(International) Criminal Law

General information : (International) Criminal Law

Highlights

BookCover

Vergeving in het strafrecht
Jacques Claessen


In deze monografie wordt gepleit voor de integratie van vergeving in het strafrecht via de implementatie van herstelgerichte praktijken, waaronder slachtofferdaderbemiddeling. Hoewel vergeving noch doel mag zijn noch mag worden afgedwongen, dient het misdaadrecht wel ruimte te bieden voor vergeving. Anders dan vergelding in de betekenis van proportionele wraakneming kan vergeving namelijk in praktijk wel een bijdrage leveren aan conflictoplossing en de weg vrijmaken voor verzoening. Het is tijd dat het strafrecht werk gaat maken van pacificatie, wat onvermijdelijk aanzienlijke wijzigingen van het straf(proces)recht met zich zal brengen. Moraal, recht en politiek dienen uiteindelijk te zijn gericht op de realisering van een harmonieuze, vreedzame en zoveel mogelijk geweldloze samenleving. Beschaving reikt verder dan het verruilen van ongebreidelde wraakneming voor proportionele wraakneming. Aan de horizon prijken vergelding van kwaad met goed, herstel en vergeving als idealen. In deze monografie wordt een antwoord gegeven op de volgende vragen: wat is vergeving? Hoe komt zij tot stand? Zijn vergelding en vergeving elkaars tegenpolen? Waarom is vergeving belangrijk? Met welk mensbeeld gaat zij gepaard? Hoort vergeving thuis in het publieke domein? Hoe valt zij in te passen in het strafrecht? En welke rol speelt herstelrecht in dat verband?

Recent Publications

image1

Legislative Proposal to Introduce Provisions Governing Restorative Justice Services into the Dutch Code of Criminal Procedre and Explanatory Memorandum
Jacques Claessen, John Blad, Gert Jan Slump, Theo de Roos, Anneke van Hoek, Annemieke Wolthuis

This publication contains the revised version of a legislative proposal, drafted by and at the initiative of citizens, to introduce restorative justice provisions into the Dutch Code of Criminal Procedure. The initiative to this Legislative Proposal and its Explanatory Memorandum was taken within the framework of the impending introduction of the new Dutch Code of Criminal Procedure. It was drafted by an Initiator Group consisting of persons working for Maastricht University and the Dutch Restorative Justice Foundation in collaboration with a think tank made up of professionals from the fields of criminal law and restorative justice. This legislative draft was presented to the Minister of Legal Protection, drs S. Dekker, and to the members of the Permanent Commission for Justice and Security of the Lower Chamber on 27 June 2018. The authors feel that the official legislative process can begin in earnest, now that a revised version of the Legislative Proposal has been completed. Being able to deal with criminal matters in a more restorative manner is after all not a luxury, but a necessity.   ‘This initiative has generated an incentive and a standardisation that are of value to an evolving justice practice. The role which this revised version has assigned to the Mediation Offices is in tune with the way in which mediation in criminal cases is organised in the work processes of Public Prosecutors’ Offices and the Courts.”  mr Judith Uitermark - judge and national coordinator mediation in criminal cases. 

€ 9.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel

image1

Voorstel van Wet strekkende tot de invoering van herstelrechtvoorzieningen in het Wetboek van Strafvordering, inclusief Memorie van Toelichting
Jacques Claessen, Gert Jan Slump, Anneke van Hoek, Annemieke Wolthuis, Theo de Roos

In deze publicatie treft u de herziene versie aan van het voorstel van wet strekkende tot de invoering van herstelrechtvoorzieningen in het Wetboek van Strafvordering, opgesteld op initiatief van en door burgers. Het is een wetsvoorstel, inclusief Memorie van Toelichting, waartoe wij het initiatief hebben genomen in het kader van de aanstaande invoering van een nieuw Wetboek van Strafvordering. Het voorstel van wet is geschreven door een initiatiefgroep (Universiteit Maastricht en Restorative Justice Nederland) in samenwerking met een denktank bestaande uit strafrecht- en herstelrechtprofessional. De proeve van wetgeving is in juni 2018 aangeboden aan Minister voor Rechtsbescherming drs. S. Dekker en aan de leden van de Vaste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid van de Tweede Kamer. Met deze herziene versie van het voorstel van wet kan het formele wetgevingsproces wat ons betreft echt van start. De mogelijkheid om zaken in het strafrecht op een meer herstelgerichte manier af te doen is immers geen luxe, maar een noodzaak. 

