2011 hij lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal en partner bij adviesbureau BMC. Tevens was hij tussen 2009 en 2012 ambassadeur Stedelijke Distributie op het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Thans vervult hij diverse bestuurlijke functies. In 1993 promoveerde hij in Tilburg op een rechtsvergelijkend onderzoek naar het Budgetrecht van het parlement in de Verenigde Staten, Engeland en Nederland. Hiernaast schreef hij ruim 100 artikelen en bijdragen aan boeken over staat, recht en bestuur in Nederland, Engeland en de Verenigde Staten. . http://www.eerstekamer.nl/nieuws/20120607/voorzitter_eerste_kamer_neemt_boek

€ 29.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



A(nta)rctic Law
A(nta)rctic Law
Cecile Hoitink (ed.)

This handbook includes material relating to Antarctic Laws and regulations. The most important body of regulations in the area of Anatarctic law is the Antarctic Treaty System, also referred to as ATS. The ATS is a unique suite of international Legal instruments that regulate the actions of member states (countries) in the areas out of 60° South latitude. The Antarctic Treaty and related agreements, collectively called the Antarctic Treaty Stystem or ATS, regulate international relations with resprect to Antarctica, Earth’s only continent without a native human population. For the purposes of the treaty system, Antarctica is defined as all of the land and ice shelves south of 60° latitude. The treaty, entering into force in 1961 and eventually signed by 47 countries, sets aside Antarctica as a scientific preserve, establishes freedom of scientific investigation and bans military activity on that continent. The Antarctic Treaty Secretariat headquarters have been located in Buenos Aires, Argentina, since September 2004.

This handbook will be of help both to those familiar with the Antarctic treaty System and to new comers who want to learn about Antarctica and its regulatory system. In addition, the selected documents provides a clear and comprehensive overview of laws and regulations that are relevant to the ATS and its influence. In short, legal scholars, environmentalists and academics will find all relevant laws and regulations concerning our most precious natural reserve Antarctica in this book.




In wetenschap voor de praktijk
In wetenschap voor de praktijk
A.T. Marseille & H.B. Winter (red.)

Michiel Herweijer is meer dan 25 jaar verbonden geweest aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij begon in 1985 als manager van het Samenwerkingsverband Bestuurswetenschappen Noorden des Lands (SBN), dat hij binnen de kortste keren tot een bruisend en zeer productief onderzoeksinstituut wist te vormen. In 1989 werd hij hoogleraar bestuurskunde. In zijn oratie Macht en onmacht bij de toepassing van het bestuursrecht bouwde hij voort op onderzoeksbevindingen uit de daaraan voorafgaande jaren en plaatste hij deze in een juridische context.

Voor dit liber amicorum zijn uitgenodigd promoti van Michiel; andere auteurs hebben samen met hem een of meerdere onderzoeksprojecten ondernomen.

De bijdragen aan de bundel weerspiegelen de breedte van de belangstelling van Michiel Herweijer en tevens zijn uiteenlopende hoedanigheden van onderzoeker. Hij is een enthousiast onderzoeker, iets waarmee hij zijn promovendi en andere medeonderzoekers mee weet aan te steken; een wetenschappelijk onderzoeker, wat niet alleen blijkt uit de verwerking van veel uit opdrachtonderzoek afkomstige bevindingen in wetenschappelijke publicaties en ten slotte is Michiel een onderzoeker met een onbeperkte nieuwsgierigheid naar de praktijk. Hij is altijd bezig met de vraag hoe in Den Haag of ten gemeentehuize bedachte arrangementen functioneren in de dagelijkse bestuurspraktijk.

Bovendien is hij is pas tevreden als er discussie/gedachtewisseling plaatsvindt.

€ 25.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De ISD in perspectief
De ISD in perspectief
Sanne Struijk

De ISD (Inrichting Stelselmatige Daders (ISD)-maatregel verkeert in een spagaat tussen opsluiting enerzijds en zorg en resocialisatie anderzijds. Dat stelt Sanne Struijk in haar proefschrift De ISD in perspectief, een studie naar de ISD-maatregel in het licht van het Nederlands strafrechtelijk sanctiestelsel ter bestrijding van recidive en criminele overlast. De maatregel is in 2004 ingevoerd als oplossing voor de recidive en overlast door zogeheten veelplegers. Struijk beveelt onder andere aan dat het perspectief van hulp en steun aan deze daders niet ondergeschikt moet worden gemaakt aan de korte termijn-doelstellingen van een veiliger maatschappij en beëindiging van de recidive. Zij promoveert donderdag 22 december 2011 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In het proefschrift belicht Struijk de ontwikkeling van het Nederlands strafrechtelijk sanctiestelsel ter bestrijding van recidive en criminele overlast vanuit het perspectief van de strafrechtsdogmatiek, de wetgeving, het beleid en de rechtspraak.De ISD-maatregel is in het leven geroepen vanwege de recidive en criminele overlast door veelplegers, een relatief kleine groep daders met een zwervend bestaan en veelal verslavings- of psychische problematiek, die stelselmatig delicten plegen.Deze sanctie maakt vrijheidsbeneming van maximaal twee jaar mogelijk van daders die binnen de afgelopen vijf jaar minstens drie keer eerder zijn veroordeeld, doorgaans voor lichte delicten zoals winkeldiefstal. Het is juist deze stelselmatigheid van de criminaliteit waartegen de wetgever de maatschappij beter wilde beveiligen met de ISD-maatregel. In de wet zijn de doelstellingen van deze maatregel dan ook uitdrukkelijk geformuleerd als maatschappijbeveiliging en recidivebeëindiging. Andere doelen zijn hieraan ondergeschikt, zoals het meer op de lange termijn gelegen doel om een bijdrage te leveren aan de oplossing van de individuele verslavings- of psychische problematiek van de stelselmatige daders. Maar in hoeverre is de ISD-maatregel nu eigenlijk iets nieuws? Hadden de doelstellingen van de ISD-maatregel niet kunnen worden bereikt met de andere sancties die ons strafrechtelijk systeem van oudsher al kent om recidive en criminele overlast te bestrijden? Onder welke voorwaarden is een dergelijke maatregel van lange vrijheidsbeneming voor geringe delicten eigenlijk legitiem? Houden de wetgever, het beleid en de rechterlijke macht daar voldoende rekening mee en is aan die voorwaarden voldaan bij de ISD-maatregel? De ISD-maatregel op zichzelf past binnen die bredere, historische ontwikkeling van het Nederlands strafrechtelijk sanctiestelsel, aldus de promovenda. Maar Struijk concludeert tegelijkertijd dat de ISD-maatregel om die reden nog niet legitiem kan worden genoemd. Het blijkt vooral de rechterlijke macht te zijn die de legitimiteit van deze maatregel overeind houdt. De rechter vindt de wens van de wetgever tot `enkel opsluiten` een te magere basis voor twee jaar vrijheidsbeneming en benadrukt bij de toepassing van de ISD-maatregel telkens dat de tenuitvoerlegging van deze sanctie sterker dan de wetgever wilde, in het teken moet staan van individuele, lange termijn-effecten. Waar de rechter die effecten niet of onvoldoende ziet, maakt hij nogal eens voortijdig een einde aan de voortzetting van de maatregel. Om uit die spagaat te geraken en de legitimiteit van de ISD-maatregel te versterken, doet Struijk aanbevelingen aan de wetgever en aan bestuurders en beleidsorganen. Zo mag het perspectief van hulp en steun aan de stelselmatige dader niet ondergeschikt worden gemaakt aan de korte termijn-doelstellingen van maatschappijbeveiliging en recidivebeëindiging. Dit zou bovendien geen tegenstelling moeten zijn: een verslaafde kan bijvoorbeeld ophouden delicten te plegen als hij hulp krijgt om van zijn verslaving af te komen. Tot die hulp mag hij best door het strafrecht worden gedwongen. Maar dan dient het opsluiten wel uitdrukkelijk gepaard te gaan met een lange termijn-perspectief. Daarvan heeft niet alleen de individuele dader profijt, maar op de lange termijn ook de maatschappij.

€ 40.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Non bis in idem
Non bis in idem
Wiene van Hattum

De regel non bis in idem verbiedt iemand tweemaal te vervolgen of te berechten voor hetzelfde feit. Dit verbod geldt zowel na een definitieve veroordeling als na een definitieve vrijspraak. Een achteraf onjuist gebleken veroordeling wordt vernietigd, maar hoe zit het met de aantasting van een onherroepelijke vrijspraak indien het vermoeden rijst dat deze op dwaling berust? Mag de vrijgesprokene opnieuw worden vervolgd? Hoe kunnen zowel zijn vrijheid als de veiligheid van de gemeenschap worden gegarandeerd? Deze vragen hebben door de eeuwen heen menig strafjurist beziggehouden. In de negentiende eeuw werd uiteindelijk het evenwicht tussen vrijheid en veiligheid gevonden binnen het moderne openbare strafproces, dat onder meer de mogelijkheid gaf om een vervolging te staken in afwachting van nieuw bewijs. Het absolute gezag van de onherroepelijke vrijspraak werd toen in de wet vastgelegd. Non bis in idem kreeg de status van een vrijheidsrecht. In het afgelopen decennium is de mogelijkheid van heropening van definitieve vrijspraken bepleit. Daartoe wordt gewezen op de ontwikkelingen op het gebied van het forensisch bewijs, in het bijzonder op het gebied van het DNA-onderzoek. Het wetsvoorstel van Nordrhein-Westfalen uit 2007 en het wetsvoorstel ‘Herziening ten nadele’ uit 2009 zijn hier voorbeelden van. De onderhavige studie, die de ontwikkeling van het beginsel non bis in idem op het Europese  continent in kaart brengt, maakt het mogelijk het Duitse en het Nederlandse voorstel in historisch en rechtsvergelijkend perspectief te plaatsen.

Wiene van Hattum is universitair docent aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.

€ 45.00 Verkrijgbaar via jongbloed.nl of uw lokale boekhandel



The issue of: Punishment and prosecution by international courts
The issue of: Punishment and prosecution by international courts
C. Tofan

In this series we highlight several subjects that arise when "parties" start prosecuting or defending International Crimes before national and international courts. The books contain a short introduction to the subject, basic documents, abstracts of case-law and a lot of bibliographical information to deepen the knowledgde of the "issue" involved. Forthcoming for early 2011 are:


There are more volumes in this serie: 

The issue of: Prosecution and punishment of International Crimes by National Courts
ISBN: 978-90-5887-099-5 (Hardcover)
ISBN: 978-90-5887-101-5 (Softcover)

The issue of: Evidence before the Ad Hoc Tribunals
ISBN: 978-90-5887-102-2 (Hardcover)
ISBN: 978-90-5887-103-9 (Softcover)

The issue of: Mutual Legal Assistance in International Criminal matters
ISBN: 978-90-5887-104-6 (Hardcover)
ISBN:978-90-5887-105-3 (Softcover)

The issue of: Defense in International Criminal Proceedings
ISBN: 978-90-5887-106-0 (Hardcover)
ISBN: 978-90-5887-107-7 (Softcover)




Violating Human Rights in the Name of Counter-Terrorism?
Violating Human Rights in the Name of Counter-Terrorism?
D. de Ruiter (ed.)

That terrorism infringes people’s human rights is something that everybody knows, especially after 9/11. However, terrorism does not have the monopoly on violating human rights.
Counter-terrorism, consisting of different methods to fight terrorism, infringes human rights as well. While fighting terrorism, human rights ought to be respected. However, States do not always live up to this obligation. Next to an examination of the relationship between the obligation to fi ght terrorism and the obligation to protect human rights, this book describes the way
in which counter-terrorism measures, specifically blacklisting and targeted killings, touch upon people’s human rights. The second part of this book includes the most important documents with regard to counter-terrorism and human rights.




Grondrechten in Nederlands-Indië
Grondrechten in Nederlands-Indië
N.S. Efthymiou

Dit boek is een studie over een aspect van het constitutionele recht voor Nederlands-Indië, en wel over de grondrechten die in Nederlands-Indië golden in de periode 1854-1942. Het boek geeft een beschrijving van het stelsel van grondrechten in Nederlands-Indië en beoogt een typering te geven van dit stelsel in het licht van de idee van rechtsstatelijkheid. Om de beschrijving en de typering begrijpelijk te maken gaat aan de studie over grondrechten een korte behandeling vooraf van algemene kenmerken van constitutioneel recht voor Nederlands-Indië.

N.S. Efthymiou is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

€ 24.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Wetboek van Strafrecht - Curaçao
Wetboek van Strafrecht - Curaçao
Prof. H. de Doelder, mr. J.H.J. Verbaan en mr. R.J. Verbeek (red.)

Nadat op 7 juli 2011 de Staten van Curaçao het Wetboek van Strafrecht hebben aangenomen, is het op 15 november 2011 in werking getreden. Dit boek bevat de integrale tekst van het Wetboek van Strafrecht. De redacteuren waren als medewerkers van de Erasmus Universiteit Rotterdam nauw betrokken bij het opstellen van de teksten voor het wetboek en de daarbij behorende Memorie van Toelichting. Om de praktische toepassing van dit boek te vergroten en het duiden van de wetteksten te vereenvoudigen, wordt de lezer voorzien van een ruime
uitleg van de opgenomen bepalingen doordat in dit boek een bewerkte en vernummerde versie van de Memorie van Toelichting is opgenomen. Voorts heeft de redactie, waar nodig, enig commentaar toegevoegd aan de o ciële teksten. Op deze wijze is het boek zowel voor de praktijk als het onderwijs een belangrijke kenbron en naslagwerk.

Dit boek vormt het derde deel van deze reeks. Het eerste boek, ‘Caribisch Wetboek van Strafrecht’, verscheen eind 2008 bij dezelfde uitgever en had meer gedetailleerd de voorgestelde wijzigingen in het nieuwe Wetboek van Strafrecht als onderwerp. Het tweede boek, ‘Strafrecht in de Antillen na ‘10-10-10’’, bevat een schriftelijke weerslag van het congres met de gelijknamige titel, dat op 27 mei 2010 is gehouden op de Erasmus Universiteit Rotterdam. De op dat congres verwoorde inleidingen zijn voor dat boek in de vorm van een artikel gegoten.




Strafprocesrecht
Strafprocesrecht
J. van der Sanden

Deze Wolf Study Guide legt de nadruk op het strafprocesrecht. Na een algemene inleiding en de bronnen van het strafprocesrecht worden diverse onderwerpen hoofdstuksgewijs besproken. Deze studyguide ondersteunt het leerproces. Het is geen volwaardig studieboek, maar zal je langs de belangrijkste begrippen en jurisprudentie leiden.

€ 10.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Verdiepend Europees Recht
Verdiepend Europees Recht
I. Verhoeven, A. Graft (red.)

Deze Wolf Study Guide legt de nadruk op verdieping van het Europese recht. Uiteraard wordt de totstandkoming van de Europese Unie besproken en worden diverse belangrijke arresten uitgewerkt. Deze studyguide ondersteunt het leerproces. Het is geen volwaardig studieboek, maar zal je langs de belangrijkste begrippen en jurisprudentie leiden.

€ 11.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Inleiding Internationaal en Europees Recht
Inleiding Internationaal en Europees Recht
I. Verhoeven, A. Graft (red.)

De studyguide Inleiding Internationaal en Europees recht is een eerste kennismaking met het Internationale en Europese recht. Dit boekje kan je helpen bij het voorbereiden van hoorcolleges, werkcolleges en het tentamen, maar is ook geschikt als basisinformatie voor diegenen die iets willen weten over het international recht in het algemeen. In dit boekje zijn meerkeuze oefenvragen geplaatst die inzicht kunnen geven in de mate waarin je de stof beheerst en welke onderwerpen belangrijk zijn.

€ 10.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Virtuele werelden
Virtuele werelden
Joost Kuhlmann, Freek Rijna

Terug naar de Werkelijkheid

De ontologie van virtuele werelden en het recht

Ze zijn ontastbaar, imaginair, gesimuleerd en kunstmatig. Maar als je virtuele objecten steelt, kun je toch veroordeeld worden wegens diefstal. Het blijkt uit de RuneScape-zaak waarin de rechter twee jongens veroordeelde voor het ontvreemden van een virtueel zwaard en masker. Maar is het niet vreemd dat je iets kunt stelen wat alleen bestaat in de fantasie van een spel? Juristen schrijven er veel over, maar een strikt juridische benadering mist overtuigingskracht omdat het niet uitlegt wat een virtueel object eigenlijk is. Op basis van de ontologische theorie van John Searle onderzoekt deze scriptie de zijnswijze van entiteiten die lijken te bestaan in een virtuele omgeving. Denk aan mp3-bestanden, tekstdocumenten, software, virtueel geld en virtuele zwaarden. Zo biedt dit werk inzicht in belangrijke vragen over virtuele werelden. Wat maakt het uit dat iets onstoffelijk is? Of dat het alleen maar bestaat omdat mensen vinden dat het bestaat? Moet dat juridische consequenties hebben? Antwoorden op deze vragen maken het mogelijk om juridische vraagstukken scherp te analyseren.

Virtuele objecten: echt voor het recht? Wat de techniek de jurist leert over eigendom (andere kant van dit boek)

In de literatuur is reeds geschreven over de juridische status van virtuele objecten in virtuele werelden, zoals World of Warcraft en Entropia Universe. In deze werelden spelen duizenden mensen tegelijk via internet met en tegen elkaar. De virtuele spullen die zij daar verzamelen, zijn soms echt geld waard. De onderzoeksvraag is hoe deze objecten door het privaatrecht dienen te worden beschermd. In juridische verhandelingen wordt het virtuele object vaak gereduceerd tot enen en nullen, bits en bytes en uiteindelijk elektriciteit. De conclusie is dan - omdat de vereiste stoffelijkheid van art. 3:2 BW bij elektriciteit ontbreekt - dat niet van een zaak in de zin van art. 3:2 BW kan worden gesproken en de virtuele objecten dus niet voor bescherming door het eigendomsrecht in aanmerking komen. Wordt het virtuele object echter technisch gezien kritisch beschouwd, dan komt men tot een veel uitgebreider rechtsobject (een zgn. objectinstantie) dat zich niet laat terugbrengen tot enen en nullen. Dit correcte rechtsobject kan dan opnieuw worden getoetst aan de eisen voor stoffelijkheid. Dit leidt tot de verrassende conclusie dat virtuele objecten wel degelijk stoffelijk en voor menselijke beheersing vatbaar zijn en daarmee als zaak kwalificeren en dus ook vatbaar zijn voor het eigendomsrecht.

€ 17.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De constitutionele inbedding van het waterschap
De constitutionele inbedding van het waterschap
Nehmelman, R. / Tappeiner, I.U. / Rijswick, H.F.M.W. van / Kummeling, H.R.B.M./S. Steenman

“De staat dat zijn de dijken” is een gevleugelde uitspraak van de vooraanstaande staatsrechtjurist A.M. Donner. De strijd van de Nederlanders tegen het dreigende water heeft onder andere geresulteerd in het eeuwenoude bestaansrecht van de waterschappen. Recentelijk kwam dit bestaansrecht onder politiek vuur te liggen. De taken en bevoegdheden van waterschappen konden (en kunnen) volgens een aantal (landelijke) politici toch betrekkelijk eenvoudig worden overgenomen door andere overheidsverbanden zoals de provincie. In deze bundel zijn twee staatsrechtelijke en bestuurskundige onderzoeken opgenomen die antwoord geven op vragen als: is voor de opheffing of herstructurering van de waterschappen een wijziging van de Nederlandse grondwet noodzakelijk? en worden de waterschappen beschermd door Europese regelgeving? Voorts wordt uitvoerig ingegaan op de mogelijke staatsrechtelijke en bestuurskundige gevolgen indien een wijziging van de organisatiestructuur van de waterschappen zou plaatsvinden. De in deze bundel opgenomen onderzoeksresultaten laten verrassende en interessante inzichten zien in de constitutionele en bestuurskundige organisatiestructuur van het waterschap. 

De bijdragen in deze bundel zijn in opdracht van de Unie van Waterschappen en het Waterschap Rijn en IJssel verricht door een onderzoeksteam van de Faculteit Recht, Economie, Bestuurs- en Organisatiewetenschap (REBO) van de Universiteit Utrecht.

€ 19.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Balancing Liberty and Security: the Human Rights Pendulum
Balancing Liberty and Security: the Human Rights Pendulum
L. Hennebel, H. Tigroudja (ed.)

Balancing Liberty and Security: the Human Rights Pendulum
Ludovic Hennebel & Hélène Tigroudja (eds.)

This collection of essays offers an in-depth analysis of the thorny dialectic between liberty and security in the context of terrorism. International terrorism has challenged the very foundations of the democratic societies and the protection of human rights. In this context, domestic and international institutions - and above all the Courts - were burdened with the significant mission to maintain the strenuous balance between liberty and security. These essays offer the critical views of scholars from several countries (France, Belgium, Germany, Switzerland, United States of America, Colombia, and Canada) on the responses of democracies to specific terrorism related issues. 


This book is published following a research conducted by the Magna Carta Institute thanks to the financial support of the Delegation of the European Union in Washington D.C., and in partnership with the Artois University (France),  the Institut international des droits de l`homme et de la paix (France), the Faculté Libre de Droit of Lille (France), the Centre de Recherche sur les Relations entre le Risque et le Droit from the Catholic University of Lille (France), and the Ecole Doctorale de Lille 2 (France). 




De opleiding van wetgevingsjuristen en wetgevingsonderzoekers in rechtsvergelijkend perspectief
De opleiding van wetgevingsjuristen en wetgevingsonderzoekers in rechtsvergelijkend perspectief
H.R. Schouten (red.)

Vereniging voor Wetgeving en Wetgevingsbeleid. 

De opleiding van wetgevingsjuristen en wetgevingsonderzoekers in vergelijkend perspectief. Verslag van het symposium, gehouden op 22 september 2011

Met preadviezen van
Prof.dr. E.L. Rubin
Prof.dr. F. Uhlmann
Mr. M. Bouwes

Redactie en verslag
Mr. H.R. Schouten

Inhoud:

Shocking news for legislatures and law schools: statutes are law
Prof.dr. E.L. Rubin
I. The Concept of Law and the Conceptual Invisibility of Administration
II. How the Conceptual Invisibility of Regualtion Hurts
III. How the Conceptual Invisibility of Regulation Hurts Law Students

Developments in the Education of Legislation and Regulatio Germany and Switzerland
Prof.dr. F. Uhlmann
I. Introduction
II. Academic Discourse
1. Origins and Rise of Legislation Theory
2. From Legislation Theory to Multilevel Regulatory Governance
III. Education
1. Universities
2. Education for Practitioners
V. Legislation and Politics
VI. Germany and Switzerland in comparison
VII. How to Educate in Legislation – a Personal Perspective

De vorming van de wetgevingsjurist
Mr. M. Bouwes
1. Inleiding
2. Wetgeving als vak
2.1 Het niveau van de universitaire opleiding
2.2 De toegang tot de togaberoepen
2.3 Wetgevingsjurist als beroep
2.4 De masteropleiding tot wetgevingsjurist 
Het huwelijk tussen wetgeving en wetenschap
3.1 De wetenschappelijke omgeving
3.2 Een strategische juridische agenda
4. De Kamer wil het…
4.1 Een intermezzo: het rapport-Davids
4.2 De ambtenaar is niet onschendbaar
5. Afronding

Introductory speech at the symposium on 22 September 2011
Discussion at the Symposium on 22 September 2011
Lijst met preadviezen
Appendix
References

€ 22.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Act of Abjuration
The Act of Abjuration


Renewed attention to Dutch constitutional history appears to be part of a search to `the` Dutch national identity. The Dutch Revolt features prominently in this rediscovery of history. One of the most significant constitutional documents in Dutch history is th 26 July 1581 Act of Abjuration. The Act of Abjuration was the document issued by the States General to declare their prince abjured from his titles and offices and to justify this abjuration. Henceforth, the Act amounts to a milestone in the successful struggle against Habsburg centralisation that obstructed the creation of a Dutch unitary state for over two hundred years. Thereto, the Act posed an important expression of a Europe wide development in political theory in respect to the relation between prince and people and the right of resistance in particular.Twelve historians and archivists from all over the world explain why the Act was a source of inspiration for centuries, not only in the Netherlands, but also in the rest of Europe and in America.




Human Rights and HIV/AIDS
Human Rights and HIV/AIDS
W. van der Wolf, C. Tofan, D. de Ruiter (eds.)

HIV threatens more and more people all over the world. As the number of people with HIV and AIDS increases, human rights issues, such as  mandatory HIV-testing; restrictions on international travel; barriers to employment and housing, access to education and more, increase as well. 

The World Health Organization brought the First global response to HIV/AIDS with its introduction of the World Health Assembly Resolution 40.26 on a Global Strategy for the Prevention and Control of AIDS. The World Health Organization is not the only organization which tries to fight HIV/AIDS and the human rights issues resulting from the terrible disease. 

This book describes the way in which different organizations have tried, and continue to fight HIV/AIDS. It includes the most important documents with regard to HIV/AIDS and human rights, and serves as a valuable tool for everyone working or studying in the field of human rights.




Cambodia tribunal selected documents
Cambodia tribunal selected documents
E. van Heugten, I. Verhoeven (eds.)

The Extraordinary Chambers in the Courts of Cambodia for the Prosecution of Crimes Committed during the Period of Democratic Kampuchea (hereafter ‘ECCC’ or ‘Extraordinary Chambers’) are one of the six hybrid criminal tribunals that have been created by the international community and have become operational. The ECCC was founded in 2006 and located in Phnom Penh, Cambodia. In the regular Cambodian courts was little tendency toward the prosecution of former Khmer Rouge leadership, one of the reasons why the ECCC was established. The ECCC was established in the existing court structure of Cambodia. The Cambodian criminal procedure was chosen to lead the trials, with the international standards to be used to fill any blanks or to clarify uncertainties in the national law. The official language of the ECCC was Khmer, but the working language was Khmer, English and French. This book contains the basic regulations that are applicable to the function and establishment of the Court.




The rights of children in international criminal law
The rights of children in international criminal law
D. de Ruiter (ed.)

The use of children as soldiers has been universally condemned as abhorrent and unacceptable. Yet, over the last decade hundreds of thousands of children have fought and died in conflict around the world.

Children involved in armed conflict are frequently killed or injured during combat or while carrying out other tasks. They are forced to engage in hazardous activities such as laying mines or explosives, as well as using weapons. Child soldiers are usually forced to live under harsh conditions with insufficient food and little or no access to healthcare.  They are almost always treated brutally, subjected to beatings and humiliating treatment. Punishments for mistakes or desertion are often extremely severe. Girl soldiers are particularly at risk of being raped, sexually harrassed or abused, as well as being involved in combat and other tasks.

Children van be actors in wars when they become soldiers to fight for a party and at the same time children will be the biggest victims of these wars.

This book provides the reader with legal developments and actions being taken by the international community. The book includes a concise introduction to the topic and the complete texts of various legal instruments including UN security council resolutions.




Het departement van de Zuiderzee
Het departement van de Zuiderzee
Sjef de Laat, Astrid Creutzberg, Kim van der Kraats

In 2011 is het 200 jaar geleden dat de voorloper van de kantonrechter, de zogenoemde vrederechter, begon met rechtspreken. En 2011 is ook het jaar waarin een grote verschuiving van de competentiegrens tussen de sector kanton en de sector handelsrecht van de rechtbanken plaatsvond. De kantonrechters behandelen vanaf 2011 naast alle kwesties over arbeid, huur en consumenten (werken, wonen, winkelen) ook alle zaken tot € 25.000,-. In die 200 jaar is er veel kritiek geweest op de kantonrechters. Kritiek die zeker niet onbesproken blijft. Maar er is ook veel vertrouwen in de aanpak van de kantonners. Dit boekje zal worden benut om onze werkzaamheden voor het voetlicht te brengen en een aantal zittingen te beschrijven. Ook zijn interviews met kantonners opgenomen waarin een blik op het recente verleden wordt geworpen.

Dit boekje over 200 jaar kanton leent zich er daarnaast goed voor om terug te gaan in de geschiedenis en frappante (ook landelijke) kantongebeurtenissen de revue te laten passeren. In 1811, één jaar nadat Napoleon de Nederlanden volledig had ingelijfd en tot onderdeel van het Franse keizerrijk had gemaakt, begonnen de eerste vrederechters aan hun werk. De vrederechter vindt zijn oorsprong in Engeland, anno 1275. Pacificator was toen zijn naam. In dit boekje wordt in vogelvlucht 200 jaar langsgelopen, met een korte blik op de toekomst. Waar gaat het heen met de (kanton)rechtspraak?

€ 14.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Rape and International Criminal Law
Rape and International Criminal Law
Irene Piccolo

Only recently the international community has recognized the seriousness of rape as well as its nature of international crime punishable by international criminal tribunals. During the Balkan conflict in the last decade of XX century, the atrocities committed have awakened the conscience of those who, until then, had preferred to consider rape as a side effect of wars, both international and internal. The finding of camps where rape was conducted in a systematic way, for the mere solace of armed forces, and the use of rape as a tool of genocide (the infamous "ethnic  cleansing") have led to the creation of the first true international criminal tribunal (the ICTY) as well as to the inclusion, for the first time, of the crime of "rape" within the ratione materiae jurisdiction of international judges. Through the jurisprudence of the ICTY and of its twin tribunal (the ICTR, for Rwanda), the notion of rape and its different shades have been gradually outlined, and finally incorporated almost entirely by the Statute of the International Criminal Court. The aim of this book is to follow this evolution, by doing at the same time a historical reconstruction, in order to provide an overview of whatthe crime of rape is currently considered in international criminal law.




Harnessing Intellectual Property Rights for Development Objectives
Harnessing Intellectual Property Rights for Development Objectives


Poor management of intellectual property rights and the system of intellectual property rights itself hinder equal research partnerships between the South and the North, and often result in an over-cautious or one-sided Northern investment policy and unnecessary delays in the realization of some of the Millennium Development Goals (MDGs). Central to this report is the double role of intellectual property rights – also referred to in terms like ‘protecting legitimate economic interests’ versus (or alongside) ‘the need to contribute to worldwide development from the perspective of sharing global public goods’, including knowledge. This report is the result of a research project, funded by the Netherlands Ministry of Foreign Affairs and NWO-WOTRO Science for Global Development, on the role of intellectual property rights in realizing some of the MDGs. The emphasis is on issues in the field of access to food and to medicines and on the larger discussions on the present global and regional systems of intellectual property rights.




Global human rights instrument collection 1
Global human rights instrument collection 1
P.A. van Laar (ed.)

Human rights are rights that you can invoke because you are human. They are aimed to preserve human nature, humanity and provide humane standards. Human rights translate into international norms that help protect people from all over the world from severe political, legal and social abuses. Law and morale are the safeguards of these inalienable rights. Human rights invoke strong claims and even stronger sentiments. To ensure them, governments are directly addressed, requiring compliance and enforcement. The Universal Human Rights Instruments collection aims to give a detailed and accurate overview of the instruments that have been created over the years to safeguard the human rights of people. The content of this collection ranges from universal human rights instruments to continental human rights instruments and discusses the direct enforcement of human rights by international courts and tribunals. The goal behind these extensive studies is to provide the international legal public with a reliable, detailed resource of prominent human rights instruments.




Balancing freedom, autonomy and accountability in education volume 4
Balancing freedom, autonomy and accountability in education volume 4
Charles L. Glenn, Jan De Groof, Cara Stillings Candal (eds.)

This volume is a continuation of volumes 1-3 of Balancing Freedom, Autonomy, and Accountability in Education, published by Wolf Legal Publishers in 2005.

Educational freedom is important because parents have a fundamental right, recognized in national and international law, to guide the development of their own children and therefore to choose a school in which they have full confidence.  For many parents, this will mean a school that shares their own views about what is most important in life, their religious or philosophical worldview.  To deny that choice, or to make it impossibly difficult for parents of modest means, is unjust and unworthy of a free society.

School autonomy is important because it is the essential precondition for the creation of schools with a clearly-focused mission, schools in which staff and parents and the controlling board or other authority share the same understanding of how best to educate.  We are long past the days when educators could promise that they had a single formula for providing the best possible education to every child or youth.  We know that different schools work best for different pupils, and that teachers find professional satisfaction (and enhanced professional status) in schools where they share a common vision with their colleagues. 

Accountability for common standards is important because today’s pupils will be the parents, adult citizens, and productive workers of tomorrow.  Society has a strong interest in ensuring that they are well prepared for those roles, and that they share an understanding of the virtues required by a free society.  Society also has an obligation to ensure that no child or youth is harmed by neglectful or abusive parents or schools.  It would be unjust to simply let the choices of parents and the enthusiasms of educators result in some pupils (typically those most disadvantaged by economic circumstances if not also by ethnic minority status) receiving an ineffective education.

In the 2005 edition, volume 1 consisted of general essays by the editors, Charles Glenn of Boston University and Jan De Groof of the College of Europe and Tilburg University, providing historical and legal background and comparative perspective on these issues, while volumes 2 and 3 included chapters on forty national education systems, describing the laws and policies under which both public and nonpublic schools operate in each.  These country profiles are being updated by many experts and a new edition will be published in 2012.

Introduction by Charles L. Glenn
Azerbaijan by Vali Huseynov
Bosnia and Herzegovina by Adila Pašalic Kreso
China by Kanqing Wang
Georgia by Chiora Taktakishvili and Ravaz Khoperia
Hungary by Gabriella Pusztai and Magdolna Chrappán
India by Prachi Deshmukh Odhekar
Indonesia by Adsina Fibra Ibrahim
Japan by Toshiyuki Omomo
Korea by Jae-Woong Kim, Jae-Bong Yoo, and Heekwon Sohn
Kosovo by Dukagjin Pupovci
Malaysia by Fatt-Hee Tie
Peru by Luis Castillo
Russian Federation by Maria Smirnova
Saudi Arabia by Fuziah Saeed Alodadi
Singapore by Mui Kim Teh and Sook May Chia
Ukraine by Liudmyla Parashchenko
Wales by Ann Sherlock
How School Choice, Autonomy, and Accountability Impact Student
Achievement: International Evidence
by Martin R. West and Ludger Woessmann




Special Tribunal for Lebanon, Volume 1
Special Tribunal for Lebanon, Volume 1
C. Hoitink (ED.)

On 13 December 2005, the Government of the Republic of Lebanon requested the United Nations to establish a tribunal of an international character to try all those who are alleged responsible for the attack of 14 february 2005 in Beirut that killed the former Lebanese Prime Minister Rafiq Hariri and 22 others.

Pursuant to Security Council resolution 1664 (2006), the United Nations and the Lebanese Republic negotaited an agreement on the establishment of the Special Tribunal for Lebanon. Further to Security Council resolution 1757(2007) of 30 May 2007, the provisions of the document annexed to it and the Statute of the Special Tribunal there to attached, entered into force on 10 june 2007.

Our series` goal is to present the reasons that led to the establishment of The Special Court, and to offer an overview of the cases brought before The Court. We also provide for background materials such as basic documents on the tribunal and documents on the conflict.




Aan de keukentafel
Aan de keukentafel
Fotografie: Rianne Vrijdag-Swinkels, Tekst: Elke Wolferink-van der Heyden

Samen met auteur Elke Wolferink-van der Heyden (1971) is fotograaf Rianne Vrijdag-Swinkels (1969) in januari 2011 begonnen met een project om 80 inwoners van de gemeente Oisterwijk zowel in beeld als tekst te portretteren aan hun eigen keukentafel. Hiermee willen zij de verscheidenheid aan inwoners van de gemeente Oisterwijk laten zien.

Mensen die bekend zijn uit het straatbeeld of het verenigingsleven …..
Mensen met een verleden en mensen met een toekomstdroom …….
Mensen die zijn geboren en getogen in hun dorp of mensen uit een verre cultuur ….
Mensen met een passie voor kunst, muziek of sport …..
Mensen die voor een ander klaar staan …..
Mensen die de gemeente Oisterwijk op de kaart zetten ….
 
80 Verhalen, opgetekend aan hun eigen keukentafel.
80 Foto`s, genomen aan diezelfde keukentafel.
 
Tezamen vertegenwoordigen deze 80 mensen alle inwoners van Oisterwijk, Moergestel en Heukelom en geven daarmee een portret van onze samenleving anno nu.
Een samenleving met veel gemeenschapszin, ondernemerschap, vakmanschap en inspirerende mensen. Een boek vol herkenning.
 
In het boek "Aan de keukentafel" zijn deze portretten gebundeld.

In 2012, het jaar dat Oisterwijk 800 jaar stadsrechten heeft, wordt "Aan de keukentafel" op zaterdag 7 april  om 11.00 uur gepresenteerd in het Raadhuis aan de Lind in Oisterwijk.
 
"Aan de keukentafel" wordt een luxe hardcover uitgave van circa 180 pagina`s waar we niet alleen nu met plezier in bladeren en lezen maar ook nog over twintig jaar en dan terugkijken op het Oisterwijk van vroeger.
 
Nu bestellen met € 5,00 korting

Om dit mooie boek voor veel mensen toegankelijk te maken is het tot 11 januari 2012 te bestellen voor € 24,95 (exclusief verzendkosten). Na  deze datum gaat het boek € 29,95 kosten (exclusief verzendkosten). De korting wordt mede mogelijk gemaakt door de Mensink Stichting.

=====================
 
LET OP: De uitlevering/verzending van het boek vindt plaats in de week na de presentatie op 7 april 2012!

====================
 
Over de makers

Auteur Elke Wolferink-van der Heyden (1971) werkte na haar studie in Breda twaalf jaar voor een internationale uitzendorganisatie. In die periode begon ze ook korte verhalen te schrijven. Pas na haar verhuizing naar Oisterwijk in 2007 gaf zij zich volledig over aan het schrijversvak en vond als freelancer diverse uitgevers en andere opdrachtgevers voor wie ze mocht schrijven. Schrijven is haar passie! “Ik ontmoet in mijn werk vele inspirerende mensen. Ieder interview is een waardevolle ontmoeting en het is een uitdaging om de juiste sfeer op papier te zetten."
 
Naast haar studie Nederlands en notarieel recht, haar loopbaan als kandidaat-notaris en vervolgens als huismoeder vulde fotograaf Rianne Vrijdag-Swinkels (1969) vele fotoalbums. In 2008 gooide zij het roer om en besloot van haar hobby haar werk te maken. Zij begon in 2009 met de vakopleiding aan De Fotovakschool in Boxtel en rondde deze in april 2011 succesvol af. Haar interesse in mensen leidde onder meer tot het boek "Aan de keukentafel". Door haar eigen verleden beseft zij hoe waardevol het kan zijn om een zichtbare herinnering aan mensen te hebben. Rianne woont in Oisterwijk.
 




Toezicht op menswaardige behandeling van gedetineerden in Europa
Toezicht op menswaardige behandeling van gedetineerden in Europa
Mireille Hagens

Niemand mag worden onderworpen aan foltering, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. De bestrijding van mensonwaardige behandeling is zo belangrijk, dat niet snel gesproken kan worden van een overdaad aan manieren om de menselijke waardigheid te beschermen. Wel kan het bestaan van meerdere toezichtmechanismen op hetzelfde terrein tot een overlap van werkzaamheden leiden en zelfs tot conflicterende uitkomsten. Vragen over samenloop, afbakening en afstemming omtrent de effectuering van het folterverbod zijn in de steeds dichter wordende internationale regelgeving bijzonder actueel.

Dit boek richt zich op de verhouding tussen twee belangrijke organen in de Europese context die toezicht houden op de naleving van het folterverbod: het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en het Europees Comité ter preventie van foltering (CPT). Is er sprake van coördinatie of hiërarchie tussen het CPT en het Hof? In hoeverre houden zij rekening met elkaars bevindingen en standaarden? Nagegaan wordt of de huidige verhouding tussen beide organen bijdraagt aan een effectieve en efficiënte bescherming van het individu tegen mensonwaardige behandeling. De studie biedt nieuwe inzichten in de wijze waarop het EHRM en het CPT functioneren en hoe hun activiteiten zich tot elkaar verhouden. Het boek bevat een uitgebreid overzicht van de jurisprudentie van het Hof en de rapportages van het CPT. In dat verband komen bijvoorbeeld detentieomstandigheden en medische zorg voor gedetineerden uitgebreid aan bod. Het betreft een onderwerp waarover nog weinig literatuur beschikbaar is.

Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Securing the rule of law in a world of multilevel jurisdiction.

Meijers-reeks nr. 198

€ 24.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Islamitisch bankieren: Van religieuze principes naar financiële transactiestructuren
Islamitisch bankieren: Van religieuze principes naar financiële transactiestructuren
Omar Salah (red.)

Naar aanleiding van het Islamic Finance Symposium dat op 17 november 2010 op de Universiteit van Tilburg plaats vond is deze bundel uitgegeven. Tijdens het symposium werd het onderwerp islamitisch bankieren vanuit een interreligieus, economisch, juridisch en fiscaal perspectief benaderd. In de verschillende bijdragen in de bundel wordt het islamitisch bankieren vanuit deze diverse invalshoeken besproken. De bundel is zowel geschikt voor hen die op zoek zijn naar een inleiding op het onderwerp als voor de meer gevorderde geïnteresseerde. De bundel bevat bijdragen van mr. N.E. Muller (Loyens & Loeff), mr. S.A.J. van Rossum (Van Doorne), drs. A. Rozendal (PwC), mr. O. Salah (Universiteit van Tilburg en De Brauw Blackstone Westbroek), dr. N. Schoon (Bank of London and Middle East), em. prof. dr. H. Visser (Vrije Universiteit, Amsterdam) en mr. A. Westhoff (PwC). De bundel wordt ingeleid met een voorwoord van prof. mr. R.M. Wibier (Universiteit van Tilburg en Allen & Overy) en uitgeleid met een nawoord van prof. dr. S.C.W. Eijffinger (Universiteit van Tilburg).

Voorwoord
prof. mr. R.M. Wibier

I. Introductie tot het islamitisch bankieren
mr. O. Salah

II. De basisbeginselen van islamitisch financieren en financieren zonder rente in het jodendom, christendom en de islam
em. prof. dr. H. Visser

III. Islamitisch financieren onder Nederlands civiel recht
mr. S.A.J. van Rossum

IV. Islamic asset management
dr. N. Schoon

V. Sukuk structuren
mr. O. Salah

VI. Een alternatief voor de financiering van Nederlands beleggingsvastgoed? – Een analyse vanuit fiscaal perspectief
drs. A. Rozendal
mr. A. Westhoff

VII. Islamic finance and taxation: A level playing field in sight?
mr. N.E. Muller

Nawoord
prof. dr. S.C.W. Eijffinger

€ 18.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Corporatism and 1945 Constitution
Corporatism and 1945 Constitution
E. Fernando M. Manullang

The manuscript basically reviews the influence of idea of Corporatism and its impacts within the Indonesian independence constitution; 1945 Constitution. As some scholars have noted that 1945 Constitution is most likely influenced by the idea of the Integralistic State. This idea was submitted by Professor Soepomo, one of the members of the BPUPK and PPKI. Professor Soepomo explains that there are 3 types of state; first, the Marxian State, second the Liberal State, and the third, Integralistic State. The Integralistic State is a state which roots on the idea of Hegel of totalitarian state, which the best ideal model is German. Professor Soepomo claims that the idea itself has been accepted and live out within the Indonesian society for ages. Therefore, his proposal has widely accepted by the whole members with some critics proposed by certain members, especially on the idea of basic rights which Professor Soepomo condemns that as form of liberal ideas. However, the process has gone into eclectic results which contains a mixture of Hegelian ideas and liberal ones on the concept of state. The problem is that all noted scholars does not realize that on July 11, 1945, Professor Soepomo delivered a speech in regards with the idea of Corporative State. Besides, such idea practically was affected in the administration of President Soekarno and President Soeharto as well. This two administrations have promulgated so many laws which roots on the idea Corporatism. For instance, these administrations apply a functional-centralized economic arrangements based upon the value of totalitarian state as we can find in the Chapter One of the manuscript. Uniquely, even though, the 1945 Constitution formally does not claim as a corporative constitution, most of the members delivered some speeches which has been influenced by the idea of Corporatism, especially when they agree on some ideas as we can read in the Chapter Four. Since the attention on such issue has never been attracting scholars,  consequently there are no competitor books. This manuscript will be the first and the only one at the moment which envisages that Indonesian independence constitution has been influenced potentially by the idea of Corporatism.




The Limits of the Law: Sentencing Perpetrators of Atrocious Crime
The Limits of the Law: Sentencing Perpetrators of Atrocious Crime
Ashleigh Shaheen

This book examines the sentencing practices of the ICTY and ICTR, comparing their normative guidelines and jurisprudence to answer the following questions:

1. Is there enough consistency in sentencing to substantiate the emergence of a guideline through jurisprudence?
2. What elements should contribute to the structure of a universal sentencing guideline?
3. What penological goals should be met through sentencing?

The answers to these questions will be discussed in the context of an emerging criminology specific to international criminal law, taking into account the difference in the mentality of perpetrators of mass atrocity at the level of planning versus the level of commission. The goals of punishment will be discussed at both of these levels, evaluating their effectiveness in aiding the justice process after mass atrocity. Sentencing procedures will also be evaluated against the core mandate of the tribunal as well as against the recognized purposes of punishment. Is sentencing practice consistent with these goals and purposes? The answer to this question may also speak to the impact of a future sentencing guideline. Chapter 1 aims to identify the major obstacles that now prevent consistent sentencing through a guideline. Chapter 2 examines the normative standards and jurisprudence in the ad hoc tribunals and the ICC, comparatively analyzing factors that influence the length of a sentence. Chapter 3 examines the relevance of the mens rea of perpetrators to achieving purposive sentencing. Chapter 4 reevaluates the purpose of sentencing and punishment in light of the mental element of the perpetrator. The final section suggests reforms that will allow sentencing to accomplish meaningful goals. International prosecution is increasingly recognized as an imperative process for dealing with atrocious crime. Yet there can seemingly be no adequate punishment for such horrific acts. For crime that “explodes the limits of the law” it thus becomes equally imperative that a guide exists to temper judicial discretion and to focus punishment in a way that will ultimately contribute to sustainable peace and justice.




Het leest als een boek
Het leest als een boek
B.E.P. Myjer

Eind mei 2010 kreeg het Europese Hof voor de Rechten van de Mens de prestigieuze four freedoms award uitgereikt. Jan Peter Balkenende sprak de laudatio uit. Een half jaar en een kabinet later werd in sommige Nederlandse media ineens een golf van kritiek op het Hof uitgestort. Dat gaf weer aanleiding tot een tsunami aan tegengeluiden. De nieuwe minister van buitenlandse zaken merkte in een beleidsnotitie zelfs op dat ‘het Hof niet zijn eigen gezag moet verzwakken door uitspraken te doen over zaken die slechts op perifere wijze verband houden met mensenrechten.’ Alleen al die opmerking maakte dat de Eerste Kamer (met alleen de VVD tegen) een motie aannam waarin deze opmerkingen als onjuist en niet passend werden gekwalificeerd. In zijn rede zet Egbert Myjer de diverse reacties en Kamerdebatten op een rij. Alleen al dat leest als een boek. Daarnaast geeft hij wat nuttige basisinformatie ten behoeve van die critici die misschien niet helemaal op de hoogte zijn van alle ins en outs rond het EVRM. Zijn conclusie: zou het kunnen dat bij alle kritiek de echte pijn zit in de omstandigheid dat de critici er problemen mee hebben als het EVRM - zoals toegepast en geïnterpreteerd door het Hof - laat zien dat de pijler van het vreemdelingenbeleid ook aan mensenrechtelijke kwaliteits-eisen moet voldoen? Als op- en afmaat citeert hij uit werk van Pitigrilli en Rabelais: over rechter Pott die clown werd en over rechter Bridoye die altijd zijn dobbelstenen gebruikte. Het Hof is geen Euro Clown en het legt met argumenten uit waarom het tot een beslissing is gekomen. Dat alles bij gelegenheid van 12 1/2 jaar WLP en 25 jaar Willem-Jan van der Wolf als uitgever.

€ 10.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De benadeelde in milieu- en gezondheidzaken
De benadeelde in milieu- en gezondheidzaken


Op 27 april 2011 heeft de zesde themadag van het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid plaatsgevonden met als thema “De benadeelde in milieu- en gezondheidzaken”. In dit kennisdocument vindt u de bijdragen van de sprekers van die themadag.

De inleiding is verzorgd door mr. A. de Lange MPA. Prof. mr. drs. F.C.M.A. Michiels, mr. J.H.G. van den Broek en mr. A.H.J. van den Biesen belichten de positie van de benadeelde in milieuzaken vanuit bestuursrechtelijk perspectief. Prof. mr. Th. A. de Roos en mr. F.P.E. Wiemans stellen de positie van de benadeelde in het milieustrafrecht aan de orde. Mr. R. van den Munckhof bespreekt de mogelijkheden voor schadevergoeding en schadecompensatie in milieuschadezaken. In de bijdragen van prof. mr. J.B.M. Vranken en prof. mr. drs. G. de Groot wordt het thema in een civielrechtelijk kader geplaatst.

·         Mr. A. de Lange MPA is voorzitter van de sector strafrecht van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en coördinator van het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid.
·         Prof. mr. drs. F.C.M.A. Michiels is hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit van Tilburg.
·         Mr. J.H.G. van den Broek is senior Legal Counsel VNO-NCW - MKB-Nederland.
·         Mr. A.H.J. van den Biesen is advocaat bij Van den Biesen Boesveld Advocaten te Amsterdam.
·         Prof. mr. Th. A. de Roos is hoogleraar Straf(proces)recht aan de Universiteit van Tilburg en raadsheer gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
·         Mr. F.P.E. Wiemans is raadsheer in het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
·         Mr. R. van den Munckhof is senior juridisch medewerker bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch en coördinerend wetenschappelijk medewerker Kenniscentrum Milieu en Gezondheid.
·         Prof. mr. J.B.M. Vranken is hoogleraar methodologie van het privaat recht aan de Universiteit van Tilburg.Prof. mr.drs. G. de Groot is senior rechter in de rechtbank Amsterdam en bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

€ 25.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



50 jaar Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden; Staatsrechtelijke- en constitutionele ontwikkelingen in de Caribische delen van het Koninkrijk één jaar na de opheffing van de Nederlandse Antillen.
50 jaar Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden; Staatsrechtelijke- en constitutionele ontwikkelingen in de Caribische delen van het Koninkrijk één jaar na de opheffing van de Nederlandse Antillen.
J.M. Saleh

Prof. mr. Jaime M. Saleh (1941, Bonaire) aanvaardde op 28 april 2006 zijn ambt van bijzonder hoogleraar in het Constitutioneel Koninkrijksrecht aan de Universiteit Utrecht. Deze leerstoel is ingesteld door de Curaçaose Stichting Sociale Cohesie en Multiculturaliteit en richt zich op de multiculturele aspecten en sociale cohesie binnen het Koninkrijk.

Het eerste deel van dit boek behelst de rede die hij bij de aanvaarding van zijn ambt uitsprak. In deze rede, getiteld “50 jaar Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden: in vrijheid en verscheidenheid verbonden of tot elkaar veroordeeld,” bespreekt hij de kansen die het Koninkrijk biedt.

Het tweede deel van het boek betreft zijn afscheidsrede getiteld “Staatsrechtelijke- en constitutionele ontwikkelingen in de Caribische delen van het Koninkrijk één jaar na de opheffing
van de Nederlandse Antillen.” Deze rede is in verkorte vorm uitgesproken op 13 oktober 2011 en behandelt vraagstukken als het zelfbeschikkingsrecht, autonomie, gelijkwaardigheid en de beginselen van behoorlijk bestuur. Daarbij gaat Saleh ondermeer in op de verantwoordelijkheden die deze zaken voor de onderscheidenlijke overheden met zich brengen. Beide redes zijn in het bijzonder vanuit Caribisch perspectief geschreven.

€ 7.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Twee heren dienen: Geestelijk verzorgers en hun beroepseer
Twee heren dienen: Geestelijk verzorgers en hun beroepseer
Theo W.A. de Wit, Evert Jonker en Ryan van Eijk (redactiesecretaris)

Deel 3. Publicatiereeks van het Centrum voor Justitiepastoraat, Tilburg/Kampen.

Geestelijk verzorgers die bij een instelling als justitie werken dienen twee heren, kun je zeggen. Als ambtenaar worden zij betaald door de overheid, maar als ambtsdrager zijn zij gezonden door een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie. Deze precaire, maar ook fascinerende positie is een gevolg van de regeling van de verhouding tussen kerk en staat in Nederland. Deze positie schept ruimte, maar geeft ook spanning.

Met een zekere regelmaat uiten geestelijk verzorgers de laatste jaren de verzuchting dat hun speelveld kleiner is geworden. Van hen wordt dikwijls een loyaliteit verwacht die op gespannen voet kan komen te staan met hun zending. Dreigt het dichte web van regelgeving, deskundigheid en politieke druk hen op te zuigen door toenemende uniformering en centralisering?

Maar er is ook een andere kant. Want het wettelijk recht op geestelijke verzorging in detentie (evenals bij de krijgsmacht) impliceert ook dat de wetgever/overheid geestelijk verzorgers nodig heeft. Zij kunnen alleen geloofwaardig functioneren als de eigenheid van hun werk ook gestalte krijgt. Hier naderen we de kernvraag van deze bundel: hoe valt de point d’honneur, de beroepseer van de geestelijk verzorger te omschrijven? De opdracht om tussen kerk en staat, of zendende instantie en zorginstelling te balanceren werpt in alle scherpte de vraag op naar de identiteit van de geestelijk verzorger.

Deze thematiek maakt deze bundel boeiend voor geestelijk verzorgers of ze nu werkzaam zijn bij justitie, bij de krijgsmacht of in zorginstellingen.

Twee heren dienen is een uitgave van het aan de Universiteit van Tilburg gevestigde oecumenische Centrum voor Justitiepastoraat. 

€ 14.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Culturele vrijheid en het strafrecht
Culturele vrijheid en het strafrecht
Wouter Limborgh

In het proefschrift wordt ingegaan op de toelaatbaarheid en strafbaarheid van culturele feiten die onder het bereik van de Nederlandse strafwet vallen. Voorbeelden van dergelijke culturele feiten zijn eerwraak, meisjes- en jongensbesnijdenis en polygamie.

Het geschetste beoordelingskader Aan de hand van de (voornamelijk) door de filosofen Amartya Sen en Martha Nussbaum ontwikkelde capability-benadering wordt in het proefschrift een kader geschetst waarbinnen culturele feiten op een genuanceerde en afgewogen wijze kunnen worden geëvalueerd. Betoogd wordt dat de toelaatbaarheid van culturele feiten afhankelijk is van de effecten van die feiten op de vrijheden die mensen in hun dagelijkse bestaan genieten. Voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van een specifiek cultureel feit dient een afweging te worden gemaakt tussen enerzijds de culturele vrijheid van de pleger en anderzijds de vrijheden van de slachtoffers.

In het proefschrift wordt (verder onder meer) beargumenteerd dat culturele feiten die binnen het geschetste kader toelaatbaar worden bevonden, van strafrechtelijke aansprakelijkheid moeten worden uitgesloten. Om dit te bewerkstelligen dient te worden aangesloten bij één van de beginselen die ten grondslag liggen aan het Nederlandse strafrecht: het wederrechtelijkheidsbeginsel. Dit beginsel krijgt binnen het Nederlandse strafrecht op verschillende manieren vorm. Elk van deze manieren vormt een potentieel aanknopingspunt voor het van strafrechtelijke aansprakelijkheid uitsluiten van toelaatbare culturele feiten. Bij welke vorm moet worden aangesloten, is afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval.

Evaluatie van concrete culturele feiten In het proefschrift wordt een aantal concrete culturele feiten geëvalueerd. Geconcludeerd wordt onder meer dat in de geschetste omstandigheden van het geval: -   eerwraak, de in Nederland veel voorkomende vorm van jongensbesnijdenis die ‘periah’ wordt genoemd en de meest ingrijpende vormen van meisjesbesnijdenis (clitoridectomie, excisie en infibulatie) niet toelaatbaar zijn omdat de culturele vrijheid van de plegers niet opweegt tegen de vrijheden van de slachtoffers. De culturele vrijheid van de plegers vormt in deze gevallen geen overtuigende reden om het betreffende culturele feit van strafrechtelijke aansprakelijkheid uit te sluiten; -   symbolische meisjesbesnijdenis en polygamie toelaatbaar zijn en op grond van de culturele vrijheid van de plegers van strafrechtelijke aansprakelijkheid dienen te worden uitgesloten. Wat betreft polygamie moet deze uitsluiting worden bewerkstelligd door de strafbaarstelling van bigamie (art. 237 Sr) uit het wetboek van strafrecht te schrappen. Symbolische besnijdenis dient van strafrechtelijk aansprakelijkheid te worden uitgesloten door de delictsomschrijvingen van art. 300 e.v. Sr restrictief te interpreteren. Symbolische meisjesbesnijdenis kwalificeert dan niet langer als strafbare mishandeling.   

€ 25.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Democratization through UN peacekeeping operations?
Democratization through UN peacekeeping operations?
Andres B. Munoz Mosquera

This text examines the question whether peacekeeping operations establish peacekeeping regimes in the territories in which they deploy, how they have affected the international community deplete traditional understanding of involvement in domestic affairs and consent of the receiving States, and whether we have to take into consideration a new development in political science related to the democratization processes. This is an analysis of UN peacekeeping operations and their impact on global politics. Peacekeeping operations create certain arrangements intended to modify actors’ behavior, with an ultimate goal of solving the conflict, and is a temporary regime! In the 1990s there were peacekeeping operations that looked like the obsolete UN Charter trusteeships system but on the other hand “violated” the once sacrosanct principle or Article 2(7) of the UN Charter of refraining from intervening in the internal affairs of states. The principle that required the consent of the receiving state for the deployment of UN peacekeeping forces on its territory lost importance in favor of the need to promote human rights and democracy.

The UN peacekeeping operation in Namibia, and those in Cambodia, Kosovo and East Timor brought a new dimension to the creation of democracy. This to the point of wondering if we are not being witnesses to the fourth wave of democratization. This text further develops this hypothesis and recognizes that although it is too soon to qualify this phenomenon as a new wave of democratization or a simple way of democratization, we should not refrain. Collecting the characteristics observed in the case studies to use them to craft those of the proto-paradigm for candidate members of what might be the fourth wave of democratization.




Limits of criminal law
Limits of criminal law


In the fight against national and international crime and other forms of impediment, modern western governments increase the use of criminal law. Both in the procedural criminal law and the substantive criminal law, new codes, powers and means of coercion are introduced by governments. Several of these instruments make it possible for state party governments to intervene in the private lives of citizens in a substantive and aggravated manner. In the name of crime prevention and public security, governments are even willing to disregard fundamental principals that have long been defined in criminal law. Questions that logically rise are: how far can we go? What are the limits to criminal law and what are the consequenses of crossing them?




The long and winding road to.. Rome
The long and winding road to.. Rome
C. Tofan (ed.)

The history of the establishment of the International Criminal Court (ICC) spans over more than a century. The “road to Rome” was a long and often contentious one. While efforts to create a global criminal court can be traced back to the early 19th century, the story began in earnest in 1872 with Gustav Moynier – one of the founders of the International Committee of the Red Cross – who proposed a permanent court in response to the crimes of the Franco-Prussian War. In 1948, the United Nations General Assembly adopted the Genocide Convention in which it called for criminals to be tried “by such international penal tribunals as may have jurisdiction”.In June 1989, motivated in part by an effort to combat drug trafficking, Trinidad and Tobago resurrected a pre-existing proposal for the establishment of an ICC and the UN GA asked that the ILC resume its work on drafting a statute. The conflicts in Bosnia-Herzegovina and Croatia as well as in Rwanda in the early 1990s and the mass commission of crimes against humanity, war crimes, and genocide led the UN Security Council to establish two separate temporary ad hoc tribunals to hold individuals accountable for these atrocities, further highlighting the need for a permanent international criminal court. In 1994, the ILC presented its final draft statute for an ICC to the UN GA and recommended that a conference of plenipotentiaries be convened to negotiate a treaty and enact the Statute. To consider major substantive issues in the draft statute, the General Assembly established the Ad Hoc Committee on the Establishment of an International Criminal Court, which met twice in 1995.

Based on the Preparatory Committee’s draft, the UNGA decided to convene the United Nations Conference of Plenipotentiaries on the Establishment of an ICC at its fifty-second session to “finalize and adopt a convention on the establishment” of an ICC. The “Rome Conference” took place from 15 June to 17 July 1998 in Rome, Italy, with 160 countries participating in the negotiations and the NGO Coalition closely monitoring these discussions, distributing information worldwide on developments, and facilitating the participation and parallel activities of more than 200 NGOs.

The Preparatory Commission (PrepCom) was charged with completing the establishment and smooth functioning of the Court by negotiating complementary documents, including the Rules of Procedure and Evidence, the Elements of Crimes, the Relationship Agreement between the Court and the United Nations, the Financial Regulations, the Agreement on the Privileges and Immunities of the Court. On 11 April 2002, the 60th ratification necessary to trigger the entry into force of the Rome Statute was deposited by several states in conjunction. The treaty entered into force on 1 July 2002. The Court recently started prosecuting several accused and in 2010 the first review conference was held. This book describes the history of the ICC and presents the most important legal documents that let to the establishment of this remarcable institute.




Mensenrechten in het Romeinse Recht
Mensenrechten in het Romeinse Recht
Jacob Giltaij

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zijn in het midden van de 20e eeuw opgesteld. Maar de idee dat aan mensen bepaalde rechten toekomen op grond van hun ‘mens-zijn’, los van nationaliteit en sociale status, is veel ouder. Kunnen we deze idee al traceren in het Romeinse recht?

In de 16e en 17e eeuw formuleerden de juridisch humanisten de eerste theorie van ‘natuurlijke subjectieve rechten’. Zij deden dit op grond van teksten uit de Oudheid, filosofische teksten, maar ook Romeinse juridische teksten. De inhoud van deze Romeinse juridische teksten komt vaak niet overeen met het beeld dat we gewoonlijk hebben van de Romeinse samenleving. Slaven en niet-burgers blijken tot op zekere hoogte wel degelijk rechtsbescherming te hebben genoten. Maar zijn deze vormen van rechtsbescherming exemplarisch voor het bestaan van een voorloper van de moderne mensenrechtenidee in het Romeinse recht?

Jacob Giltaij onderzoekt in zijn proefschrift deze vormen van rechtsbescherming en de ideeën die daaraan ten grondslag hebben gelegen. Dit leidt tot een aantal vernieuwende inzichten over de invloed van de Stoïsche filosofie in het oude Rome en het karakter en de juridische structuur van de Romeinse samenleving, maar bevestigt ook de waarde van de studie van het Romeinse recht voor een goed begrip van juridische ideeën in de moderne tijd.  

€ 25.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Genocide on Trial
Genocide on Trial
W. van der Wolf, D. de Ruiter (Eds.)

In 1933 a proposal by Raphael Lemkin on the "crime of barbarity" was brought before the Legal Council of the League of Nations, being the first formal attempt to create a law against genocide. In 1946 the UN adopted resolution 96 confirming the crime of genocide, but it was not until 1948 that a definition of genocide came into being in the Genocide Convention.

It has been through case law that the definition of genocide became more clear. In 2007 the European Court of Human Rights (ECHR) noted that the narrow view of `intent to destroy` was the majority opinion among legal scholars. This narrow view included the necessity of biological-physical destruction of groups in order to qualify an act as genocide. It concluded furthermore that both the International Criminal Tribunal for the Former Yugoslavia (ICTY) and the International Court of Justice (ICJ) agreed to the narrow interpretation. Laying the foundation for the punishment of the crime of genocide, the precise definition of the term remained topic of debate among legal scholars.

This book examines all case law on Genocide from the start of the 20th century to the cases brought before the Tribunals in more recent days.

Genocide on Trail should be mandatory reading for anyone interested in the history of war crimes trails as well as scholars wanting a digest of case-law related to Genocide.




Gezondheidsrecht wetten
Gezondheidsrecht wetten


De Gezondheidsrecht Wettenbundel 2011-2012 bestaat uit een selectie van wetten en regelingen die een rol spelen binnen het gezondheidsrecht. Doordat de wettenbundel wetten van meerdere deelterreinen van het gezondheidsrecht bevat, is hij geschikt voor een breed publiek. Zo is hij geschikt voor mensen die werken in de gezondheidssector zoals managers van gezondheidsinstellingen of koepelorganisaties, zorgverzekeraars en de overheid. Daarnaast is de wettenbundel geschikt voor geschilbeslechters werkzaam binnen het gezondheidsrecht, zoals advocaten, juristen en mediators. Tot slot is de wettenbundel uitstekend te gebruik voor het onderwijs aan universiteiten, hoger beroepsinstellingen of andere praktijkopleidingen. De Gezondheidsrecht Wettenbundel 2011-2012 is compleet, eenvoudig en duidelijk. Daarnaast bevat het een uitgebreid trefwoordenregister.

€ 31.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Gedragsverboden en vrijheidsbeperking
Gedragsverboden en vrijheidsbeperking
F.W. Bleichrodt, S. De Decker

In dit pre-advies voor de Nederlands-Vlaamse vereniging voor strafrecht schrijft Prof. Bleichrodt over de "Beperking van bewegingsvrijheid en beïnvloeding van gedrag in het Nederlands straf- en strafprocesrecht". Drs. De Decker beschrijft de gedragsverboden en vrijheidsbeperkingen in België.

€ 30.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Testing times:
Testing times:
Karin Baakman

The rapid decline of biological diversity as a result of human activities is a major challenge for the international community. National, regional and international legislation has been introduced to halt this trend. This study reviews the eff ectiveness of the five most significant international biodiversity-related conventions:
- The Ramsar Convention
- The World Heritage Convention
- The Convention on the International Trade in Endangered Species
- The Migratory Species Convention
- The Convention on Biological Diversity

A three-step approach is followed in this study. The first step comprises a survey of the concept of eff ectiveness with respect to international environmental agreements, which leads to a workable definition of effectiveness. The second step involves the development of a practical test – the Effectiveness Test – to determine the eff ectiveness of the five conventions in relation to the problems they intend to address. The fi nal step concerns the actual examination and assessment of each individual convention on the basis of the Effectiveness Test. The findings are certainly worrying; these are testing times indeed.




Inleiding Krijgswetenschappen
Inleiding Krijgswetenschappen
S.N. Mengelberg, M.A.G. de Jong, A. de Munnik (red.)

Oorlog en oorlogvoering behoren tot de meest ingrijpende en dramatische eigenheden van de mensheid. Hoewel de dreiging tussen de dominante wereldmachten sterk is afgenomen, confronteert het nieuws ons nog dagelijks met conflicten en oorlogen in de wereld. Waarom vinden oorlogen plaats? Hoe zijn karakter en functie van oorlog in de loop der tijd veranderd? Welke invloed hebben internationale machtsverhoudingen en het informatietijdperk op oorlogvoering? Met welke operationele, juridische en ethische dilemma’s heeft een krijgsmacht te maken? Deze vragen staan centraal in de krijgswetenschappen. Ze bestuderen de kennis van het oorlogvoeren en de toepassing daarvan. De focus ligt daarbij op de inzet van militaire middelen door de krijgsmacht binnen het kader van geschiedenis en staatsinrichting, internationale veiligheidsstudies en rechtswetenschappen. Dit boek is een inleiding op het vakgebied. Het biedt meer inzicht in de complexe wereld waarin hedendaagse krijgsmachten actief zijn. De krijgswetenschappen beogen militairen een brede kennis bij te brengen, op basis waarvan vraagstukken en problemen over de inzet van militaire middelen kunnen worden begrepen en opgelost. De krijgsmachten van nu hebben behoefte aan ‘thinking soldiers’.

€ 29.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Godsdienstvrijheid aan banden
Godsdienstvrijheid aan banden
Henk Post

Sommigen hoopten en velen verwachten dat religie geleidelijk aan uit het Nederlandse openbare leven zou verdwijnen. In het eerste decennium van de 21ste eeuw is echter het tegendeel gebeurd. De rol van religie staat centraal in het openbare debat. Ze is weliswaar heftig omstreden, maar wordt soms uit onverwachte hoek juist aangeprezen. Terwijl gelovige christenen, joden en moslims elkaar proberen te verstaan, drijven fanatici en in troebel water vissende politici ze uit elkaar. Tegelijkertijd hebben andere godsdienstige en levensbeschouwelijke stromingen, waaronder het humanisme, een gelijkwaardige plaats gekregen in het openbare leven. De belangrijkste scheidslijn lijkt dwars door alle stromingen heen te lopen, namelijk die tussen openheid en tolerantie aan de ene kant, en uitsluiting en fanatisme aan de andere kant.

In de huidige, nu eens heftige, dan weer subtiele discussie is het nieuwe boek van Henk Post een aanwinst voor ieder die zich voor de argumentatielijnen interesseert. Hij onderzoekt de rol van religie in het publieke domein, zoals die door grondrechten wordt beschermd en begrensd. In dit verrassend veelzijdige boek volgt Henk Post schrijvers en politieke en religieuze leiders op de voet. Ook wie hem in zijn beoordelingen niet overal volgt, zal zijn heldere analyses als een welkome gids waarderen.

Ernst Hirsch Ballin, hoogleraar aan Tilburg University en Universiteit van Amsterdam, oud-minister van Justitie.

Het debat over godsdienst en zijn plaats in de publieke ruimte laait de laatste jaren vaak hoog op. In religieuze en confessionele kringen wordt hier wel eens uit afgeleid dat godsdienst zelf bezig is aan een come back. Mij lijkt het waarschijnlijker dat de hevigheid van het debat voortkomt uit de verminderde vanzelfsprekendheid waarin bepaalde claims vanuit religieuze kringen door een inmiddels geseculariseerde samenleving worden aanvaard. Om goed zicht op het debat te krijgen is het van belang te weten wat precies onder godsdienstvrijheid, secularisme, neutraliteit van de staat  en andere cruciale termen wordt verstaan. Het is verheugend dat Henk Post daarover een grondig en gezaghebbend boek heeft geschreven. Post beschrijft en situeert het debat niet alleen, hij neemt geregeld ook stelling in. Men hoeft het niet altijd met hem eens te zijn – zelf ben ik dat als liberaal soms wel, maar soms ook zeker niet – om veel waardering voor deze lezenswaardige duiding van godsdienstvrijheid en de hedendaagse debatten erover te kunnen uitspreken.

Patrick van Schie, directeur van de Prof.mr. B.M. Teldersstichting, het onafhankelijk wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme gelieerd aan de VVD.

In zijn nieuwe boek geeft Henk Post een even doorwrochte als principiële analyse van het beginsel van de godsdienstvrijheid. Met een keur aan argumenten verwerpt hij de in intellectuele kring dominante seculariseringsthese. Religie is allerminst uit het publiek domein verdwenen. Sterker nog, de multiculturele migratiesamenleving die Nederland – ondanks alle politieke geweeklaag – is geworden wordt opnieuw indringend geconfronteerd met religie als publiek fenomeen. Het debat over zichtbare uitingsvormen van religie, zoals minaret, burka en ritueel slachten, raakt door een al te strikte interpretatie van de scheiding van kerk en staat aan fundamentele vrijheden. De auteur laat overtuigend zien dat de godsdienstvrijheid een cruciaal element is in de Nederlandse geschiedenis. Deze vrijheid is essentieel, juist omdat wij in de democratische rechtsstaat in politieke en juridische zin als burgers elkaars gelijken zijn. De godsdienstvrijheid komt daarom aan eenieder toe, ongeacht aard en herkomst van de religie. En de godsdienstvrijheid houdt ook in het recht op uiting van deze godsdienst in publieke ruimte, maatschappelijk debat en politieke strijd. Posts boek is een verademing in deze tijden van populistische vertogen over gedeelde identiteit en geschiedenis, die miskennen dat Nederland een land is gebouwd op verschil, niet in de laatste plaats op religieus verschil.

Paul Frissen, Decaan en Bestuursvoorzitter Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, Hoogleraar Bestuurskunde Universiteit van Tilburg, Lid Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling.

Dr. Henk Post doet onderzoek naar godsdienstvrijheid. Zijn vorige essay Gelijkheid als nieuwe religie. Een studie over het spanningsveld tussen godsdienstvrijheid en gelijkheid verscheen in 2010. Zijn werkzaamheden omvatten tevens advies, publicaties, lezingen en doceren. Post is gepromoveerd in de economische wetenschappen, de theologie en de letteren.

€ 19.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Torture in international criminal law
Torture in international criminal law
C. Tofan

Torture cannot be defined by a list of prohibited practices. Human rights treaties define it in a number of different ways, reflecting the different contexts in which they were drafted and the purposes of each particular treaty.

It is impossible to draw a clear dividing line between "torture" and other "cruel, inhuman or degrading treatment or punishment". Both torture and ill treatment are probihited in all circumstances by international law.

In times of international armed conflict, ill treatment (described as "inhuman treatment`and "willfully causing great suffering or serious injury to body or health" in the Geneva Conventions) is prohibited and criminalized as grave breaches of the Geneva Conventions.  These grave breaches are also incorporated in the jurisdiction of the Yugoslavia Tribunal and of the International Criminal Court. The Rome Statute of the International Criminal Courts prohibits torture when it constitutes genocide, a crime against humanity or a war crime.

This book examines case-law on torture as a main issue on Trail. ICTY, ICTR, SCSL and ICC regulations and jurisprudence are being discussed.




The Returns Directive: Central Themes, Problem Issues, and Implementation in Selected Member States
The Returns Directive: Central Themes, Problem Issues, and Implementation in Selected Member States
Karin Zwaan (ed.)

On 24 December 2010 the deadline for the transposition of the Returns Directive (2008/115/EC, Directive on Common Standards and Procedures in Member States for Returning Illegally Staying Third Country Nationals) expired. The lectures on which this book is based were originally given during a Jean Monnet/Centre for Migration Law seminar on the Returns Directive that took place in Nijmegen, at the Centre for Migration Law, Radboud University, on Monday 14 February 2011. In light of the very substantial level of interest, we have decided to publish a book on the results of the seminar so that people who were not able to attend may benefit from the wealth of knowledge and information which was shared. The book is divided in two sections. The first section goes into the central themes and the problem issues of the Returns Directive. The second part of the book focuses on the implementation of the Returns Directive in a selected number of Member States. This book offers insight in all the different aspects of the Returns Directive.




Equilibrium in International Commercial Contracts
Equilibrium in International Commercial Contracts
Ahmet Cemil Yildirim

Dr. Yildirim was born in Ankara, Turkey in 1979. He holds a LL.B. degree from Yeditepe University, a LL.M. degree from the University of East Anglia and a PhD degree from the University of Rome II “Tor Vergata”. He is currently working as senior lecturer at Istanbul Kemerburgaz University School of Law, and teaches international commercial law and international commercial arbitration at Bahçe şehir and Yeniyüzyıl Universities. Dr. Yildirim’s publications include several articles on international commercial law published in various international law reviews. He also serves as counsel and arbitrator in national and international arbitrations. The 20th Century witnessed many wars, natural disasters, political and financial crises, spread use of information and communication technologies and global trade expansion. These political, economical and social events had some effects on legal systems both in national and international levels. As these events altered the equilibrium of many contracts, legal institutions that regard the restoration of the equilibrium of reciprocal contractual undertakings were developed in the last Century; such as lésion, unconscionability, unfairness, gabin, eccessiva onerosità sopravvenuta, imprévision, Wegfall der Geschäfts-grundlage, işlem temelinin çökmesi and hardship.

In this work the author studies these institutions in the context of national, international and transnational laws from a comparative point of view. The author illustrates how the legal remedies are applied in periods of political and financial crises in the context of various legal systems. You will also find in this book the most complete study of the UNIDROIT Principles’ provisions on gross disparity and hardship that include also the relevant arbitral case law.




Labour and the Law in Europe
Labour and the Law in Europe
Antoine Jacobs

The aim of this book is to present a satellite view on labour law and social security  law in the Member States of the European Union (EU).


For centuries, Europe consisted of numerous sovereign nations each with its own legal system. However, in recent decades Europe has slowly emerged as a single power alongside other superpowers, such as the US, Russia, China, Japan and India. Rather than studying the separate legal systems of the European nation states, an ever-growing number of people show an interest in studying the common features of the legal systems of the countries that make up the EU.


In the field of labour law and social security law, one purpose of this approach may be to see whether there is such a thing as a distinctively European social model as opposed to the social models of other powers. This is what this book sets out to do, but it is not an easy ambition to fulfil, as full harmonisation of the labour law and social security law of the Member States is a distant prospect.




Goed bestuur Sint-Maarten: tussen recht en realiteit
Goed bestuur Sint-Maarten: tussen recht en realiteit
G.H. Addink, M.D.C. van der Tol en C.M.C. Wagemakers (red.)

De Gouverneur van Sint Maarten, dhr. Eugene Holiday, gaf in februari 2013 een lezing aan de Universiteit Utrecht over uitdagingen op Sint Maarten met betrekking tot goed bestuur. Hij nodigde studenten uit verder onderzoek te doen naar goed bestuur op Sint Maarten.

Een tiental studenten heeft het afgelopen jaar onderzoek gedaan naar goed bestuur op Sint Maarten. Diverse thema’s zijn bestudeerd: de betekenis van deugdelijk bestuur in het Statuut en de rol van beginselen in het recht van Sint Maarten, zoals de beginselen van effectiviteit, transparantie en integriteit.
Verder is onderzoek gedaan naar de rol van het Constitutioneel Hof en de Algemene Rekenkamer in de ontwikkeling van goed bestuur. Tenslotte zijn er bijdragen die ingaan op de relatie tussen Sint Maarten en de Europese Unie, in algemene zin en met betrekking tot beginselen van aanbestedingsrecht bij
projecten die met Europese subsidiegelden worden bekostigd. Een onderdeel van het onderzoek vormde een studiereis naar het land om door middel van gesprekken en interviews van dichtbij en op een directe wijze kennis te maken met het land en in het bijzonder het landsbestuur.

In deze bundel zijn de onderzoeksresultaten en conclusies opgenomen. Deze gaan veelal vergezeld van concrete aanbevelingen aan het bestuur van het land Sint Maarten en in enkele gevallen ook aan de Koninkrijkswetgever.

€ 24.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Misdaad, straf en herstel
Misdaad, straf en herstel
Jacques Claessen

Dit boek gaat over de legitimiteitscrisis van het strafrecht. Beschreven wordt hoe het huidige publiekrechtelijke strafsysteem in de inquisitie en de Verlichting wortelt en welk mens- en wereldbeeld oorspronkelijk aan het strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Nagegaan wordt hoe dit beeld in de loop van de tijd is veranderd en welke gevolgen dit voor de benadering van misdaad en misdadigers heeft gehad. Het boek bespreekt op kritische wijze zowel de heersende straftheorieën als de huidige strafpraktijk en legt de belangrijkste beperkingen en tekortkomingen ervan bloot. Het zijn vooral de overschatting van de criminaliteitbestrijdende werking en het vermeend morele karakter van het strafrecht die in deze studie aan de kaak worden gesteld. Naast een fundamentele kritiek op het strafrecht biedt dit boek ook een alternatief voor de defaitistische misdaadaanpak van nu. Dit alternatief bestaat uit een herstelrechtelijke benadering. Dit boek geeft een aanzet tot een misdaadrecht in het kader waarvan niet straf maar herstel (van schade en relaties) centraal staat. Belangrijke concepten binnen deze context zijn verbondenheid, berouw, vergeving, verzoening en pacificatie.

€ 23.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Commissie Gelijke Behandeling, Oordelen en Commentaar 2010
Commissie Gelijke Behandeling, Oordelen en Commentaar 2010
C.J. Forderer (red.)

In 2011 verschijnt alweer de twaalfde Oordelenbundel met daarin een kritische bespreking van de oordelen van de Commissie gelijke behandeling in het licht van het nationale en internationale gelijkebehandelingsrecht. De productie van de Commissie gelijke behandeling in 2010 – weer een groot aantal oordelen en adviezen – wordt besproken door een deskundige onafhankelijke redactie.

In deze bundel leest u welke vernieuwende ontwikkelingen er waren.
• Maakt een drukker die weigert om handdoeken met homo-vriendelijke teksten te drukken zich schuldig aan discriminatie?
• Waarom is de discriminatiebescherming op grond van de arbeidsduur en de aard van de arbeidsovereenkomst niet opgenomen in de concept-wetsvoorstel Integratiewet?
• Boekt de Commissie vooruitgang in de verdeling van de bewijslast bij sekse-discriminatie of neemt ze juist een stap terug?
• Hoe groot is de kans dat het aankomende College voor de Rechten van de Mens de begeerde ‘A’ status gaat behalen?
• Strookt het idee om een boerka- of hoofddoekverbod in te voeren met de oordelenlijn van de Commissie? En zou een dergelijk verbod de goedkeuring wegdragen van het Europees hof voor de rechten van de mens?

Dit jaar worden voor het eerst naast oordelen ook uitspraken van nationale en internationale instanties besproken waar deze een bijdrage leveren aan bescherming tegen discriminatie.




Functie en betekenis van de Grondwet
Functie en betekenis van de Grondwet
Anamarija Kristic, Anne Meuwese, Gerhard van der Schyff (red.)

Op 3 december 2010 vond de Staatsrechtconferentie 2010 plaats te Tilburg, krap een maand nadat de Staatscommissie Grondwet op 11 november 2010 haar rapport had gepresenteerd. Het thema ‘Functie en betekenis van de Grondwet: een dialogisch perspectief’ is mede ingegeven door de activiteiten van de Staatscommissie. Er is echter bewust gekozen voor een bredere invulling van dit thema: de discussie over aanpassing van de Grondwet wordt gevoerd in het licht van wetenschappelijk inzichten over constitutionele rechtsvorming en in dialoog met aanverwante disciplines. In deze bundel treft u de bijdragen aan die tijdens de vier workshopsessies van de Staatsrechtconferentie werden besproken. De indeling volgt die van de conferentie: telkens kijken twee auteurs vanuit een eigen invalshoek naar één thema. Karin van Leeuwen laat in een historische analyse zien hoe verschillende grondwetscommissies uit het verleden al met het thema ‘Constitutionalisering en de burger’ hebben geworsteld. Willem Witteveen geeft in aanvulling daarop een voorzet voor een hedendaagse werkwijze om constitutionele dialoog in de samenleving te stimuleren: de dialoog tussen overheid en burger zou erop gericht moeten zijn de burger in staat te stellen zijn eigen interpretatie te ontwikkelen van de democratische rechtsstaat met de Grondwet als platform en met een handleiding voor het ‘huis van de rechtsstaat’ als didactisch hulpmiddel. Roel Schutgens benadert het tweede thema, ‘Het ‘hoe’ van constitutionele toetsing in Nederland’, zowel principieel als pragmatisch. Hij komt met concrete voorstellen om te voorkomen dat de rechter bij eventuele toetsing van formele wetten actuele, weloverwogen grondwetsinterpretaties van de wetgever doorkruist. Na enkele kritische beschouwingen uit rechtsvergelijkend perspectief, legt Gerhard van der Schyff het voorstel van de Staatscommissie met betrekking tot de beperkingssystematiek langs de legitimiteitslat. Elaine Mak en Anamarija Kristic gaan in afzonderlijke bijdragen in op het thema ‘De Grondwet in transnationale context’. Elaine Mak analyseert op welke manieren de tendens van globalisering, in het bijzonder met betrekking tot de rechtspraak, een plaats kan krijgen in de Grondwet en welke gevolgen hiervan te verwachten zijn voor de rol van de Grondwet en van de rechter in ons rechtssysteem. Anamarija Kristic concentreert zich op het politieke staatsrecht, in het bijzonder op de vraag welke betekenis het nationaal constitutioneel kader nog heeft op terreinen als defensie- en veiligheidsbeleid, waar de internationale politiek een grote invloed heeft op de binnenlandse besluitvorming. In het kader van het vierde thema, ‘Rechterlijke dialogen en de Grondwet’, gaat een privatist in gesprek met een bestuursrechtjurist. De vraag ‘welke rol zou de Grondwet kunnen spelen bij de begrenzing van de rechtsvormende taak van de rechter, en welke rol is weggelegd voor samenwerking/dialoog tussen hoogste rechters?’ wordt door Jurgen de Poorter beantwoord voor het bestuursrecht en door Jan Vranken voor het privaatrecht. Zij komen tot een tegengestelde conclusie wat betreft de wenselijkheid van een regeling van de rechtsvormende taak van de rechter in de Grondwet: Jurgen de Poorter is er geen voorstander van, terwijl Jan Vranken zelfs met een tekstvoorstel komt.

€ 30.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The 1907 Hague Peace Conference
The 1907 Hague Peace Conference
Arthur Eyffinger

The book is the successor of the authors monumental and ASIL Award-winning commemorative books on the International Court of Justice (1996) and the First Hague Peace Conference (1999). The present publication links its two predecessors in bridging the gap between that first seminal gathering of the nations in The Hague in 1899 and the institutionalization of the international judicature in 1922.

The book presents a comprehensive overview of the first ever and unique diplomatic gathering of the self-acclaimed Civilized World prior to the cataclysm of WWI. In its essentially interdisciplinary approach it offers insights into the complex political backdrop, the vexing legal challenges faced and the social atmosphere of the Conference. All this is enlightened with authentic source material and illustrated with pictures that captivate the world of the Belle Epoque.

This book offers
- A Sweeping Panorama of the Period
- A Rich Analysis of the Conventions
- Scores of Excerpts from Speeches of Delegates
- A Captivating Review of the Social Entourage
- A Dazzling Display of Photographs
- Historical Documents and Cartoons




The anti-money laundering system in the context of globalisation
The anti-money laundering system in the context of globalisation
Liliya Gelemerova

In the past two decades money laundering has been presented by policy makers as a grave global threat to the world economy, undermining its foundations while allowing trillions of dollars in dirty money to slip into the upperworld economy. In order to fend off this threat, the authorities put into place a global mechanism of surveillance and control, imposing heavy multi-million dollar burdens on the financial industry, ultimately to be paid by customers. Despite these efforts and strengthened state control, the threat still appears to be the same as it was 20 years ago. Moreover, the real menace now appears instead to be the result of the behaviour of respectable, but recklessly operating, bankers. What is going on?

This work critically investigates the origins and foundations of the global anti-money laundering policy. It describes its obscure inception and exposes the incoherent arguments being accepted as "conventional wisdom" that policy makers use to introduce new and stricter regulations. Providing a step-by-step analysis of the current fear-driven policy, the author makes clear that this important subject needs to be addressed within a reasoned and realistic framework. This book makes the reader aware of the serious consequences of a policy that appears to have lost its sense of proportionality and to be based on poorly substantiated fear.      




IJELP volume 7, issue 1-2 2011
IJELP volume 7, issue 1-2 2011
J. de Groof (ed.)

Single volume purchase! Subscriptions for 60 Euro per year, including a special edition and discount (40%) on yearbooks, see http://www.wolfpublishers.com/book.php?id=155

 - Luisa Ribolzi Articles- Thomas Misco
Child Rights in the Network of Generations - Lothar Krappmann and Kurt Luscher
Language Policies and Law in Education in Post-Soviet Belarus - Iryna Ulasiuk
Civil Society and Control of Corruption: Assessing Governance of Romanian Public Universities - Alina Mungiu-Pippidi

Country reports- Charles Glenn and Walter Berka
BOSNIA & HERZEGOVINA - Adila Pašalić Kreso
FINLAND - Paivi Gynther
FRANCE  - Andre Legrand and Charles Glenn
GEORGIA - Chiora Taktakishvili and Ravaz Khoperia
INDIA - Prachi Deshmukh Odhekar
KOREA - Jae-Woong Kim, Jae-Bong Yoo and Heekwon Sohn
MALAYSIA - Fatt Hee Tie
MALTA - Christopher Bezzina
SPAIN - Charles Glenn and Arturo Galan Introduction: Diversity in education: Struggle for life Teaching about controversial issues: Rationale, practice, and need for inquiry AUSTRIA  Observations- Tiffany Goddard

Book review

Jo Ritzen: “A Chance for European Universities” -
Genc Alimehmeti Educational Diversity and Accountability through Charter Schools




Style Piracy
Style Piracy
D.C.D. de Ruiter

Fashion is a big, creative industry which is responsible for sales of almost $200 billion in the United States. While the United States provides good protection through its intellectual property law for works such as books, movies and music, it offers only little protection for fashion designs. Fashion designs in the United States can be easily copied, this concept of copying someone else’s fashion design is known as ‘style piracy’. There are people who think that the lacking system of protection for fashion designs is actually beneficial, this is called the ‘piracy paradox’. Opponents of this piracy paradox argue that style piracy destroys the incentives to create and thereby diminishes innovation. This master thesis will discuss the debate between the supporters and opponents of the ‘low IP-equilibrium’ for fashion designs in the United States. Through a comparative study it will enable the reader to understand the current framework of protection for fashion designs in the United States and the way in which it differs with the European framework. The main focus of this master thesis is to show in what way the United States lacks sufficient protection for fashion designs and whether this protection should be strengthened.




The Milosevic Trial - volume 2
The Milosevic Trial - volume 2
P.A. van Laar (ed.)

Slobodan Milosevic served as the President of Serbia from 1989 to 1997 and then as President of the Federal Republic of Yugoslavia (FRY) from 1997 to 2000. From its foundation in 1990, Milosevic was the leader of Serbia`s Socialist Party and one of the key figures in the Yugoslav wars during the 1990s and Kosovo War in 1999. Milosevic was indicted in May 1999, during the Kosovo War, by the UN`s International Criminal Tribunal for the Former Yugoslavia for crimes against humanity in Kosovo (ICTY). Charges of violating the laws or customs of war, grave breaches of the Geneva Conventions in Croatia and Bosnia and genocide in Bosnia were added a year and a half later. He conceded defeat and resigned after demonstrations, following the disputed presidential election of October 2000. Within nine months of his ousting, he was arrested by security forces in Yugoslavia on charges of corruption whilst in power, and within a very short time, was extradited to stand trial in The Hague. At the ICTY, Milosevic conducted his own defence. Milosevic was charged with, amongst others, genocide, deportation, murder, extermination and torture. With just fifty hours of testimony left before the conclusion of the trial, he died in March 2006 after five years in prison. On 14 March 2006, the Trial Chamber terminated proceedings against the accused. This book contains a short introduction to the life of Milosevic and all relevant court documents, including the complete indictments for Croatia, Bosnia-Herzegovina and Kosovo.




Principieel Belastingrecht
Principieel Belastingrecht
Hans Gribnau (red.)

Dit Liber Amicorum werd in mei 2011 aangeboden aan Richard Happé, ter gelegenheid van zijn afscheid als Hoogleraard aan de Universiteit van Tilburg. In de bundel zijn de volgende bijdragen opgenomen:

C.W.M. van Ballegooijen - Moet de meerderheidsregel worden aangepast?
J.W. van den Berge - Reageren op Straatsburg; toetsing van wetgeving aan het verdragsrechtelijke discriminatieverbod (artikel 14 EVRM)
G.J.M.E. de Bont - Fraus legis als anti-misbruikbeginsel: maatschappelijke en ethische opvatting-en en het recht als open stelsel
P.H.J. Essers - Fiscale oorlogsarresten
J.A.G. van der Geld - Ethiek en multinationale ondernemingen
J.L.M. Gribnau - Vrijheid en belastingrecht: een verkenning
G. den Hartogh - Waarom behoren rechtsbeginselen tot het recht?
J.W. Ilsink - Iets over boete en ontneming
E.C.C.M. Kemmeren - De rol van het OESO-Commentaar bij de uitleg van belastingverdragen en het Europese recht: trias politica onder toenemende druk?
P.M.F. van Loon - Waarvan neemt de belastingkamer van de Hoge Raad in cassatie kennis?
A.O. Lubbers - De belastingrechter als wetgever-plaatsvervanger: hoe kan hij zijn beslissing motiveren?J.H.M. Nieuwenhuizen - Horizontale feitenuitleg
E.A.G. van der Ouderaa - De zwanenzang van een bepaling: over de toepassing van het vertrouwensbeginsel bij de beëindiging van staatssteun
M.R.T. Pauwels - Over de problematiek van incommensurabiliteit, het SGP-arrest, en algemene beginselen van behoorlijk bestuur
T.W.M. Poolen - Horizontalisering van het toezicht: veranderingen in de verhoudingen
C. van Raad - De verdelingsregels van het OESO Modelverdrag: vragen rond rechtszekerheid en doelmatigheid – een korte verkenning
J.P.F. Slijpen - De hardheidsclausule, sluitstuk van de rechtsbescherming?
L.G.M. Stevens - Alles wat rechtswaarde heeft is weerloos
S.A. Stevens - Maatschappelijke ondernemingen en ethiek: heeft de overheid een voorbeeldrol?
I.J.F.A. van Vijfeijken - De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in het licht van het gelijkheidsbeginsel

€ 25.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Gehoor geven
Gehoor geven
Krista van Mourik, Karin Zwaan, Ashley Terlouw

In de periode 1 maart 2010 tot 1 maart 2011 is door het Centrum voor Migratierecht en het Instituut voor Rechtssociologie van de Radboud Universiteit Nijmegen onderzoek gedaan naar de effecten van werkinstructie 2008/6. Werkinstructie 2008/6 is een richtlijn voor hoor- en beslisambtenaren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) voor de wijze waarop zij binnen de asielprocedure moeten omgaan met asielzoekers met psychische problemen. De werkinstructie geeft daarnaast handvatten voor advocaten die asielzoekers met psychische problemen bijstaan. Het grote belang van de werkinstructie is dat daarmee de noodzaak van aandacht voor psychische problemen in de asielprocedure is erkend en dat deze problemen van invloed kunnen zijn op die procedure.

Het uitgangspunt van de werkinstructie is dat asielzoekers worden gehoord. Maar voor getraumatiseerde asielzoekers kan het moeilijk zijn om consistent en coherent te vertellen over de redenen van hun vlucht. Als deze asielzoekers niet worden gehoord, betekent dat een voor alle partijen onwenselijke vertraging van de procedure. Daarom hebben de IND, het Meldpunt Asielzoekers met Psychische Problemen (MAPP), VluchtelingenWerk Nederland (VWN), de Raad voor Rechtsbijstand, Pharos en het Centraal orgaan opvang asielzoekers met elkaar overlegd over mogelijkheden om deze asielzoekers toch te horen op een wijze die recht doet aan hun psychische problemen. Dit heeft geleid tot werkinstructie 2008/6.

De werkinstructie beschrijft verschillende opties en speciale voorzieningen die mogelijk zijn als is gesignaleerd dat een asielzoeker psychische problemen heeft. Of de werkinstructie inderdaad heeft geleid tot voldoende handvatten voor IND-medewerkers en advocaten om asielzoekers met psychische problemen te horen, dan wel daarin bij te staan, is de vraag die in dit onderzoek centraal stond. Dit boek bevat een verslag van het onderzoek. Het onderzoek bestaat uit een rechtssociologisch en een juridisch deel.

€ 25.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Mercenaries and Law
Mercenaries and Law
M.P.W. Brouwers

Mercenary activities have been a historically constant phenomenon. A phenomenon which descents from the ancient Egypt and the Roman Empire. Some people will refer to mercenaries as ‘hired killers’, some others will say that they are the ‘dogs of war’ or heartless ‘soldiers of fortune.’ This book will provide an insight in the issue mercenaries. After a short introduction on the topic and includes all relevant international legal instruments that have been drafted on the topic.




Politiewerk: tussen taak en uitvoering
Politiewerk: tussen taak en uitvoering
C.M.B. Liedenbaum

In Nederland staat het functioneren van de politie permanent in de belangstelling. Vooral het afgelopen decennium is de druk op de politie toegenomen. De politie moet zich meer gaan bezighouden met haar kerntaken: noodhulp, handhaving en opsporing. Als gevolg hiervan wordt binnen de politieorganisatie gezocht naar een ‘optimale structurering’ van de basispolitiezorg. Daarbij wordt de politie geconfronteerd met allerlei dilemma’s en discussies over hoe het politiewerk aan de basis van de organisatie eruit zou moeten zien.

Om meer zicht te krijgen op het functioneren van de politie wordt in dit boek verslag gedaan van een vergelijkend onderzoek naar de basispolitiezorg in Nederland en Noordrijn–Westfalen. Juist vanwege het duidelijke verschil in de wettelijke en organisatorische inbedding van de politie in beide landen is het interessant te zien wat dit betekent voor de inrichting en uitvoering van de basispolitiezorg. Welke verschillen zijn in de taakuitvoering te ontdekken en in hoeverre zijn deze te verklaren door de wettelijke en organisatorische inbedding?

Ter beantwoording van deze vraag heeft in twee Nederlandse en twee Noordrijn–Westfaalse politiekorpsen uitgebreid observatieonderzoek bij de noodhulp en wijkpolitie plaatsgevonden. Dit boek geeft een gedetailleerde beschrijving van deze observaties en plaatst ze tegen de achtergrond van het politiebestel, de politieorganisatie en de dagelijkse gang van zaken op de werkvloer.

Op 29 april 2011 promoveerde Caroline Liedenbaum (1979) aan de Universiteit Twente.

€ 35.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Schadecompensatie bij overschrijding van de redelijke termijn
Schadecompensatie bij overschrijding van de redelijke termijn
Eva van der Veer

Haastige spoed is zelden goed, zeker indien het juridische procedures betreft. Het is immers in ieders belang dat rechtspraak zorgvuldig tot stand komt. Maar juridische procedures kunnen ook té lang duren. Daarom is in art. 6 EVRM het beginsel van de redelijke termijn opgenomen: verdragsstaten zijn verplicht hun rechtspraak zo in te richten dat procedures waarin burgerlijke rechten en verplichtingen worden vastgesteld of de gegrondheid van een ingestelde vervolging wordt bepaald, binnen een redelijke termijn worden afgehandeld. Art. 13 EVRM bepaalt dat iedere burger, wiens rechten en vrijheden uit het EVRM zijn geschonden, recht heeft op een daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie.

In deze scriptie wordt onderzocht in welke gevallen en op welke wijzen burgers naar Nederlands recht aanspraak kunnen maken op een vorm van compensatie indien in een strafrechtelijke of civielrechtelijke procedure de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM is overschreden, en of dit een daadwerkelijk rechtsmiddel biedt in de zin van art. 13 EVRM.

€ 17.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De roodgevoerde toga
De roodgevoerde toga
Joke Meillo (red.)

Eva in haar door het Ministerie van Justitie verstrekte raio toga, het is oktober 1998. De foto is door haar trotse moeder gemaakt. “Nee mama, dat doen we niet, als er iemand binnenkomt, lachen ze me uit.” “Ach Eva, iedereen begrijpt dat, het is toch leuk. Trek die toga even aan en ga voor die kaart van Zwolle staan. Later ben je er blij mee, een leuke foto toen je net begon als raio”. Eva Meillo (1974-2008) raio en officier van justitie, door de ogen van collega’s uit de strafrechtsketen. Het voorwoord is geschreven door Harm Brouwer, tot 1 juni 2011 voorzitter van het College van procureursgeneraal. Samenstelling en redactie: Joke Meillo, omslagportret: Ien van Laanen.

€ 19.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



A Polity Called EU
A Polity Called EU
Jaap Hoeksma, Dirk Schoenmaker

One of the main challenges of post-war political philosophy has been to establish the nature of the European Union. The aim of these essays is to demonstrate that the Lisbon Treaty of 2009 has construed the EU as a democracy without turning the Union into a state. Consequently, the EU has neither become a federal state nor remained a confederation, but has rather developed into a democratic polity of states and citizens. The EU may therefore be described in positive terms as a Union of democratic states, which also constitutes a democracy of its own.