“De stimulans en de uniformering die van dit initiatief uitgaat is waardevol voor de zich ontwikkelende rechtspraktijk. Door de rol die in deze herziene versie is toebedeeld aan de mediationbureaus wordt aangesloten bij de wijze waarop mediation in strafzaken is geregeld in de werkprocessen van OM en ZM”. 

mr. Judith Uitermark – rechter en landelijk coördinator mediation in strafzaken. 

€ 9.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel

image1

Niet storen?
Theo W.A. de Wit, Reijer J. de Vries en Niels den Toom (eds.)

De meeste bijdragen van deze bundel cirkelen rond de thema’s ‘boosheid’ (in de samenleving, bij gedetineerden, bij onszelf) en ‘stoornis’ als een fenomeen dat geestelijke verzorgers ook in hun werk met ingeslotenen vandaag regelmatig tegengekomen. Als uitgangspunt daarbij is het boek Borderline Times. Het einde van de normaliteit (2012) van de Belgische psychiater Dirk De Wachter genomen. Daarbij werd het vermoeden uitgesproken dat geestelijk verzorgers bij justitie in hun dagelijks werk veel zullen herkennen van de in dat boek geboden diagnosen, zoals verlies van vertrouwen en van identiteit. Hoe kunnen we gedetineerden beter verstaan in het licht van De Wachters analyse?   Tegelijkertijd wilden de protestantse geestelijk verzorgers niet voorbij gaan aan de viering van 500 jaar Reformatie: kan die erfenis onze eigen identiteit vandaag versterken? Zij zochten dus ook naar empowerment, om hun werk zowel geloofwaardig als met realiteitszin te kunnen blijven uitoefenen.   Binnen dit kader stellen de auteurs vragen als de volgende: welke invloed heeft de marginalisering van religie op het gezag van de professionele geestelijk verzorger? Hoe veranderen religie en de omgang met de Bijbel mee met seculiere waarden als zelfexpressie en subjectieve beleving? Is er nog ruimte voor ‘zending’, de uitnodiging aan mensen, een respons te geven op het evangelie in Jezus Christus? Of dient men vanuit pastorale overwegingen juist erg voorzichtig te zijn met missionaire activiteiten, in het bijzonder bij gedetineerden? Hoe verandert de taak van een geestelijk verzorger wanneer hij in penitentiaire inrichtingen te maken heeft met mensen met een stoornis? En kan een herwaardering van het begrip ‘ziel’ ons helpen bij herstelgerichte geestelijke verzorging?   De bundel bevat verder bijdragen over religieus geïnspireerde nazorg aan exgedetineerden (hoe kunnen geloofsgemeenschappen op dit vlak meer inclusieve, spirituele en lerende kerken worden?), over ‘onze manier van straffen’ en de reflecties van geestelijk verzorgers daarover, en over het verschil tussen ‘hoop’ en ‘optimisme’.   Deze bundel is een uitgave van het Centrum voor Justitiepastoraat (CJP). Het CJP is een samenwerking tussen de Protestantse Theologische Universiteit en de Universiteit van Tilburg. Het Centrum verricht wetenschappelijk onderzoek en biedt onderwijs en dienstverlening op het gebied van de geestelijke verzorging in justitiële inrichtingen.

image1

Aperçu de la Jurisprudence de la Cour Européenne des droits de l’homme 2016
Greffe de la Cour Européenne des droits de l’homme