This revolutionary breakthrough in the theory of international relations is not only of academic interest, but has also direct consequences for the current battle over the euro. The political construction of the EU as a democratic polity of states and citizens is built upon the practice of joint sovereignty. As the Economic and Monetary Union forms part of the EU, the euro rests on shared sovereignty too. In line with the Westphalian system of international relations, however, the markets believe that a currency must be backed by a state. They regard the euro as a currency without a state and predict that it is doomed to fail.

The authors of these essays put forward that it should first be established what the EU actually is before lasting solutions for the euro can be found. They argue that the EU and the Member States of the euro area are the joint sovereign behind the euro. Finally, they suggest that the Europe’s political leaders should demonstrate beyond doubt that it is possible to jointly exercise sovereignty without becoming ineffective. Seen in this perspective, the battle for the euro is indeed a struggle for the EU.

Jaap Hoeksma is philosopher of law and director of Euroknow
Dirk Schoenmaker is dean of the Duisenberg school of finance and professor of Finance, Banking & Insurance at the VU University Amsterdam




The Thomas Lubanga Dyilo Case - Volume 1
The Thomas Lubanga Dyilo Case - Volume 1
P.A. van Laar (ed.)

Thomas Lubanga Dyilo was the first person to be arrested and transferred to the ICC since its entry into force on july 2002. Lubanga, a Congolese national and alledged founder and leader of the Union des Patriotes Congolais (UPC), alledgedly commited war crimes committed in the territory of the Democratic Republic of the Congo since July 2002. It is said that rebels under his command have violated human rights on a massive scale, including ethnic massacres, torture, rape, and forcibly conscripting child soldiers. The Lubanga trial started in January 2009.

Thomas Lubanga is allegedly responsible, as co-perpetrator, of war crimes consisting of:
• Enlisting and conscripting of children under the age of 15 years into the Forces patriotiques pour la libération du Congo [Patriotic Forces for the Liberation of Congo] (FPLC) and using them to participate actively in hostilities in the context of an international armed confl ict from early September, 2002 to 2 June, 2003 (punishable under article 8(2)(b) (xxvi) of the Rome Statute);
• Enlisting and conscripting children under the age of 15 years into the FPLC and using them to participate actively in hostilities in the context of an armed confl ict not of an international character from 2 June, 2003 to 13 August, 2003 (punishable under article 8(2)(e)(vii) of the Rome Statute).

These crimes were allegedly committed in the Ituri region in the north-east of the Democratic Republic of the Congo (DRC). Thomas Lubanga is the fi rst accused to face trial before the ICC.




The Sierra Leone Special Court
The Sierra Leone Special Court
F. Mouloudi (ed.)

This book gives a brief description of the Sierra Leone Tribunal and includes a extensive collection of basic documents related to the Tribunal.




The Special Court for Sierra Leone
The Special Court for Sierra Leone
C. Tofan, F. Mouloudi (eds.)

The Special Court for Sierra Leone is an independent judicial body set up to ‘’try those how bear greatest responsibility’’ for serious violations, war crimes and crimes against humanity committed during the Sierra Leone Civil War which began in 1991 and was declared officially over on 18 January 2002.

Thriteen indictments were issued by the Prosecutor in 2003. Two of those were subsequently withdrawn in December 2003 due to the death of the accused. The trials of three former leasders of the Armed Forces Revolutionary Council (AFRC), two of the Civil Defence Forces (CDF) and three former leaders  of the Revolutionary United Front (RUF) have been completed, including the appeals. This work describes the work of the tribunal and provides an extensive collection of basic materials on the Court.




Rwanda Tribunal
Rwanda Tribunal
F. Mamoudi (ed.)

The International Criminal Tribunal for Rwanda (ICTR) is an international court established in November 1994 by the Untied Nations Security Council in Resolution 955 in order to judge people responsible for the Rwandan Genocide and other serious violations of international law in Rwanda, or by Rwandan citizens in nearby states, between 1 January and 31 December 1994.

The tribunal has jurisdiction over genocide, crimes against humanity and war crimes, which are defined as violations of Common Article Three and Additional Protocol II of the Geneva Conventions (delaing with war crimes committed during internal conflicts).

In this small, practical book, all relveant documents on the Tribunal are published.




De route naar het Recht
De route naar het Recht
A.M. van Kalmthout, E.M.H. Hirsch Ballin, B.E.P. Myjer

De Juridische Hogeschool Avans-Fontys organiseert elk voorjaar de Maaskantlezing met een prominente jurist als spreker. In deze bundel zijn de Maastkantlezingen van 2008 en 2009 samengebracht.

Anton van Kalmthout en Ernst Hirsch Ballin verzorgde in 2008 de maaskantlezing bij de opening van de Juridische Hogeschool Avans-Fontys aan de Cobbenhagenlaan in Tilburg. Zij spraken over  De Route naar het Recht (over HBO onderwijs) en over Recht en Veiligheid. In 2009 zette Egbert Myjer deze traditie voort met een lezing getiteld  Terrorismebestrijding en mensenrechten, kan dat wel samen?

€ 11.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Ad Hoc tribunals and the International Criminal Court
The Ad Hoc tribunals and the International Criminal Court
W. van der Wolf (ed.)

In this series on International Criminal Law we want to highlight a special subject in every volume. Although there is not much relevant case-law available on the subject of Aggression, we considered making a practical introduction with historial and background information on this evolving part of International Criminal Law.






The rights of parties and International Criminal Law
The rights of parties and International Criminal Law
W. van der Wolf (ed.)

In this series on International Criminal Law we want to highlight a special subject in every volume. Although there is not much relevant case-law available on the subject of Aggression, we considered making a practical introduction with historial and background information on this evolving part of International Criminal Law.






Crimes Against Humanity and International Criminal Law
Crimes Against Humanity and International Criminal Law
W. van der Wolf, D. de Ruiter (eds.)

In this series on International Criminal Law we want to highlight a special subject in every volume. Although there is not much relevant case-law available on the subject of Aggression, we considered making a practical introduction with historial and background information on this evolving part of International Criminal Law.






Family Reunification: a barrier or facilitator of integration?
Family Reunification: a barrier or facilitator of integration?
Tineke Strik, Betty Hart, Ellen Nissen

This publication presents the outcome of a comparative study on family reunification policies in six EU Member States: Austria, Germany, Ireland, the Netherlands, Portugal and the United Kingdom. The study examined the way in which family reunification policies have developed over the past decade and the positions governments have adopted regarding four main requirements: income, pre-entry test, age and housing. Furthermore, the study analyses the application of these requirements in practice and how their application is perceived by the family members. Based on statistics and interviews, the authors draw  conclusions on the impact of the applicable requirements on migrants and their family members in the Member States included in this study. Considering the recognition at EU level that family reunification is regarded as beneficial to the integration of migrants, this study seeks to clarify whether or not national policies serve to promote or hinder family reunification and contribute to the integration of migrants and their family members.




Cloning and Stem Cell legal Documents Volume 1.3 part one and two
Cloning and Stem Cell legal Documents Volume 1.3 part one and two
P.A. van Laar

Stem cells are cells found in most, if not all, multi-cellular organisms. They are characterized by the ability to renew themselves through cell division and differentiation into a diverse range of specialized cell types. Stem cells can now be grown and transformed into specialized cells with characteristics consistent with cells of various tissues, such as muscles or nerves, through cell culture. For this reason, their use in medical therapies has been proposed. In particular, embryonic cell lines, autologous embryonic stem cells generated through therapeutic cloning, and highly plastic adult stem cells from the umbilical cord blood or bone marrow are touted as promising candidates.

As promising as this may sound, under the Bush regime, stem cell research in the United States was kept on a very tight leash. Bush limited the various uses of stem cell research enormously through the adaptation of strict legislation. The United States’ former president even pronounced that he would use his veto, if the senate would stretch the stem cell legislation beyond his prescribed limits. Now, a whole new era opens for the United States, since Barack Obama already made known he will make important changes to the existing legislation concerning stem cell research. In our viewpoint, this is necessary to put America back on the world map whilst discovering the possibilities of curing diseases with the help of stem cell research. In order to compare the new strategy of Obama to the old path prescribed by Bush regarding stem cell research, insight in existing stem cell legislation is necessary.

Therefore, this collection of legislation on stem cell research provides a complete and in-depth overview of the current state of affairs concerning this topic in America. This collection is vital for every legal academic scholar, especially now that the United States are marking the progress of stem cell research as one of their top priorities. 

- Legislative Developments in Stem Cell Research in the United States of America Volume I Part One,  ISBN 9789058507501
- Legislative Developments in Stem Cell Research in the United States of America Volume I Part Two,  ISBN 9789058507518
- An overview of research and studies in stem cell research in the USA Volume I.2 part One, ISBN: 9789058507525
- An overview of research and studies in stem cell research in the USA Volume I.2 Part Two, ISBN 9789058507532







Eerlijk proces en bijzondere opsporing
Eerlijk proces en bijzondere opsporing
F. Pinar Olcer

In de Straatsburgse rechtspraak wordt structureel voorop gesteld dat het recht op een eerlijk proces in art. 6 EVRM – als zodanig – geen regels aangaande admissibility van bewijs omvat. Die materie betreft, aldus het Hof, primair een nationale aangelegenheid: het is niet aan het Hof in principe te beoordelen welke typen (onrechtmatig verkregen) bewijs toelaatbaar zijn in een strafvervolging. Het Hof maakt daarbij wel steeds een belangrijk voorbehoud: indien (eventueel) onrechtmatige bewijsverkrijging en gebruik de eerlijkheid van het proces raakt, acht het Hof zich wél geroepen tot handelen. Die clausule biedt voldoende ruimte voor minder terughoudendheid. Klaarblijkelijk raakt onrechtmatige bewijsverkrijging en gebruik de eerlijkheid vaak, want het Hof heeft, ondanks de eigen stereotiepe formule, juist voor een actieve instelling gekozen. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van een inmiddels goed uitgewerkt verdragsrechtelijk kader van mensenrechtelijke normen in verband met onrechtmatige bewijsverkrijging en de rechterlijke omgang met aldus verkregen bewijs in het strafproces. Dat kader is mede tot stand gekomen in verband met toetsing van de toepassing van zogeheten bijzondere opsporingsmethoden, oftewel Special Investigative Techniques. Deze methoden, die volgens het Comité van Ministers van de Raad van Europa breed worden toegepast, zijn intrinsiek precair, niet alleen vanwege de heimelijke toepassing, maar vooral ook vanwege het innovatieve karakter daarvan. Bijzondere opsporingsmethoden raken mensenrechten op nieuwe, onvoorziene, wijzen, hetgeen noopt tot herformulering van of toevoeging aan bestaande mensenrechtelijke kaders. In Nederland is in 2000 eerst voorzien in een wettelijke regeling van de zogeheten bijzondere opsporing in het Wetboek van Strafvordering. Bij de opstelling van deze regeling is uitgegaan van twee basale uitgangspunten, namelijk dat bijzondere opsporing a) gevaarzettend is voor de strafvorderlijke integriteit en b) inbreuk maakt op mensenrechten. In dat laatste verband sluit de nationale regeling evenwel vooral aan op art. 8 EVRM, het privacyrecht, als primaire mensenrechtelijke kader. Aan de verhouding tussen het eerlijk procesrecht en de bijzondere opsporing, zoals die is genormeerd in het Straatsburgs model in verband met onrechtmatige bewijsverkrijging en gebruik, is nauwelijks tot geen aandacht besteed. Dit onderzoek is georiënteerd op die verhouding.

Dit is een boek in de Meijers-reeks (nr. 144). De reeks valt onder de verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk Onderzoek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Het onderzoek werd verricht in het kader van de onderzoeksprogramma’s ‘Veiligheid en Recht’.




The Saddam Hussein Trial - Volume 3
The Saddam Hussein Trial - Volume 3


The U.S.-appointed Iraqi Governing Council approved a statute establishing the Iraqi Special Tribunal for Crimes Against Humanity on December 10, 2003. The Coalition Provisional Authority and the Iraqi Governing Council were replaced by the Iraqi Interim Government on June 28, 2004. Following the Iraqi Transitional National Assembly election on January 30, 2005, the Iraqi Transitional Government was established on May 3, 2005. On August 11, 2005, the Iraqi Transitional National Assembly adopted a new Statute of the Iraqi Special Tribunal, which changed its name to “Higher Criminal Court” and brought its practices more into line with the rest of the Iraqi judicial system. The Iraqi Special Tribunal is designed to prosecute those accused of crimes against humanity, war crimes and genocide in Iraq between July 17, 1968, when Saddam Hussein’s Bath Party seized power, and May 1, 2003, when President Bush declared that major combat operations in Iraq were over. The court also has the authority to try several lesser  crimes, including the squandering of public funds and attempts to manipulate the judiciary.

Saddam Hussein, both in life and death one of the most controversial prominent leaders of the Arab world. Fiercely loved and hated, his name will be remembered for centuries in the history of mankind. His legacy is two��fold; there are ones that still admire his achievements and leadership with respect, honor and loyalty. However for most others, his legacy symbolizes fear, tyranny and hypocrisy.

On 30 June 2004, Saddam Hussein, held in custody by U.S. forces at the U.S. base “Camp Cropper”, along with 11 other senior Baathist leaders, were handed over legally (though not physically) to the interim Iraqi government to stand trial for crimes against humanity and other offences. A few weeks later, he was charged by the Iraqi Special Tribunal with crimes committed against residents of Dujail in 1982, following a failed assassination attempt against him. Specifi c charges included the murder of 148 people, torture of women and children and the illegal arrest of 399 others. On 5 November 2006, Saddam Hussein was found guilty of crimes against humanity and sentenced to death by hanging. The verdict and sentencing was appealed but subsequently affi rmed by Iraq’s Supreme Court of Appeals. On 30 December 2006, Saddam was hanged.

The international Courts and Tribunals Cases series presents landmark cases in International (Criminal) Law.




Sexual Offences in international criminal law
Sexual Offences in international criminal law
D. de Ruiter

Women are often the targets of sexual violence during armed conflict. In Sierra Leone, Kosovo, Uganda, the former Yugoslavia, and countless other conflicts, women have been subjected to rape, sexual slavery, and other forms of sexual abuse. Sexual violence in conflict can be seen as a challenging and difficult topic. But it is important to finally address sexual violence instead of remaining silence.  The establishment of the ICC is regarded as one step to end the silence. However, these still remain challenges with regard to sexual violence. Sexual offences, especially in times of war, do not know any bounds. Actually no space is safe from attack. Sexual violence can be regarded as an offence that attacks the most intimate parts of the body itself but also of family and community life. With the adoption of the UN Security Resolution 1325 and UN Security Resolution 1820, more attention has been put on the gendered nature of violence. Sexual violence in times of war is regarded as one of the biggest taboos and nowadays people want to have explanations and analysis of this type of criminal offence. It is a difficult task for communities to rebuild the lives of victims of sexual offences and there is no central, harmonized approach for every community to reach that goal. Remedies have to tackle gender inequality which can be seen as one of the root causes of sexual offences. To tackle these roots a combination is required of macro and local efforts, the most important step is to not longer remain silence about this cruel offense, but to finally address and explain the crime of sexual offences and most important to put effort in preventing the crime. This book therefore can be seen as one step in the right direction. It includes the most important documents with regard to sexual offences as a logical  framework.

This material is relevant for anyone working in the field of international criminal law and serves as a valuable tool for students studying in the field of international criminal law.




Aggression and international criminal law
Aggression and international criminal law
D. de Ruiter, W. van der Wolf (eds.)

In this series on International Criminal Law we want to highlight a special subject in every volume. Although there is not much relevant case-law available on the subject of Aggression, we considered making a practical introduction with historial and background information on this evolving part of International Criminal Law.




The Iraqi Special Tribunal for Crimes Against Humanity
The Iraqi Special Tribunal for Crimes Against Humanity
E. van Heugten (ed.)

The U.S.-appointed Iraqi Governing Council approved a statute establishing the Iraqi Special Tribunal for Crimes Against Humanity on December 10, 2003. The Coalition Provisional Authority and the Iraqi Governing Council were replaced by the Iraqi Interim Government on June 28, 2004. Following the Iraqi Transitional National Assembly election on January 30, 2005, the Iraqi Transitional Government was established on May 3, 2005. On August 11, 2005, the Iraqi Transitional National Assembly adopted a new Statute of the Iraqi Special Tribunal, which changed its name to “Higher Criminal Court” and brought its practices more into line with the rest of the Iraqi judicial system. The Iraqi Special Tribunal is designed to prosecute those accused of crimes against humanity, war crimes and genocide in Iraq between July 17, 1968, when Saddam Hussein’s Bath Party seized power, and May 1, 2003, when President Bush declared that major combat operations in Iraq were over. The court also has the authority to try several lesser crimes, including the squandering of public funds and attempts to manipulate the judiciary.

Saddam Hussein, both in life and death one of the most controversial prominent leaders of the Arab world. Fiercely loved and hated, his name will be remembered for “Camp Cropper”, along with 11 other senior Baathist leaders, were handed over legally (though not physically) to the interim Iraqi government to stand trial for crimes against humanity and other offences. A few weeks later, he was charged by the Iraqi Special Tribunal with crimes committed against residents of Dujail in 1982, following centuries in the history of mankind. His legacy is two‐fold; there are ones that still admire his achievements and leadership with respect, honor and loyalty. However for most others, his legacy symbolizes fear, tyranny and hypocrisy.
On 30 June 2004, Saddam Hussein, held in custody by U.S. forces at the U.S. basea failed assassination attempt against him. Specific charges included the murder of 148 people, torture of women and children and the illegal arrest of 399 others. On 5 November 2006, Saddam Hussein was found guilty of crimes against humanity and sentenced to death by hanging. The verdict and sentencing was appealed but subsequently affirmed by Iraq’s Supreme Court of Appeals. On 30 December 2006, Saddam was hanged.

This book illustrates the work of the tribunal and presentes the cases brought before the court.




East Timor Special Panels
East Timor Special Panels
P.A. van Laar

On the 25th of October, 1999, the UN Security Council adopted resolution 1272, whereby it was decided to create a United Nations Transnational Administration of East Timor (UNTAET) to which will be entrusted overall responsibility for the administration of East Timor, and which will be competent to exercise all legislative and executive functions, including the administration of justice, in order to try serious offenders for crimes committed during the 1999 violece following the referendum that lead to the independence from Indonesia.

By Regulation 2000/11, UNTAET created a judicial system, based on international norms concerning the administration of justice, including a special judicial mechanism that was added to the district court of Dili.  Together with an appelate mechanism, these two are known as the Special Panels for Serious Crimes (SPSC). In 2005, the SPSC completed more than four years of trials.

This book provides the reader with an introduction to the situation in East Timor and with the information that lead to the introduction of the Panels.




Combating Trafficking in Human Beings for Labour Exploitation
Combating Trafficking in Human Beings for Labour Exploitation
Conny Rijken (ed.)

Combating trafficking in human beings (THB) for labour exploitation requires additional skills, knowledge and awareness for effective investigation and prosecution, and for the identification and assistance of victims of this form of THB. Actors other than the police and the prosecution services (such as labour inspectorates, social investigation services and municipalities) have also become involved in these activities. It is unclear which role these actors can have in identifying victims and in investigating and prosecuting (cross-border) THB for labour exploitation and which improvements are needed. They are often unfamiliar with, for instance, the specific needs of victims, how trafficking networks operate, and how to cooperate with colleagues abroad. These problems obviously hamper the combating of THB for labour exploitation. In addition, difficulties in defining THB for labour exploitation still exist. Labour exploitation, as such, is not a term used in the Palermo Protocol or the EU Directive on Preventing and Combating THB and Protecting Victims. One can say that labour exploitation includes at least, forced and compulsory labour and services, slavery and slavery-like practices, although this does not solve the problems encountered in defining the crime.

In this book, these and other problems, as well as the challenges of dealing with these problems, are identified. It includes research in five countries (Austria, The Netherlands, Romania, Serbia and Spain), research on the EU legal framework, an analysis of the country studies as well as four articles reflecting on these problems.

Conny Rijken is Associate Professor at Tilburg University and Senior Research Fellow at INTERVICT. Dr. Rijken has done extensive research on Trafficking in Human Beings especially from an EU point of view. Furthermore she is specialised in the field of European Criminal Law. Rijken was project coordinator of the EU funded project ‘Combating THB for Labour Exploitation’.

Some of her other notable recent assignments include the establishment of Joint Investigation Teams, raising awareness in the Judiciary on Trafficking in Human Beings, and the certification of the prostitution sector in the Netherlands.




Technologies on the stand
Technologies on the stand
B. van den Berg, L. Klaming (eds.)

Neurotechnologies, such as functional Mangetich Resonance Imaging and Deep Brain Stimulation, are currently mainly used in the health sector for research, diagnosis and therapy. But neurotechnologies could also be used for human enhancement, for instance to improve cognitive functions.

Moreover, insights from neuroscience are increasingly used for legal purposes, for instance to determine a suspect`s responsibility for his actions or to distinguish truthful from deceptive statements. These three domains of applciation raise different important ethical  and legal questions that require further discussion.

Similarly, the application of robotics and autonomous technologies in various (social) situations - the home, hospital environments, traffic and in war - raises a number of ethical and legal issues. These include questions such as: what are the ethical implications of applying robots in the health sector with regrad to our ideas about human dignity and autonomy?

What are the consequences of using robotics in war? And can we hold robots liable if they play an ever more important role in our daily lives?

This book, which was created in light of a conference on the topic that was held in the spring of 2011 at Tilburg University in the Netherlands, brings together 19 papers on the fascinating developments in neuroscience and robotics, and the legal, ethical and consequences these developments may have.




Zien en weerzien
Zien en weerzien
Hendrikje Koersen

Hendrikje Koersen, pseudoniem van Henny Smit, kreeg in 1983 de poëzieprijs van Almelo. In 1984 werd haar eerste bundel uitgegeven met de titel “Ik ben een kijker.” (onder de naam Hendrikje Bootsma). Daarna zijn nog vier bundels van haar uitgegeven bij uitgeverij de Beuk.


€ 13.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Waarheidsvinding
Waarheidsvinding
H.N. Brouwer

De Juridische Hogeschool Avans-Fontys organiseert elk voorjaar de Maaskantlezing met een prominente jurist als spreker. In de Maaskantlezing van 11 februari 2011 sprak Harm Brouwer over strafrechtjuristen, empirische wetenschappers en de waarheidsvinding.

Harm Brouwer studeerde Nederlands recht in Leiden en internationale betrekkingen in Bologna. Ruim tien jaar was hij werkzaam als bedrijfsjurist. Vervolgens stapte hij over naar de rechterlijke macht, eerst als rechter te Roermond en daarna als raadsheer te Den Haag. Vervolgens was hij drie jaar hoofdofficier van justitie te Leeuwarden en vijf jaar president van de Rechtbank te Utrecht. Sinds april 2004 is hij procureur-generaal en vanaf juni 2005 voorzitter van het College van procureurs-generaal, de hoogste functionaris binnen het Openbaar Ministerie.




A Study of the African Union`s Right of Intervention against Genocide, Crimes against Humanity and War Crimes
A Study of the African Union`s Right of Intervention against Genocide, Crimes against Humanity and War Crimes
Girmachew Alemu Aneme

In 2000, the International Panel of Eminent Personalities that investigated the genocide in Rwanda concluded that intervention could have saved thousands of lives that perished in less than hundred days. The finding made it clear that Africa as a continent needed to develop in earnest the normative and institutional framework to save the lives of its inhabitants faced with massive crimes. In 2001, African states established the African Union endowed with a right of intervention in side its member states against genocide, crimes against humanity and war crimes. This book investigates the legality of the African Union’s right of intervention against genocide, crimes against humanity and war crimes under international law, critically analyses the constituent elements of the African Union’s right of intervention and elucidates the norms and institutions relevant for its effective implementation. The book uses the Darfur atrocities and the surrounding events to explain the challenges in the application of the African Union’s right of intervention against genocide, crimes against humanity and war crimes.




Praktijkboek slachtofferzorg
Praktijkboek slachtofferzorg
A.C. Bijlsma

NIEUWE VOLLEDIG HERZIENE DRUK

De slachtoffers van een strafbaar feit of diens nabestaanden hebben lange tijd een ondergeschikte rol gespeeld in het strafproces. Na een aantal wetwijzigingen is de positie van het slachtoffer of diens nabestaande in het strafproces verbeterd. Zo hebben zij in voorkomende gevallen spreekrecht of kunnen zij een schriftelijke slachtofferverklaring opstellen en dit laten opnemen in het strafdossier. Sinds 1 januari 2011 is door de nieuwe Wet versterking positie slachtoffer de rol van het slachtoffer in het strafproces ingrijpend gewijzigd. Zo hebben slachtoffers recht op informatie, recht op kennisname van processtukken, de mogelijkheid om stukken aan het procesdossier toe te voegen en recht op bijstand van een raadsman en kunnen zij zich voegen in ad informandum zaken. Benadeelde partijen kunnen de rechter verzoeken om getuigen of deskundigen op te roepen om hun vordering te onderbouwen. Er is een nieuw criterium voor niet ontvankelijkheid inhoudende dat een vordering tot schadevergoeding geen ‘onevenredige belasting van het strafgeding’ met zich mag brengen. Daarnaast is er een voorschotregeling ingevoerd die ertoe strekt om slachtoffers, na oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, van dienst te zijn door het toegewezen schadevergoe dingsbedrag uit te betalen. Tenslotte kunnen met de nieuwe wetgeving de ouders of voogden van jeugdige verdachten onder de 14 jaar binnen het strafproces worden veroordeeld tot schadevergoeding.

In dit boek wordt, naast het geldende straf- en civiel recht, relevante jurisprudentie opgenomen en wordt naar literatuur verwezen. Bij de behandeling van de diverse onderwerpen wordt de wetsystematiek gevolgd. Besproken wordt onder meer de gang van zaken tijdens het opsporingsonderzoek, de verschillende mogelijkheden om een strafzaak af te doen door het Openbaar Ministerie en het onderzoek ter terechtzitting. Ook de diverse soorten schaden komen aan de orde, zoals materiële en immateriële schade. Met andere woorden: van aangifte tot en met cassatie wordt de rol van het slachtoffer besproken.

Dit boek is bedoeld voor een ieder die in de dagelijkse praktijk als professional of als hulpverlener met slachtoffers of nabestaanden te maken krijgt. Het boek is als handboek onder meer voor belang voor de leden van de rechterlijke macht (rechters, leden van het Openbaar Ministerie en zij die werkzaam zijn binnen de juridische ondersteuning) en de advocatuur. Bovendien is het boek een praktisch naslagwerk voor iedereen die betrokken is bij de bijstand aan slachtoffers of diens nabestaanden. Hierbij wordt met name gedacht aan medewerkers binnen de hulpverlening, de slachtofferzorg, de politie, mediators en schadebemiddelaars.

€ 32.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Daderschap bij wettelijke strafrechtelijke zorgplichtbepalingen
Daderschap bij wettelijke strafrechtelijke zorgplichtbepalingen
B.J.V. Keupink

Het (economisch) strafrecht kent een groot aantal bepalingen waarin een gebrek aan zorg is strafbaar gesteld. De wetgever en de rechter hebben de afgelopen decennia echter vrijwel geen aandacht besteed aan de strafrechtelijke betekenis van gedragingen die zijn geformuleerd met de term `zorgen`. In het onderzoek van Keupink staat centraal hoe het bestanddeel `zorgen` vanuit strafrechtelijk perspectief moet worden ingevuld.

Keupink concludeert dat het strafrechtelijk daderschap bij de onderzochte zorgplichtbepalingen enerzijds ogenschijnlijk sneller tot stand komt dan bij meer traditionele delicten. De oorzaak daarvoor is dat reeds het eenvoudige intreden van een door de wetgever ongewenste situatie voldoende is voor de initiële vaststelling van daderschap bij zorgplichtbepalingen. Maar anderzijds is tegelijkertijd bij deze bepalingen geen sprake van daderschap als de geadresseerde van de bepaling aantoont dat hij (i) de nodige middelen heeft verschaft, (ii) de nodige bevelen heeft gegeven, (iii) het redelijkerwijze te vorderen toezicht heeft gehouden en (iv) de nodige maatregelen heeft genomen. Het daarnevens te voeren verweer dat alle schuld afwezig is doordat de geadresseerde alle mogelijke zorg in zijn individuele geval heeft betracht, staat in geval van aanvaarding eveneens in de weg aan strafrechtelijk daderschap. Voor zover in voorkomende gevallen toch daderschap wordt vastgesteld, is met die vaststelling nog niets gezegd omtrent de verder benodigde stappen op weg naar strafbaarheid. Andere delictsbestanddelen dan het gedragingsbestanddeel `zorgen`, zullen nog moeten worden bewezen. Daarnaast kunnen rechtvaardigingsgronden en schulduitsluitingsgronden worden ingeroepen, inclusief andere vormen van eerder genoemd `afwezigheid van alle schuld`-verweer.   Deze bijzondere daderschapsconstructie is van belang voor het corporatief daderschap. Anders dan het uitgangspunt is in de Zijpe-doctrine, hoeft bij het begaan van de zorggedraging door de rechtspersoon geen gedraging van een andere (natuurlijke) persoon te worden toegerekend aan de rechtspersoon. De rechtspersoon kan rechtstreeks zorgplichtbepalingen schenden en dader zijn. De drietrapsraket uit het Zijpe-arrest is daarvoor niet vereist.

Wegens de onbepaaldheid van de onderzochte zorgplichtbepalingen en de te snelle initiële totstandkoming van daderschap, dienen zorgplichtbepalingen volgens Keupink te worden gedecriminaliseerd althans te worden herzien. Een alternatief zou zijn dat per zorgplichtbepaling opnieuw disculpatieregelingen worden ingevoerd waarin tot uitdrukking komt dat de geadresseerde wordt geacht te hebben gezorgd, als hij aantoont (i) de nodige middelen te hebben verschaft, (ii) de nodige bevelen te hebben gegeven, (iii) het redelijkerwijze te vorderen toezicht te hebben gehouden en (iv) de nodige maatregelen te hebben genomen.

€ 34.99 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Wegwijs in het jeugdsanctierecht
Wegwijs in het jeugdsanctierecht
M.R. Bruning, M.P. de Jong, T. Liefaard, P.M. Schuyt, J.E. Doek, T.A.H. Doreleijers

Het bepalen van een passende sanctie voor jongeren die worden verdacht van ernstige strafbare feiten is een moeilijke beslissing voor allen die daarmee te maken krijgen: de rapporteur Pro Justitia die een sanctieadvies uitbrengt, de officier van justitie die een eis formuleert en de jeugdstrafrechter die de sanctie oplegt. Dit rapport doet verslag van onderzoek naar het juridisch kader van de zwaarste jeugdsancties, te weten de PIJ-maatregel, de jeugddetentie en de gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM). Daarbij staat de vraag centraal of de zwaarste jeugdsancties in de praktijk worden toegepast zoals dit door de wetgever is bedoeld. In het eerste deel worden de zwaarste jeugdsancties vanuit een theoretisch perspectief besproken, waarbij mede aandacht wordt besteed aan de bedoelingen van de wetgever. In het tweede deel worden de uitkomsten gepresenteerd van een enquêteonderzoek onder rapporteurs Pro Justitia, officieren van justitie en jeugdstrafrechters naar de factoren en doelen die in de praktijk bepalend zijn bij beslissingen over de zwaarste jeugdsancties. Op basis van dit onderzoek naar het juridisch kader voor de zwaarste jeugdsancties in theorie en praktijk, worden aanbevelingen gedaan ter optimalisering van het jeugdsanctiestelsel.

Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Criminal Justice: Legitimacy, accountabillity & effectivity.

Meijersreeks nr. 189

€ 18.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Slagvaardige geschilbeslechting in het bestuursrecht
Slagvaardige geschilbeslechting in het bestuursrecht
Annika van der Veer

Promovenda Annika van der Veer onderzocht hoe bestuursorganen de bestuursrechtelijke uitspraak waarin een overheidsbesluit is vernietigd, betrekken in hun besluitvormingsproces. Wordt het nieuwe, uit het besluitvormingsproces voortvloeiende besluit geaccepteerd of sleept het geschil zich voort? Uit het onderzoek blijkt dat het besluitvormingsproces soms zeer traag verloopt. Het handelen van de overheid speelt een belangrijke rol in die vertraging. Van der Veer beveelt aan dat de bestuursrechter een termijn stelt en deze ook bewaakt. Titel proefschrift: Slagvaardige geschilbeslechting in het bestuursrecht. Een empirisch onderzoek naar de doorwerking van bestuursrechtelijke uitspraken.

€ 29.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Soevereiniteit of pluralisme?
Soevereiniteit of pluralisme?
J.M.J. van Rijn van Alkemade, J. Uzman (red.)

Op 25 mei 2010 vond in Leiden de tweede Staatsrechtdag voor jonge juristen plaats. Centraal stond het arrest van het Duitse Constitutionele Hof, van 30 juni 2009, over de grondwettigheid van het Verdrag van Lissabon. Dit arrest was, ook buiten Duitsland, de aftrap van een hernieuwd debat over de verhouding tussen het Europese recht en het staatsrecht van de lidstaten. Het arrest wierp bovendien tal van vragen op, bijvoorbeeld ten aanzien van de betekenis en de rol van het Europees Parlement. Reden genoeg voor de jonge generatie staatsrechtgeleerden om enkele van deze onderwerpen uitgebreider te bespreken. De discussie tijdens de Staatsrechtdag werd gevoerd naar aanleiding van drie preadviezen. De preadviezen zijn van de hand van jonge onderzoekers in het Staats- en Europees recht. Deze bundel bevat de uitgebrachte preadviezen en de schriftelijke weergave van het uitgesproken commentaar van twee referenten.

Meijers-reeks nr. 183

€ 20.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Piracy in a Legal Context
Piracy in a Legal Context
M.J. Middelburg

Piracy off the Somali coast has flourished since the Somali government collapsed in 1991. Somali pirates have been demanding million-dollar ransoms for the release of hostages, ships and cargoes. Naval ships patrolling in the Gulf of Aden and the Indian Ocean frequently capture pirates, but more than 90 per cent of the captured pirates have been released without facing trial. This book examines Somali piracy and focuses on five possibilities for prosecution (i.e. prosecution in Somalia, the ICC, the flag State, third countries and an international piracy tribunal) of suspected Somali pirates within the framework of international law. The aim of this study is to paint a picture of the most preferable way to proceed on the prosecution of Somali pirates, in order to combat the international crime of piracy and to find a solution for impunity at national and international level.   

Annemarie Middelburg graduated cum laude in July 2010 with this master thesis. She completed the master International and European Public Law with a specialization in human rights law at Tilburg University. She is currently a research master student at Tilburg University.




Gezondheidsrecht II
Gezondheidsrecht II
L. de Beer

Deze Wolf Study Guide geeft inzicht in het Gezondheidsrecht. In deel 2 zal nader ingegaan worden op de onderwerpen kwaliteit, wetenschappelijk onderzoek, orgaandonatie, keuringen, preventie, gezondheidsbescherming en bevordering, zorg‐ en verzekeringsstelsel, toezicht op gezondheidszorg en de zorginstelling.

Deze studyguide ondersteunt het leerproces. Het is geen volwaardig studieboek, maar zal je langs de belangrijkste begrippen en jurisprudentie leiden.

Ook verkrijgbaar: Gezondheidsrecht I http://www.wolfpublishers.com/book.php?id=673
Deel 1 introduceert het gezondheidsrecht als rechtsgebied. Er wordt in dit deel ingegaan op de behandelingsovereenkomst, de professionele standaard, de patiëntenrechten en het beroepsgeheim.

€ 10.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Invloed van islamitische rechtsfiguren in het civiele recht in Duitsland en Nederland
Invloed van islamitische rechtsfiguren in het civiele recht in Duitsland en Nederland
K. Heinze-Briesemeister, B. Reinhartz

De praktische invloed van islamitische rechtsfiguren in het civiele recht in Duitsland en Nederland wordt in dit preadvies met name bezien op het gebied van het (familie-)vermogensrecht. De behandelde onderwerpen (de halal-hypotheek, de bruidsgave, de echtscheiding en het erfrecht) worden door de auteurs voorzien van een IPR-inleiding waardoor de toepassing van het Duitse, respectievelijk Nederlandse recht in een internationaal kader wordt geplaatst.

€ 20.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Genocide and international criminal law
Genocide and international criminal law
Willem-Jan van der Wolf

In 1933 a proposal by Raphael Lemkin on the ‘crime of barbarity’ was brought before the Legal Council of the League of Nations, being the first formal attempt to create a law against genocide. In 1944 however, the work of ‘Axis rule in Occupied Europe’ was published in the US. This work included a definition of genocide, an idea, widely accepted by the international community, that later became the legal basis of the Nuremberg Trials. In 1946 the UN adopted resolution 96 confirming the crime of genocide, but it was not until 1948 that a definition of genocide came into being. In that year the United Nations Security Council founded the CPPCG (Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide). Ratified and nationally incorporated today by approximately 80 UN Member States, it came into effect in January 1951.

From the preamble:
"genocide is a crime under international law, contrary to the spirit and aims of the United Nations and condemned by the civilized world,"
and that
"at all periods of history genocide has inflicted great losses on humanity."

In the international community, refraining from genocide is recognized as an obligation erga omnes.

Article 2 of the convention defines genocide as [emphasis added]:

Article II: In the present Convention, genocide means any of the following acts committed with intent to destroy, in whole or in part, a national, ethnical, racial or religious group, as such:
(a) Killing members of the group;
(b) Causing serious bodily or mental harm to members of the group;
(c) Deliberately inflicting on the group conditions of life calculated to bring about its physical destruction in whole or in part;
(d) Imposing measures intended to prevent births within the group;
(e) Forcibly transferring children of the group to another group.  

Defining the words in the definition
It has been through case law that the definition of genocide became more clear. In 2007 the European Court of Human Rights (ECHR) noted that the narrow view of ‘intent to destroy’ was the majority opinion among legal scholars (Jorgic v. Germany, 1992). This narrow view included the necessity of biological-physical destruction of groups in order to qualify and act as genocide. It concluded furthermore that both the International Criminal Tribunal for the Former Yugoslavia (ICTY) and the International Court of Justice (ICJ) agreed to the narrow interpretation.

An equally difficult discussion is about the phrase ‘in whole or in part’. In Prosecutor v. Radislav Krstic (IT-98-33, 2004) the ICTY concluded that "the part must be a substantial part of that group. The aim of the Genocide Convention is to prevent the intentional destruction of entire human groups, and the part targeted must be significant enough to have an impact on the group as a whole." [par. 8]. And, according to the court, "The determination of when the targeted part is substantial enough to meet this requirement may involve a number of considerations. The numeric size of the targeted part of the group is the necessary and important starting point, though not in all cases the ending point of the inquiry. The number of individuals targeted should be evaluated not only in absolute terms, but also in relation to the overall size of the entire group. In addition to the numeric size of the targeted portion, its prominence within the group can be a useful consideration. If a specific part of the group is emblematic of the overall group, or is essential to its survival, that may support a finding that the part qualifies as substantial within the meaning of Article 4 [of the Tribunal’s Statute]."

Critique
Laying the foundation for the punishment of the crime of genocide, the precise definition of the term remained topic of debate among legal scholars. Not only does the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide exclude political groups, many authors have criticized the narrow definition of the groups that are protected under the treaty. And the narrow view on the definition of genocide as such, leading to the conclusion of the ECHR that ethnic cleansing does not necessarily constitute genocide. Another point of criticism is the lack of protection against genocide, since articles 2 and 3 only allow for punishment after the fact when evidence (paper trail) could be brought to court. For that reason UN Security Council Resolution 1674 (2006) came into being that commits the Council to take action in order to protect civilians in armed conflict against genocide, war crimes, ethnic cleansing and other crimes against humanity.

International prosecution of genocide - the Tribunals
The definition from article 2 has been incorporated in other (international) laws; including the Rome Statute of the International Criminal Court (ICC) and the Treaty establishing the ICC. Some UN Member States that are signatories to the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide (including the US) have however signed with the proviso not to have claims of genocide brought against them by the ICJ without their consent. This immunity has lead to heavy criticism by other Member States. To date all international genocide prosecutions have been brought before international tribunals such as those established for the Rwandan (ICTR) and Srebrenica Genocide (ICTY). Since 2002, the ICC can also exercise its right to prosecute genocide if national courts are unwilling or unable to do so. The ICC is a ‘court of last resort’ for those claiming to be victims of genocide.

This book provides an introduction to the several aspects of Genocide. In the first part of the book historical and more basic information in published. The second part explores the convention and in the third part the focus is on the development in case law of the ICTR and ICTY. Finally the document selection consists of the most relevant documents and case-law in the area of genocide and is relevant for those who start studying the topic, and as a reminder for those already advanced.

The editors

December 2010




Flesh and Money
Flesh and Money
P. van Duyne, J. Spencer (eds.)

Cross-border mobility of people in Europe continues cause anxiety for the authorities. Their anxiety is heightened when such mobility is the illegal crossing of borders and the exploitation of people, whether that exploitation is sexual, in the construction industry or agriculture. The illegal crossing of borders takes many forms; human trafficking is the most extreme but there are other forms of illegal people movement that include the smuggling of women over borders for exploitation in the sex industry. But many sex workers are not dragged into the sex service industry against their will. For many women it is an economic option of last resort and for others it is a real (temporary) job for which they are prepared to be smuggled across borders, sometimes under dangerous conditions. There are cases of women being smuggled by Bedouins on camels through the desert into Israel. Other women are involved with Bulgarian organised crime syndicates which have connections across European sex lines from the streets in Sofia to top brothels in Berlin and London.

This volume brings together the reports and studies of expert European researchers in the field of human trafficking. It spans a decade of trafficking research and law enforcement activity. This is an important volume because the effects of globalisation are still being felt by those who are forced into debasing working conditions or roam around in the European continent looking for a better existence. This collection provides a window through which to explore their experiences.


This book will include the following material:

Miroslav Scheinost: Transnational crime and cross-border trafficking in human beings in the Czech Republic

B. de Ruyver, K. van Impe and J. Meese: The need for a multidisciplinary and proactive approach to human

A.D. Di Nicola: Trafficking migrants in Europe

Vesna Nikolič-Ristanovič: Illegal markets, human trade and transnational organised crime

Almir Maljević: Trafficking women in Bosnia and Herzogevina

J. Spencer: The illicit movement of people across borders: The UK as a destination country and the disorganisation of criminal activity

K. Aromaa and M. Lehti: Trafficking in human beings: policy problems and recommendations

J. Spencer: Media constructing organised crime concepts in an extended criminal Europe: trafficking women for sexual exploitation

A. Markovska and C. Moore:  Stilettos and steel toe-caps: legislation of human trafficking and sexual exploitation and its enforcement in the UK and the Ukraine

P. Gounev, T. Bezlov and G. Petrunov:  Market regulation and criminal structures in the Bulgarian commercial sex market

D. Siegel: The ‘romantics’ of the desert. Women smuggling to the Middle East

V. Nikolić: Trafficking in humans and illegal economy in war and post-war society




Toerekeningsvatbaarheid: Over vrije wil, wetenschap en recht
Toerekeningsvatbaarheid: Over vrije wil, wetenschap en recht
T.I. Oei, G. Meynen (eds.)

Het platform Psychiatrie en Recht (coördinator Prof. dr. Karel T.I. Oei)  van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie organiseert in samenwerking met de faculteit Wijsbegeerte (dr. Gerben Meynen) van de VU een studiedag op 20 januari 2011 over de actuele betekenis van het concept toerekenings-vatbaarheid op grond van ontwikkelingen binnen de filosofie, strafrecht en neuroscience. Aan de orde zullen komen begripsbepaling, ontwikkelingen in neuroscience, strafrecht, filosofie en de gevolgen daarvan voor de praktische toepasbaarheid van het begrip toerekeningsvatbaarheid. Is er nog toekomst voor de hantering van het begrip toerekeningsvatbaarheid voor het strafrechtelijke forum? In welke mate bepaalt de notie van vrije wil deze toepasbaarheid? Kan de gedragsdeskundige ook zonder de toepassing van de begrippen toerekeningsvatbaarheid en vrije wil zinvol opereren in het strafrechtelijke discours? In welke mate is de invloed van medicatie/drugs bepalend voor de toerekening van verdachten? Kan de verdachte van een ernstig delict met gebruik van medicatie volledig toerekeningsvatbaar worden geacht, en zo ja, hoe liggen dan zijn verantwoordelijkheden?

€ 17.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Extraordinary Chambers in the Courts of Cambodia
The Extraordinary Chambers in the Courts of Cambodia
C. Tofan

In 1997, Cambodia established a Khmer Rouge Trial Task Force to create a legal and judicial structure to try the remaining leaders for war crimes and other crimes against humanity. Under the agreement between Cambodia and the UN, the tribunal is to be composed of both local and international judges. Both the Pre-Trial Chamber and the Trial Chamber are composed of three Cambodian and two international judges, while a Supreme Court Chamber is made up of four Cambodian judges and three international judges. All international judges have been appointed by the Supreme Council of the Magistracy of Cambodia from a list of nominees submitted by the UN Secretary-General. On July 19, 2007, the prosecutors submitted a list of five charged persons to the Tribunal’s Co-Investigating Judges, and requested that they be indicted and brought to trial. On 4 February, 2008, the tribunal held its first hearing. In this collection we provide for the complete documentation on the work of the Court. Basic documents, transcripts and other relevant documentation of the Court are being reproduced.

This volume contains the documents from the first case, against Duch (KAING GUEK EAV)






The International Seabed Authority Collection
The International Seabed Authority Collection
W. van der Wolf, C. Tofan (eds.)

The seabed and ocean floor as well as the subsoil that are beyond the limits of any national jurisdiction are governed by the UN Convention of the Law of Sea. This area, some 200 nautical miles from baselines along the shore into the ocean is subject to international regulation. In some cases this distance is 350 nautical miles offshore, depending on the natural prolongation of the continental shelf of the territory concerned. The International Seabed Authority and its Parties are in charge of organizing and controlling this area, especially with regard to the  distribution of (mineralrelated) resources. Established under the UN Convention on the Law of the Sea in 1994, the Seabed Authority is an autonomous international organization with a headquarters in Jamaica (Kingston).

In this multi-volume collection, the basic Agreements and Treaties governing the establishment of the Seabed Authority and its work are being presented (volume 1 and 2). In the constituent volumes, the annual sessions are presented in chronological order, making the collection useful for anyone working in the area of maritime law.




The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-3.5 The RUF Case
The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-3.5 The RUF Case
C. Tofan (ed.)

The Special Court for Sierra Leone is an independent judicial body set up to “try those who bear greatest responsibility” for serious violations , war crimes and crimes against humanity committed during the Sierra Leone Civil War which began in 1991 and was declared officially over on 18 January 2002.The Special Court was born at the request of the President Ahmad Tejan Kabbah, who on 12 June 2000 wrote a letter to United Nations Secretary-General Kofi Annan asking the international community to try those responsible for crimes during the conflict. The answer was prompt and on 14 August 2000 the United Nations Security Council adopted Resolution 1315 requesting the Secretary-General to start negotiations with the Sierra Leonean government to create a Special Court.

On 16 January 2002 the UN and Government of Sierra Leone signed an agreement establishing the Court. The Court is located in Freetown.Currently , eleven people have been indicted by the Special Court, charged with war crimes , crimes against humanity and other serious violations of international humanitarian law. Indictments against two of the accused were dropped after their deaths.The trials are placed into 3 groups: Revolutionary United Front , Civil Defence Forces and Armed Forces Revolutionary Council, only one trial, the one of Charles Taylor, was moved to the International Criminal Court in The Hague.

Our series’ goal is to present the reasons that led to the establishment of The Special Court , and to offer an overview of the cases brought before The Court. We also want to add background materials such as basic documents on the tribunal and documents on the conflict.





The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-3.4, the RUF case
The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-3.4, the RUF case
C, Tofan (ed.)

The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-3.4, The RUF Case

The Special Court for Sierra Leone is an independent judicial body set up to “try those who bear greatest responsibility” for serious violations , war crimes and crimes against humanity committed during the Sierra Leone Civil War which began in 1991 and was declared officially over on 18 January 2002.The Special Court was born at the request of the President Ahmad Tejan Kabbah, who on 12 June 2000 wrote a letter to United Nations Secretary-General Kofi Annan asking the international community to try those responsible for crimes during the conflict. The answer was prompt and on 14 August 2000 the United Nations Security Council adopted Resolution 1315 requesting the Secretary-General to start negotiations with the Sierra Leonean government to create a Special Court.

On 16 January 2002 the UN and Government of Sierra Leone signed an agreement establishing the Court. The Court is located in Freetown.Currently , eleven people have been indicted by the Special Court, charged with war crimes , crimes against humanity and other serious violations of international humanitarian law. Indictments against two of the accused were dropped after their deaths.The trials are placed into 3 groups: Revolutionary United Front , Civil Defence Forces and Armed Forces Revolutionary Council, only one trial, the one of Charles Taylor, was moved to the International Criminal Court in The Hague.

Our series’ goal is to present the reasons that led to the establishment of The Special Court , and to offer an overview of the cases brought before The Court. We also want to add background materials such as basic documents on the tribunal and documents on the conflict.





The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-3.2 The RUF Case
The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-3.2 The RUF Case
C. Tofan (ed)

The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-3.2 The RUF Case

The Special Court for Sierra Leone is an independent judicial body set up to “try those who bear greatest responsibility” for serious violations , war crimes and crimes against humanity committed during the Sierra Leone Civil War which began in 1991 and was declared officially over on 18 January 2002.The Special Court was born at the request of the President Ahmad Tejan Kabbah, who on 12 June 2000 wrote a letter to United Nations Secretary-General Kofi Annan asking the international community to try those responsible for crimes during the conflict. The answer was prompt and on 14 August 2000 the United Nations Security Council adopted Resolution 1315 requesting the Secretary-General to start negotiations with the Sierra Leonean government to create a Special Court.

On 16 January 2002 the UN and Government of Sierra Leone signed an agreement establishing the Court. The Court is located in Freetown.Currently , eleven people have been indicted by the Special Court, charged with war crimes , crimes against humanity and other serious violations of international humanitarian law. Indictments against two of the accused were dropped after their deaths.The trials are placed into 3 groups: Revolutionary United Front , Civil Defence Forces and Armed Forces Revolutionary Council, only one trial, the one of Charles Taylor, was moved to the International Criminal Court in The Hague.

Our series’ goal is to present the reasons that led to the establishment of The Special Court , and to offer an overview of the cases brought before The Court. We also want to add background materials such as basic documents on the tribunal and documents on the conflict.







The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-3.3, the RUF case
The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-3.3, the RUF case
C. Tofan (ed.)

The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-3.3, the RUF case

The Special Court for Sierra Leone is an independent judicial body set up to “try those who bear greatest responsibility” for serious violations, war crimes and crimes against humanity committed during the Sierra Leone Civil War which began in 1991 and was declared officially over on 18 January 2002.The Special Court was born at the request of the President Ahmad Tejan Kabbah, who on 12 June 2000 wrote a letter to United Nations Secretary-General Kofi Annan asking the international community to try those responsible for crimes during the conflict. The answer was prompt and on 14 August 2000 the United Nations Security Council adopted Resolution 1315 requesting the Secretary-General to start negotiations with the Sierra Leonean government to create a Special Court.

On 16 January 2002 the UN and Government of Sierra Leone signed an agreement establishing the Court. The Court is located in Freetown.Currently, eleven people have been indicted by the Special Court, charged with war crimes, crimes against humanity and other serious violations of international humanitarian law. Indictments against two of the accused were dropped after their deaths.The trials are placed into 3 groups: Revolutionary United Front, Civil Defence Forces and Armed Forces Revolutionary Council, only one trial, the one of Charles Taylor, was moved to the International Criminal Court in The Hague.

Our series’ goal is to present the reasons that led to the establishment of The Special Court, and to offer an overview of the cases brought before The Court. We also want to add background materials such as basic documents on the tribunal and documents on the conflict.




The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-3.1 The RUF Case
The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-3.1 The RUF Case
C. Tofan (ed.)

The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-3.1 The RUF Case

The Special Court for Sierra Leone is an independent judicial body set up to “try those who bear greatest responsibility” for serious violations , war crimes and crimes against humanity committed during the Sierra Leone Civil War which began in 1991 and was declared officially over on 18 January 2002.The Special Court was born at the request of the President Ahmad Tejan Kabbah, who on 12 June 2000 wrote a letter to United Nations Secretary-General Kofi Annan asking the international community to try those responsible for crimes during the conflict. The answer was prompt and on 14 August 2000 the United Nations Security Council adopted Resolution 1315 requesting the Secretary-General to start negotiations with the Sierra Leonean government to create a Special Court.

On 16 January 2002 the UN and Government of Sierra Leone signed an agreement establishing the Court. The Court is located in Freetown.Currently , eleven people have been indicted by the Special Court, charged with war crimes , crimes against humanity and other serious violations of international humanitarian law. Indictments against two of the accused were dropped after their deaths.The trials are placed into 3 groups: Revolutionary United Front , Civil Defence Forces and Armed Forces Revolutionary Council, only one trial, the one of Charles Taylor, was moved to the International Criminal Court in The Hague.

Our series’ goal is to present the reasons that led to the establishment of The Special Court , and to offer an overview of the cases brought before The Court. We also want to add background materials such as basic documents on the tribunal and documents on the conflict.





Eritrea-Ethiopia claims commission
Eritrea-Ethiopia claims commission
C, Tofan, W. van der Wolf (eds.)

International commercial arbitration is the process of resolving business disputes between or among transnational parties through the use of one or more arbitrators rather than through the courts. It requires the agreement of the parties, which is usually given via an arbitration clause that is inserted into the contract or business agreement. The decision is usually binding. This series will present arbitrations brought before the major international arbitral institutions. The second volume in the series has been published on the Eritrea-Ethiopia Claims Commission.  

In our series we present a selection of the arbitrations brought before the following international institutes:
A. International Chamber of Commerce (ICC)
B. International Court of Arbitration (ICA)
C. Permanent Court of Arbitration (PCA) D. London Court of International Arbitration (LCIA)
E. World Intellectual Property Organization - Arbitration and Mediation Center
F. International Centre for Settlement of Investment Disputes (ICSID)
G. World Trade Organization (WTO)
H. Arbitration Institute of the Stockholm Chamber of Commerce (SCC)
I. American Arbitration Association (AAA)
J. Court of Arbitration for Sport (CAS)
K. CPr Institute for Conflict Prevention and Resolution
L. National Arbitration Forum (NAF)
M. Chamber of National and International Arbitration of Milan
N. Inter-American Commercial Arbitration Commission (IACAC)
O. Austrialian Centre for International Commercial Arbitration (ACICA)
P. International Institute for Conflict Prevention & Resolution (CPR)

And the regional organizations:
A. Commercial Arbitration and Mediation Center for the Americas (CAMCA) B. European Court of Arbitration
C. Common Court of Justice and Arbitration of the Organization for the Harmonization of Business Law in Africa (OHADA)
D. Gulf Cooperation Council (GCC) Commercial Arbitration Centre
E. Hong Kong International Arbitration Centre (HKIAC)

The first volume in this series can be found here




Hague Conventions
Hague Conventions
L. de Beer

Two international peace conferences were held just before and after the turn of the 20th century at The Hague, the Netherlands. These conferences shaped modern International (Criminal) Law. The Conventions turned out to be the basic principles of the laws of war into a written document agreed to by a Convention of delegates from all over the world. In this publication the most important documents related to this conference are being presented. The book starts with an introduction explaining the importance of the Conferences and conventions on the development of modern International Law. After the full text documents of both conventions there is a list added of signatory and contracting powers of the Hague Conventions and the Martens Clause is introduced. The Martens clause is highly instructive to the debate and tensions surrounding the laws of war.
The results and influence of both Hague conferences on International Law will be described in the second part of this book. The establishing of the Permanent Court of Arbitration is named and both pacific settlements are added. Moreover, the impact of the Geneva Conventions will be discussed and full text documents of those are appended. As a conclusion the dispute regulation, the reduction of armament and Humanitarian (war) Law is reviewed. The development of Humanitarian War Law, started as a core area of (the first) Hague Conference, turned out to be a pillar of today’s International Law.




Humanitarian Law
Humanitarian Law
D. de Ruiter

The book Humanitarian Law: Selected Documents, places Humanitarian Law in the framework of  International Law. International Humanitarian Law is the law of armed conflict, or law of war and the effects they have. The introduction distinguishes Humanitarian Law from human rights law. Moreover, the introduction describes the history of Humanitarian Law.      Already in ancient times there were rules which imposed restrictions on the conduct of war, the means of warfare, and their application. Those rules developed from 1728 BC, during the Middle Ages into the 19th century and now on. The book contains the most important treaties and instruments of international Humanitarian Law from 19th century to the present. The 1949 Geneva Conventions (with annexes), the Protocols additional to the Geneva Conventions (1977 and 2005) and, the Hague Conventions from 1907 are added completely. Even though those treaties are the main treaties with regard to International Humanitarian Law, there are many more instruments protecting the vulnerable against the effects of armed conflict. A selection of those documents is also appended. The selected material is relevant to anyone working in the field of international humanitarian law and serves as a valuable tool for students studying international humanitarian law and human rights.




Transnational Criminology Manual
Transnational Criminology Manual
M. Herzog-Evans (ed.)

In a three volume collection Wolf Legal Publishers presents The Transnational Criminology Manual. We are happy with contributions from more than 100 eminent specialists from the field including scholars from, among others, France (Reims University, Department of Justice) Canada (Montreal University), The Netherlands (Tilburg University, Leiden University, Erasmus Medical Centre), USA (New York University, Duke University), Belgium (Free University Brussels) and the UK (University of Exeter, Strathclyde University, Cardiff University), this Encyclopedia provides an elaborate insight in criminology and its specifics. The Transnational criminology manual provides comprehensive coverage of the leading topics in criminology. Whereas the first volume provides the readers with an introduction to criminology, the second and third volume include timely topics such as internet crimes, money laundering, victimization and therapy. This collection is bilingual; English / French, whereas most contributions are presented entirely in English (with French abstracts). The books are of interest for students in criminology, psychology, sociology and law, social workers, judges, attorneys, probation officers, policemen, and many others.

Table of contents:

VOLUME 1
Introductive part : What is criminology?
Chapter 1 The concept; the field; the scope
Chapter 2 History of Criminology
Chapter 3 Doctrines
Chapter 4 Criminology and feminism
Chapter 5 Teaching criminology
Chapter 5 Concepts
Chapter 6 Working as a Criminologist
Chapter 7 Criminology and criminal policies

First Part: Risk factors

VOLUME 2 
Second part : Crime
Part 1 Typology - incomplete - of different types of crimes
Part 2 Personal interaction: victimology
Part 3 Special categories of criminals

Third Part : Figures
Part 1 Statistics
Part 2 Approaching the ‘Dark Figure’

VOLUME 3 
Fourth Part : Addressing crime
Part 1 Detection
Part 2 Prevention
Part 3 Punishment
Part 4 Therapy
Part 5 Probation

Details
Prices
Per set
: 90 Euro / 130 USD      Per book: 40 Euro / 55 USD

Prices are excluding shipping

Publication:
Volume I - 22 November 2010
Volume II - 22 November 2010
Volume III - 22 November 2010


With contributions from (non-alphabetical, but in order of appearance): Georges KELLENS; Michaël DANTINNE; Erik-Jan BROERS; Sandra WALKLATE; Victoria BECK, Fabienne CUSSON; Ioan DURNESCU; Frans KOENRAADT; Paul MBANZOULOU; Michael COYLE ; Julien PIEDNOIR; Kevin STENSON; Karel OEI; Gerben MEYNEN; Betsy STANKO; Philippe BENSIMON; Richard LUSIGNAN; Amanda E. PERRY; Mike HOUGH; Michael LENZA; Richard S. JONES; Patricia GRAY; Murray STRAUS; Martine HERZOG-EVANS; Olivier MAUREL; Delphine THEOBALD; David FARRINGTON; Melanie-Angela NEUILLY; Marlène ALONDO et Mariannick LE GUEUT; Rob C. BROUWERS; Martin APPELO; Thomas NADELHOFFER; M. Serge BROCHU; Anna Kajumulo TIBAIJUKA; Mark GALEOTTI; William B. BROWN; Margarita BRAVOVA, Maren WESTPHAL, Diana MORROBEL; Yuval NERIA; Joanne VAN DER LEUN; James SHEPTYCKI; André MELZER, Georges STEFFGEN; Christian HAPP, Serge TISSERON; Blandine KRIEGEL; Bert-Jaap KOOPS; M. Jean-Luc BACHER; Anna KOSLOSKI; Loïc VILLERBU; Laurent MONTET; Glenn Walter MUSCHERT; Colette CUIJPERS; Leontien van DER KNAAP; Sebastian ROCHE; Cris BURGESS; Raymond H. HAMDEN; Adam EDWARDS; Alain BAUER; Petrus VAN DUYNE; Bruce MAYER; Kim McCABE; Jean-Pierre GUAY; Chantal FREDETTE; M. Robert CARIO; Jill RADFORD; Kristel BAYENS; Stephen P. CASE; Kevin R. HAINES; Barry GOLDSON; John MUNCIE; Pierre PEDRON; Sylvie FRIGON; Helen Louise CODD; Bas van ALPHEN; Frédéric OCQUETEAU; Ronald-Frans MELCHERS; Annie KENSEY; Chris D. ROSE; Stephen C. RICHARDS; Gill McIVOR; Jan VAN DIJK; Merel PRINSEN; Bart CUSTERS; Mark BENECKE; Frank CRISPINO; Daniel KENNEDY; Robert HOMANT; Simone FENNELL; Nick TILLEY; Martin LULEI; Ross DEUCHAR; Maurice CUSSON; Stephen FARRALL; Fergus MCNEIL; Loraine GELSTHORPE; Robin WILSON; Andrew MCWHINNIE; Margaret MALLOCH; Michèle GUILBOT; Roy LIGHT; Marion VACHERET; Sonja SNACKEN; Jeffrey Ian ROSS, Greg NEWBOLD, Michael LENZA, Daniel S. MURPHY & Robert S. GRIGSBY; Sir Ian JENKINS; M. Pierre LANDREVILLE; Mike NELLIS; David BIERIE; Hjalmar J.C. VAN MARLE; Franca CORTONI, Anthony R. BEECH & Leam CRAIG; Isabelle DREAN-RIVETTE; Isabelle CROUZET; Rosie MEEK; Chantal PLOURDE; M. Bastien QUIRION; Mary McMURRAN; Jocelyn LINDSAY; Pamela YATES; Robin WILSON; Donald PAKE; Ian BROOM; Pierre LALANDE; William BURRELL; Fergus MCNEIL; Gwen ROBINSON; Tony WARD; Gwenda WILLIS; Peter RAYNOR; Maurice VANSTONE




International and regional human rights documents
International and regional human rights documents
P.H.P.H.M.C. van Kempen

This extensive work contains no fewer than around one hundred and fifty instruments, either on human rights or relevant to human rights protection. The volume offers a practical and extensive compilation of important human rights documents, suitable for students, academics, legal practitioners, governmental and non-governmental organizations and anyone else interested in human rights.

The book contains a foreword by Egbert Myjer, judge of the European Court of Human Rights.  

Contents

•     International human rights instruments adopted by the United Nations (UN), the International Labour Organisation (ILO), and the Organisation for Economic Co-Operation and Development (OECD).
•     Regional human rights instruments adopted by the Africa Union (AU), the Organization of American States (OAS), the Council of Europe (COE), the European Union (EU), the Organization for Security and Co-Operation in Europe (OSCE), the Commonwealth of Independent States (SIS), the League of Arab States (LAS), and the Organization of the Islamic Conference (OIC), as well as some Asian documents.
•     International humanitarian law instruments; all of the Geneva Conventions and Protocols thereto.
•     Instruments on international criminal law obligations related to slavery, terrorism, trafficking, etcetera
•     Relevant parts of the charters under which the aforementioned organizations are founded.
•     Several important historical documents on human rights or offering important early ethical notions of human rights

Convenient to use

•     A large number of human rights instruments in a single volume.
•     Margin keyword headings: in order to facilitate the convenient use of this work, many instrument keyword headings have been added in the margin beside the articles, principles and paragraphs.
•     An elaborate key-word index is included. Piet Hein van Kempen is Professor of Law and holds the Chair of Criminal Law and Criminal Procedure (Department of Criminal Law) as well as the Chair of Human Rights Law (Department of International and European Law), Radboud University Nijmegen, The Netherlands. He is also a part time Justice in the Court of Appeal, ’s-Hertogenbosch, The Netherlands. Van Kempen is furthermore Secretary-General of the International Penal and Penitentiary Foundation (IPPF). Apart from international and European human rights law he specializes in criminal law and criminal procedure law, and in criminal law developments in the European Union.




War Crimes and International Criminal Law
War Crimes and International Criminal Law
W.J. van der Wolf (ed.)

The International Criminal Law Series published by the International Courts Association (ICA) aims at the providing of summarised and practical guides on all aspects of International Criminal Law. In separate volumes background information is being provided. Together with the “Documents on International Criminal Law Series” it provides for a complete overviiew of the constantly developping field of law.

We decided to focuss more on the practical issues and recent case-law of the International Tribunals for Yugoslavia and Rwanda as well as the basic regulations emerging from the Permanent International Criminal Court.

For people interested in more historical issues we refer to the “International Crimes and Law Collection” which will be published later this year. In that multi-volume collection thousands of documents and research papers are being presented.

We hope that this overview will provide you with sufficient information to study the issue of War Crimes in International Criminal Law.




Europa en de veiligheid van de burger
Europa en de veiligheid van de burger
G.J.M. Corstens

In deze Maaskantlezing gaat Geert Corstens in op de rol van de Europese Unie bij het aanpakken van grensoverschrijdende criminaliteit, en laat hij zien hoe het klassieke samenwerkingsmodel – samenwerking, wederzijdse erkenning en optreden op elkaars grondgebied – in combinatie met vertrouwen, respect voor de nationale rechtscultuur en subsidiariteit, bijdraagt aan de  Europeanisering van het strafrecht.

mr. G.J.M. Corstens is sinds 2008 president van de Hoge Raad der Nederlanden. Corstens studeerde in 1969 cum laude af aan de Radboud Universiteit Nijmegen en promoveerde in 1974 aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens zijn carrière was hij onder meer officier van justitie in Arnhem en hoogleraar strafrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Corstens heeft een groot aantal publicaties verzorgd op het gebied van het strafrecht en de rechterlijke organisatie, waaronder het boek ‘Het Nederlands strafprocesrecht’ (Kluwer 2008) dat inmiddels al in de zesde druk is verschenen.

De Maaskantlezing is een initiatief van de Juridische Hogeschool Avans-Fontys en wordt ieder jaar gegeven door een prominente jurist. Eerder gingen Ernst Hirsch Ballin (2008) en Egbert Myjer (2009) Corstens al voor.

€ 9.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De mannen die mij hebben vermoord
De mannen die mij hebben vermoord
Brouwer, A.M. de, Ka Hon Chu, S., Muscati, S. (eds.)

In dit indrukwekkende boek zijn de verhalen van 17 overlevenden van de genocide - allen slachtoffer van seksueel geweld - in Rwanda opgenomen. Het boek geeft op zeer indrukwekkende wijze weer dat wij nooit moeten vergeten wat in Rwanda is gebeurd. Dit  boek bevat een voorwoord van Patrick Cammaert, Generaal-Majoor der Mariniers (bd) en voormalig General Officer Commanding the Eastern Division in Monuc in de Democratische Republiek Congo.

Zie ook: www.menwhokilledme.com

Opbrengsten van het boek gaan naar stichting Mukomeze, een Nederlandse organisatie die Rwandese overlevenden van seksueel geweld van de genocide steunt (www.mukomeze.nl).

€ 24.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Extraordinary Chambers in the Courts of Cambodia
The Extraordinary Chambers in the Courts of Cambodia
C. Tofan, W. van der Wolf

In 1997, Cambodia established a Khmer Rouge Trial Task Force to create a legal and judicial structure to try the remaining leaders for war crimes and other crimes against humanity. Under the agreement between Cambodia and the UN, the tribunal is to be composed of both local and international judges. Both the Pre-Trial Chamber and the Trial Chamber are composed of three Cambodian and two international judges, while a Supreme Court Chamber is made up of four Cambodian judges and three international judges. All international judges have been appointed by the Supreme Council of the Magistracy of Cambodia from a list of nominees submitted by the UN Secretary-General. On July 19, 2007, the prosecutors submitted a list of five charged persons to the Tribunal’s Co-Investigating Judges, and requested that they be indicted and brought to trial. On 4 February, 2008, the tribunal held its first hearing. In this collection we provide for the complete documentation on the work of the Court. Basic documents, transcripts and other relevant documentation of the Court are being reproduced.




Standards for Prosecutors
Standards for Prosecutors
Hancock, Barry & Jackson, John

The International Assocation of Prosecutors (IAP) General Council, Barry Hancock, has worked with John Jackson, Dean and Professor of Criminal Law at the School of Law, Unviersity College Dublin, to develop a method of analysing prosecuting services. This is based on the three major international texts for prosecutors - the United Nations Guidelines for Prosecutors (UN Guidelines), the Council of Europe`s Recommendation Rec(2009)19 of the Commission of MInisters to member states on the role of public prosecution in the criminal justice system (Council of Europe Recommendation) and the IAP Standards. In this book they analyse the natioanl prosecution service of Ireland, New South Wales (Australia), the Netherlands and Denmark.

It is a second volume to the book they published in 2006 listing the national prosecution services of the United Kingdom - the Crown Office in Scotland, the Crown Prosecution Services of England and Wales and the Public Prosecution Service for Northern Ireland.

This Publication will add to the understanding among and co-operation between prosecutors around the world. ReadershipPublic prosecutors, judges and defence practitioners, policy makers and academics




The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-2.3
The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-2.3
C. Tofan

The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-2.3, Case no. 2004-16

The Special Court for Sierra Leone is an independent judicial body set up to “try those who bear greatest responsibility” for serious violations , war crimes and crimes against humanity committed during the Sierra Leone Civil War which began in 1991 and was declared officially over on 18 January 2002.The Special Court was born at the request of the President Ahmad Tejan Kabbah, who on 12 June 2000 wrote a letter to United Nations Secretary-General Kofi Annan asking the international community to try those responsible for crimes during the conflict. The answer was prompt and on 14 August 2000 the United Nations Security Council adopted Resolution 1315 requesting the Secretary-General to start negotiations with the Sierra Leonean government to create a Special Court.

On 16 January 2002 the UN and Government of Sierra Leone signed an agreement establishing the Court. The Court is located in Freetown.Currently , eleven people have been indicted by the Special Court, charged with war crimes , crimes against humanity and other serious violations of international humanitarian law. Indictments against two of the accused were dropped after their deaths.The trials are placed into 3 groups: Revolutionary United Front , Civil Defence Forces and Armed Forces Revolutionary Council, only one trial, the one of Charles Taylor, was moved to the International Criminal Court in The Hague.

Our series’ goal is to present the reasons that led to the establishment of The Special Court , and to offer an overview of the cases brought before The Court. We also want to add background materials such as basic documents on the tribunal and documents on the conflict.




The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-2.2
The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-2.2
C. Tofan

The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-2.2, Case no. 2004-16

The Special Court for Sierra Leone is an independent judicial body set up to “try those who bear greatest responsibility” for serious violations , war crimes and crimes against humanity committed during the Sierra Leone Civil War which began in 1991 and was declared officially over on 18 January 2002.The Special Court was born at the request of the President Ahmad Tejan Kabbah, who on 12 June 2000 wrote a letter to United Nations Secretary-General Kofi Annan asking the international community to try those responsible for crimes during the conflict. The answer was prompt and on 14 August 2000 the United Nations Security Council adopted Resolution 1315 requesting the Secretary-General to start negotiations with the Sierra Leonean government to create a Special Court.

On 16 January 2002 the UN and Government of Sierra Leone signed an agreement establishing the Court. The Court is located in Freetown.Currently , eleven people have been indicted by the Special Court, charged with war crimes , crimes against humanity and other serious violations of international humanitarian law. Indictments against two of the accused were dropped after their deaths.The trials are placed into 3 groups: Revolutionary United Front , Civil Defence Forces and Armed Forces Revolutionary Council, only one trial, the one of Charles Taylor, was moved to the International Criminal Court in The Hague.

Our series’ goal is to present the reasons that led to the establishment of The Special Court , and to offer an overview of the cases brought before The Court. We also want to add background materials such as basic documents on the tribunal and documents on the conflict.




The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-2.1
The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-2.1
C. Tofan (ed.)

The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-2.1, Case no. 2004-16

The Special Court for Sierra Leone is an independent judicial body set up to “try those who bear greatest responsibility” for serious violations , war crimes and crimes against humanity committed during the Sierra Leone Civil War which began in 1991 and was declared officially over on 18 January 2002.The Special Court was born at the request of the President Ahmad Tejan Kabbah, who on 12 June 2000 wrote a letter to United Nations Secretary-General Kofi Annan asking the international community to try those responsible for crimes during the conflict. The answer was prompt and on 14 August 2000 the United Nations Security Council adopted Resolution 1315 requesting the Secretary-General to start negotiations with the Sierra Leonean government to create a Special Court.

On 16 January 2002 the UN and Government of Sierra Leone signed an agreement establishing the Court. The Court is located in Freetown.Currently , eleven people have been indicted by the Special Court, charged with war crimes , crimes against humanity and other serious violations of international humanitarian law. Indictments against two of the accused were dropped after their deaths.The trials are placed into 3 groups: Revolutionary United Front , Civil Defence Forces and Armed Forces Revolutionary Council, only one trial, the one of Charles Taylor, was moved to the International Criminal Court in The Hague.

Our series’ goal is to present the reasons that led to the establishment of The Special Court , and to offer an overview of the cases brought before The Court. We also want to add background materials such as basic documents on the tribunal and documents on the conflict.




The Extraordinary Chambers in the Courts of Cambodia
The Extraordinary Chambers in the Courts of Cambodia
WJ. van der Wolf, C. Tofan (eds).

In 1997, Cambodia established a Khmer Rouge Trial Task Force to create a legal and judicial structure to try the remaining leaders for war crimes and other crimes against humanity. Under the agreement between Cambodia and the UN, the tribunal is to be composed of both local and international judges. Both the Pre-Trial Chamber and the Trial Chamber are composed of three Cambodian and two international judges, while a Supreme Court Chamber is made up of four Cambodian judges and three international judges. All international judges have been appointed by the Supreme Council of the Magistracy of Cambodia from a list of nominees submitted by the UN Secretary-General. On July 19, 2007, the prosecutors submitted a list of five charged persons to the Tribunal’s Co-Investigating Judges, and requested that they be indicted and brought to trial. On 4 February, 2008, the tribunal held its first hearing. In this collection we provide for the complete documentation on the work of the Court. Basic documents, transcripts and other relevant documentation of the Court are being reproduced.

This volume contains the documents from the first case, against Duch (KAING GUEK EAV)






Undervalued and Manipulated?
Undervalued and Manipulated?
Michelle Oliel

There has been a growing concern in recent years over China’s alleged unilateral and deliberate intervention in the foreign exchange market to prevent the appreciation of its currency relative to other currencies. By engaging in the alleged practice known as “currency manipulation”, China’s critics argue that its maintenance of an artificially undervalued currency in relation to other currencies provides an unfair competitive advantage to Chinese exporters, thereby thwarting global trade. As a result, the consistency of China’s exchange rate arrangements and foreign exchange market intervention with its obligations, namely those under the International Monetary Fund and the World Trade Organization have been called into question. Although exchange rate matters are traditionally viewed as falling under the jurisdiction of the IMF, the trade distorting effects of China’s exchange rate policies have resulted in calls from lawyers, economists, industry and lawmakers alike, demanding remedial trade measures under the auspices of the WTO. By engaging in a historically and empirically informed legal analysis, Undervalued and Manipulated explores whether China’s foreign exchange arrangements and foreign exchange market intervention are consistent with its obligations under the Articles of Agreement of the IMF and whether international trade measures under the auspices of the WTO can be used as an appropriate response to quell China’s alleged manipulation of its currency.

Michelle Oliel holds a Bachelor of Arts in political science from York University (Canada), a Bachelor of Laws from the University of Windsor (Canada) and a Master of Laws in Public International Law from Utrecht University (The Netherlands). Michelle formerly practiced transactional law at a national law firm in Toronto, Canada and was admitted to the Bar of Ontario (Canada) in 2008. She has worked for the former Prime Minister of Canada, the Minister of International Trade (Canada) and has provided political, strategic and  organizational advice to a number of other public figures. Michelle also has extensive political experience assuming various roles on a number of high-profile political campaigns, including Hillary Clinton’s Presidential Campaign.




Documentary History of the International Criminal Court - part 2
Documentary History of the International Criminal Court - part 2
C. Tofan, WJ van der Wolf

This 2-volume collection contains a historical documentation about the ICC with the goal of getting a general idea of how the Court was established and the reasons that led to its establishment. It also presents the structure of the Court, its jurisdiction and admissibility and how the Court works.

The International Criminal Court (ICC) was established by the Rome Statute of the International Criminal Court, named after the place where it was adopted (Rome, Italy) on 17 July 1998 by the United Nations Diplomatic COnference of Plenipotentiaries on the Establishment of an International Criminal Court. The Rome Statute is an international treaty, binding only on those States that formally express their consent to be bound by its provisions. These States then become "Parties" to the Statute. In accordance with its terms, the Statute entered into force on 1 July 2002, once 60 States had become Parties. In total, 105 States have become Parties to the Statute.

Following the adoption of the Rome Statute, the United Nations convened the Preparatory Commission for the International Criminal Court. As with the Rome Conference, all States were invited to participate in the Preparatory Commission. Among its achievements, the Preparatory Commission reached consensus on the Rules of Procedure and Evidence and the Elements of Crimes. These two text were subsequently adopted by the Assembly of States Parties. Together with the Rome Statute and the Regulations of the Court adopted by the judges, they comprise the Court`s basic legal texts, setting out its structure, jurisdiction and functions. The ICC is an independent, permanent court that tries persons accused of the most serious crimes of international concern, namely genocide, crimes against humanity and war crimes.




Cultuur als verweer
Cultuur als verweer
J.M. ten Voorde

Als gevolg van aanhoudende immigratie is Nederland een multi-culturele samenleving geworden. De culturele gebruiken die door immigranten zijn meegenomen en in Nedelrnad worden voortgezet, leveren soms strafbare feiten naar Nederlands recht op.

We kunnen hierbij denken aan in de media vaak berichtte gedrgingen als eerwraak en meisjesbesnijdenis. Deze zogenoemde culturele delicten dagen het hier te lande geldende strafrecht op grondslagenniveau uit. De centrale vraag die in dit boek wordt beantwoord is in hoeverre het op de democratische rechtsstaat gebaseerde strafrecht ruimte kan bieden voor alloctone justitiabelen om met succes hun culturele achtergrond in het strafrecht in te roepen. Het antwoord op deze vraag wordt vanuit rechts-en politiek filosofische, rechtstheoretische, en wijgerig-antropologische invalshoeken ontwikeld en ten behoeve van het strafrecht uitgewerkt. het onderzoek beperkt zich daarbij tot enkele leerstukken van materieel strafrecht waar, gelet op de stand van zaken in de jurisprudentie en doctrine, de uitdaging met de culturele achtergrond van allochtone justitiabelen het sterkst is, namelijk wederrechtelijkheid en schuld. Aan de hand van een analyse van het de betekenis van beide leerstukken wordt getracht inzicht te geven in de ruimte, maar ook de grenzen van culturele diversiteit in eht strafrecht.

Het boek is geschreven voor (rechts)wetenschappers die zich met de problematiek van de multiculturele samenleving en het strafrecht bezighouden, maar ook voor hen die met culturele delicten in de rechtspraktijk worden geconfronteerd.




International Criminal Law
International Criminal Law
M.P.W. Brouwers

The International Criminal Law series provides an overview of the most relevant documents and regulation in this area of law.





Council of Europe Treaties Series
Council of Europe Treaties Series
C. Tofan

The Statute of the Council of Europe, signed in London on 5 May 1949, after declaring the aim of the Organisation, states in Article 1, paragraph b: “This aim shall be pursued through the organs of the Council by discussion of questions of common concern and by agreements and common action in economic, social, cultural, scientific, legal and administrative matters and in the maintenance and further realisation of human rights and fundamental freedoms.” European Conventions and Agreements are prepared and negotiated within the institutional framework of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe is made the depositary of European Conventions and Agreements. The originals of these treaties are kept by him; as a rule, he presides over their signature, and with him are deposited the instruments of ratification, acception or accession. It is he who is responsible for the notifications prescribed in the final clauses, and who arranges for registration with the Secretariat of the United Nations. Following the practice instituted by the Committee of Ministers of the Council of Europe in 1965, explanatory reports have been published on some of the treaties. These reports, prepared by the committee of experts instructed to elaborate the European Convention or Agreement in question and published with the authorisation of the Committee of Ministers, might facilitate the application of the provisions of the respective treaties, although they do not constitute instruments providing an authoritative interpretation of them.

In this collection all treaties and available explanatory reports are being published.




Documentary History of the International Criminal Court - part 1
Documentary History of the International Criminal Court - part 1
C. Tofan

This 2-volume collection contains a historical documentation about the ICC with the goal of getting a general idea of how the Court was established and the reasons that led to its establishment. It also presents the structure of the Court, its jurisdiction and admissibility and how the Court works.

The International Criminal Court (ICC) was established by the Rome Statute of the International Criminal Court, named after the place where it was adopted (Rome, Italy) on 17 July 1998 by the United Nations Diplomatic COnference of Plenipotentiaries on the Establishment of an International Criminal Court. The Rome Statute is an international treaty, binding only on those States that formally express their consent to be bound by its provisions. These States then become "Parties" to the Statute. In accordance with its terms, the Statute entered into force on 1 July 2002, once 60 States had become Parties. In total, 105 States have become Parties to the Statute.

Following the adoption of the Rome Statute, the United Nations convened the Preparatory Commission for the International Criminal Court. As with the Rome Conference, all States were invited to participate in the Preparatory Commission. Among its achievements, the Preparatory Commission reached consensus on the Rules of Procedure and Evidence and the Elements of Crimes. These two text were subsequently adopted by the Assembly of States Parties. Together with the Rome Statute and the Regulations of the Court adopted by the judges, they comprise the Court`s basic legal texts, setting out its structure, jurisdiction and functions. The ICC is an independent, permanent court that tries persons accused of the most serious crimes of international concern, namely genocide, crimes against humanity and war crimes.





The International Court of Justice Series
The International Court of Justice Series
C. Tofan (ed.)

The International Court of Justice is the principal judicial organ of the United Nations. It was established in June 1945 by the Charter of the United Nations and began its work in April 1946. The seat of the Court is at the Peace Palace in The Hague (the Netherlands). Of the six principal organs of the United Nations, it is the only one not located in New York (United States of America). The Court`s role is to settle, in accordance with international law, legal disputes submitted to it by States and to give advisory opinions on legal questions referred to it by authorized United Nations organs and specialized agencies. The Court is composed of 15 judges, who are elected for terms of office of nine years by the United Nations General Assembly and the Security Council.

The first volume of the collection has been published and contains basic documents related to the Court. Some treaties that confer jurisdiction on the ICJ are included in this book, among which: "Convention on Rights and Duties of States (Montevideo Convention)", "Universal Declaration of Human Rights", Declaration on the Definition of Agression", "1978 State Immunity Act", "Convention on the law of the non-navigational uses of international watercourses".

The series is divided into 3 parts:
Part A: This part contains volumes with documents and related materials on the establishment and history of the International Court of Justice. The Permanent Court of International Justice documents are included in this part.
Part B: This part contains documents on the Court such as the latest version of the Statute and Rules of Procedure.
Part C: This part contains the cases brought before the Court.

Available:

Volume B-1-1; Basic Documents of the ICJ.
Volume C-1-1; Case concerning Maritime Delimitation in the Black Sea (Romania v. Ukraine) part 1
Volume C-1-2; Case concerning Maritime Delimitation in the Black Sea (Romania v. Ukraine) part 2
Volume C-1-3; Case concerning Maritime Delimitation in the Black Sea (Romania v. Ukraine) part 3
Volume C-1-4; Case concerning Maritime Delimitation in the Black Sea (Romania v. Ukraine) part 4
Volume C-2; The ICJ advisory opinion on Kosovo (02-2014)




De normenhierarchie van het Koninkrijk der Nederlanden
De normenhierarchie van het Koninkrijk der Nederlanden
H.G. Hoogers

Het praktische belang van een goed inzicht in de onderlinge verhouding van normen in een rechtsorde is groot. Want niet alleen kan een goed inzicht in de hiërarchie van normen behulpzaam zijn om te kunnen begrijpen waar de bevoegdheid om lagere normen te stellen haar grondslag vindt, maar bovendien is het orgaan dat bevoegd is de lagere norm uit te vaardigen daarbij gebonden aan alle hogere normen: de lagere norm mag niet afwijken van de hogere norm, tenzij deze daartoe de ruimte schept, op straffe van onverbindendheid.

In dit essay onderzoekt Hoogers een belangrijk, maar tot op heden nog betrekkelijk ongerept staatsrechtelijk thema: de wijze waarop de hiërarchie van algemeen verbindende voorschriften binnen het Koninkrijk der Nederlanden gestructureerd is en begrepen dient te worden. Over deelonderwerpen die aan dit thema raken (zoals de verhouding tussen de Grondwet en de wet, tussen voorschriften van nationaal recht en internationaal recht of tussen Grondwet en Statuut) is wel het nodige verschenen, maar een studie waarin vanuit het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden als hoogste (interne) regeling de hiërarchische verhouding tussen normen binnen het Koninkrijk systematisch uiteengezet wordt, ontbrak tot op heden.

Dit essay wil in die lacune voorzien en aldus een bijdrage leveren aan de studie van het constitutionele recht van het Koninkrijk als geheel.

Inhoud:
Na de inleiding van hoofdstuk 1 analyseert Hoogers in hoofdstuk 2 de onderlinge verhouding van Grondwet en Statuut. In hoofdstuk 3 worden de verhouding tussen normen van Koninkrijksrecht en volkenrechtelijke normen, Europese normen daaronder begrepen, bestudeerd. In hoofdstuk 4 wordt bezien hoe Rijkswet, Algemene Maatregel van Rijksbestuur, Koninklijk Rijksbesluit en Ministeriële Rijksregeling enerzijds en Landsnormen anderzijds zich tot elkaar verhouden: daar zal ook aandacht besteed worden aan de verhouding tussen Rijksnormen en grondwettelijke normen die slechts in Nederland gelding hebben. In hoofdstuk 5 wordt de verhouding tussen Koninkrijksrecht en interregionaal recht enerzijds, en interregionaal recht en Landsrecht anderzijds geanalyseerd. Het 6e en laatste hoofdstuk, ten slotte, bevat de conclusies.

€ 19.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Sierra Leone Special Court Collection Volume 1
The Sierra Leone Special Court Collection Volume 1
C. Tofan

The Sierra Leone Special Court Collection, volume 1, Basic documents.

The Special Court for Sierra Leone is an independent judicial body set up to “try those who bear greatest responsibility” for serious violations , war crimes and crimes against humanity committed during the Sierra Leone Civil War which began in 1991 and was declared officially over on 18 January 2002.The Special Court was born at the request of the President Ahmad Tejan Kabbah, who on 12 June 2000 wrote a letter to United Nations Secretary-General Kofi Annan asking the international community to try those responsible for crimes during the conflict. The answer was prompt and on 14 August 2000 the United Nations Security Council adopted Resolution 1315 requesting the Secretary-General to start negotiations with the Sierra Leonean government to create a Special Court.

On 16 January 2002 the UN and Government of Sierra Leone signed an agreement establishing the Court. The Court is located in Freetown.Currently , eleven people have been indicted by the Special Court, charged with war crimes , crimes against humanity and other serious violations of international humanitarian law. Indictments against two of the accused were dropped after their deaths.The trials are placed into 3 groups: Revolutionary United Front , Civil Defence Forces and Armed Forces Revolutionary Council, only one trial, the one of Charles Taylor, was moved to the International Criminal Court in The Hague.

Our series’ goal is to present the reasons that led to the establishment of The Special Court , and to offer an overview of the cases brought before The Court. We also want to add background materials such as basic documents on the tribunal and documents on the conflict.




The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-1.2
The Sierra Leone Special Court Collection Volume B-1.2
C. Tofan

The Sierra Leone Special Court Collection, VOLUME B-I.2,CASE NO. SCSL-03-I, THE PROSECUTOR Against CHARLESGHANKAY TAYLOR, Transcripts part 1

The Special Court for Sierra Leone is an independent judicial body set up to “try those who bear greatest responsibility” for serious violations , war crimes and crimes against humanity committed during the Sierra Leone Civil War which began in 1991 and was declared officially over on 18 January 2002.The Special Court was born at the request of the President Ahmad Tejan Kabbah, who on 12 June 2000 wrote a letter to United Nations Secretary-General Kofi Annan asking the international community to try those responsible for crimes during the conflict. The answer was prompt and on 14 August 2000 the United Nations Security Council adopted Resolution 1315 requesting the Secretary-General to start negotiations with the Sierra Leonean government to create a Special Court.

On 16 January 2002 the UN and Government of Sierra Leone signed an agreement establishing the Court. The Court is located in Freetown.Currently , eleven people have been indicted by the Special Court, charged with war crimes , crimes against humanity and other serious violations of international humanitarian law. Indictments against two of the accused were dropped after their deaths.The trials are placed into 3 groups: Revolutionary United Front , Civil Defence Forces and Armed Forces Revolutionary Council, only one trial, the one of Charles Taylor, was moved to the International Criminal Court in The Hague.

Our series’ goal is to present the reasons that led to the establishment of The Special Court , and to offer an overview of the cases brought before The Court. We also want to add background materials such as basic documents on the tribunal and documents on the conflict.




The Sierra Leone Special Court Collection Volume B –1.1
The Sierra Leone Special Court Collection Volume B –1.1
C. Tofan

The Sierra Leone Special Court Collection, VOLUME B –I.1,CASE NO. SCSL-03-I, THE PROSECUTOR Against CHARLESGHANKAY TAYLOR.Indictment and other documents

The Special Court for Sierra Leone is an independent judicial body set up to “try those who bear greatest responsibility” for serious violations , war crimes and crimes against humanity committed during the Sierra Leone Civil War which began in 1991 and was declared officially over on 18 January 2002.The Special Court was born at the request of the President Ahmad Tejan Kabbah, who on 12 June 2000 wrote a letter to United Nations Secretary-General Kofi Annan asking the international community to try those responsible for crimes during the conflict. The answer was prompt and on 14 August 2000 the United Nations Security Council adopted Resolution 1315 requesting the Secretary-General to start negotiations with the Sierra Leonean government to create a Special Court.

On 16 January 2002 the UN and Government of Sierra Leone signed an agreement establishing the Court. The Court is located in Freetown.Currently , eleven people have been indicted by the Special Court, charged with war crimes , crimes against humanity and other serious violations of international humanitarian law. Indictments against two of the accused were dropped after their deaths.The trials are placed into 3 groups: Revolutionary United Front , Civil Defence Forces and Armed Forces Revolutionary Council, only one trial, the one of Charles Taylor, was moved to the International Criminal Court in The Hague.

Our series’ goal is to present the reasons that led to the establishment of The Special Court , and to offer an overview of the cases brought before The Court. We also want to add background materials such as basic documents on the tribunal and documents on the conflict.




Standards for Prosecutors - UK analysis
Standards for Prosecutors - UK analysis
Barry Hancock, John Jackson

This the first book to use the international standards for prosecutors as a method for analysing national prosecution systems and the first full examination of the three UK national prosecuting agencies: the Crown Office and Procurators Fiscal Service in Scotland, the Crown Prosecution Service in England and Wales and the Public Prosecution Service for Northern Ireland.“The result is a new look at prosecution services which should serve as the basis for future research and improve understanding between prosecutors …

The book will be of great importance for all prosecution services which seek to reach higher services.”Henning Fode, President of the International Association of ProsecutorsContents include A full analysis and comparison of the various international instruments relating to prosecutors; a comparison of the different constitutional arrangements governing the UK national prosecuting agencies; separate chapters on each of the services with an historical introduction and an examination of the position, role and decision making of prosecutors within each service; and conclusions.

About the authors
Barry Hancock is a Former Senior Inspector, Crown Prosecution Service of England and Wales and General Counsel of the International Association of Prosecutors.

John Jackson is Professor of Public Law at Queen’s University Belfast.ReadershipPublic prosecutors, judges and defence practitioners, policy makers and academics




Recht doen aan leerlingen en ouders.
Recht doen aan leerlingen en ouders.
C.W. Noorlander

Dit nog steeds uiterst actuele proefschrift geeft een onmisbaar inzicht in een steeds belangrijker element van het onderwijs in Nederland, n.l. de juridische relatie tussen de onderwijsondergaande (leerling/ouders) en de onderwijsgevende organisatie.

In de eerste plaats behandelt dit boek de juridische positie van leerling/ouders binnen het bekostigd primair en voortgezet onderwijs. Aan de rechtspositie van de onderwijsontvanger van overige onderwijssectoren wordt slechts aandacht geschonken, voor zover dit relevant is, dan wel inzicht verschaft in, de rechtspositie van de leerling/ouders binnen het primair en het voortgezet onderwijs.
In de tweede plaats richt dit boek zich op de juridische aspecten van de verhouding tussen het bevoegd gezag van een openbare of bijzondere school en de leerling/ouders.

Er worden, als juridisch relevante onderdelen van de onderwijsverhouding, behandeld:
(1) de toelating,
(2) de uitoefening van grondrechten binnen de school,
(3) de kwaliteit van het onderwijs,
(4) de beoordeling van onderwijsprestaties en tenslotte
(5) de toepassing van tuchtmaatregelen binnen de school.
Tevens worden vooral de individuele aspecten van de juridische verhouding tussen het bevoegd gezag van de openbare en bijzondere school en leerling/ouders besproken; collectieve aspecten blijven in principe buiten beschouwing. Aan de medezeggenschap van leerling/ouders binnen het primair en het voortgezet onderwijs zal om deze reden slechts zijdelings aandacht worden geschonken. Hetzelfde geldt voor het zitting nemen van ouders in het schoolbestuur.

Als laatste worden alleen die onderdelen van de rechtsverhouding tussen het bevoegd gezag van de openbare en bijzondere school en de leerling/ouders beschreven die als typisch onderwijsrechtelijk kunnen worden aangemerkt en wordt in beperkte mate aandacht geschonken aan het algemene aansprakelijkheidsrecht dat geldt tussen het bevoegd gezag en leerling/ouders. Deze thematiek behoort tot het aansprakelijkheidsrecht en in mindere mate tot het onderwijsrecht. Wel zal de problematiek van aansprakelijkheid voor ondeugdelijk onderwijs worden behandeld.

Inhoud:
Hoofdstuk 1. Inleiding
Deel I: Het normatieve kader: de dragende beginselen van de onderwijsverhouding
Hoofdstuk 2. De hoofdkenmerken van artikel 23 Grondwet
Hoofdstuk 3. Het juridisch karakter van het openbaar onderwijs
Hoofdstuk 4. Het beginsel van de vrijheid van onderwijs
Hoofdstuk 5. Het beginsel van de pedagogische vrijheid
Hoofdstuk 6. Het beginsel van het recht op onderwijs
Hoofdstuk 7. Het beginsel van gelijke onderwijskansen
Hoofdstuk 8. Het beginsel van een behoorlijke kwaliteit van het onderwijs

Deel II: De onderwijsverhouding als rechtsbetrekking
Hoofdstuk 9. Leerling, ouders en bevoegd gezag in een complexe juridische driehoeksverhouding Hoofdstuk 10. De juridische kwalificatie van de onderwijsverhouding

Deel III: Onderdelen van de rechspositie van leerling en ouders
Hoofdstuk 11. Schoolkeuze en toelating
Hoofdstuk 12. De uitoefening van klassieke grondrechten binnen de school
Hoofdstuk 13. De kwaliteit van het onderwijs
Hoofdstuk 14. Beoordeling van onderwijsprestaties
Hoofdstuk 15. De toepassing van tuchtmaatregelen
Hoofdstuk 16. Samenvatting en conclusies
Hoofdstuk 17. Naar een solide rechtspositie van leerlingen en ouders binnen de school

De softcover uitvoering bestaat uit twee delen. De hardcover uitvoering uit een deel.




De actio negatoria
De actio negatoria
P.C. van Es

Naast de revindicatie (art5:2 BW) vloeit uit het eigendomsrecht nog een andere goederenrechtelijke rechtsvordering voort, te weten de actio negatoria. Deze rechtsvordering – die uit het collectieve geheugen van de hedendaagse Nederlandse juristen lijkt te zijn verdwenen – dient om op te treden tegen niet met bezitsontneming gepaard gaande inbreuken op het eigendomsrecht. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan het onbevoegdelijk betreden van andermans erf, het toebrengen van ongeoorloofde hinder, de schending van bepaalde burenrechtelijke normen of de aanwezigheid van een erfgrens overschrijdend bouwwerk.

In dit boek wordt aandacht besteed aan de ontwikkelingsgeschiedenis van de actio negatoria. Daarnaast wordt stilgestaan bij de functie en werking van deze rechtsvordering in het hedendaagse Nederlandse recht. Bijzondere aandacht gaat hierbij uit naar de verhouding tussen de actio negatoria en de vordering uit onrechtmatige daad van art. 6:162 BW.

Meijers-reeks nr. 92




Langs de randen van het strafrecht
Langs de randen van het strafrecht
Haveman, R.H.; Wiersinga, H.C.

Het strafrecht is al lang niet meer het min of meer gesloten systeem dat als ultimum remedium wordt beschouwd. De strafwetgevingsmachine draait op volle toeren, de politiek ligt aan het infuus van de media, en utopische veiligheidsfantasieën hebben vele dogmatische bezwaren opzijgezet. Er wordt ongeremd en ongericht opgespoord, vervolgd, berecht en gesanctioneerd. De grenzen tussen vrijheid, vervolging, sanctionering en toezicht lijken in hoog tempo te vervagen. Het Openbaar Ministerie mag zelfstandig schuldig verklaren en bestraffen. Het aloude verdenkingscriterium wordt losgelaten en vervangen door ‘aanwijzingen’ – ‘moeilijk verifieerbare geruchten’ – dat een strafbaar feit wordt beraamd. Bestuursrechtelijk wordt de meldingsplicht en het locatieverbod ingevoerd. De grenzen van het strafrecht zijn inmiddels ruimschoots overschreden. In deze bundel wordt niet bij de pakken neergezeten, maar gepoogd een antwoord te vinden op prangende vragen van deze tijd, langs de randen van het strafrecht; een hernieuwde reflectie op de grenzen van het strafrecht, op zoek naar interne en externe begrenzingen.

De hierboven aangestipte thema’s komen alle aan bod, samen te vatten onder de noemers ‘verwachtingen’, ‘mogelijkheden’ en‘overschrijdingen’ van het strafrechtelijk instrumentarium. Uit de bijdragen spreekt een zeker verlangen naar de tijd dat het strafrechtelijk systeem nog relatief gesloten was, en slechts als ultimum remedium werd ingezet. Maar dat die zucht niet tot verstarring hoeft te leiden bewijst deze bundel, op zoek naar antwoorden op maatschappelijke vragen, langs de randen van het strafrecht.

Dit is een boek in de Meijers-reeks (nr. 91). De reeks valt onder de verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk Onderzoek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Dit boek maakt deel uit van het onderzoeksprogramma ‘Veiligheid en recht’.