Chaque année, la Cour européenne des droits de l’homme rend de multiples arrêts et un nombre plus élevé encore de décisions, alimentant ainsi sa jurisprudence déjà fort impressionnante. Une personne extérieure à la Cour peut dès lors avoir du mal à déterminer quelles sont les affaires qui marquent un tournant ou qui traitent de nouvelles questions. Un aspect du travail de la Cour auquel une attention croissante est accordée consiste donc à repérer ces affaires et à les diffuser dans un format pratique et accessible.   L’objet de cette série, Aperçu de la jurisprudence, disponible en français et en anglais, est de répondre à ce besoin en se concentrant sur les affaires les plus importantes qui sont traitées chaque année par la Cour. Celles-ci sont sélectionnées par la Direction du jurisconsulte de la Cour en fonction de leur intérêt jurisprudentiel. Outre les affaires choisies pour publication dans le Recueil des arrêts et décisions de la Cour, ce corpus contient des affaires qui soulèvent des questions d’intérêt général, qui posent de nouveaux principes ou qui développent ou précisent la jurisprudence. Il s’agit de faire ressortir les aspects saillants de telle ou telle affaire, pour permettre au lecteur d’en saisir la portée jurisprudentielle.

€ 34.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel

image1

Terrorisme
A. Fransen, J. Kerkhofs en P.A.M. Verrest

België en Nederland zijn de afgelopen jaren geconfronteerd met een ernstige dreiging van terrorisme. De aanslagen in Brussel op 22 maart 2016 hebben op een gruwelijke wijze laten zien wat gebeurt als die dreiging uitmondt in niets ontziende aanslagen op onze samenleving. Het materieel strafrecht is sinds 2001 aangepast om terrorisme beter te kunnen bestrijden. Die aanpassing heeft in Nederland en België plaatsgevonden grotendeels aan de hand van dezelfde EU- en andere internationale instrumenten. In de NVVS-preadviezen wordt die ontwikkeling beschreven en vervolgens uitvoerig ingegaan op de werking van het materiële strafrecht ter bestrijding van terrorisme in België en Nederland. Het uitgebreide overzicht van wetgeving en haar toepassing in concrete strafzaken is voor de rechtspraktijk in beide landen instructief. Het specifieke belang van de preadviezen is voorts dat zij een vergelijking mogelijk maken van het Belgische en Nederlandse recht. Want hoewel er sprake is van veel overeenkomsten, bestaan er ook verschillen in de werking van het materieel strafrecht gericht op de bestrijding van terrorisme. De preadviezen monden uit in een op België en Nederland gezamenlijk en op de landen individueel betrekking hebbende conclusie, alsmede enkele stellingen voor discussie.  

image1

Deskundigenbewijs in het strafproces
Rolf Hoving

In het Nederlandse strafproces wordt regelmatig gebruik gemaakt van deskundigenbewijs. De inzet van deskundigen in strafzaken is echter niet vanzelfsprekend. Gerechtelijke dwalingen, bijvoorbeeld in de Schiedammer Parkmoordzaak, roepen de vraag op of in het strafproces op de juiste manier met deskundigen wordt omgegaan. De informatie van deskundigen behoort er immers aan bij te dragen dat in het strafproces de juiste beslissingen worden genomen. Met de Wet deskundige in strafzaken heeft de wetgever gereageerd op de discussie over de omgang met deskundigenbewijs. Is de wetgever er in geslaagd het strafproces zo in richten dat deskundigenbewijs een zo groot mogelijke bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van de be-slissingen die in het strafproces worden genomen? Of kan de omgang met deskundigen-bewijs nog worden verbeterd?   In dit onderzoek worden enkele knelpunten geconstateerd bij de omgang met deskundigenbewijs in het Nederlandse strafproces. Daarom worden aanbevelingen voor verbeteringen gedaan, gebaseerd op de omgang met deskundigenbewijs in het Engelse strafproces en door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en op inzichten over de omgang met deskundigenbewijs uit de filosofie, sociologie en argumentatieleer.   Rolf Hoving is docent en onderzoeker strafrecht bij de Rijksuniversiteit Groningen.

image1

Onze manier van straffen
Theo W.A. de Wit, Reijer J. de Vries, Niels den Toom (red.)