€ 17.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Mensenrechten en staatsveiligheid: verenigbare grootheden?
Mensenrechten en staatsveiligheid: verenigbare grootheden?
J.P. Loof

Hoe moeten en kunnen mensenrechten en staatsveiligheid met elkaar worden verenigd?

In deze studie wordt aan de hand van een uitvoerige analyse van verdragsbepalingen, andere internationaal-rechtelijke normen en jurisprudentie (Europees Hof voor de Rechten van de Mens/VN-Mensenrechtencomité) bezien in hoeverre het internationale recht ruimte biedt voor het beperken van rechten en vrijheden van burgers in het kader van de bescherming van de staatsveiligheid. Daarbij wordt duidelijk dat het internationale recht een bepaalde ruimte biedt, maar dat die ruimte tegelijkertijd beperkt is.
In ernstige crisissituaties mag worden afgeweken van het ‘normale’ niveau van mensenrechtenbescherming, maar ook dan mogen bepaalde grenzen niet worden overschreden en bepaalde waarborgen voor burgers nimmer worden tenietgedaan. Juist op dit terrein zijn de afgelopen decennia nieuwe normen en juridische concepten tot ontwikkeling gekomen. Ook wordt duidelijk dat de internationale controle op de naleving van mensenrechtennormen in crisissituaties – zowel wat betreft de organisatie als wat betreft de gehanteerde toetsingsintensiteit – voor verbetering vatbaar is.

Dit is een boek in de Meijers-reeks (nr. 96).




International Journal for Education Law and Policy (IJELP)
International Journal for Education Law and Policy (IJELP)
J. de Groof, P. Zoontjes, G. Lauwers, G. van der Schyff, I. Richter (eds.)

The peer reviewed International Journal for Education Law and Policy (IJELP), which is the official Journal of ‘The European Association for Education Law and Policy’, provides a critical review of contemporary developments in educational law. The academic journal combines analysis, commentary and documentation on national educational legislation and European and international developments in education. It gives high priority to articles, which provide a comparative perspective and offer a link between law and policy issues. Apart from scholarly articles, IJELP features special thematic reports and contains special country reports. Each issue contains country reports, covering the latest developments in the field of education law, articles of a comparative nature by leading experts in the field and book reviews. The International Journal for Education Law and Policy meets the needs of both academics and practitioners dealing with education issues. Each year two volumes will be released. Price listed is the yearly subscription fee. 

Available IJELP volumes:

- special issue on Romania (2004)
- vol. 1 #1-2 (2005)
- special issue on Governance, Management and Accountability (2005)
- vol. 2 # 1-2 (2006)
- vol. 3 # 1 (2007)
- vol. 4 # 1-2 2008
- vol. 5 # 1-2 2009
- special issue on legitimation and stability of political systems (2010)
- vol. 6 # 1-2 2010

Available year books (40% discount for subscribers to the journal)
- Globalisation and competition in education (2003)
- No person shall be denied the right to education (2004)
- Cultural and educational rights in the enlarged Europe (2005)
- The Right to Education and Rights in Education (2006)
- Inequality in Education (2008)                                                                                              

Subscription fee includes 2 volumes and a 40 % discount on the yearbooks. The special issues will not be published every year, but can be considered a bonus. 

We strongly encourage contributors to submit their contribution by e-mail to IJELP@wolfpublishers.nl, preferably in Microsoft Word format or any compatible format.




The blindfold of Lady Justice
The blindfold of Lady Justice
Kuijer, M.

Dit proefschrift bestudeert de vereisten van rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid zoals deze zijn neergelegd in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Deze problematiek staat de laatste tijd volop in de aandacht van media, politiek, wetenschap en - niet in de laatste plaats - advocatuur en rechterlijke macht zelf.Het proefschrift staat stil bij enkele vraagstukken die ten aanzien van de Nederlandse rechterlijke macht actueel zijn: de toekomst van de Raad van State, het gebruik van rechter-plaatsvervangers, (politieke) nevenfuncties van rechters, religieuze uitingen van rechters, de wenselijkheid van uitlatingen van de zijde van politici op individuele rechtszaken, et cetera. Er is een toenemende belangstelling waar te nemen voor kwesties die gerelateerd zijn aan de onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit van leden van de rechterlijke macht. Eén van de belangrijkste toetsingskaders in dit verband is artikel 6 EVRM.

In discussies over rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid wordt dan ook vaak verwezen naar artikel 6 EVRM. Maar wat vereist dit artikel eigenlijk precies van nationale rechterlijke autoriteiten? Het boek probeert hierop een antwoord te geven aan de hand van een analyse van de Straatsburgse rechtspraak.

Meijersreeks 71




International Courts and Tribunals
International Courts and Tribunals
W. van der Wolf, C. Hoitink (eds)

2nd revised edition!

The book International courts and Tribunals providing a practical and comprehensive overview of the law and practice of all international courts and tribunals and an uniform and systemic presentation of all the relevant information for each court and tribunal.

Over the past decade there has been an increase in the development and use of international law. The rise in the number of international courts and tribunals and the enlargement of their legal powers has been one of the most important developments in international law. The emergence of an international judiciary provided international law with a stronger than ever law enforcement institutes, and facilitated the transformation of many aspects of international relations.

The first edition of International Courts and Tribunals, published in 2006 was the first edition of the book to study systematically this (new) institutional courts and tribunals, by describing this international judicial and quasi-judicial bodies and selecting the most important materials and documents of the courts and tribunals.

This second edition updates the first edition by describing the many legal changes that have taken place in the last few years, including important reforms and developments in the laws and procedures of many international courts and tribunals. Moreover present a new body; the Extraordinary Chambers in the Court of Cambodia. 

Contents: -The Rwanda Tribunal
-The Sierra Leone Tribunal
-The Yugoslav Tribunal
-International Court of Justice
-The International Criminal Court
-The Inter-American Court on Human Rights
-International Tribunal for the Law of the Sea
-European Court of Human Rights
-Extraordinary Chambers in the Court of Cambodia


 This book is useful for academics and students in the field of public international law.  




Aspects of Implementing the Culpability Principle both under International and National Criminal Law
Aspects of Implementing the Culpability Principle both under International and National Criminal Law
Fransisco, M.I.F.

This study is devoted to the various ways States try to implement mens rea or subjective elements contained in treaties providing for definitions of crimes and legal reasons of criminal responsibility, called ‘substantive criminal law’ treaties.

In this initial context, we will follow the classical and widely accepted distinctions as formulated by the legal scholars Mueller and Besharov in ‘A Treatise on International criminal law’. Therefore, when dealing with treaties that regulate criminal behaviour itself, together with definitions of grounds for criminal responsibility such as participation, waging, conspiracy or inchoate acts, the term ‘substantive law’ will be used, whereas the term ‘procedural criminal law’ will be henceforth used when classifying international criminal law regulations on interstate jurisdiction, co-operation and assistance.

This study will provide an answer to the main question: what is the role played by the culpability principle and the subjective preconditions for establishing criminal liability, as regulated at the domestic level, when a state implements the requirements that derive from ratified treaties containing legal definitions of crimes.




Human Rights Manual for Prosecutors.
Human Rights Manual for Prosecutors.
Myjer, E. ; Hancock, B. ; Cowdery, N.

The U.N. Vienna Declaration of 1993 declared that all human rights and fundamental freedoms are universal, indivisible, interdependent and interrelated and should be promoted and implemented in a fair and equitable manner. The prime responsibility for doing so falls upon States.Prosecutors are agents of States.

The editors Egbert Myjer (Judge of the European Court of Human Rights and Professor of Human Rights at Amsterdam Free University) Barry Hancock (General Counsel of the IAP) and Nicholas Cowdery (president of the IAP) have compiled and edited a major work of great significance and value in the field and should find a place on the shelf of every professional working as "agent of State".

The issues discussed in the book are:
public prosecutor: `human rights on duty`; international human rights law; international standards for the independence of the judiciary and the legal profession; human rights and the right to life; human rights and the investigation of offences; human rights during arrest and pre-trial detention; human rights and pre-trial procedures; human rights and trial procedures; human rights and sentencing; human rights and the treatment of prisoners; administration of criminal justice under states of emergency; human rights and juvenile justice; discrimination in the justice system and equality for women in the administration of justice.

The book is published in cooperation with the International Association of Prosecutors (IAP), which is a non-governmental and non-political organisation. It is the first and only world organisation of prosecutors.




Recht en samenleving in de Nederlandse Antillen, Aruba en Suriname
Recht en samenleving in de Nederlandse Antillen, Aruba en Suriname
Munneke, H.F.

Over de Nederlandse Antillen, Aruba en Suriname bestaan de nodige stereotypen. Toeristen zien deze Nederlandstalige landen als oorden met een aangenaam klimaat, gezellige mensen en een overdaad aan vertier. Politici beschouwen de landen als constante bron van zorg omdat zij zo aantrekkelijk lijken voor drugsbaronnen, witwassers, belastingontduikers en baatzuchtige politici. Juristen zien rechtsregels die, hoewel vaak verouderd, toch heel vertrouwd lijken; zij zijn blij dat de Hoge Raad als hoogste rechter voor de Antillen en Aruba die landen heeft behoed voor de status van bananenrepubliek.

Dit boek is geschreven voor lezers die niet willen blijven steken in stereotypen. Het is geen typisch juridisch leerboek aangezien de dienstbaarheid van de regels aan de maatschappij voorop staat. Schandaal-contracten, eigenaarloze grond, plankvennootschappen, en buitenkinderen vormen problemen die eerst vragen om maatschappelijke erkenning en pas daarna om juridische constructies. De doelgroep van dit boek is dan ook breed.

Dit is een boek in de Meijers-reeks (nr. 28). De reeks valt onder de verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk Onderzoek van de Juridische Faculteit van de Rijksuniversiteit Leiden.




The International Seabed Authority Collection
The International Seabed Authority Collection
W. van der Wolf, C. Tofan (eds.)

The seabed and ocean floor as well as the subsoil that are beyond the limits of any national jurisdiction are governed by the UN Convention of the Law of Sea. This area, some 200 nautical miles from baselines along the shore into the ocean is subject to international regulation. In some cases this distance is 350 nautical miles offshore, depending on the natural prolongation of the continental shelf of the territory concerned. The International Seabed Authority and its Parties are in charge of organizing and controlling this area, especially with regard to the  distribution of (mineralrelated) resources. Established under the UN Convention on the Law of the Sea in 1994, the Seabed Authority is an autonomous international organization with a headquarters in Jamaica (Kingston).
In this multi-volume collection, the basic Agreements and Treaties governing the establishment of the Seabed Authority and its work are being presented (volume 1 and 2). In the constituent volumes, the annual sessions are presented in chronological order, making the collection useful for anyone working in the area of maritime law.




Instrumenten ter ondersteuning van de rechter bij de straftoemeting
Instrumenten ter ondersteuning van de rechter bij de straftoemeting
Ard Schoep en Pauline Schuyt

Het bepalen van de straf is in de meeste gevallen het sluitstuk van het strafproces. Het is bovendien het onderdeel van het strafproces dat een zeer grote grote impact heeft, zowel op de verdachte als op de samenleving. Het is alleen al daarom van groot belang dat de rechter weloverwogen de straf bepaalt. Daarbij wordt hij nauwelijks gestuurd door de wetgever. De vrijheid die de rechter daardoor heeft bij de straftoemeting wordt in het algemeen beschouwd als een belangrijk en waardevol kenmerk van het Nederlandse strafrecht, aangezien de rechter hierdoor in staat wordt gesteld bij de straftoemetingsbeslissing rekening te houden met alle mogelijke feiten en omstandigheden die hij voor de straf van belang acht. Daar staat tegenover dat hij het gebruik van die vrijheid voldoende moet verantwoorden, bijvoorbeeld door een duidelijke strafmotivering. Want in de grote mate van vrijheid schuilt het gevaar van willekeur en inconsistentie. Dit botst met de veranderende maatschappelijke en juridische eisen van (meer) rechtseenheid en transparantie, waardoor de vrijheid van de rechter onder druk kan komen te staan.

Met de herziening van de rechterlijke organisatie in 2002 heeft de rechtsprekende macht een eigen opdracht gekregen ter bevordering van de juridische kwaliteit van en uniformiteit in de rechtspraak. In dat kader zijn binnen de rechtsprekende macht twee op landelijke niveau opererende instrumenten ontwikkeld die de rechter kunnen ondersteunen bij het bepalen van de straf. Deze instrumenten, de Databank Consistente Straftoemeting en de oriëntatiepunten straftoemeting, staan centraal in dit boek/onderzoek.

In opdracht van de Raad voor de Rechtspraak is onderzoek verricht naar de effectiviteit van deze instrumenten. Daarbij is aandacht besteed aan de institutionele context waarbinnen de instrumenten functioneren, het ontwikkelingsproces van de instrumenten en de mate waarin de instrumenten daadwerkelijk worden gebruikt bij de straftoemeting.

De uitgave van het rapport werd verzorgd door het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk onderzoek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden, binnen het onderzoeksprogramma `Geschillenbeslechting`.

Meijers-Reeks nr. 85

€ 14.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Pleiten en bewijzen zo werkt het
Pleiten en bewijzen zo werkt het
mr. drs. O.V. Missioura

Deze uitgave is een uitvloeisel van het onderzoek van de door de auteur gevolgde twee Master studies: Nederlands recht (accent privaatrecht en accent strafrecht) en Communicatie Design. Het is geschreven n.a.v. een grootschalig onderzoek naar het taalgebruik van advocaten en de bewijslastomkering.Het verzamelde werk nam ruim anderhalf jaar in beslag en omvat de analyse van geschreven materiaal en video-opnamen van pleitende advocaten. Het boek bestaat uit drie delen en omvat een uniek en intens veldonderzoek naar de pleittechnieken en bewijsmiddelen van advocaten.

De verassende en opzienbarende conclusies van het onderzoek gaan recht in tegen de heersende vooroordelen en de bestaande theorieën.In de rechtszaal gedragen mannen zich anders dan van hen werd verwacht en hebben vrouwen ‘de broek aan’ als ze de rechter aankijken. Zij komen vaker in hun pleidooien met een verzoek aan de rechter, ze noemen hun cliënt en zichzelf vaker in een pleidooi en zijn ze directer en ook minder beleefd dan hun mannelijke collega’s. Daarentegen zijn de mannen zeer amusant met hun beeldend taalgebruik van tegenstellingen, cynisme en sarcasme en overtreffen ze daarmee hun vrouwelijke collega’s met gevoelig/emotioneel en beleefd taalgebruik.

Aan dit onderzoek hebben vooraanstaande vrouwelijke (11) en mannelijke advocaten (12) deelgenomen. Het materiaal voor deel II omvat de ruim bestudeerde literatuur vanuit de Codex Iuris canonici van de 16e eeuw tot heden bij de rechtsontwikkeling in de uitspraken van de Hoge Raad bij de toepassing van de omkering van de bewijslast. Bij de toepassing van de omkeringsregel zijn het de vrouwen die meer geneigd zijn voor de rationele argumenten te kiezen terwijl de mannelijke respondenten meer geneigd zijn om voor emotionele argumenten te kiezen.

De verassende conclusies van het onderzoek zijn o.a. dat vrouwen meer neigen naar de beperkte toepassing van de omkeringsregel terwijl de mannen juist meer open staan voor nieuwe benaderingen in het recht en voor de ruime toepassing van de omkeringsregel.Deze uitgave is voor iedereen die belangstelling heeft voor een multidisciplinaire benadering van het recht, het juridisch taalgebruik, genderverschillen, onderwerpen van bewijslastverdeling, omkering van de bewijslast. Het kan tevens dienen als handleiding voor iedereen die zich interesseert in het snijvlak van recht en psychologie en een wisselwerking van het recht en maatschappij.Ook kan het als voorbeeld dienen bij het opzetten van een eigen succesvol, oorspronkelijk en gewaagd onderzoek en daarnaast een handleiding zijn bij het schrijven van pleitnota’s of redevoeringen. Bij dit boek behoort een CD-Rom van ca. 1000 pagina’s

€ 20.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Justiciability of International Disputes
The Justiciability of International Disputes
Solon Solomon

The Legal Advisor of the Knesset Foreign Affairs and Defense Committee: A comprehensive legal, professional approach to a major security issue. The author`s analysis of the various legal arguments argued before the International Court of Justice, as well as their enrichment with new ones, shed light to a new dimension as far as justiciability of international disputes is concerned. Moreover, the inclusion also of the relevant decisions of the Israeli Supreme Court and their comparison with the Advisory Opinion of the Court`s international counterpart, render the book applicable and useful to the Israeli and international practitioner alike."

- Advocate Miri Frankel-Schor, the Legal Advisor of the Knesset Foreign Affairs and Defense Commitee -

From the introduction... While justiciability lato sensu factors are exterior to the international matter before the Court and do not affect irreversibly its non justiciable character which can be affirmed once these factors cease to exist, this is not the case with justiciability stricto sensu. There, the reasons of the matter’s non justiciability are embedded in it and cannot be separated from it, unless a change in the very essence of the issue occurs. In order to practically demonstrate the aforementioned remark, the advisory opinion on Israel’s security fence (hence the Opinion), will be used as an example. The treatise will argue that apart from non justiciability lato sensu issues, which could on their own lead to the non adjudication of the case such as the alleged bias of Judge Elaraby, the political motives behind the request, its high technical character as well as the lack of evidence, the Court should decline to render an opinion mainly due to reasons of non justiciability stricto sensu, attached to the very nature of the issue. In particular, these reasons can be found in the issue’s bilateral, contentious character and in the fence’s utter connection with the issue of the Israeli settlements. Although the Court itself opted to declare otherwise, it is true that the issue before it was of an intense bilateral character, since it was ultimately connected with that of the settlements. The latter, are deemed illegal by the Palestinians and legal by the Israeli side...

CONTENTS (ABRIDGED)
Chapter 1 The justiciability doctrine - Its nature and role in the adjucation of issues
Chapter 2 The justiciability doctrine and the advisory opinon on Israel`s security fence
Chapter 3 The Isreali Supreme Court and the security fence epilogue


The author, an international practitioner, has served in the Knesset Legal Department, in charge of international and constitutional issues. He has taken part in major symposia and international legal events and articles of his have been published in various legal journals. In 2008, after a relevant competition, the Hebrew University Law Faculty awarded him the George Weber award of excellency for his article on the legal status of the Gaza Strip and the relevant Israeli policy.  




Pleiten vrouwelijke advocaten anders dan mannelijke advocaten?
Pleiten vrouwelijke advocaten anders dan mannelijke advocaten?
O. V. Missioura

Een onderzoek naar het taalgebruik van de advocaten aan de faculteit Geesteswetenschappen (voorheen faculteit Communicatie en cultuur) van de universiteit van Tilburg.

De verzameling van het materiaal voor dit onderzoek nam in totaal 1,5 jaar in beslag (geschreven materiaal en de video-opnames van de pleitende advocaten in rechtzalen). Dit boek vormt het eerste deel van een uniek en intens veldonderzoek naar pleittechnieken van advocaten.

De verrassende en opzienbarende conclusies van het onderzoek gaan recht in tegen de heersende vooroordelen en de bestaande taaltheorieën. In de rechtszaal gedragen mannen zich toch anders dan van hen werd verwacht en vrouwen hebben ‘de broek aan’ als ze de rechter aankijken. Vrouwelijke advocaten komen vaker in hun pleidooien met een verzoek aan de rechter dan de mannelijke advocaten, ze noemen hun cliënt en zichzelf vaker in hun pleidooi dan de mannelijke advocaten en ze zijn directer en minder beleefd dan hun mannelijke collega’s. Daarentegen zijn de mannen zeer amusant met hun beeldend taalgebruik van tegenstellingen, cynisme en sarcasme en overtreffen hun vrouwelijke collega’s met de gevoelig/emotioneel en beleefd taalgebruik. Aan dit onderzoek hebben vooraanstaande vrouwelijke (11) en mannelijke advocaten (12) deelgenomen.

Deze uitgave is voor iedereen die belangstelling heeft voor genderverschillen,het juridisch taalgebruik en kan tevens een handleiding zijn voor advocaten en overige juristen die pleitnota’s en redevoeringen schrijven.Bij het boek is een CD bijgesloten met de uitgewerkte onderzoeksresultaten

€ 17.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Family Reunification Directive
The Family Reunification Directive
Groenendijk, Fernhout, van Dam, van Oers, Strik

In 2003 the EU Council of Ministers adopted a Directive on the right to family reunification for third country nationals living in the EU. By October 2005 Member States should have transposed the Directive in their national legislation. What is the status of implementation of the Directive after the first year? What are the effects of the Directive in the Member States: did it make national laws more liberal or more restrictive? These are questions that will be dealt with in this book.

The Family Reunification Directive is the first major directive on legal migration adopted by the Council of Ministers after the Treaty of Amsterdam entered into force. The experience with the implementation of this Directive gives interesting information on the development of the national policy of the Member States on migration. Moreover, this book provides information relevant for the implementation of other directives on migration, and for the negotiations on proposals for future directives in this field.




National Legislation Incorporating International Crimes
National Legislation Incorporating International Crimes
Neuner, M.

This CD mirrors a recent dynamic in international criminal law. After the adoption of the Rome Statute for a permanent International Criminal Court in July 1998, countries are adjusting their penal legislation to contain Genocide, Crimes against Humanity and War Crimes. Also, attempts were undertaken to incorporate into domestic law the `general principles of criminal law` as contained in the Rome Statute. Eleven domestic legislative projects are on this CD. They intend to incorporate international crimes and general principles of criminal law according to the definitions contained in Parts II and III of the Rome Statute. It is remarkable that already less than five years after the adoption of the Rome Statute, common and civil law States from four different continents have engaged in such incorporation efforts: Common Law: Australia, Canada, New Zealand and the United Kingdom.
Civil Law: the Kingdom of Belgium, Brazil, the Democratic Republic of Congo, Finland, Germany, the Kingdom of The Netherlands and Switzerland.




Cross-border crime inroads on integrity in Europe
Cross-border crime inroads on integrity in Europe
Petrus C. van Duyne, Georgios A. Antonopoulos, Tom Vander Beken, Jackie Harvey, Almir Maljevic and Klaus von Lampe (Eds.)

Europe is not a quiet province, certainly not in terms of the prevalence of cross-border crime and corruption. As a matter of fact, there is a constant pressure on the integrity of its institutions, whether it concerns the Member States of the European Union or the countries outside this ‘family’, but applying for this coveted membership. This pressure does not only come from the ‘outside’: within the European Union there are also continuous criminal inroads being made on its integrity. This is not a new phenomenon. However, the intensification of cross-border mobility as well as recent complex legislation concerning criminal liability, also cross-border, e.g. for corruption, have changed the landscape and widened the risks of such criminal inroads.  

From trading across the Finnish-Russian border to new candidate countries in Southeast Europe, there are new threats looming. The Balkan countries, standing on the threshold of Europe are still rife with corruption. Within the European Union there are serious doubts about the solidity and efficiency of the institutions which are supposed to counter the threat of ‘organised crime’, corruption or other menaces against the integrity of the financial and economic system and its other interests.

In this tenth volume of the Cross-border Crime Colloquium series these questions have been addressed by twenty four expert European scholars. Their recent or on-going research projects and studies are presented within 16 chapters. This volume provides a number of well-reasoned answers while making the reader aware how many questions still have to be addressed in this field.




IJELP Special issue 2010 - Legitimation and Stability of Political systems
IJELP Special issue 2010 - Legitimation and Stability of Political systems
Ingo Richter (ed.)

Contents

Introduction : (Ingo Richter)
Chapter 1: Writing the past: An examination of history and national narratives in the Republic of Yemen´s textbooks (Elizabeth L. Young)
Chapter 2: Dilemmas of moving from the divided past to envisaged united future: Rewriting the history books in the North Cyprus (Dilek Latif)
Chapter 3: Post-war reconciliation through joint textbook revision: The cases of franco-german and polish-german history books (Leopold von Carlowitz)
Chapter 4: Politics, memory and historical conciousness in Japan (Sven Saaler)
Chapter 5: Responding to the thin veneers of controversial issues: The promises and challenges of curriculum implementation in post-cmmunist schools (Thomas Misco)
Chapter 6: History education and democracy in post-apartheid South Africa (Gail Weldon)
Chapter 7: Education and national narratives: Changing representations of the Armenian genocide in history textbooks in Turkey (Jennifer M Dixon)
Chapter 8: Narrating the trauma of political violence: Strategies of forgetting in Italian history education (Andrea Hajek)
Chapter 9: “History and hysteria”: Peru´s Truth and Reconciliation Commission and conflict in the national curriculum (Julia Paulson)

Other available IJELP volumes:
- special issue on Romania (2004)
- vol. 1 issue 1-2 (2005)
- special issue on Governance, Management and Accountability (2005)
- vol. 2 issue 1-2 (2006)
- vol. 3 issue 1 (2007)
- vol. 4 issue 1-2 (2008)                         
- vol. 5 issue 1-2 (2009)

Available year books (40% discount for subscribers to the journal)
- Globalisation and competition in education (2003)
- No person shall be denied the right to education (2004)
- Cultural and educational rights in the enlarged Europe (2005)
- The Right to Education and Rights in Education (2006)
- Inequality in Education(2008)                                                                        

Subscription fee includes 2 volumes and a 40 % discount on the yearbooks. The special issues will not be published every year, but can be considered a bonus. 

We strongly encourage contributors to submit their contribution by e-mail to IJELP@wolfpublishers.nl, preferably in Microsoft Word format or any compatible format.




Soortenbescherming
Soortenbescherming
K. Bastmeier & A. van Kreveld

Dit kennisdocument van het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid van het gerechtshof `s-Hertogenbosch heeft als onderwerp soortenbescherming.

In dit document wordt op basis van CITES-regelgeving en de Flora-en faunawet beschreven op welke wijze in- en uitheemse dier- en plantensoorten in Nederland strafrechterlijk worden beschermd. Daarnaast bevat dit document een overzicht van jurisprudentie van de vijf gerechtshoven op dit terrein.

Mr. C.J. Basmeijer is universitair hoofddocent milieurecht aan de Universiteit van Tilburg.
Drs. A.R. van Kreveld is bioloog en consultant.

Ook verschenen in deze reeks:

Ziekmakend werk, 2010
Afvalstoffen (2e herziene druk), 2010
Straftoemeting in milieu-en gezondheidszaken, 2009 
Dierziekten, 2008 
Soortenbescherming, 2007




Sporen van de twintigste eeuw
Sporen van de twintigste eeuw
F.A.M. Alting von Geuseau

Tijdperken in de geschiedenis passen gewoonlijk niet in de ronde getallen van eeuwen en millenia op de kalender. Met de twintigste eeuw is het niet anders. Als tijdperk in de geschiedenis markeren het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog het begin en de ineenstorting van de Sovjet-Unie het einde van de twintigste eeuw. Maar welke sporen zal de twintigste eeuw nalaten in het nieuwe millenium dat binnenkort ingaat?

Deze vraag stond centraal tijdens het afscheidscollege dat Frans A.M. Alting von Geuseau op 16 december 1998 in de aula van de Katholieke Universiteit Brabant heeft gegeven. In deze bundel treft u de tekst van de rede aan.




Minder beschikken, meer wikken
Minder beschikken, meer wikken
Prof. mr Ybo Buruma, Dave van Toor

Evaluatie van wetgeving is even belangrijk als dat het moeilijk uitvoerbaar is vanuit wetenschappelijk oogpunt. De wetgever wil immers weten of zijn inspanningen het beoogde resultaat hebben gehad. Maar wetgeving fungeert in een maatschappelijke, reële context waarin ook andere factoren van invloed zijn op het te onderzoeken fenomeen. Zo moest er in dit onderzoek mee rekening worden gehouden dat naast de twee onderzochte wetten – over de voorlopige hechtenis en de motivering van strafrechtelijke oordelen – andere factoren van invloed zijn geweest op de werklast der gerechten. Evaluatieonderzoekers moeten proberen de invloed van de te evalueren wetgeving te isoleren van die van andere factoren. Dat eist dat zij de ruimte krijgen niet alleen om in alle vrijheid hun basismateriaal te vergaren, maar ook om bij hun analyse met een brede blik naar het te onderzoeken fenomeen te kijken. Ze moeten immers kunnen bedenken welke andere factoren op hun onderzoeksobject van invloed zijn. In dit onderzoek hebben wij die vrijheid ruimschoots gekregen. Sterker nog: onze begeleidingscommissie onder voorzitterschap van prof. mr E. Stamhuis heeft ons ertoe aangezet om die vrijheid ten volle te gebruiken. Wij zijn de commissie daarvoor erkentelijk.

In dit onderzoek bleek ook het belang van gelijktijdige aanwezigheid van juridische en sociaal-wetenschappelijke kennis en inzichten. Men kan eigenlijk geen onderzoek doen naar effecten van wetgeving op de werklast van het justitieel apparaat, als men niet heel goed de invloed van aanpalende wetten kan inschatten. Anderzijds is dergelijk onderzoek alleen maar zinvol als men goed weet in welke mate men onderzoeksresultaten bij bepaalde gerechten mag extrapoleren naar resultaten die voor alle gerechten gelden en dat eist sociaal-wetenschappelijke kennis. Met het oog op dat laatste willen wij een bijzonder woord van dank uitspreken aan een van de leden van de begeleidingscommissie, dr. F. P. van Tulder. Het onderzoek vergde feitelijke gegevensvergaring bij diverse gerechten. Wij zijn erkentelijk voor de inspanningen van al onze gastheren. Om de (kwantitatieve) resultaten van het onderzoek goed te duiden is een expertbijeenkomst belegd. De inbreng van de daarbij aanwezige raadsheren, rechters en gerechtssecretarissen heeft ons zeer geholpen bij de analyse. Prof. mr Ybo Buruma en mr Dave van Toor Radboud Universiteit Nijmegen, november 2009




Parlementaire immuniteit vanuit een Europese context bezien
Parlementaire immuniteit vanuit een Europese context bezien
R. Nehmelman (red.), P.E. de Morree, S. Sottiaux

Artikel 71 van de Grondwet garandeert dat iedereen die aan het Nederlandse parlementaire debat deelneemt niet in rechte kan worden vervolgd of aangesproken over hetgeen hij of zij heeft gezegd of geschreven tijdens het debat. Deze bepaling heeft betrekking op het staatsrechtelijke leerstuk van parlementaire immuniteit. Dit recht geldt als één van de oudste constitutionele rechten in landen die een volksvertegenwoordiging kennen. Anno 2010 kan worden gesteld dat parlementaire immuniteit nog steeds een belangrijke garantie is om niet in rechte te worden vervolgd voor de uitlatingen die zijn gedaan tijdens het parlementaire debat. De Grondwetgever heeft zo tot uitdrukking willen brengen dat de discussies die worden gevoerd tijdens het parlementaire debat een speciale status hebben. Uit artikel 71 Grondwet kan echter tevens worden afgeleid dat buiten het parlementaire debat iedereen gelijk is voor de wet in Nederland. Een vermeende strafbare uitlating van een parlementariër is dan ook vatbaar voor een eventuele strafrechtelijke vervolging en veroordeling. Om die reden kon Geert Wilders (Partij voor de Vrijheid) voor zijn uitlatingen in 2010 strafrechtelijk kon worden vervolgd. In de samenleving en wetenschap ontspon zich vanaf 2008 naar aanleiding van dit proces een hernieuwde discussie over hoe ver de vrijheid van meningsuiting van een volksvertegenwoordiger zou moeten reiken. Zou een parlementariër juist niet meer moeten kunnen zeggen dan een ‘gewone’ burger die immers niet een electorale achterban heeft?

In drie verschillende bijdragen is in deze bundel niet alleen getracht het leerstuk van de parlementaire immuniteit te beschrijven, maar ook nieuwe inzichten te geven over dit vraagstuk. Daarbij hebben de drie auteurs gebruik gemaakt van het ruime onderzoeksmateriaal dat in diverse Europese landen en in de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens voorhanden is.

Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door een subsidietoekenning van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

€ 19.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



ISAF operaties in Afghanistan
ISAF operaties in Afghanistan
P. Ducheine, E, Pouw

Deze publicatie belicht een aantal militair-rechtelijke aspecten van de ISAF operatie in Afghanistan. Twee thema’s staan daarbij centraal. Ten eerste de rechtsbasis van de missie. Ten tweede de van toepassing zijnde rechtsregimes. Deze rechtsregimes – mensenrechten Rules of Engagement en het humanitaire oorlogsrecht – bepalen de randvoorwaarden waarbinnen commandanten en militairen hun taak uitvoeren. De auteurs besteden specifiek aandacht aan het oorlogsrechtelijke regime dat op targeting (doelbestrijding) tijdens een counterinsurgency operatie als ISAF van toepassing is.

Paul Ducheine en Eric Pouw zijn militair jurist. Zij zijn als Universitair Hoofddocent, respectievelijk promotieonderzoeker werkzaam bij de sectie Militair Recht, Faculteit Militaire Wetenschappen, Nederlandse Defensie Academie (NLDA/FMW). Beiden zijn daarnaast als onderzoekers verbonden aan de Universiteit van Amsterdam (Amsterdam Center of International Law, ACIL). Eric Pouw nam deel aan de missies in Afghanistan. Beiden waren in staat om in 2008-2009 enkele weken veldwerk te verrichten in Uruzgan en Kandahar. Paul Ducheine volgde een opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie. Hij studeerde bestuurskunde en rechten. In 2008 promoveerde hij op zijn dissertatie ‘Krijgsmacht, Geweldgebruik & Terreurbestrijding’. Eric Pouw studeerde rechten en volgde daarna een opleiding tot militair jurist. Zijn proefschrift draagt de werktitel: ‘The Interrelationship between Human Rights Law and International Humanitarian Law in Contemporary Counterinsurgency Operations’.

€ 20.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Commissie gelijke behandeling, Oordelenbundel 2009
Commissie gelijke behandeling, Oordelenbundel 2009
Hoofdredacteur: Prof. dr. C.J. Forder

Deze bundel verschaft inzicht in de betekenis en samenhang van de zeer gevarieerde oordelen die de CGB in 2009 heeft uitgebracht. Ook in 2009 werd een grote diversiteit aan maatschappelijke vraagstukken aan de CGB voorgelegd. De CGB oordeelde over het - mogen - dragen van gezichtsbedekkende kleding, maar ook over de vraag of bouwbedrijven dove timmermansleerlingen moeten aannemen.
De bundel bevat uitvoerige commentaren over iedere grond van onderscheid. Daarin wordt ook aandacht besteed aan rechtspraak en actuele ontwikkelingen. De commentaren worden gevolgd door een overzicht van de relevante oordelen. Enkele opzienbarende oordelen zijn integraal opgenomen en voorzien van een uitgebreide annotatie.In vier thematische bijdragen worden specifieke onderwerpen nader belicht, zoals: de bestrijding van discriminerende uitingen op internet en mediation bij de CGB.

De bundel is bedoeld voor rechtshulpverleners, advocaten, rechters, medewerkers van antidiscriminatiebureaus en P&O afdelingen, wetenschappers en alle anderen die geïnteresseerd zijn in de toepassing van de gelijkebehandelingswetgeving.




De aangesproken staat
De aangesproken staat
L. Besselink, R. Nehmelman (red.)

Op vrijdag 11 december 2009 organiseerde de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht de 36e Staatsrechtconferentie. De conferentie had als thema ‘de aangesproken Staat’. Diverse aspecten van dit thema zoals verantwoordelijkheid, aansprakelijkheid en immuniteit van de overheid, kwamen aan de orde in een breed scala van juridische sub-disciplines. Doel van de conferentie was om de ontwikkelingen in de verschillende juridische disciplines in kaart te brengen met het oog op de constitutionele implicaties en veronderstellingen omtrent de positie van de staat en overheid. De preadviezen, die tijdens deze conferentie centraal stonden bij de bespreking in de diverse workshops, zijn in deze bundel integraal opgenomen. De auteurs hebben hun preadvies kunnen aanpassen aan de hand van de nuttige discussies die op de dag van de conferentie hebben plaatsgevonden. Zodoende is getracht daadwerkelijk een wederzijdse beïnvloeding te laten plaatsvinden tussen de diverse rechtsgebieden.

Het eerste preadvies met als titel:‘(Staats)aansprakelijkheid bij de schending van EVRM-rechten in het ‘grijze’ gebied’, is van de hand van Esther Engelhard, Universiteit Utrecht. Zij kiest in haar preadvies met privaatrechtelijke invalshoek voor een bespreking van het onderwerp EVRM-rechten als basis voor de aansprakelijkheid van de staat en van private ‘ondernemers’ van publieke belangen. Het preadvies wordt gevolgd door een co-referaat van de hand van Jessy Emaus, Universiteit Utrecht. Het strafrechtelijke preadvies is van de hand van Ton Duijkersloot, Universiteit Utrecht en Arthur Hartmann, Erasmus Universiteit Rotterdam. Hun preadvies is getiteld: ‘De aansprakelijkheid van de overheid: een overspannen constructie bij bestraffing? Strafrechtelijke en bestuursrechtelijk aansprakelijkheid van de overheid in perspectief’. Het derde preadvies is geschreven door Ben Schueler, Universiteit Utrecht met als titel: ‘Aan de rechterlijke macht is opgedragen het verknippen van geschillen over publiekrecht en over schuldvorderingen’. In dit preadvies dat een bestuursrechtelijk aspect onder de loupe neemt, is gekozen voor de invalshoek van de beslechting van geschillen over schadevergoeding. Het vierde en laatste preadvies, ‘De aangesproken lidstaat; De internationale aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid van de staat als lid van een internationale organisatie’ is geschreven door Ige Dekker, Universiteit Utrecht en Ramses Wessel, Universiteit Twente. In dit preadvies staan de ontwikkelingen centraal inzake de Staatsaansprakelijkheid die zich in de internationale betrekkingen (kunnen) voordoen.

De preadviezen geven interessante inzichten in het brede leerstuk van de aangesproken Staat en zullen bijdragen tot de verdere ontwikkeling van dit omvangrijke en complexe leerstuk.

€ 30.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Rechten van Turkse Burgers op grond van de associate EEG-Turkije
Rechten van Turkse Burgers op grond van de associate EEG-Turkije
K. Groenendijk, M. Luiten

Het recht dat in het kader van de associatie tussen de EU en Turkije tot stand kwam, is van groeiend belang voor de rechtspositie van Turkse burgers in de EU. Voor de huidige stand van het associatierecht zijn bijna vijftig arresten van het EU Hof van Justitie bepalend. Zonder die rechtspraak is de betekenis van de regels die op grond van de Associatieovereenkomst zijn afgesproken, niet goed te begrijpen.

Dit bronnenboek is bedoeld om de rechtspraak van het Hof van Justitie op het gebied van het associatierecht toegankelijker te maken. Het bevat een overzicht van de belangrijkste overwegingen van het Hof van Justitie over de relevante artikelen betreffende het verblijfsrecht en de gelijke behandeling van Turkse burgers op basis van de Associatieovereenkomst.

De associatieregels zijn van groot belang voor de rechtspraktijk. Turkse burgers zijn veruit de grootste groep burgers uit derde landen in Nederland en in de EU. De associatieregels blijven relevant zolang Turkije nog niet tot de EU is toegetreden. Bovendien zal de rechtspraak van het Hof van Justitie over de associatieregels ook een rol spelen bij de uitleg van de nieuwe EU richtlijnen over de rechtspositie van migranten uit landen buiten de EU.  

€ 15.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Sport van Wetgeven
Sport van Wetgeven
J.J. Arts, N.C. Engel, A.C. Groot, E.J.M. van de Laar, A.C. de Ridder (red.)

Deze bundel verschijnt ter gelegenheid van het afscheid van Piet Federer van het Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De bundel bevat bijdragen van vrienden en collega’s van binnen en buiten de Kamer, met wie Piet in de loop der jaren heeft samengewerkt aan een uiteenlopende en schier eindeloze reeks amendementen en initiatiefvoorstellen. Het overkoepelende thema van de bijdragen is “Sport van Wetgeven”. Met dit thema wordt niet alleen uitdrukking gegeven aan de topprestatie die Piet in de afgelopen decennia bij het Bureau Wetgeving heeft geleverd, maar ook aan twee van zijn voornaamste interesses: sport en wetgeven.

Inhoudsopgave:
Voorwoord - Redactie
Amenderen in blessuretijd - Hans Arts
Piets puzzel - Kiki Bagijn-van der Leeden
Ontoelaatbaarheid van amendementen - Tim Borman
Het recht om wijzigingen in een voorstel des Konings te maken - Natasja Engel
Vergelijkend onderzoek naar humor - Jaap Goudswaard
Veilig over de thuisplaat en naar de dug-out - Anouschka Groot
Wetgeven is topsport! - Wim Hendriks
Een amendement - Paulus Jansen
De wereldkampioenschappen wetgeven - Esther van de Laar
Wat kan Piet niet? - René Mazel
Herinneringen - Martin Mieras
De wetgevingsolympiade - Alexander de Ridder
Griffiesporten: Amenderen en pijltjes gooien - Johan Veld
Fout van ….. - Sytske de Vries
Voetbalwet en wetgevingsonderwijs - Sjoerd Zijlstra
Piets puzzel (oplossing)
Auteurslijst    
Met bijdragen van:   mr. drs. J.J. Arts, ML Wetgevingsjurist bij het Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
mw. mr. K. Bagijn-van der Leeden, ML Jurist bij de Nederlandse Zorgautoriteit. Werkzaam geweest als wetgevingsjurist bij het Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
mr. T.C. Borman Raadadviseur bij de sector Staats- en bestuursrecht van de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie en docent aan de Academie voor Wetgeving.
mw. N.C. Engel, LL.M ML Wetgevingsjurist bij het Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
J.H. Goudswaard Hoofd Griffie/Bureau Wetgeving bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
mw. A.C. Groot, LL.M ML Wetgevingsjurist bij het Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
mr. W.A.M. Hendriks Wetgevingsjurist bij de Directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Werkzaam geweest als wetgevingsjurist bij het Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Ir. P.F.C. Jansen Lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de SP sinds 30 november 2006.
mw. E.J.M. van de Laar, LL.M Wetgevingsjurist bij het Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
mr. R.G. Mazel Hoofd Afdeling Wetgeving Staatsinrichting en Grondrechten van de Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en Voorzitter van de Redactieraad Basiswettenbestand.
M. Mieras Voormalig Hoofd Griffie/Bureau Wetgeving bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
mr. A.C. de Ridder, ML Wetgevingsjurist bij het Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
mr. J.J. Veld Senior wetgevingsjurist bij de Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Werkzaam geweest als wetgevingsjurist bij het Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
mw. mr. S.J. de Vries Coördinerend wetgevingsjurist bij de Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
prof. mr. S.E. Zijlstra Hoogleraar Staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit en kerndocent aan de Academie voor Wetgeving.

€ 20.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Politieke Verdediging
Politieke Verdediging
Ties Prakken, Jan Fermon

Politieke processen zijn van alle tijden en daarin wordt meestal politiek verdedigd. Soms maakt de verdediging een proces pas politiek. Jan Fermon en Ties Prakken putten uit hun jarenlange ervaring met politieke verdediging in deze analytische beschouwing over strafrecht en politiek. Naast de beschrijving van een aantal beroemde historische processen en processen waarbij de auteurs in Nederland en België zelf betrokken waren, gaan zij in op de strategie van politieke verdediging ten behoeve van advocaten die met politieke zaken te maken krijgen en hun (potentiële) cliënten die zich misschien niet altijd realiseren wat de mogelijkheden van een politiek proces zijn en wat zij van een advocaat wel en niet kunnen verwachten. Maar ook wie als  `buitenstaander’ in dit grensgebied tussen recht en politiek geïnteresseerd is, zal er het nodige van zijn gading vinden.

Jan Fermon is advocaat in Brussel en onderzoeker strafrecht aan de Universiteit Maastricht en Ties Prakken is advocaat in Amsterdam en em. hoogleraar strafrecht aan de Universiteit Maastricht.

Bij dit boek hoort ook een website die te vinden is op:
https://sites.google.com/site/politiekeverdediging/. Op deze site kan meer achtergrondmateriaal gevonden worden, zoals oudere en moeilijk toegankelijke teksten over politieke verdediging, rechterlijke uitspraken en bijdragen van lezers.

€ 35.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



International Journal for Education Law and Policy (single volume purchase)
International Journal for Education Law and Policy (single volume purchase)
J. de Groof, P. Zoontjes, G. Lauwers, G. van der Schyff, I. Richter (eds.)

Product Description
The peer reviewed International Journal for Education Law and Policy (IJELP), which is the official Journal of ‘The European Association for Education Law and Policy’, provides a critical review of contemporary developments in educational law. The academic journal combines analysis, commentary and documentation on national educational legislation and European and international developments in education. It gives high priority to articles, which provide a comparative perspective and offer a link between law and policy issues. Apart from scholarly articles, IJELP features special thematic reports and contains special country reports. Each issue contains country reports, covering the latest developments in the field of education law, articles of a comparative nature by leading experts in the field and book reviews. The International Journal for Education Law and Policy meets the needs of both academics and practitioners dealing with education issues. Each year two volumes will be released. Price listed is the yearly subscription fee. Available IJELP volumes:
- special issue on Romania (2004)
- vol. 1 #1-2 (2005)
- special # on Governance, Management and Accountability (2005)
- vol. 2 # 1-2 (2006)
- vol. 3 # 1 (2007)
- vol. 4 # 1-2 (2008)                                                                                                                                                           - vol. 5 # 1-2 (2009) Available year books (40% discount for subscribers to the journal)
- Globalisation and competition in education (2003)
- No person shall be denied the right to education (2004)
- Cultural and educational rights in the enlarged Europe (2005)
- The Right to Education and Rights in Education (2006)
- Inequality in Education (2008)                                                                                                                                   - Legimitation and  Stability of Political Systems (2010) Subscription fee includes 2 volumes and a 40 % discount on the yearbooks. The special issues will not be published every year, but can be considered a bonus. We strongly encourage contributors to submit their contribution by e-mail to IJELP@wolfpublishers.nl, preferably in Microsoft Word format or any compatible format.  




Van voorbijgaande aard
Van voorbijgaande aard
Anton Gerits

Anton Gerits (Den Haag 1930) debuteerde in 1957 bij A.A.M. Stols met de dichtbundel Grondbezit. Hierna volgden, eveneens bij A.A.M. Stols in 1960 Honingzoekenden (verhalen); Kimverheffing. Gedichten (1960); en in 1984 bij Reflex (onder het pseudoniem Arnold Dorsten) Gang van zaken. Werk van hem verscheen in Nieuw Vlaams Tijdschrift, Maatstaf, Roeping, Tirade De Gids, Parmentier en tegenwoordig regelmatig in Hollands Maandblad; in De Schouw, kwartaal schift van de Vereniging Vrienden van Park de Hoge Veluwe, en in het weekblad Gooi- en Eembode. In 1933 werd hem de literaire prijs van de provincie Gelderland toegekend voor de Cyclus Tot dolen en dromen ontwaakt, een eerbetoon aan Ida Gerhardt, opgenomen in de bundel Landschapsbeheer, in 1996 verschenen bij De Beuk in Amsterdam. Van de gedichtbundels die nog tijdens het leven van W.J. Simons bij De Beuk verschenen, zijn er drie nog beperkt leverbaar via Dichterscollectief 2006. (zie www.dichterscollectief2006.nl)

€ 9.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Rekenen met rechtspraak
Rekenen met rechtspraak
J.A. Visser

In dit boek wordt een jurisprudentieonderzoek besproken van ongeveer 4000 WIPO arbitrageuitspraken op het gebied van conflicten van registratie en gebruik van internetdomeinnamen. In tegenstelling tot traditioneel jurisprudentieonderzoek betrof dit onderzoek een grootschalige structurele analyse, namelijk een juridisch-kwantitatief onderzoek. Bepaalde onderdelen van de analyse, zoals het verzamelen en verwerken van de benodigde (relevante) factoren, werden deels geautimatiseerd. Voor juristen, onderzoekers, advocaten en rechters zou een dergelijke manier van analyseren in deze tijd van digitalisering en een steeds toenemend aantal rechterlijke uitspraken wel eens meer uitkomst kunnen bieden dan traditioneel jurisprudentieonderzoek.




De juridische positie van de internal auditor in Nederland
De juridische positie van de internal auditor in Nederland
L.P.L. de Bruijn

Boekhoudschandalen hebben de aandacht voor corporate governance vergroot. Daarmee is er ook een prominentere rol ontstaan voor de internal auditor. Deze nieuwe rol vereist een goede positie voor deze interne `toezichthouder`, zo concludeert Louis de Bruijn in zijn proefschrift `De juridische positie van de internal auditor in Nederland.` De Bruijn promoveerde donderdag 10 juni 2010 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.Louis de Bruijn schetst in zijn proefschrift de lastige positie van een internal auditor. Enerzijds bepaalt het bedrijf in kwestie het werkterrein van de auditor, anderzijds zijn het de regels van bijvoorbeeld het NIVRA waar de auditor zich aan moet houden. Tegelijkertijd is voor een aantal onderwerpen juist weer niet helder omschreven welke regels gelden voor auditors. De Bruijn pleit voor een standaardomschrijving van de taken en bevoegdheden van de auditor. Daarnaast is het van belang dat de organisatorische onafhankelijkheid voor de internal auditor goed is geborgd, waarbij de bestaande (wettelijke) regels aangevuld moeten worden met maatregelen door de organisatie. De te betrachten geheimhouding door de internal auditor kan op gespannen voet staan met de wensen van de organisatie of met de informatieverstrekking aan beroepsorganisaties. Ook is het regelen van bevoegdheid voor onderzoeken van belang, met name wanneer er in een organisatie weerstand tegen interne onderzoeken is.

€ 30.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Over roofkunst gesproken
Over roofkunst gesproken
H.C.F. Schoordijk

In 2003 adviseerde de Restitutie Commissie (RC) aan de Minister van OC&W de zogenaamde Koenigs-collectie –een van de grootste tekeningenverzamelingen uit de 15e, 16e en 17e eeuw– niet te restitueren. Christine Koenigs hield mij de beslissing van de RC voor, waarbij mij dadelijk opviel dat Franz Koenigs, die een geringe schuld had aan de joodse L & R-bank en daarin een belang had, zijn collectie in zekerheid aan de bank had overgedragen. Vervolgens droeg Koenigs ter delging van die schuld de collectie in volle eigendom aan de bank over (inbetalinggeving). Dit handelen was gezien de context niet slechts verwonderlijk maarnaar de maatstaven van april 1940 nietig, immers in strijd met Artikel 1200 BW, het zgn verbod van toeeigening. De RC en ook de schrijvers waaronder rechtsgeleerden hebben aan dit aspect geen enkele aandacht besteed, waarschijnlijk omdat vooral het vooroorlogse goederenrecht na de invoering van ons nieuw BW in 1992 voor velen terra incognita is. De ratio van dit verbod dat vanaf het romeinse recht tot nu toe in bijna alle rechtsstelsels voorkomt, is gelegen in bescherming van debiteuren die veelal onder druk (undue influence) handelen. Zo raakte menig kunstenaar, waaronder Van Gogh, schilderijen voor een appel en een ei kwijt. De rol van de inbetalinggeving in de Koenigs-zaak boeit mij nog steeds. Daarenboven bleek later dat de RC Artikel 1200 BW voor de beoordeling van  restitutieverzoeken irrelevant acht. “De RC gaat daar niet over” – zo werd bij een zitting gesteld. De commissie zou naar ik begrijp louter dienen te oordelen naar billijkheid. Een opvatting waarin ik mij niet kan vinden. Billijkheid mag nooit los gezongen worden van het recht. Ik bracht eerst een legal opinion uit waarin ik Artikel 1200 BW prominent aan de orde stelde, later schreef ik een bijdrage over roofkunst in het algemeen waarin vooral aan het werk en de taak van de RC veel aandacht geschonken wordt. Wellicht kunnen beide stukken van belang zijn voor een groter publiek en steun geven bij de beoordeling van  restitutieclaims, want er is nog steeds veel onrecht. Een kort opstel over roofkunst, taal en rechtsvinding heb ik hieraan toegevoegd. Als de letter van de wet voor onrecht lijkt te staan, dan mogen wij die wet, indien het door feiten gestaafde recht der werkelijkheid zulks rechtvaardigt, als niet geschreven beschouwen. Restitutie van kunst veronderstelt kennis van de Londense Besluiten E 100 en E 133. Ze zijn voor de meeste lezers niet gemakkelijk te raadplegen. Gemakshalve zijn de meest relevante bepalingen op pag. 111 en volgende opgenomen. H.C.F. Schoordijk, Goirle, april 2010

€ 15.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Naar een clean break bij echtscheiding
Naar een clean break bij echtscheiding
H.C.F.Schoordijk

Huwelijks-goederenregimes kennen wij in soorten en maten. Nederland heeft een wettelijk regime van algehele gemeenschap en nog twee regimes die aansturen op verdeling van hetgeen gemeenschappelijk verworven is, t.w. de gemeenschap van winst en verlies en haar variant, die van vruchten en inkomsten aan de ene kant en verrekenbedingen die economisch gezien hetzelfde inhouden aan de andere kant. Beide systemen lijken een clean break (een redelijke exit over en weer bij echtscheiding) te garanderen, maar dit is een vergissing. Voor dit boek deed Prof. mr. Herman Schoordijk onderzoek naar het fenomeen `clean break`. Hij kijkt naar het recht op een verantwoorde exit, en onderzocht onder meer de wettelijke exitregelingen van Zwitserland, Engeland en Spanje. Hij stelt daarbij de vraag of het niet zinvol zou zijn om te denken in termen van reallocatie.

€ 7.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Bij wat er is
Bij wat er is
Anton Gerits

In deze nieuwe bundel van Anton Gerits (geboren 1930 in Den Haag, sinds 1970 woonachtig in Hilversum) ligt het accent op natuurbeleving. Waarnemingen die zich niet beperken tot wat er is, maar waarbij tevens de worsteling wordt herkend die aan de natuur, waarvan de mens ook deel uitmaakt, eigen is. Daardoor gaat deze poëzie zowel over de natuur als over de ‘humaine condition’.




Global Features of Constitutional Law
Global Features of Constitutional Law
François Venter

What are the implications of globalization for the understanding of, research within and practice of constitutional law as an increasingly comparative field?  What method(s) are appropriate for doing constitutional comparison, why should constitutional judges engage in comparison, how do constitutional states deal with common problems exacerbated by globalization and where is the world of constitutionalism, partly shackled by superannuated terminology, heading?

This book confronts these questions. The discussion of some of them goes well beyond an introduction:  the multi-jurisdictional analysis represents a contribution to the advancement of comparative constitutional law.  Although the material is sourced primarily from the constitutional law of South Africa, Germany, Canada and the United States, there are also substantial references to the UK, EU and the Netherlands.  The considerations brought forward are relevant to virtually every jurisdiction which is part of the global community of the early 21st Century. The book has been subject to double blind peer review. One reviewer wrote:

The author comes to balanced and reasonable conclusions in studying the globalisation of constitutional law.  The work is richly composed of comparative material and examples from various systems. The author also does not neglect to study the thought of leading comparative lawyers . . . It is commendable that abstract questions and problems of law are addressed with reference to concrete examples, thereby bringing difficult problems to life.  This is especially true given the many references to case law . . .  In essence, the work reads well, is well researched and is a worthy addition to comparative law and thought on the problems in this field.

About the Author
Francois Venter received the degrees BJur et Com (1968), LLB (1970) and LLD (1978) from the Potchefstroom University (South Africa).  Since 1978 he received various research grants from the Alexander-von-Humboldt-Stiftung and is an alumnus of the Max-Planck-Institut für ausländisches öffentliches Recht und Völkerrecht (Heidelberg, Germany). He performed a prominent role in the process of the negotiation and drafting of the first fully democratic Constitution of South Africa.  Currently he is dean of the Faculty of Law, North-West University, Potchefstroom, and since 2009 President of the South African Law Deans Association.

Other publications by Francois Venter:
Constitutional Comparison – Japan, Germany, Canada and South Africa as Constitutional States (Juta and Kluwer International, 2000) (monograph)
"The Politics of Constitutional Adjudication" 2005(1) Zeitschrift für ausländisches öffentliches Recht und Völkerrecht 129.
"Religious Plurality – The Responsibilities of the Constitutional State" in Die Ordnung der Freiheit – Festschrift für Christian Starck (Mohr Siebeck, 2007)
"The emergence of South African constitutionalism:  from colonial constraints to a constitutional state" in G van der Schyff (ed.) Constitutionalism in the Netherlands and South Africa – the many faces of the Rechtsstaat (Wolf Legal Publishers, Nijmegen 2008)
"Globalization of Constitutional Law through comparative Constitution-making" 2008(1) Verfassung und Recht in Übersee 16
"Arms Deals, Bribery and Political Interference" 2008(125) South African Law Journal 633
 




Environmental Refugees
Environmental Refugees
Silke Marie Christiansen

Climate change is primarily associated with its physical outcomes like extreme weather events, rising sea levels and desertification. However, these climatic impacts do not only pose a threat to the environment, natural habitat and biodiversity but also to society.

Environmental migration as one social aftermath of climate change is the subject of this analysis. The emergence of environmental refugees is heatedly debated in the media, among policymakers and in academic writing of various disciplines. The author of this thesis seeks to take that debate seriously. She does not put the existence of environmental refugees a priori to her analysis, but scrutinizes the different notions critically.

The thesis provides a legal analysis of the current situation of environmental refugees embedded in international environmental and international humanitarian law. The work further combines international environmental law with political aspects and aspects of legal philosophy. The actual political treatment of environmental refugees on EU-level through the EU-agency Frontex is presented as well as ethical considerations concerning the responsibility for climate change are made.

The author arrives at the conclusion that in a globalized world the facts have mingled. The duties and responsibilities in international law are growing stronger as the world grows together. However, the different bodies of international law need to adjust to this new reality still, until now they stand relatively isolated side by side. 

Silke Marie Christiansen completed her legal studies at the Humboldt University in Berlin before she attended the masters program in environmental law at the University of Lüneburg. The thesis was submitted as her master thesis. She won a sponsorship award from the Sponsoring Association to the Masters Degree Program of Environmental Law at the University of Lüneburg (VMU) for this work. Currently she holds a scholarship from the Deutsche Bundesstiftung Umwelt to write her doctoral thesis in international environmental law.




HBO-Rechten in het werkveld
HBO-Rechten in het werkveld
G. Hupperetz, R. Susskind, S. de Rooij, E. van de Luytgaarden

De Juridische Hogeschool Avans-Fontys organiseerde op 1 december 2009 het eerste nationale HBO-Rechtencongres. Op deze studiedag, geïnitieerd door het landelijk overleg van acht de HBO-Rechtenopleidingen, lieten diverse sprekers hun licht schijnen op de hbo-jurist in het juridische werkveld.

HBO-Rechten is een brede juridische opleiding met veel aandacht voor juridische kennis en vaardigheden, maar ook voor taal, communicatie, organisatie, ict en dossierbeheer. Samen met het werkveld werken de opleidingen aan een optimale afstemming tussen opleiding en de behoeften van de praktijk nu en in de toekomst.

Het landelijke HBO-Rechtencongres wordt jaarlijks georganiseerd (in 2011 bij de Hogeschool van Amsterdam).

De lezingen zijn, in de volgorde zoals de sprekers tijdens de congresdag aan het woord zijn gekomen, in dit boekje gebundeld: mr. Gerard Hupperetz, directeur Juridische Hogeschool Avans-Fontys en voorzitter landelijk overleg HBO-Rechten prof. Richard Susskind OBE, onafhankelijk adviseur en hoogleraar aan de Universiteit van Strathclyde (GB) mr. Suzanne de Rooij, docent aan de Juridische Hogeschool Avans-Fontys mr. Eric van de Luytgaarden, lector beroepsuitoefening voor juristen en onafhankelijk adviseur

€ 9.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Cloning and Stem Cell Research Legal Documents: The United States of America
Cloning and Stem Cell Research Legal Documents: The United States of America
P.A. van Laar LLM. Mphil.

Stem cells are cells found in most, if not all, multi-cellular organisms. They are characterized by the ability to renew themselves through cell division and differentiation into a diverse range of specialized cell types. Stem cells can now be grown and transformed into specialized cells with characteristics consistent with cells of various tissues, such as muscles or nerves, through cell culture. For this reason, their use in medical therapies has been proposed. In particular, embryonic cell lines, autologous embryonic stem cells generated through therapeutic cloning, and highly plastic adult stem cells from the umbilical cord blood or bone marrow are touted as promising candidates.

As promising as this may sound, under the Bush regime, stem cell research in the United States was kept on a very tight leash. Bush limited the various uses of stem cell research enormously through the adaptation of strict legislation. The United States’ former president even pronounced that he would use his veto, if the senate would stretch the stem cell legislation beyond his prescribed limits. Now, a whole new era opens for the United States, since Barack Obama already made known he will make important changes to the existing legislation concerning stem cell research. In our viewpoint, this is necessary to put America back on the world map whilst discovering the possibilities of curing diseases with the help of stem cell research. In order to compare the new strategy of Obama to the old path prescribed by Bush regarding stem cell research, insight in existing stem cell legislation is necessary.

Therefore, this collection of legislation on stem cell research provides a complete and in-depth overview of the current state of affairs concerning this topic in America. This collection is vital for every legal academic scholar, especially now that the United States are marking the progress of stem cell research as one of their top priorities.

Other available volumes:

• Legislative Developments in Stem Cell Research in the United States of America Volume I Part One ; ISBN 9789058507501
• Legislative Developments in Stem Cell Research in the United States of America Volume I Part Two; ISBN 9789058507518
• An overview of research and studies in stem cell research in the USA Volume I.2 Part Two; ISBN 9789058507532




Effectenanalyse in Europees en nationaal verband
Effectenanalyse in Europees en nationaal verband
L.J. Vester, A.C.M. Meuwese

Verslag van het sypmosium van 24 april 2008 voor de Vereniging voor wetgeving en wetgevingsbeleid.

Inhoud:

- Op zoek naar effect(en). Effectenanalyses in het Nederlandse wetgevingstraject (L.J. Vester)
- Impact assessment als onderdeel van een `gemeenschappelijke wetgevingscultuur` in Europea (A.C.M. Meuwese)

In deze serie verschenen ook:

Complexiteit van wetgeving (2010)
Wetgever en constitutie (2009)
Bruikbare wetgeving (2007)
De wetgevingsadvisering door de Raad van State (2007)
Het wetsvoorstel OM afdoening (2007)  




Van bestuurskunde naar bestuur, revisited
Van bestuurskunde naar bestuur, revisited
F. Fleurke

In zijn afscheidsrede kijkt Fred Fleurke naar het functioneren van de wijze waarop de minister die belast is met toezicht op de volkshuisvesting, toezicht houdt op de woningcoorperaties. Eenzelfde excercitie voltrok zich 20 jaar eerder, toen Fleurke aantrad als hoogleraar.
Fleurke zorgde ervoor dat de minister opnieuw een opdracht over het toezicht op de woningcorporaties heeft verstrekt. De opdracht werd deze keer wel wat ruimer gesteld. Ze had niet alleen betrekking op het toezicht, maar ook op de verhouding tussen de corporaties en de overheid in het algemeen, en op de vraag hoe deze verhouding in de toekomst zou kunnen worden verbeterd. De achtergrond daarvoor was de golf van kritiek waarin het corporatiebestel de afgelopen jaren terecht is gekomen. Fleurke maakt dan ook een vergelijking tussen het besturingsprobleem van de sociale verhuursector in 1990 en nu, en de wijze van probleemanalyse en advisering op deze twee tijdstippen. Hij sloot zijn betoog af met enkele algemene observaties over de bestuurskunde in relatie tot de bestuurspraktijk.




Kwaliteit van rechtspleging
Kwaliteit van rechtspleging
W.M.C.J. Rutten- van Deurzen

‘Kwaliteit is op de eerste plaats goede mensen selecteren’ - Erik van den Emster, Voorzitter Raad voor de rechtspraak 2008

‘Kwaliteit van rechtspraak is vooral een eigenschap van de organisatie, niet van individuele rechters’. – Cees Schuyt, 2002

‘Kwaliteit van de organisatie is belangrijk, maar het moet uiteindelijk gaan om de kwaliteit van het primaire proces’. – E. van der Kam, 2000

Dit proefschrift handelt over het begrip kwaliteit in de context van rechtspraak en rechtspleging en de kwaliteitsbevorderende rol van de Raad voor de rechtspraak ten aanzien van rechtspraak en rechtspleging. In dit onderzoek zal een analysemodel annex toetsingskader worden ontwikkeld waarmee het begrip kwaliteit in rechtspraak en rechtspleging nader kan worden gedefinieerd en geoperationaliseerd en aan de hand waarvan de kwaliteitsbevorderende rol van de Raad systematisch kan worden verkend.

€ 30.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Democratische vertegenwoordiging en het inzetten van militairen: Politieke principes of principiële politiek?
Democratische vertegenwoordiging en het inzetten van militairen: Politieke principes of principiële politiek?
A. Kristic

Scriptieprijs 2007

Artikelen 96 en 100 van de Nederlandse Grondwet regelen de democratische besluitvormingsprocedure aangaande het uitzenden van de militairen en normeren zo de constitutionele verhouding tussen de regering en het parlement op dit gebied. In artikel 96 is de procedure voor het verklaren van de oorlog vastgelegd, terwijl artikel 100 de procedure regelt voor de inzet van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Artikel 96 wordt vandaag de dag als een dode letter in de wet beschouwd.

Met de invoering van artikel 100 lijkt het parlement constitutionele beslissingsmacht ingeruild te hebben voor een inlichtingenrecht. Heeft het parlement ingeboet aan betrokkenheid en beslissingsmacht aangaande het uitzenden van militairen? Is de democratische legitimatie van de besluiten tot het uitzenden van militairen en van de militaire handelingen daardoor zo verminderd dat dit vermeend deficit strijdig is met de principes van de democratische rechtsstaat? Kan de rechterlijke macht dit tekort aan parlementaire beslissingsmacht enigszins ondervangen? Aan de hand van een analyse van de begrippen democratie en representatie worden deze vragen in dit onderzoek beantwoord. De zaken Erik O en Slapende Mariniers dienen daarbij ter illustratie.

Van de jury:
Centraal staat de vraag welke verschuivingen plaatsvinden in het concept ‘oorlog’ sinds het 1945 VN Handvest en na 9/11. Deze vraag is verbonden met de onduidelijkheid over de juridische status van ‘vredesmissies’ waarin oorlogshandelingen plaatsvinden en het gebrek aan democratische legitimatie van de besluiten tot het zenden van militairen voor vredesmissies.

Het onderwerp is uitgewerkt met een knappe verbinding tussen drie verschillen