Elke samenleving kent de praktijk van het straffen, beginnend bij de straf als een voorzichtige pedagogische koestering om je kind iets bij te brengen tot aan de meest draconische straffen en de defi nitieve straf: de doodstraf. Maar er bestaat ook zoiets als een – altijd voorlopige – gedeelde manier van straffen. Geestelijk verzorgers in gevangenissen en andere inrichtingen van justitie staan vanwege hun werk dichtbij gedetineerde mensen. Zij maken ‘onze manier van straffen’ dus van nabij mee. Wat valt je dan op aan de wijze van straffen die wij als samenleving normaal of minstens acceptabel vinden? Onze manier van straffen bevat zes essays van geestelijk verzorgers werkzaam bij justitie, essays die voortkomen uit een learning community van geestelijk verzorgers. Onder begeleiding van prof. dr. Theo de Wit, stafl id van het Centrum voor Justitiepastoraat, daag den zij elkaar uit om scherp onder woorden te brengen wat onze strafmethoden inhouden, wat zij met mensen doet, en welke rol zij zelf spelen als onderdeel van dit strafsysteem. Wie de essays overziet, constateert dat hier zes auteurs aan het woord zijn, die vanuit een intiem en vaak langdurig contact met de detentiewerkelijkheid evenzovele dimensies van de gevangenisstraf als geleefde ervaring beschrijven. Ze gaan over het isolement waarin je als gedetineerde terecht komt, over vernedering als onlosmakelijk onderdeel van straf, over afhankelijkheid, over het jargon van de tbs, over levenslang, en over een vorm van vrijheid die je als gedetineerde toch houdt. De essays zijn geschreven vanuit een attitude die je nog het best kunt omschrijven als een combinatie van empathie, mededogen en realisme. De geestelijk verzorgers beschouwen zich als deel van het collectief waarnaar wordt gewezen in de uitdrukking ‘onze manier van straffen’. Tegelijkertijd achten zij het hun plicht en eisen zij ook het recht op, kritisch na te denken over ons strafsysteem, de evidenties die daarin worden meegenomen en die dag na dag worden gereproduceerd en overgedragen, alsmede hun eigen rol daarbij. Deze bundel is een uitgave van het Centrum voor Justitiepastoraat (CJP). Het CJP is een samenwerking tussen de Protestantste Theologische Universiteit en de Universiteit van Tilburg. Het centrum verricht wetenschappelijk onderzoek en biedt onderwijs op het terrein van het justitiepastoraat.

image1

A Comparative Study of Cybercrime in Criminal Law
Q. Wang

The development of information technology provides new opportunities for crimes. Firstly, it facilitates traditional crimes such as fraud, and secondly, it breeds new crimes such as hacking. The traditional crimes facilitated by information technology and the new crimes bred by it are the so-called cybercrime in this book. To regulate cybercrime, legal regimes have developed countermeasures in the field of criminal law at different levels. At the national level, China, the United States, England and Singapore have all undergone reforms to adapt their criminal law. At the international level, the Council of Europe has drafted the Convention on Cybercrime and opened it for signatures. However, the still commonly committed cybercrime, such as DDoS attacks and online fraud, indicates the insufficiency of these countermeasures. In this background, this book intends to answer the research question: how can the criminal law be adapted to regulate cybercrime? By using doctrinal research and comparative study as the main methods, this book firstly explores and analyses the approaches of cybercrime legislations in the selected five legal regimes both in the past and in the present, and secondly, compares the different approaches and concludes with respect to the following aspects:   Aspect 1: Do we need a cyber-specific legislation to regulate cybercrime?   Aspect 2: If we do need a specific legislation, what approaches are more systematic for it?   Aspect 3: What principles are sufficient and appropriate to determine jurisdiction over cybercrime?   Aspect 4: What is the function of the Convention on Cybercrime in shaping appropriate legislation against cybercrime?

Other interesting publications: